Bij de konijnen af

In de schemering van de warme lente-avond liep ik naar huis.

Ik zag zijn schichtige blik, bij het struweel naast het spoorviaduct. Ja hoor, daar ging zijn gulp.

't Zag er eigenlijk wel schattig uit. Was dat waar jonge meiden bang voor zijn? Minder eng dan een stalker, leek me.

“Verder alles goed?” vroeg ik. Hij leek wel gelukkig met die opmerking. Toen ik nog even omkeek liet hij zijn dingetje – want meer vond ik het niet – uitdagend naar me priemen. Waar een mens al niet blij mee kan zijn…

Inspiratie, hm. Zou dit het zijn? vroeg ik me af, even later in mijn flatje. De blauwe bic-pen, want daarmee gaat het begin en de grove schets voor mij, draaide rondjes boven het papier. Er moest iets.

– De man achter zijn pik. Wat is zo'n man zonder? En dan zijn dr ook die met hun pik omhoog zitten, of liever omlaag; lieve mannen voor een leuke babbel, maar ja. En dan zo één die het niet weet, die met zijn candle-in-the-wind gaat staan bij het viaduct. –

Is dit diepzinnig? Nee, platitudes. Inspiratie graag!

De telefoon… Voor mij nog zo'n apparaat met een draad, met een wieltje, en zonder hekje, maar hij rinkelde.

“Ja, met Marsha. Ik heb iets voor je, Muriël, en geen gezeik! Dr zit een verhaal, en zoals eerder: 40% voor mij, of anders fuck ik je in twee helften.”

Tussen ons: Marsha is strafpleiter. Zo eentje waar niet mee te spotten valt. Haar heftige bedreiging bij een aanbod was me niet vreemd, en ik nam aan, haar lang kennende, dat ze eerder een man zou verkrachten. Marsha is een wellustige ijskoningin – o idiote contradictie – pur sang.

Nou ja, daar zit je dan, wachtend op vermeende feiten per e-mail, want bewezen feiten lenen zich minder voor een boek. Absolute anonimiteit wordt ten aanzien van Marsha verwacht, maar dan heb je soms wel een story. En als het loopt neem ik genoegen met 60%.

Okee, het kwam binnen. En het was zo erg, zo goor, die onthullingen uit het penose-milieu, met verbanden naar het soort porno-waar-ik-niet-van-wil-weten, dat het me vreemd te moede werd, ik geen letter op papier kreeg.

Marsha belde weer. “Ik weet van een meidje, Ellen heet ze, op zus-en-zo bureau van politie. Ze weet meer, maar mag dat niet zeggen. Neem 'ns voorzichtig contact met haar op; het is jouw tiep wel: klein, nogal bleu, strak blond staartje.”

Om kort te gaan: met wat handigheid heb ik Ellen ontmoet. Ik smolt voor dat onzeker geval. Een ontroerend meiske, verdwaald in de wereld, en notabene bij de politie. Maar ze wist dus inderdaad wel wat, en in haar onschuld… Alle trucendozen heb ik geopend om haar in mijn flatje te krijgen, en ze kwam uiteindelijk. Ik zwalkte in verwarring. Zo'n mooi jong kind had ik nog nooit binnen gehad; ondertussen waren er 'zaken'. We moesten ons daarop werpen, maar beiden vonden we het te abject om over te schrijven. Zo liet ik haar gaan.

Marsha was furieus. Ze wilde 'haar story' via mij anoniem geplaatst zien, dwong me tot een afrondend – en hopelijk vruchtbaarder – tweede gesprek met Ellen, omdat anders…

En ja, Ellen kwam nog een keer, om het af te ronden.

Toen ging de bel. Er stond een rijzig iemand in een zwarte cape, met een masker voor; ik wist het.

De persoon drong zich naar binnen, zich vergewissend van de situatie. “No deal?”

De cape werd opengeslagen en een enorme voorbinder sidderde ons tegemoet. “'k Heb het gezegd, maar ik heb me een beetje bedacht.”

De persoon welfde zich wulps over Ellen. “Zo, konijntje… Weet jij hoe konijnen het doen? Laat het me zien, of anders laat ik het jou merken.” Met die mededeling gaf ze een bescheiden exemplaar aan Ellen. “Gord maar om, rammelaartje, want anders neem ik jou! En jij, Muriël… Kleed je uit! Op je rug… op dat bed!”

Angst beving Ellen. Met bibberende vingers en tranen in haar ogen bereidde ze zich voor, op mij. Mijn ogen probeerden te spreken, maar mijn verwarring kende geen grenzen. In arren moede ging ze direct, maar o zo voorzichtig – bij me binnen, terwijl Marsha zich aan haar ding stond af te trekken. Toen bond ze dat geweldige apparaat af en sloeg Ellen er mee op haar billen. “Toe. konijn. toe! Dit is haar grootste wens hoor! Dril 'r, naai dr! Laat haar klaarkomen!” Ellen werd tot een felle cadans gedwongen, niet anders wetend wat…

Ik kwam niet, Ellen evenmin; het was te vernederend.

Marsha vertrok.

Ellen huilde, ik gespte haar los. Maar haar… heb ik niet laten vertrekken. We hebben elkaar getroost, die nacht.

 

© Muriël 

 

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  5 comments for “Bij de konijnen af

  1. 4 mei 2007 at 04:13

    Muriël heeft een heel eigen en aparte schrijfstijl … je went eraan en je leert het te waarderen., maar geil word ik er geenszins van. 0 sterren

  2. 4 mei 2007 at 13:24

    Een echte Muriël met zoveel vraagtekens. Is dat erg? Nee, je moet Muriël 'leren' lezen…

  3. 8 mei 2007 at 10:30

    Een heel staccato geschetst verhaal dat ik drie keer heb moeten lezen om het een klein beetje te kunnen volgen. Maar het blijft voor mij te veel van de hak op de tak om het echte Muriel-niveau te halen dat ik gewend ben: hier blijft door de gekozen verteltrant teveel vaag over de relatie tussen de hoofdpersonen, waaruit nou welk verhaal bestaat en waarom de aanstichtster van het verhaal er zo'n brute wending aan geeft. Geweld tussen mensen die elkaar kennen, gevolgd door troost tussen mensen die elkaar nauwelijks kennen. Het gaat aan mij voorbij, sorry.

  4. WB
    8 mei 2007 at 15:00

    Het verhaal mag dan lesbisch bedoeld zijn, voor mij is het ronduit humoristisch. Ik heb er ruim om moeten glimlachen. Muriël ook, denk ik. Bijzonder vaardig geschreven, maar dat zijn we gewend. Om nog eens over te lezen, bij candlelight misschien?

  5. 8 mei 2007 at 17:38

    Lezenswaardig verhaal, waarbij een hoop verbeelding de weg uit de fantasie van de auteur naar de schriftuur niet heeft kunnen maken. Nieteemin goed voor anderhalve ster.

Geef een reactie