Cora

Ik was doodop. De lange reis en hitte hadden me afgemat. Ik verheugde me op een koele kamer, een douche en een heerlijk bed. Het hotel kon ik vanuit de stationshal al zien, City Hotel Enschede. Ik had gisteren, net op tijd, de laatste kamer weten te boeken.
In de hotellobby was niemand te bekennen. Een ventilator op de desk blies warme wind in mijn gezicht. Ik wilde mijn sleutel, was ongeduldig, had zin in die douche. Met een klap belandde mijn hand op het belletje. Vrijwel meteen dook vanachter de balie een persoon omhoog, een dame, een jonge vrouw in stemmig donkere hotelkleding die me met deze warmte erg heet toescheen. Haar gezicht zag er verhit uit. In haar hand had ze een vol flesje water.

‘Oh, neem me niet kwalijk,’ sprak ze verbouwereerd, ‘ik zocht water.’ Als bewijs stak ze het flesje omhoog. ‘Ik wist dat er daaronder nog flesjes moesten…’
Ze haperde en keek alsof haar plots iets te binnen schoot. Toen brak er een brede glimlach door op haar rood aangelopen gezicht.
‘Maar u bent het! Juffie! Juf Bal!’
Ik keek haar onderzoekend aan. Ze noemde mijn naam. Ze noemde me juf. Het moest een oud-leerling zijn, maar wie? Mijn oog viel op haar naamplaatje; C. Roerade.
‘Cora Roerade?’

Het klonk vreemd om die naam na zoveel jaren weer hardop uit te spreken. Hoelang was dat geleden? Tien jaar? Langer? We keken elkaar zwijgend aan. Onze hersenen trokken blikken met herinneringen open. Ik zag de gelaatstrekken van een vrouw vervormen tot die van een meisje. Het was de entourage van de hotellobby, de gedachte dat ik in Enschede was en mijn razendsnelle terugkeer naar het verleden die me in verwarring brachten. De ventilator zoemde.
‘Juf Bal,’ herhaalde ze. Cora. Cora Roerade.
Ik had haar naam indertijd genoemd op de examenvergadering. Het docententeam had de lijst met geslaagden doorgenomen.
‘Maar waar staat Cora Roerade?’ had ik vertwijfeld aan de voorzitter van de examencommissie gevraagd.
‘Op de volgende pagina, Suzan, daar staan de gezakten.’
Het was een zakelijke, emotieloze mededeling geweest, de constatering van een feit. Ik weet dat ik vol schoot en de vergaderruimte uit liep. Annemieke van geschiedenis kwam me achterna en sloeg haar arm om me heen. Cora gezakt? Dat kon toch niet waar zijn? Dat mocht gewoon niet, dat zou onrechtvaardig zijn. Een meisje met zoveel tegenslag ook nog laten zakken?
‘Is er niet een mogelijkheid om haar toch…?’
De half afgemaakte vraag die ik de voorzitter van de examencommissie na afloop van de vergadering voorlegde, leidde tot meer frustratie.
‘Wat denk je nou, Suzan, we kunnen toch niet marchanderen met examenresultaten. Cora is gezakt, ze heeft het verprutst.’

Letterlijk die woorden had Cora zelf ook in de mond genomen toen ik haar als mentor belde.
‘Ik heb het verprutst, juffie, ik heb het verneukt.’
En in plaats van dat ik háár opbeurde, troostte zij mij. Het zou goed komen, zei ze, het zou zwaar zijn, maar het zou uiteindelijk lukken met haar leven. Van de ene op de andere dag was ze uit mijn leven verdwenen. Toen ik haar moeder ernaar vroeg, gaf ze aanvankelijk ontwijkende antwoorden. Dat de school geen zeggenschap meer over haar had en dat zij als ouders wel wisten wat het beste was voor een halsstarrige 16-jarige.
‘Maar ze is nog leerplichtig,’ probeerde ik nog. ‘Mevrouw, alsof wij dat niet weten,’ zei Cora’s moeder. ‘Maar wat Cora nodig heeft is een instelling die discipline bijbrengt. Ze gaat naar het Voetius Instituut op de Veluwe. Daar zullen ze haar onderdompelen in Gods woord en liefde en zal ze worden voorbereid op een toekomst als echtgenote, moeder en huisvrouw.’

Die liefdeloze woorden bezorgden me kippenvel en sloegen me met stomheid. Toen ik eindelijk mijn ‘ja maar’ had geformuleerd had moeder Roerade de verbinding al verbroken. Wat deed ze Cora aan, haar Cora, die ook de mijne was. Op internet vond ik het Voetius Instituut, een christelijk orthodoxe kostschool die verdacht veel weg had van een gevangenis. Arme Cora. Ze zouden haar vleugellam maken, mijn vogeltje dat zoveel behoefte aan vliegen had.

‘Cora?’
Ik moest me vastgrijpen aan de balie. Ik kon mijn ogen niet geloven. Was dat grietje van toen echt de volwassen vrouw die hier tegenover me stond? Wat een merkwaardige ontmoeting. Ik voelde het bloed naar mijn hoofd stijgen. Ik wist even niet wat ik moest zeggen. Gelukkig sprak zij.
‘Ik ben het.’
Het was haar grijns die me terug slingerde in de tijd. Zo had ze vaak naar me gekeken. Ze was een vrouw geworden, maar die grijns was onveranderd gebleven. Haar ogen werden spleetjes, haar mondhoeken krulden omhoog. ‘U hebt me gevonden, helemaal in Enschede.’

Het overkomt me niet vaak, maar ik was met stomheid geslagen.
‘Hoe…,’ begon ik schutterig.
‘Ben hier pas beland,’ nam Cora het over. ‘Ik heb heel wat hotels gezien inmiddels, allemaal van deze hotelketen.’
Ze had haar handen over de balie naar voren gestrekt en raakte de mijne aan. Ik pakte haar vingers. We waren weer stil, we keken alleen. Ik grijnsde nu ook.
‘Toevallig dat u hier nu binnenstapt.’ Haar vingers bewogen in mijn handen.
‘Toeval bestaat niet.’
Mijn stem klonk ongewoon hees. Mijn wangen gloeiden. We zwegen weer.
‘Tot wanneer werk je vanavond?’
Ik hoorde het mezelf zeggen. Woorden die bleven hangen als wolken waaruit het kon gaan regenen. Fragiele woorden die konden stukvallen. Cora’s ogen schoten onrustig heen en weer. Alsof ze diep na moest denken. Of in gedachten haar overvolle agenda checkte.
‘Tot twaalf.’ Het klonk als een vraag. Dat betekende ‘hoezo?’.
‘En dan?’ vroeg ik.
Cora haalde haar schouders op. ‘Dan niks.’ Haar ogen vernauwden zich weer. Haar bruine ogen werden nog donkerder.

‘Nee,’ stelde ik vast. Ik kon een glimlach niet onderdrukken.
‘Tenzij…’ Ze draaide zich opzij naar een opengeslagen map en trok er een vel papier uit met een plastic kaartje eraan. Ze schoof het naar me toe. ‘Tenzij mevrouw Bal uit kamer drie nul acht dan nog iets geserveerd wil hebben op haar kamer.’
‘Ja,’ zei ik.
‘Dan kan ik dat regelen. Wat mag het zijn? Rosé, witte wijn, rood?’
Ik dacht aan mijn afspraak morgenochtend vroeg en probeerde het meteen weer te vergeten.
‘Rosé. Met ijs.’
‘Het gebruikelijke recept, voor mevrouw Bal.’ Cora noteerde de bestelling op een kladblok met het kamernummer erbij.

‘Hoe gaat het met je, Cora?’ Mijn handen pakten de hare weer. ‘We hebben veel te bespreken, jij en ik.’
Cora trok haar handen terug en keek opzij. Er arriveerden nieuwe gasten die ze begroette. Ze knikte naar mij.
‘Kamer 308 bevindt zich op de derde verdieping, vanuit de lift links. Ik wens u een prettig verblijf. De bestelling komt naar uw kamer.’ Ze glimlachte weer, zakelijk dit keer. Ik nam mijn rolkoffer en zocht de lift. Ik voelde Cora’s ogen in mijn rug.

We hadden meteen een klik, Cora en ik. Ik was een jonge docent, zij een puber met kuren. Kind van streng christelijke huize. Ze mocht eigenlijk geen broeken dragen, had moeten kiezen voor de sector zorg, voorbestemd om ziekenverzorgster te worden. Ze koos bouw, specialisatie hout. Dat gaf bonje met haar ouders. Ze moest broeken aan, overalls, met jongens en mannen werken. Ze nam oorpiercings en een tattoo op haar bovenarm. Dat gaf weer bonje. Haar schoolsuccessen waren matig. Er was teveel gedoe in haar leventje, te weinig vertrouwen van de ouders, te weinig vrijheid. In plaats daarvan veel ruzie, strijd en verdriet. Er was één echt luisterend oor. Dat was ik. Ik snapte Cora, met krap tien jaar ouder was ik haar grote zus. En ik begreep samen met haar helemaal niks van die ouders.

Ze kwam bij me thuis, in het geheim. Het voelde goed, maar het hoorde niet. Ik kreeg een waarschuwing van Annemieke van geschiedenis. Ik moest Cora niet te dichtbij laten komen. Geen vriendinnen met haar worden. Ik was haar docent. Allemaal waar, maar het was te moeilijk. Ik moest haar steun en toeverlaat zijn. Haar laten zien dat het anders kon. Haar liefde geven. Haar opvrolijken. Er gebeurde niets onbetamelijks. Ik was haar oudere zus. Sprak met haar over de dingen des levens. Liefde, jongens, seks. Ik was zelf ook nog volop op zoek.

Een en ander raakte pas in een stroomversnelling op de werkweek in Voorthuizen. Met name tijdens de bonte avond, vooral tijdens de afsluitende disco, in het bijzonder bij de schuifelnummers. Cora wilde niet met jongens, maar met mij dansen. Ik stemde toe, het was schemerachtig en de stemming losjes. Ook daar was collega Annemieke. Terwijl ik met Cora danste, zag ik haar mimen vanaf de zijlijn. Dat ik op moest passen was de boodschap. Natuurlijk zou ik dat doen. Waarom zouden twee meisjes niet met elkaar mogen dansen? Er waren meer meisjes die samen dansten. Ze voelde goed, mijn Cora. Ze rook naar buiten. Ze had haar armen om mijn middel geslagen, ik mijn armen om haar bovenrug. Onze wangen raakten elkaar. We waren warm. Ik betrapte me op de onzinnige maar opwindende gedachte dat onze kruizen elkaar tot op enkele centimeters genaderd waren.

Vanaf de kant waar wat vervelende jongens zaten, hoorde ik het woord ‘lesbo’s’ vallen. Annemieke was nog op haar post en keek ernstig naar mij. We moesten stoppen met dansen, het kon niet anders. Nog halverwege het nummer liet ik los en trotseerde de vragende blik van Cora. Ik voelde me rot en liep naar buiten voor frisse lucht. Ik voelde dat ze volgde. Ik passeerde groepjes leerlingen die op het terras stonden, stak het terrein over tot waar het licht geen bereik meer had. Er stond een enorme kastanje. De wind ruiste door de bladeren. Daar, met mijn rug geleund tegen de oude statige stam proefde ik van de verboden vrucht. Ze diende zich onweerstaanbaar aan. Ze was nog geen zestien. Het hoorde niet wat we deden, maar ons kussen was zo zalig, dat regels, normen en wetten smolten als sneeuw voor de zon. We koesterden ons in die zon die liefde heet en beheersing laat verdwijnen. Ik had natuurlijk de verstandigste moeten zijn. Maar ik kon het niet.

Ik vond kamer 308. Het was een ordentelijke, haast steriele hotelkamer. De airco zoemde zachtjes. Op het bed kwam ik langzaam bij van de warmte. Ook de enorme herinneringenstroom die Cora in mij had losgemaakt kwam tot bedaren. Een lichte hoofdpijn zeurde op de achtergrond. Ik moest een douche nemen, of een bad. De warmte en emoties van me afwissen. Terwijl het bad volliep bekeek ik mezelf in de spiegel. Ik zag wallen, een weinig frisse blik, haar dat verzorging nodig had. Ik trok mijn bloes en rok uit en liet ze liggen op de tegels. Ik kon er nog mee door, de boel was nog redelijk intact. Ondergoed volgde de weg naar de vloer. Borsten nog behoorlijk stevig, buik nog goed te doen. Billen? Voor zover ik kon beoordelen kon het ermee door. Het was merkwaardig, zo’n zelfkeuring. Ik leek me voor te bereiden op meer dan alleen maar gezellig herinneringen ophalen met Cora. Raar hoe het brein op eigen houtje dingen gaat bedenken. Of zijn het uiteindelijk de hormonen die aan de touwtjes trekken en gevoel en ratio bepalen?

Het bad was zalig. Ik liet me onderuit zakken, totdat ook mijn hoofd onder water verdween. Proestend en druipend kwam ik weer boven. Het deed me denken aan het Bosbad te Putten. Daar waren we op die werkweek in Voorthuizen ook beland. Ik had met Cora gezwommen, de glijbaan genomen en bij de knuffelmuur gestaan. Ze zag er verrukkelijk uit in haar donkerblauwe badpak. Ik kon mijn ogen niet van haar afhouden. We belandden in het Turkse stoombad waar we misschien vijf minuten met zijn tweetjes waren en elkaar zweterige zoentjes gaven. Ik had haar handen weggeduwd die naar mijn borsten grepen, maar moest op mijn eigen handen gaan zitten om bij haar niet hetzelfde te doen.

We bedwongen onze neigingen de hele middag. Op het eind ging het toch bijna mis. Toen ik het badhokje betrad, was Cora daar ook opeens. Watervlug als ze was, sloot ze het deurtje en deed de knip erop. Ik schudde mijn hoofd, maar vertwijfeld en weinig overtuigend.
‘Trek je voeten op,’ fluisterde Cora, ‘anders kunnen ze zien dat hier twee mensen zitten.’
In plaats van dat ik haar meteen de ruimte uitzette, deed ik gedwee wat ze zei. Terwijl ik op het weinig comfortabele bankje zat, begon ze te doen waar ik al bang voor was en waarnaar ik tegelijkertijd naarstig verlangd had. Ze stroopte haar natte badpak omlaag, met iedere centimeter lager meer huid vrij gevend. Haar pronte borsten met de eigenwijze tepels die nieuwsgierig de ruimte verkenden, haar lelieblanke buik met haar navel als aandachttrekkend middelpunt en tot slot haar beheerst begroeide kruis in dezelfde kleur als haar bruine hoofdhaar. Ik kon de zucht die diep uit mij omhoog borrelde niet voorkomen. Ze was een vrouw en ze was een meisje. Ze was een maagd en een sloerie. Ze drong zich aan me op, draaide zich om, haar kontje op aaiafstand. Ik verroerde me niet. Ik zag Annemiekes waarschuwende vinger heen en weer gaan.

Niet eerder was ik getuige geweest van zo’n sensuele afdroogbeurt als daar in dat badhokje. Cora schoof haar handdoek zo over haar lijf dat het leek alsof mijn handen mee gleden: haar gezicht en hals, tussen en over haar borsten, haar tepels, de rondingen aan de onderkant, de buik, haar heuveltje, tussen haar benen. Het was bijna ondoenlijk, ik wenste dat mijn armen waren afgehakt en mijn ogen waren verblind. Dan was dit misschien te verdragen geweest. De stem van Annemieke galmde voortdurend in mijn hoofd: pas op, Suzan, dit mag niet!

‘Nu jij,’ had Cora gefluisterd.
Ze was gaan zitten en had haar benen opgetrokken. Mijn blik werd getrokken door de spleet in haar vochtige schaamhaar. Als gehypnotiseerd trok ik de bandjes van mijn bovenstuk los en liet het vallen. Cora’s mond stond open. Ik trok aan de koordjes van mijn bikinibroek en voelde het katoen omlaag glijden. Ik stond naakt voor een leerling. Ik had de grens ruimschoots overschreden. Ik zou ontslagen worden en nooit meer ergens een baan vinden. Cora was gaan staan, we stonden naakt tegenover elkaar in een te klein kleedhokje. Cora’s mond nog iets wijder open dan eerst. Ze keek onnozel zo, maar ook zo onweerstaanbaar verleidelijk.

Onze redding kwam via de intercom van het zwembad. Het was Annemiekes stem. Over vijf minuten zou de bus vertrekken. We kleedden ons aan en verlieten de kleedruimte met enige tellen tussenruimte. In de bus dook Annemieke voor mij de bus in en ging naast Cora zitten. Ik vond een plek voorin naast de chauffeur.

Het bad had me goed gedaan. Ik voelde me schoon en verfrist. Gehuld in een omgeslagen handdoek föhnde ik mijn haar. Er was nog bijna een uur te gaan voordat Cora langs zou komen. We zouden het zeker gaan hebben over de werkweek. Misschien wel over Bosbad Putten. Onze beladen flirts, onze verboden liaison, die overigens in de kiem was gesmoord door toedoen van Annemieke. Ze was thuis bij me langsgekomen. We hadden een indringend gesprek gehad. Natuurlijk had ze gelijk, natuurlijk bevond ik me op glad ijs. Maar het was liefde, we konden het niet helpen. Wil je dan je baan kwijt, wil je een rel, de landelijke pers op je dak, aangeklaagd worden? Verstand tegenover emotie. Ik huilde tranen met tuiten en Annemieke deed wat ze zo goed kon, ze troostte.

Een jaar lang, tot het dramatische besluit van Cora’s ouders haar uit huis te plaatsen, worstelden Cora en ik met onze omgang. Zo intiem als op werkweek werd het niet meer. Ik had Annemiekes raadgevingen in mijn oren geknoopt. Ik moest wachten tot Cora achttien zou zijn. Hopen dat onze relatie bestendig was tot die tijd. Het was de moeite waard om te wachten. Dacht ik. Maar we raakten elkaar uit het oog en hoewel ik haar nooit vergat, raakte Cora uit mijn systeem. Zelfs het moment van haar achttiende verjaardag was voorbijgegaan zonder dat ik erbij stil had gestaan. Ik kreeg een relatie met een vrouw. Het was een collega, ze heette Annemieke.

Er werd op de kamerdeur geklopt. Veel vroeger dan ik had verwacht. Ik liep nog in mijn omgeslagen handdoek. Het was Cora met een dienblad met twee glazen en een fles rosé in een ijsemmer.
‘De aflossing kwam eerder.’
‘Kom,’ zei ik en pakte haar ongeduldig bij haar schouder.
Veel tijd om haar spullen neer te zetten gaf ik haar niet. Ik weet niet wat me bezielde, maar het leek alsof ik had vastgezeten in touwen die nu een voor een knapten. Mijn kussen waren onstuimig en overvielen Cora zonder meer. Ik drukte haar tegen de muur en pakte haar bij haar billen. Meer dan tien jaar onthouding ontploften als een tijdbom. Ik gromde en kreunde. Ik voelde Cora’s weerstand, maar negeerde het.
‘Wacht, wacht.’ Ze had haar armen omhooggestoken, voor mij eerder een teken dat ze zich onvoorwaardelijk overgaf, dan dat ik moest stoppen. ‘Wacht, juffie, ik heb de hele dag gewerkt, laat me me alsjeblieft even opfrissen. Toe!’
Ik liet haar gaan, maar volgde haar de badkamer in. Even keek ze onzeker om. Toen begon ze zichzelf uit te pakken, als een lang verwacht cadeau, veel te langzaam naar mijn zin. Wie kan dan zijn geduld bewaren? Ik sjorde haar bloes omhoog, trok de rits van haar rok omlaag, haakte haar bh los, stroopte haar panty af. In nog geen minuut stond ze erbij als de Venus van Milo, maar mooier en mét armen. Ze was stevig, forser dan ik me kon herinneren. Haar borsten waren hallelujaborsten, haar billen iconen van schoonheid. Ze had benen als zuilen en waar ze bij elkaar kwamen een flinke bos schaamhaar. Ze was allejezus lekker.

Gezeten op de wc-klep en hijgend van opwinding keek ik toe hoe ze zich douchte. Cora waste zich met onvoorstelbare accuratesse. Er was geen plekje waar haar handen niet kwamen. Het duurde eindeloos en was zalig om naar te kijken. Af en toe wierp ze een blik op mij, alsof ze wilde verifiëren of ik wel keek. Uiteindelijk wenkte ze me met haar wijsvinger.
We vrijden staande in de aangenaam warme stralen uit de douchekop. We kusten en streelden. Rustig, met aandacht, met oog voor detail. Het was Cora die me deed bedaren en opwond tegelijk. De leerling die haar lerares leerde. Zoals ik haar vroeger meer dan eens tot de orde moest roepen, zo hield ze mij bij de les. Zij gaf de beurt, zij leidde mij. Misschien kreeg ik huiswerk.

Nadat Cora de douchekraan had dichtgedraaid nam ze me zonder afdrogen mee naar het bed. We vielen ineengestrengeld neer op het dekbed. Cora worstelde zich bovenop me. Ze zat, ze keek op me neer, druppels vielen uit haar druipende haar. Ik streelde haar natte borsten en iets bollende buik. Ze boog voorover, zodat ik haar tepel kon proeven. Haar borsten waren zwaar, zoveel vrouwelijker nog dan tien jaar daarvoor. Ze gleed omlaag over mijn lichaam en duwde mijn benen uit elkaar. Haar mond vond mijn kutje. Ze wist er raad mee. We wisten raad met elkaar.

Wat volgde, was een nacht vol lust en liefde in City Hotel Enschede. Het was een inhaalwedstrijd, niet ingepland, buiten de competitie. We scoorden onafgebroken en wonnen allebei. Ik dacht aan Annemieke die thuis op mij wachtte en aan wie ik over mijn ontmoeting met Cora in geuren en kleuren zou vertellen. Ik weet dat ze blij voor me zou zijn.

En Cora? Ze verliet me pas tegen de ochtend. Ik lag nog in bed toen ze zich aankleedde. Ze vertelde over haar vriend, haar huis, haar leven. En dat ze twee maanden zwanger was. Ik schudde ongelovig mijn hoofd.
‘Echt, Suus, en als het een meisje wordt, noem ik haar Suzan.’
Ze gaf me een kus op de mond, liet haar hand over mijn borsten gaan en draaide zich om.
‘Dag,’ zei ze vrolijk. En weg was ze.
Ik had alleen haar telefoonnummer nog en haar mailadres.

© Vanille

Post navigation

  9 comments for “Cora

  1. Profielfoto van glenn
    14 juni 2017 at 20:07

    Heel mooi geschreven dank je wel!

    Glenn

  2. Profielfoto van Yona
    14 juni 2017 at 20:55

    Prachtig Vanille.
    Knappende touwen en dan … het werd zomer.

  3. Profielfoto van petra-1
    16 juni 2017 at 04:58

    Mooi verhaal en netjes uitgewerkt. Wel grappig dat je het hele verhaal naar het hoogtepunt toewerkt en dat als ze elkaar dan uiteindelijk hebben het met anderhalve alinea afdoet. Het had van mij meer ruimte mogen hebben.
    Eén tip: probeer te vermijden dat zinnen met ‘Ik …’ beginnen. Het wordt een opsomming dat afbreuk doet aan de verhaallijn.

  4. Profielfoto van konijntje
    16 juni 2017 at 10:46

    Mooi en goed geschreven Vanille!

    Konijn

  5. Profielfoto van Man
    Man
    16 juni 2017 at 17:22

    Had graag ff aan willen zluiten in die hotelkamer. Lekker verhaal, spreekt tot verbeelding.

  6. Profielfoto van dupont
    17 juni 2017 at 11:57

    Halleluja borsten. haar billen iconen van schoonheid …… ( mooi gevonden ! )

  7. Profielfoto van Putje
    17 juni 2017 at 23:42

    In eerbiedige stilte gelezen.
    Ik was helemaal mee.

    Ik herken ook mijn eigen stijl: veel sfeer en verhaal en minder actie. Maar dat vind ik dus helemaal niet erg.

  8. Profielfoto van iznigoedh
    22 juni 2017 at 09:20

    Lief, mooi en opwindend. Dankjewel Vanille.

Geef een reactie