Lavendelzeep

Lavendelzeep

Ze was al jaren de beste van onze tennisclub. Ze won elke competitiewedstrijd en was zelfs onverslaanbaar voor de sterkste heren. Af en toe was er eentje die haar uitdaagde, maar telkens weer verlieten ze de wedstrijd met de staart tussen de benen. Ze sloeg iedereen van de baan. Ze had aces en smashes als een kanonskogels. We noemden haar “onze Serena Williams” en niet alleen vanwege haar tenniskunsten. Ze heette Betty Boekweit, was ruim 1.80 lang en haar roots lagen op Aruba.

Betty was twee jaar ouder dan ik. Ik had de eer gehad een enkele keer met haar te mogen spelen in een damesdubbel. We wonnen, uiteraard, maar niet dankzij mij. Toch prees Betty mij de hemel in. En ach, ik was ook niet slecht. Haar complimenten vertelden vooral iets over haar vriendelijkheid. Ze mocht dan goed kunnen tennissen, ze leed niet aan arrogantie.

Als Betty speelde, was er altijd veel publiek langs de baan. Ze kon niet alleen lekker tennissen, ook haar verschijning was een lust voor ieders oog. De vergelijking met meisje Williams noemde ik al, maar ook de bijnaam ‘Boom boom Betty’ kwam voorbij, en, vanwege haar vrouwelijke rondingen noemde clubleden haar ‘Betty Boop’. En ik wist, omdat ik haar wel eens tegenkwam in Eva-kostuum in de kleedkamer, dat de ontklede versie nog een groter wow-effect had dan de geklede. Onze Lieve Heer had bij de schepping van Betty echt veel beter zijn best gedaan dan anders.

Ze had dus alles mee, dit meisje van Aruba. Maar om eerlijk te zijn, ik was behoorlijk jaloers op haar talent en haar uiterlijk. Ik voelde me een onzeker bleekneusje met flets peper- en zoutkleurig haar, borsten als erwten op een plank en sprieterige armen en benen. Had ik maar iets van haar hebben en houwen. Het was zo onrechtvaardig verdeeld. Tot het noodlot toesloeg voor Betty.

Ze had haar kroeskapsel geverfd met henna die dag. Misschien moest die vuurrode kop haar tegenstander imponeren. Een soort oorlogskleuren, zeg maar. Ze moest een wedstrijd spelen tegen een sterke dame van de Leidse tennisclub. Het was weer gebruikelijk druk langs de baan. Vooral heren kwamen graag naar Betty Boop in actie kijken. Haar borsten strak in de sportbeha, af en toe een glimp van haar broekje onder de korte tennisrok, haar lange gespierde benen als bruine zuilen eronder. Een genot om te zien. En om te horen. Iedere slag liet ze gepaard gaan met een kreun alsof ze met een heel ander partijtje bezig was dan tennis.

De eerste set won Betty glansrijk. Het gebeurde in de tweede set, tweede game. Hoe het precies ging, weet ik niet, maar opeens lag ze kermend op het gravel met haar linkerenkel in een rare hoek. Mijn verpleegstersoog zag dat het flink mis was. Korte termijn: meteen naar het ziekenhuis ; lange termijn: uitgeschakeld voor de competitie. Betty schreeuwde het uit, niet alleen vanwege de pijn, ook omdat zijzelf besefte dat de vlag er halfstok bij stond.

SHOP NU DIT 2-DELIGE KANTEN SETJE

Mijn snel gestelde diagnose ‘gebroken’ werd bevestigd bij de Eerste Hulp in het ziekenhuis. Op de tennisbaan werd automatisch aangenomen dat ik me wel zou ontfermen over Betty met mijn verpleegkundige achtergrond. Een paar potige kerels wisten haar kermend en al in mijn Opeltje te hijsen. Ik had medelijden met haar, reed haar kalmerend babbelend naar het ziekenhuis, gaf haar een zakdoekje voor de tranen en doodde urenlang mijn tijd in de wachtkamer met het lezen van verfomfaaide Kampioenen en Libelles.

Toen ze terugkwam uit de behandelkamer zat ze in een rolstoel, haar voet en onderbeen in het gips. Voor zover haar huidskleur het toeliet was ze bleek. Zelfs haar hennahaar leek fletser dan eerst. Het enige sportieve aan haar was haar tenniskleding, de witte polo van een duur merk en het korte witte rokje. In de consternatie waren we haar trainingsjasje vergeten. Ik sloeg het mijne om haar schouders. Om het aan te trekken was het een paar maatjes te klein. Ze keek me dankbaar aan.
‘Gaan we?’ vroeg ik.
Ze knikte. Berustend.

We haalden haar spullen en sleutels op bij de tennisbaan, waar ik ook een stel krukken wist te staan in een bezemkast. Vervolgens reden we naar haar appartement aan de rand van het dorp. Gelukkig was er een lift, want Betty woonde vier hoog. Ik speelde voor pakezeltje met haar enorme sporttas, ze strompelde voor me uit en opende haar voordeur. In de riante woonkamer, met uitzicht over de weilanden plofte ze neer op een blauwe loungebank. Ze had het gezicht van een oorwurm.
‘Verdomme!’ Ze zei het met verstikte stem. Meteen erna begon het grienen. Ik stond erbij en keek ernaar. Wat moest ik doen?

‘Zal ik eten voor je maken?’
Betty schudde haar hoofd.
‘Maar je moet toch eten?’ Ik klonk zoals mijn moeder vaak klonk.
Ze schudde weer. De tranen bleven lopen.
‘Pannenkoeken?’
Ze keek me verwonderd aan. Terecht, feestvoedsel op deze rouwbijeenkomst! Ze haalde haar neus op. Er toch was ie daar opeens, de zon die ondanks de regen tevoorschijn kwam, de glimlach ondanks de tranen.
‘Met stroop en suiker. Het zal je goed doen.’ In plaats van naar de keuken te lopen zakte ik naast Betty neer. Het was een meisje dat troost nodig had. Ik droogde haar tranen met een zakdoekje, streelde haar blote armen en gaf haar, zomaar omdat het me goed leek om te doen, een kus op haar wang. Ze zuchtte. Haar pruillippen trokken omhoog. Ze knipperde de laatste tranen uit haar ogen.
‘Bedankt, Juliëtte, je bent een schat.’ Dit keer kuste zij mij, een zoute tranenkus recht op mijn mond.

In Betty’s keuken bakte ik een stapel pannenkoeken. Het lawaai van de afzuigkap maakte een gesprek onmogelijk. Af en toe wierp ik een blik op de bank waar Betty languit lag met haar ogen dicht, haar geblesseerde been omhoog op een kussen. Haar rok was zover omhooggeschoven dat haar roze broekje te zien was. Zo kwetsbaar kwam een heel andere Betty tevoorschijn dan de stoere tennisspeelster die iedereen van de baan mepte. Het was vertederend lief.

We aten aan de salontafel. Als ik de pannenkoeken prepareerde in stukjes op een groot bord, kon Betty zonder knoeien eten. Ze wenste royaal stroop of suiker, soms gecombineerd, en at gretig. De uitdrukking ‘iemand stroop om de mond smeren’ ging helemaal op bij Betty, hoewel die iemand Betty zelf was. En ze kreeg weer praatjes.
‘God, Juliëtte, wat heerlijk. Zo bakte mijn moeder ze. Dat is mij nog nooit gelukt.’
Het was gezellig zo te zitten, te eten en te praten. We lachten, we ontspanden en we aten onze buikjes rond. Uiteindelijk was het tijd om af te ruimen. En om naar huis te gaan.

Toen ik Betty’s bord van haar schoot pakte, hield ze me vast bij mijn pols.
‘Ik weet dat ik al veel van je gevraagd heb, maar zou je nog één ding willen doen?’
‘Ja, natuurlijk. De vaatwasser inruimen? De kookplaat schoonmaken?’
Ze schudde haar hoofd. Er zat nog steeds stroop boven haar lippen. Ze had de ogen van een lief jong hondje.
‘Mij wassen?’
‘Je bedoelt…’
Ze knikte. ‘Ik kan moeilijk onder de douche met dat been.’ We keken allebei naar het gips. Alsof het twee seconden daarvoor was aangebracht. ‘Ik heb me vanmorgen in het zweet gewerkt, weet je wel? Eventjes, maar toch.’

De badkamer was royaal met een bad, een inloopdouche, een grote wastafel en een spiegelwand die de boel nog ruimer maakte. Ik had een kruk neergezet waarop ze kon zitten, haar beschadigde been recht vooruit. De loopkrukken zette ik in een hoekje.
Haar houding was afwachtend, het initiatief lag bij mij, de verpleegster, de zuster. Ik liet de wastafel vollopen met warm water. In het zeepbakje lag een stuk lavendelzeep dat nog nauwelijks gebruikt leek. In de kast vond ik een blauw washandje met een bijbehorende handdoek.
Betty kruiste haar armen en trok behendig haar polo over haar hoofd. Er kwam een gespierd bovenlichaam tevoorschijn, gave huid, aantrekkelijk bruin. Haar sportbeha spande over haar borsten die weldra onthuld zouden worden. Ik haalde adem. Dit was gewoon een patiënt, weliswaar eentje die ik persoonlijk kende, voor wie ik pannenkoeken had gebakken, die me met verleidelijke jongehondenogen aankeek, maar gewoon een patiënt. Ik pakte de beha aan twee kanten, wachtte tot Betty haar armen omhoogstak en trok het uit. Zowel in de badkamer als in de spiegel rolden twee tennisballen tevoorschijn, bruine ballen XL, zonder merknaam, maar met donkerbruine tepels die quasi nonchalant omhoog staken. Ik probeerde te negeren, me op de rits van Betty’s rok te concentreren, maar mijn eigen kriebelende puntjes maakten het me moeilijk. Wie tennist en tennisballen probeert te ontkennen, ook al zijn het bruine, zal verliezen.

Betty keek me aan via de spiegel. Ze hield haar handen achter haar hoofd, haar geschoren oksels verspreidden de geur van verschraald zweet. Met de rits omlaag lukte het de rok over haar hoofd uit te trekken. Ondanks haar been in gips zat ze er parmantig bij. Of ik wilde of niet, ik moest haar bekijken. Zij wilde zich laten bekijken. Ze grijnsde in de spiegel. Tilde toen haar kont van de kruk en schoof het roze slipje omlaag via haar dijen, knieën, kuiten. Tot ze op het gips stuitte en ik in actie moest komen om het daaroverheen te sjorren. Ik bleef ermee in mijn handen staan. Het was een klein broekje voor zulke stevige billen. Ik vouwde het op. Bracht het naar mijn neus, rook eraan en legde het op de rand van het bad.

‘Dat zag ik, Juliëtte. Sinds wanneer ruik jij aan gedragen slipjes?’
Ik doopte het washandje in het warme water en nam de zeep ter hand. De badkamer vulde zich met lavendelgeur. De zuster ging de patiënt wassen. Ik ging voor Betty staan, tegen haar knieën aan. Het washandje drupte op haar dijen. Ze sloot haar ogen toen ik haar gezicht inzeepte. De zeepsporen liepen als witte weggetjes over haar wangen en voorhoofd. Ik waste haar oren, haar hals en nek, draaide me om om de washand uit te spoelen en wiste de zeepresten van Betty’s huid. Ze opende haar ogen. Ik voelde haar hand. De stof van mijn trainingsbroek was dun. Haar hand kneedde mijn kruis.

SHOP NU DEZE SEXY LINGERIE

Met het washandje kwam ik overal. Het voelde fijn om over Betty’s borsten te glijden, door de stof van de washand haar tepels te pakken, los te laten, haar gezicht te bestuderen. Nu roken haar oksels naar lavendel, net als haar borsten, haar buik, rug, armen. De armen die aan mij frutselden. De hand die in mijn broek stak, de hand die aan mijn kont voelde, de vingers die mijn broek en onderbroek omlaag trokken. De hand die mijn spleet betastte, de vinger die naar binnengleed. En weer naar buiten. Waaraan Betty rook, in haar mond stak, weer tevoorschijn haalde en weer in mij bracht. Op en neer bewoog, zachtjes, regelmatig, diep, in het gezelschap van een tweede vinger.

De badkamertegels weerkaatsten de subtiele geluiden van de stromende kraan en het water dat ik uit het washandje kneep. Mijn versnelde adem verliet rasperig mijn openstaande mond. De washand schoof over dijen, liezen en lippen. Niet teveel zeep daar, de zuurgraad intact laten, veel spoelen met schoon water (uit: Verpleegkundeboek deel 7, hoofdstuk 8: De dagelijkse verzorging van de patiënt, §8.5: de vrouwelijke genitaliën). Ik knielde voor het kruis, vouwde mijn handen, sloot mijn ogen en proefde Betty’s professioneel gewassen reine claude. Per direct liet ze een variant op haar tenniskreun horen, een langgerekte en in volume aanzwellend. Natuurlijk wilde ze meer, wie zou dat niet willen, maar ik onderbrak mezelf net zo abrupt als ik gestart was. Ik was immers nog niet klaar met wassen.

Met de smaak van Betty op mijn lippen waste ik haar ongeschonden voet, sopte haar tenen een voor een. En ik liet haar staan, leunend aan de wastafel, terwijl ik haar vlezige billen en bilnaad waste. Ik gebruikte koud water voor de finishing touch, als plagerijtje natuurlijk, maar ook omdat ik het kussen en likken van koude konten onweerstaanbaar lekker vond. Zelfs diep tussen Betty’s billen rook het naar lavendel. Ik bevoelde gretig haar vochtige foef, ze liet zich kermend vingeren en als ik mijn tanden in haar kont zette, gaf ze kreetjes die galmden in de badkamer.

We lasten weer een wapenstilstand in, tijd waarin ik me kon uitkleden. Betty wachtte wijdbeens op de kruk, haar mond sullig open en de blik in haar ogen vol kinderlijke nieuwsgierigheid. Ze keek naar de verpleegkundige die zichzelf waste, met schoon warm water en lavendelzeep. Qua schoonheid waren we nu gelijkwaardig, qua uiterlijk totaal verschillend. Het voluptueuze van Betty’s lijf was bij mij ver te zoeken. Mijn kleine punters en slanke bibs pasten misschien wel drie of vier keer in Betty’s entourage. Sowieso was ik een rank stammetje vergeleken bij boom Betty. Gezien haar biceps was het geen wonder dat ze tenniste zoals ze deed.

Ze wenkte. Ik kwam. Ze drukte haar lippen op mijn buik en kuste me, onafgebroken, zuigend en smakkend, niet alleen mijn buik, ook mijn handen, mijn zij, mijn rug, mijn billen. Haar stevige handen gleden langs mijn huid, streelden, aaiden, krabden. Ze reikte naar mijn borsten en tastte mijn reet en spleet af. Haar vingers gleden speels in en uit, plukten aan mijn schaamlippen, vonden mijn klit. Aan de binnenkant van mijn dijbeen voelde ik een druppel geil omlaag lopen.
‘Slaapkamer,’ zuchtte Betty.

Ze strompelde met krukken voor me uit, een naakte Griekse godin, gekwetst aan de enkel. Op het onopgemaakte tweepersoonsledikant liet ze zich achterovervallen op het kreukelige onderlaken. Nadat ik haar gipsbeen binnenboord had gehesen kroop ik bovenop haar, tussen haar armen. Betty vormde een stevige ondergrond om op te liggen. We hijgden zoete pannenkoekenadem in elkaars gezicht. Ik kuste haar neus, zij de mijne, ik beet in haar oorlel, zij in de mijne, ik likte haar oogleden, zij mijn lippen. Onze vissenmondjes zogen zich zo aan elkaar vast dat we rijkelijk spuug uitwisselden. Haar hals was zacht en kwetsbaar, haar schouders en bovenarmen voelden stevig, haar sleutelbeenderen hard. Haar tieten waren weldadig, haar tepels zalig zuigbaar. Ik werkte mezelf omhoog, hurkte zo goed en zo kwaad als het ging boven Betty’s rechtertepel en duwde mijn kut op zo’n speen. Het ledikant kraakte wellustig mee met mijn bewegingen.

Het ging er zo heftig aan toe, dat we momenten inbouwden om uit te blazen en uit te stellen. Hoe lang kun je doorgaan met seksen op het randje van klaarkomen? Oneindig leek het wel. Ik voelde en hoorde hoe Betty haar climax naderde als ik me over haar vulva ontfermde die zich geopend had als een roze papaver. Het was vals om me net voordat de hemelpoort werd bereikt weer terug te trekken uit het orgasmefront. Het was een sadistische marteling haar zo te laten bungelen. Maar ik deed gewoon wat zij ook deed. Ze nam me zodanig te grazen dat ik niet anders kon dan kronkelen als een paling op het droge. Ik kon het smakkende geluid horen waarmee haar tong door mijn papperige slijm lebberde. De sensatie voelen als haar vingers achter en voor naar binnengleden, hoe ze aan mijn tepels knabbelde.

Steeds niet klaarkomen is voortdurend uitstel van executie, maar in een opwindende vorm. Uiteindelijk kwamen we, we lieten elkaar komen, zeker een uur later, we gleden in ons orgasme, zelden hadden de wanden van onze schedes zoveel slijm geproduceerd. Mijn zorgvuldige wasbeurten leken tevergeefs geweest. In plaats van naar lavendel roken we naar elkaar, de zeezilte geur van vagina’s op paringspad vulde Betty’s slaapkamer. Toen we kwamen, amechtig hijgend, steunend en roepend en smekend om genade, leken we alsnog geraakt door kogels. Onze lijven schokten alsof een automatisch pistool in ons werd leeggeschoten. Betty klampte zich aan me vast alsof ze nooit meer los zou laten. Mijn hand zat tot de muis in haar happende spleet. Ik jankte toen ik kwam.

Het was ongemerkt schemerachtig geworden in de slaapkamer. We lagen zwijgend naast elkaar uit te puffen, ieder met een dampende kut. Het was Betty die de stilte verbrak.
‘Ik ben geen lesbo.’
‘Ik ook niet.’
‘Zo goor, twee vrijende wijven.’
‘Ja, nou, ranzig gewoon.’
‘Dat zou ik nou nooit doen.’
‘Wie verzint zoiets.’
‘Wat is er mis met heteroseks?’
‘Niks toch?’
‘Gewoon met een kerel.’
‘Eentje met een stijve lul’
‘Of een harde pik.’
‘Ook goed.’
‘En zaad.’
‘Liters.’
‘Ja.’
‘Tja…’
‘Hoe is het met je been?’
‘Gaat wel.’
‘Zal ik je weer wassen?’
‘Graag.’
‘En dan?’
‘Nog een keer?’
‘Kun je nog?’
‘Over een half uurtje.’
‘Oké.’

Het kwam goed hoor met Betty’s enkel. Later dat jaar sloeg ze iedereen weer van de baan. Tussen ons is het verder niets geworden. We hadden een goddelijke one-night-stand. De volgende morgen waren we totaal uitgeput. Voordat ik vertrok, heb ik haar nog een keer lekker gewassen. Een goede verpleegkundige kent haar verantwoordelijkheid. Ik ben gek op de geur van lavendelzeep.

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  1 comment for “Lavendelzeep

  1. 11 juli 2018 at 19:46

    Wat weer een heerlijk verhaal.💋💋💋

Geef een reactie