Boruni. Roodhuidje met innerlijk stromend negerinnenbloed.

Zomaar een nacht van vrijdag op zaterdag, 01:00 uur. Ik ben aan het internetten. Surf wat rond en besluit wat te gaan chatten, sexchatten wel te verstaan.
Ik type in de witte regel address: http://www.sexchat.nl en druk op enter. Als de pagina geladen is, klik ik het icon sexchat en een login venster verschijnt. Bij loginname typ ik niels71 in, hetzelfde doe ik bij password en klik vervolgens op start. Na een paar seconde kom ik in een vijver terecht met allemaal jongens, meisjes, mannen en vrouwen die op zoek zijn naar maar één ding. Al typend klaarkomen. Veel medechatters strooien met vunzige, banale teksten, zo erg zelfs dat ze gewoonweg door anderen genegeerd worden tijdens de conversaties.
Dan zie ik dat ene Sournis zich in dit schouwspel heeft gemengd. Ik besluit een directe boodschap naar haar te sturen. Een boodschap dus die zij alleen ontvangen gaat. De boodschap luidt: ‘ Ha die Sournis, heb je nog wat spannends aan mij te vertellen, of ben je alleen maar geil. Dat laatste lijkt me overigens zeer prettig, want ook ik tintel’. Nu maar hopen dat ze een directe boodschap terug zal sturen.
En ja hoor, ze beantwoordt me positief en een avontuur voor ons begint. Een avontuur via het internet, die maar liefst drie uur en een-en-vijftig minuten zal duren. Met als hoogtepunt… het hoogtepunt. Met allemaal mooie ingrediënten voor het volgende verhaaltje.

Die ene dag, 4 juli 1999, in Ghana vergeet ik nooit te nimmer meer. Labadibeach heette het plekje waar ik me bevond in het plaatsje Accra aan de westkust van dit mooie en oh zo schone ontwikkelingsland. Ik was er al vier dagen vakantie aan het vieren (nog twee te gaan). Helemaal alleen. Ik was hier A om uit te rusten, B om het land te bezichtigen en C om inspiratie op te doen voor nieuwe verhaaltjes.

Tot rust was ik gekomen, door elke dag zo’n gemiddeld drie uur liggend te spenderen in een hangmat en al lezend te genieten van het zonnetje dat vrolijk fel scheen in de helder blauwe hemel. Begin juli, dus midden in het regenseizoen, dus een onverwachte plensbui was mogelijk, maar regenen deed het gelukkig (tot nu toe) alleen nog maar ’s nachts. Overdag varieerde de temperatuur tussen de dertig en vijf-en-dertig graden, dus ideaal, korte broeken en korte mouwen weer. De rest van de dag gebruikte ik om de beleving van de bevolking te achterhalen en om de streek te verkennen. Op zoek naar de vele tegenstellingen in dit land. Armoede en rijkdom door elkaar heen, verlaten afvalterreinen en prachtige palmbomen, de nachtelijke regen die stromend naar beneden kwam kletteren en de overdagse hitte. Voer voor verhaaltjes was dus ruimschoots aanwezig, maar enkel wat aantekeningen waren de enige krabbeltjes in mijn dus nog te blanco zijnde bloknote.

Het hotel waar ik verbleef had de naam Akosombo. Een normaal hotel zonder te veel toeters en bellen, maar voor Ghanese begrippen een duur hotel, waar alleen rijke mensen overnachten.

Het is avond 21.10 uur en ik wandel mijn hotel binnen. Ik ben net wezen eten even buiten het dorpje in een gezellig restaurantje. Een grote biefstuk met veel rijst, daardoor een volle buik, en al puffend van al dat lekkere eten wil ik de trap op lopen om naar mijn kamer te gaan, om lui te gaan liggen en al uitbuikend televisie te kijken vanaf het bed. Totdat. Ik kijk naar links, zie ik dat goed. Ja natuurlijk zie ik dat goed. Daar zie ik haar. Een blank mooi meisje. Het enige blanke meisje die ik tot nu toe hier heb gezien. Slank, sportief figuur, normale borstomvang, haar blonde haar in een knotje. En haar ogen. Nee, dat zie ik niet. Nog geen kleur te bekennen. Daarvoor staat ze te ver weg. Wat een schoonheid, tegen de dertig schat ik haar. Gehuld in een lange elegante zwarte jurk met hoge openingen aan beide zijkanten. Ze moet van een één of ander gala zijn gekomen, denk ik, anders draag je immers niet zo’n apart kledingstuk. Ze draait zich om met haar rug naar mij toe En wat zie ik nu. Ja, nu zie ik het echt. In haar baljurk bevindt zich een opening rondom haar billen, zodat haar zwarte slipje, dat strak om haar mooie bilhelften zit, zichtbaar is, maar ook weer niet opvalt door al het zwarte. Weer draait ze zich om en nu ziet ze mij. Ze kijkt verbaast, lacht verleidelijk gemeen, en blijft mij nog even aanstaren. Want ook ik val natuurlijk op met mijn blonde uiterlijk in deze donkere massa. Glimlachend draait ze haar hoofd. Ze kijkt wederom, haar wangen tuiten en buigt haar hoofd. Is ze verlegen, denk ik, maar haar ogen keken toch brutaal. Dat zag ik toch zo-even. Ze komt langzaam, voorzichtig, een beetje in mijn buurt. Alsof ze ook de trap wil nemen. Maar dan stopt ze. Ze doet alsof ze kijkt naar de nietszeggende ansichtkaarten die in een rekje staan in het halletje. Ze draait er wat aan. En, wederom kijkt ze. Ze kijkt naar wat ik doe. Of ik initiatief neem misschien. Oe, ik hou het niet meer. Ik moet naar haar toe. Ik beantwoord haar glimlach, door ook te glimlachen en op haar af te lopen. Ik ga aan de andere kant van het ansichtenkaartenrekje staan en draai er een beetje aan. ‘Hnff’, klink al lachend uit haar neus en ook ik lach nu met een zacht geluid.

– Hello my name is Martin, zeg ik terwijl ik mijn hand uitsteek.

– Sournis, zegt ze, en we schudden elkaars handen.

– Sorry, zeg ik, I didn’t hear you good.

– Sournis, betekent onderdanig, zegt ze plots in perfect Nederlands.

– Huh nederlands, zeg ik stomverbaasd.

– Ja, zegt ze, ik ben Nederlandse, maar ik woon hier nu al zo’n vijf jaar. Getrouwd met een Ghanese advocaat.

– Getrouwd, zeg ik wat beteuterd. Tsja, hoe kan het ook anders, wie laat zo iets schoons rondlopen. En huh, hoe weet je eigenlijk dat ik Nederlands ben.

– Gokje, je uiterlijk, je doen en laten, typisch Nederlands, lacht ze. Ennuh je hoeft zo sip te kijken hoor, beantwoordt ze mijn teleurstellende blik.

– Oh hoezo is einde zichtbaar, vlot er hoopvol uit mijn mond, maar baal tegelijkertijd van dat ik dit zeg en laat de vraag wat nou typisch Nederlands is voor wat het is.

– Nee dat niet, antwoordt ze, maar ach.

Maar ach, denk ik. Wat wil ze dan. Gewoon een babbeltje met een landgenoot. Ze is mysterieus, wekt nieuwsgierigheid in mij los, kriebel in mijn maag, in mijn keel, ik voel me rood worden, voel zweetdruppeltjes onder mijn oksels, ik ben verdomme verliefd.

– Ben je hier op vakantie en waar is je man, vraag ik ineens tussendoor.

– Ik ben een beetje op vakantie en mijn man is in het dorp feest aan het vieren met een cliënt van hem plus familie.

– Moet je daar dan niet bij zijn.

– Ik had geen zin meer in al die vreemde mensen, loog dat ik pijn in mijn hoofd had, dat ik moe ben, vandaar. Ik zei tegen mijn man blijf jij maar ga ik vast terug naar het hotel.

– Een beetje op vakantie, reageer ik iets te laat omdat ik haar liet uitpraten.

– Tsja, mijn man is hier voor werk, nog wat zaken doornemen met zijn cliënt en ik geniet van de zon en de omgeving, lacht ze me toe. En jij ben jij hier nog met iemand?

Ik kijk haar aan, en voel een grijns op mijn gezicht verschijnen en denk wat is ze toch ontzettend mooi. Ik wil meer van haar, maar hoe dien ik dat aan te pakken, ze is hier immers met haar man.

– Nee ik ben hier met niemand, ik ben ziels alleen.

– Wat saai, of heb je met je afwijkende huidskleur veel vrouwen om je heen?

– Nou ze kijken wel, maar ik hou toch meer van blond.

Zo die zat, dacht ik. Het floepte eruit, maar de voorzet was gegeven.

Ze lachte weer eens en draaide haar hoofd half om en keek naar de ansichtkaarten en gaf het rekje een draai.

– Zullen we, zeiden we beiden tegelijk en proestten het uit.

– Jij eerst, zei ze.

– Zullen we wat gaan drinken aan de bar, vroeg ik in de hoop dat ze ja zult zeggen.

– Mmm, jij durft een getrouwde vrouw verleiden hè.

– Ik bied je alleen nog maar wat te drinken aan, verdedigde ik me, maar de grijns op mijn gezicht was nog steeds niet verdwenen..

– Of zullen we een wandeling maken, zei ze.

Oe dat is nog spannender, dacht ik.

– Maar de kans dat de lucht strakjes losbarst en dat een hoeveelheid regen over ons neer gaat vallen, is zeer groot, vervolgde ze haar zeggen.

– Ach een beetje regen, wat let ons, laten we de gok wagen, reageerde ik. Ik zag het wel zitten.

– Jaha, maar zie die wolken, die splitsen zich straks en dan breekt hier de hel los. Regen, regen en nog eens regen. We bevinden ons nu midden in het regenseizoen hoor. En zoveel regen dat hier kan vallen, zoveel valt zelfs in Nederland niet.

Je kon merken dat het Ghanese klimaat, na al die jaren, voor haar geen geheimen meer kende.

– Ach kom, we doen het gewoon, je stelt het zelf voor. Dan moet je niet gaan terugkrabbelen, je bent toch een Hollandse meid, grapte ik haar toe.

– Oke, je hebt gelijk, wie a zegt moet ook b zeggen, zullen we naar het strand gaan, nemen we de bossige route, of ken je die al?

– Nee, zei ik, ik ben de afgelopen dagen gewoon via dat asfaltweggetje naar het strand gegaan.

– Oh, dat komt mooi uit, dan kan ik je een mooie rondleiding geven. Kom we gaan.

– Zullen we ons eerst niet omkleden, zei ik. Dit is toch een rare combinatie, ik in mijn korte broek met t-shirt en jij in je sjieke galajurk.

– Wat maakt het uit joh, is toch geinig, ennuh ja we nemen gewoon dat tussendoorpaadje, want dan kunnen we mijn man ook niet onverwachts tegenkomen.

– Oh ja haar man, die was al vergeten, shit. Maar ja.

– Is ie jaloers, vroeg ik bedenkelijk.

– Heel jaloers, en hij is groot, een reusachtige neger met van die spierballen, zei ze op een wijze waarop ouders hun kinderen sprookjesverhalen vertellen.

Ze zag mijn vier dagen gekleurde gezicht iets bleker worden, maar moest lachen en zij dat het allemaal niet zo veel voorstelde.

Ik zuchtte wat van binnen, maar was toch ook niet helemaal gerust. Maar ja deze wandeling, deze ontmoeting, liet ik me nu even niet afnemen. Door niets, dus ook niet door haar net uitgesproken rake en toch ook wel angstige woorden.

– De grote boze wolf, zei ik met eenzelfde sprookjesstem terwijl ik mijn handen de lucht in deed en ermee begon te wapperen.

– Wat heb je een grote mond…, sprak ik verder met een veel te zware stem en met mijn ogen die zowat uitpuilde uit mijn leden.

Ze grinnikte en we liepen verder.

. Waar kom je eigenlijk vandaan in Nederland.

– Den Haag. Vlak bij Scheveningen, ook een mooie kustplaats net als Labadibeach. Maar met een minder mooi strand als hier, zei ik er nog haastig bij.

– Scheveningen, klonk ze enthousiast, daar ben ik vroeger ook wel eens geweest, maar ik ging vaker naar Hoek van Holland. Ik woonde vanaf mijn geboorte in Maassluis. Daar in Hoek van Holland heb ik nog eens spannende momenten beleefd. Mooie herinneringen.

– Oh vertel.

– In één van de vele duinpannen hebben we gevreeën met zijn vieren. Ik, mijn man, en een goed bevriend stel. Met zijn vieren genietend van elkaars lichaam in zo’n zonnetentje, uh strandtentje, met een volle lentezon op ons gericht.

– Oh doe je dat vaak met zijn vieren vrijen. Ik werd nieuwsgierig, wat een spannend stuk zeg, dacht ik en zo, zo, tsja wat eigenlijk, zo mysterieus.

– Nee niet meer het was eenmalig, zei ze met een grijnzende lach op haar gezicht. Het was een soort opvlieging. Ze waren er achteraf allemaal van erg geschrokken. Ik vond het eigenlijk wel spannend, zo heerlijk genietend van andermans meneertje terwijl vrouwtjelief toekeek, of zelfs met mij aan de gang ging. Guh, zo plotseling als dat toen ging. Een onschuldig insmeerpartijtje veranderde in een heerlijke mini orgie.

– Huh, klinkt lullig uit mijn mond.

Zij lacht gemeen, uitdagend zelfs. Wilt ze me shockeren? Haar verhaal vind ik prachtig. Ik kijk naar haar. Zij naar mij. Het zand stuift omhoog, door het half slenteren wat we doen. We schuifelen in looppas richting zee. Ik kijk op mijn horloge, tien minuten voor tien. Het is eventjes stil tussen ons, maar niet voor lang.

– Op naar het Ghanese Scheveningen, schreeuwt ze plots luid tussen de palmen door.

Ik schrik er een beetje van en weet eigenlijk geen raad meer met deze situatie. Ik hier lopend met een vreemde vrouw. Wat is ze van plan. Is ze wel normaal gaat er door mij heen. Misschien is ze wel gek, staat haar man mij wel echt op te wachten. En dan? Zal ik het afbreken deze wandeling, of gewoon de dingen laten gebeuren zoals ze gaan. Ik besluit het laatste te doen, en me niet meer aan al deze gedachtenspinselen te ontrekken. Ik moet om mezelf lachen. Maar mijn hoofd zit vol met vragen aan mezelf. Lul die ik ben. Loop je met een bloedmooi moordwijf, shit bloed, moordwijf nee toch. Loop je met een zeer aantrekkelijke, ogenschouwelijke schoonheid aan je zijde, ga je rare dingen denken, corrigeer ik mijzelf. Profiteren van dit kansje Martin. Laat die man die man. Zij wilde toch naar het strand, ik wilde alleen wat drinken.

We wandelen langs de palmen die er half bij hangen.

– Die hebben zeker regen nodig, zeg ik al wijzend ernaar.

– De koko’s, dat zijn diegene die hangen wel ja, maar de mango’s die daar verderop staan kunnen alleen maar zonlicht verdragen, daar worden ze immers groen en sterk van, geeft ze kundig uitleg .

Koko’s, mango’s, orgies, Sournis, onderdanig, wat een rare combinaties schuilen er toch in deze vrouw, maar toch ook spannend, nogmaals mysterieus een ander woord is er gewoonweg niet voor, bedenk ik me.

– Hoe oud ben je eigenlijk, vraag ik geïnterresserd?

– Raad eens, zegt ze plagerig.

– Mmm, (ik bekijk haar uitvoerig), negen, nee acht-en-twintig, ja acht-en-twintig.

– Dank je wel, glundert ze, één-en-dertig, klikt een beetje schaamterig uit haar mond.

– Eén-en-dertig, zeg ik zeer verbaasd. Tsjee, hmm geinig.

– En jij (nu observeert ze mij van top tot teen), even denken… zes-en-twintig, geen zeven- of acht-en-twintig want je hebt nog dat jongensachtige in je.

– Ik lach.

– Zeven-en-twintig lentes en nog steeds dat jongensachtige in me, corrigeer ik haar half.

We lachen allebei en wandelen verder over het zandweggetje dat eigenlijk alleen bewandeld wordt, bedenk ik mij opeens, door mensen uit het dorp. Dat kan eigenlijk ook niet anders want het is een sneaky-sluiproute-weggetje naar het strand toe, dat zich natuurlijk alleen maar in de gedachte van die mensen bevind. En al die voorbijgangers maar kijken naar ons. Omdat we afwijken. We zijn immers blond. Of kijken ze eigenlijk wel naar mij. Kijken ze niet alleen maar, met hun geilige pretoogjes, richting haar. Ik kijk opzij naar Sournis. Ze hebben gelijk, denk ik. Wat een geile spannende dame eigenlijk. Nou ja dame, ze ziet er nog steeds echt uit als acht-en-twintig deze een-en-dertig jarige. Beginnelijk vrouwelijk, maar nog steeds een beetje meisjesachtig. We horen bij elkaar vind ik. Jongensachtig was het niet.

– Zeker veel aandacht van al die mensen hè, zeg ik een beetje cynisch in haar richting.

– Ja eigenlijk wel. Zo’n boruni komen ze niet vaak tegen.

– Een bo wat?

– Een boruni. Een roodhuidje zoals ze hier de blanke meisjes noemen. En ik ben een echte vinden ze want ik gedraag me als hun. Als een ware negerin. Een roodhuidje dus, met innerlijk stromend negerrinnenbloed.

– En wat is dat voor bloed, vraag ik nieuwsgierig.

– Kijk hoe ik loop, hoe ik swing, hoe relaxed, anders dan de mensen in dat gehaaste Europa. Gewoon negerinnen-bewegingen. Die souplesse dat heb ik allemaal overgenomen.

– Een voordeel is wel dat je er zeer sportief en sexy en daardoor dus zeer aantrekkelijk uitziet, zeg ik haar.

Ik sla mijn rechterarm om haar middel. Het gaat automatisch. Al lopend kijk ik naar haar en denk aan haar. En ik denk ook aan… aan haar man. Shit haar man. Vlug haal ik mijn arm van haar middel.

– Sorry ik liet me gaan.

– Geeft niet, zegt ze. Doe maar. Vind ik wel leuk en lief.

Ze lacht.

We wandelen verder. Al die mensen die naar ons kijken, echt grappig om te zien. Zullen ze denken weer zo’n verliefd stel, dat de eenzaamheid gaat zoeken op het strand. Maar verliefd dat zijn we toch nog niet. Of. Nou ja, ik eigenlijk wel beken ik mezelf. En zij. Tsja zij. Wat is zij.

– Kom laat ik je wat stille plekjes zien. De rotskusten. Allemaal parende tieners. Verliefde stellen. Menig Ghanese is daar ontmaagd. Kom. En mocht het straks gaan regenen, dan zijn die rotsen de ideale schuilplaatsen.

Stille plekjes, verliefde tieners, ontmaagden, schuilplaatsen, gaat er door mij heen. Wil ze dan toch iets van me. Is ze ook verliefd? Zal ik het haar vragen. Nee, nog niet forceren. Langzaam opbouwen. We zien wel waar het schip strandt.

– Het strand, roep ik hard en lach inwendig om mijn eigen woordspeling.

We zien de helder blauwe zee en de uitstekende rotswanden op het strand. Uitstekend heeft een dubbele betekenis vind ik. Het plafond van de rotsen steekt uit, zodat, mocht het straks plotseling gaan regenen we er dus uitstekend onder kunnen schuilen. Maar het weer is nog steeds lekker. Lekker zwoel.

We slenteren wat door het zand dat gemengd is met steentjes en kijken elkaar steeds aan. Ik geniet van de omgeving. Zij geniet ook. Dat zie ik. Ook van de omgeving?

– Het is mooi hier, zeg ik. Mooi schoon.

– Ja hè, zegt ze. Ik zal nooit meer terug willen naar Nederland.

– Oh, klinkt lullig uit mijn mond.

Een glimlach verschijnt op haar gezicht. Haar witte tanden over haar onderlip. Ze buigt haar hoofd op mijn borst. Wat gaat ze doen. Neemt zij initiatief? Zal ik haar op weg helpen? Ze kijkt me aan. Haar ogen, blauw net als de zee, kijken naar boven de mijne aan.

– Mooie groene ogen heb je, zegt ze. En zo lekker blond. Dat is zeer lang geleden. Zo’n mooie blonde man. Ik ben benieuwd.

– Benieuwd naar wat, zeg ik.

– Naar de dingen die gebeuren gaan.

– Soumis, zeg ik met een zachte lacht. Stoute meid. Soumis, de onderdanige. Ben je dat ook?

– Ja, lacht ze. Dat ben ik. Soumis, is mijn naam en mijn karaktereigenschap. Ik laat me graag leiden. Ik ben zeer volgzaam. Daarom ben ik hier ook. Ik neem nooit de eerste stap.

Ze wilt me, anders zegt ze zoiets toch niet.

– Wil je mij, zeg ik te zacht fluisterend.

Ze hoort me niet en ik schrik een beetje van wat ik zo juist gezegd heb.

– Dus je man heeft jou versierd, zeg ik haar luid, zodat ze dat wel hoort. En volgens mij wilde je man ook terug naar Ghana, is het niet?

– Ja, mijn man wilde terug. Hier kan hij zijn werk meer waarde geven. Ik heb hem ontmoet op de universiteit. Leiden. Hij was de enige zwarte in onze groep. En ik houd van aparte dingen, en dus viel ik voor hem. Dat zag hij goed. En zij Ghanezen weten van wanten. Weten van inpalmen. Ze zijn direct

– Inmango-en, onderbreek ik haar.

– Inmango-en, zegt ze met een vragend gezicht.

– Een flauw woordgrapje. Mango, palmen, inmango-en, inpalmen. Sorry, maar ga verder.

Ze grinnikt en moet er dus ook wel om lachen.

– Inkokossen, zegt ze. Nee inmango-en klinkt mooier. Maf.

– Ga verder waar je gebleven was, zeg ik met veel interesse in mijn stem ook al heb ik deze eigenlijk niet. Het moet allemaal een andere wending krijgen deze conversatie, maar laat haar verhaal afmaken, denk ik zo. Wie weet.

– Uuhhh, waar was ik gebleven, vervolgt ze haar verhaal. Inmango-en, inpalmen. Uuh ja, Ghanezen weten dus van inpalmen, dus ging het allemaal vrij vlot. We ontmoetten elkaar voor het eerst in het derde studiejaar. Hij zag mij wel zitten, ik hem ook. Hij vroeg mij een keertje mee uit te gaan en sindsdien zijn we bij elkaar. Dus vandaar.

– Wat voor studie volgden jullie eigenlijk?

– We studeerden allebei rechten. En allebei hebben we de studie met lof volbracht. Hij is daarna nog verder gegaan met een drie jaar durende rechterstudie op Nijenrode. Echter weinigen slagen daarvoor. En men keek op hem neer. Hij was immers zwart. Hij staakte na een jaar. Ik was ondertussen al in blijde verwachting van ons kindje. Ik heb zelfs met een dikke buik examen gedaan.

– Maar waarom wilde hij dan terug naar zijn vaderland?

– Nou, nadat mijn man zijn studentenleven had opgegeven, probeerde hij vervolgens aan de bak te komen bij verschillende advocatenkantoren. Maar bij elke sollicitatie werd hij afgewezen. Geen één keer is hij op gesprek geweest. Waarschijnlijk omdat hij in zijn curriculum vitae bij nationaliteit Ghanees had staan. Na tal van afwijzende sollicitaties zag hij het niet meer zitten in Nederland. Hij wilde terug. Terug naar Ghana, terug naar zijn familie. En jawel hoor eenmaal in hier had hij meteen een baan. En een goede. Hij is nu een zeer gerespecteerd advocaat. Goed onderhouden, door de Nederlandse studie die hij heeft gevolgd. De meeste advocaten hier in Ghana, hebben een normale schoolopleiding. Maar de pienteren van de klas, zijn hier de gelukkigen die bekoren zijn om een mooi beroep uit te oefenen, bijvoorbeeld advocaat. Andere worden dokter of chirurg. Ook voor dat soort beroepen is hier niet veel opleiding nodig, men oefent hier namelijk eerst op dieren. Lukt dat dan is de bejaarde medemens aan de beurt. Gaat dat ook naar wens dan kan men alles denkt men hier.

Ik laat haar rustig praten. Maar ik wil meer. Ik voel het. Weg met die man. Weg. Deze Hollandse schone hier. Zo ver weg van haar vaderland. Die wil ik. Ik houd het niet. Ik houd het … niet. Ik Ik. Ik moet leiden anders wordt het nooit wat. En zei ze dan niet dat ze onderdanig was en dat ze deed wat haar vertelde. Ze is onzeker. Moet ik mijn macht gebruiken. Welke macht. Ik ben toch immers ook onzeker. Of niet. Maar niet zo erg als zij. Ik wil haar. Ik wil. Nu .Nu. Ik . Hoe. Hoe doe ik dit. En zij. Zij praat nog door. Over Hoek van Holland. Over haar succesvolle man. Over -je hebt het goed gezien- deze mooie omgeving. En alles met die mooie glimlach.

Als we het strand bereikt hebben stop ik. Mijn rechterhand om haar middel voel ik iets in haar lijf drukken, daar zij nog een stap doet. Maar ook zij stopt nu. Ik moet initiatief nemen, anders wordt het niets.

– Kijk de zon aan de hemel, kijk die mooie palmen met volle bladeren. Kijk ons, begin ik poëtisch.

Ze lacht. Mijn rechterhand verdwijnt van haar middel en ik laat het rusten op haar linkerwang. Met mijn mond kom ik dichterbij bij de hare. Ze trilt. Van angst?

– Wees niet zo onzeker, boruni. Je bent mooi, fluister ik haar toe, maar zo zodat ze het nu wel verstaat.

Ik wil haar kussen, en daarna strelen en daarna, daarna…. Ook zij brengt haar mond dichterbij. Ze wilt dus wel. Mijn mond laat ik langs de hare gaan en kus haar teder op haar wang. Nee nog niet direct, op de mond, rustig opbouwen. Ze ruikt lekker. Ghanees. Hoe ruikt Ghanees? Als een tropenvrucht. Rijp, klaar om gepelt te worden. En als de schil er van af is. Dan . Mmmmm wat een geur en wat een smaak. Die zachte huid. Niet verbrand zoals alle blondjes wel doen, nee mooi blondbruin gekleurd. En niet dat gehoutskoolde. Mooi. Echt. Mmm. Haar hand glijd eindelijk ook over mijn middel.

– Oh die zachte wangen van je, fluister ik verder. Ik tintel. En jij. Jij….

– Ja ik ook.

Ze voelt zich opgewonden. Ik hoor haar knorren als een biggetje, maar ook oogt ze onzeker. Bang voor haar man?

– Je bent lief, zeg ik. En mooi. Heb je angst. Krijg je medelijden.

– Nee dat niet. Ik weet niet. Het is zo, zo spannend. Jij en ik. Ik ken je niet eens. En we vrijen, nou ja bijna vrijen, nu al met elkaar.

– Wil je dan niet.

– Jawel heel graag.

Ik zucht van opluchting,.Mijn hand glijdt ongemerkt naar haar achterste. Door de opening van haar jurk voel ik haar billen in haar zijden zwarte slipje. Ze doet automatisch haar benen iets opzij om meer ruimte vrij te maken. Zodat mijn hand de route kan vinden. Ze krioelt.

– Ja doe maar. Ga maar met die hand, fluistert ze in mijn oor.

Ik hou het niet meer. Ik wil haar op haar mond kussen, nee haar tong proeven. En mijn hand, die verdwijnt in haar slipje. Mijn mond gaat wederom richting de hare. Ik proef haar lippen met mijn tong. En ja dan doet ook zij haar mond open. En ik glij met mijn natte rode lap over de hare heen. Onze lippen sluiten zich perfect aan elkander aan. En we rijgen onze tongen ineen. En draaien. Draaien. De andere kant op. Ook zij. Beiden in tegengestelde richting. We ademen door de neus. Mijn hand in haar slipje gaat onderwijl hevig te keer. Ik graai gevoelig naar alles wat ik voelen kan. Mijn middelvinger verdwijnt half in haar poepgaatje. En mijn andere vingers circuleren daar wat omheen. Dan opeens gaat ze met haar hoofd naar achteren. Ze hapt naar adem.

– Ga door met die hand. Mmm, je windt me op.

Haar beiden handen klemt ze nu op mijn hoofdzijkanten en begint me hevig te zoenen. Af te lebberen.

– Kom, zegt ze, speel met me. Aaah. Ja lekker. Jij vreemdeling.

Mijn vinger haal ik eruit. En ik laat mijn hand wat naar voren komen, zoekend, tastend naar haar vochtige kutje. Die vind ik gemakkelijk en mijn vinger wordt, door na het volgen van haar geilheid, volledig opgeslurpt tussen haar beiden schaamlipjes.

– Speel ook wat met mij alsjeblieft, fluister ik in haar oor.

Ze streelt met haar handen door mijn haren, verwijderd haar mond van de mijne, mij achterlatend met haar speeksel op mijn nog naar buiten stekende tong.. Maar ik duw ‘m wederom naar binnen en zij gaat ondertussen met haar handen over mijn gezicht, over mijn hals, naar mijn borstkast, naar mijn buik.

– Lager, lager alsjeblieft, lager naar mijn, mijn… oohh aah.

Ik slaak een gilletje van opwinding. Haar hand is verdwenen in mijn sportbroek, in mijn onderbroek. En ze speelt .

– Zo jij bent opgewonden zeg. Ik voel het, zegt ze, na het happen naar wat adem.

– Nou en of, zeg ik hijgend. De hele tijd al, vanaf het moment dat ik je zag. Maar ik durfde het niet te vertellen. Bang dat je mij. Ohh.

Ze schuift langzaam met haar nagel over mijn lid, die op klappen staat.

– Bang dat je mij, herhaal ik weer, alleen verdacht van…

– Ik kan mijn zin niet afmaken want ze stelt al een wedervraag.

– Verdacht van, lacht ze gemeen. Is dat dan niet zo.

– Jawel een beetje wel, maar je keek zo verlegen en ik wist niet of je dit wel wilde. Ik was bang dat je me meteen zou negeren.. Maar nu.

– Dit is ons moment zegt ze. Ons geheimpje, ons lekkere moment.

– Je bent vochtig, zeg ik. Doe alsjeblieft je jurk uit.

Ze doet wat ik zeg, en onhandig doet ze haar rok naar beneden. Onhandig omdat alles plakt. Het zand op haar billen, het zweet. Mooi dat is het wel.

– Het is nog steeds warm, ook al is het laat en kan het straks gaan regenen, zegt ze opeens serieus.

Ik lach.

– Doe je ogen maar dicht.

– Doe maar met me wat je wilt, antwoordt ze me.

Ik trek haar bh over haar hoofd uit en zie haar mooie spitse borsten tevoorschijn komen. Onder haar kleding leken ze niet zo groot. Maar zo ontbloot liggen ze goed in de hand, merk ik. Ik wil ze likken. Mijn mond gaat richting rechter tepel en ik behap het voorzichtig.

– Bijt er maar een beetje in, zegt ze opeens op een minder onderdanige toon.

Mmm mijn tandjes verkennen zachtjes bijtend haar hard geworden tepeltjes. Ventieltjes zijn het. En zij. Zij heeft inmiddels wederom mijn lul gevonden. Haar hand is mijn sportbroek nogmaals binnengegaan en omringt mijn al vanaf het begin hard zijnde pik. Ze knijpt er beetje in. Ze streel mijn ballen. Telt ze. Ik voel het.

– De ene is groter dan de andere, fluistert ze in mijn oor.

– Daar zit iets meer geil in, grap ik terug.

Ze moet er om lachen en glijdt haar hand richting middel en daarna over mijn bil. Mijn middelvinger haal ik uit haar natte klitje en buig mijn hoofd, ik ga er naar toe. Haar mond gaat richting mijn pik en op plagerige wijze blaast ze haar adem rustig uit over mijn roodgloeiende eikel. En dan haar tong. Zachtjes draait, glijdt ze langs mijn al maar groter wordende lid. Beiden zijn we met onze monden elkaars geslachtsdelen aan het bespelen. Standje negen-en zestig dus. Mmm wat lekker. Lekker zoet haar pas geschoren kutje. Zo zoet. Sappig. En die lipjes, blubberen lekker terug als mijn tong er over heen is geweest. Mijn tongpuntje duw ik naar binnen en ik ik laat ‘m bewegen. Op-en-neer, heen-en-weer, dan weer links draaiend, dan weer rechts en alles in willekeurige volgorde. En ze kreunt hmm, maar ze vergeet mij te pijpen, daar ze krioelt van genot, mijn poesje mauw.

– Ik wil meer, roept ze. Meer. Kom maar. Doe het dan alsjeblieft. Doe het. Meer wil ik.

Mijn tong gaat sneller, heviger, vuriger te keer. En dan stop ik.

– Ga maar op je rug liggen. Ze luistert wederom naar me en laat zich dus wederom dirigeren. Ik begeef me boven haar, en met veel preciezie schuif ik mijn op volle sterkte gezuigde lul bij haar naar binnen. En ik begin te stoten. Op-en neer. Langzaam, dieper, sneller, harder, korte en lange halen afwisselend.

– Jaa lekker, zucht ze terwijl ze haar rug kromt zodat haar borsten mijn kin raken.

– Geniet je, vraag ik.

– Mmmmm, kreunt ze.

Ja dus denk ik. Ze heeft haar ogen dicht en ja ze geniet, ik zie het en ik geniet ook. Op deze juli-avond, onder een rotswand aan de kust van Labadibeach in het Ghanese plaatsje Accra. Haar ogen gaan open, ze kijkt me aan, haar kin trekt op, haar mond wordt wijder, haar wangen boller, ze lacht.

En ondertussen als ik dit schrijf speelt George Baker op de achtergrond zijn opnieuw uitgebrachte Little green bag via mijn computer al swingend de huiskamer in. Jump to the left, jump to the right. Looking upstairs, looking behind.. En in gedachten neuk ik op het ritme van de muziek mijn blanke boruni. Looking for some happiness, but there is only lonelyness to find. En dan de lesbino Mathilde Santing. Here I go, how to see again. The sunshine feel trough my hair. Look where I’m standing. Here on my own again. En… No need to run and hide. It’s a wonderful, wonderful life. Girls in the sky and in mine blue eyes.

Ze pakt mijn handen en brengt ze naar haar borsten.

– Steun hier maar op. Knijp en druk ze fijn. Doe maar even. Maar wel ritme houden hoor.

I want it that way van de Back Street Boys is aan de beurt. You’re my fire, the one, desire. Believe when I say. I want it that way. You are…

Tell me why…. I never wanna hear you say. I want it that way.

Maar dat gaat voor mij niet op, want nu luister ik ineens naar haar, wat zij prettig vind. Oh grote god, die borsten. Wat zijn ze mooi. En ja, ik knijp ze zacht. Ze kreunt. En ik stoot, stoot nog steeds door. Niet meer zo snel. Dat lukt niet meer. Maar wat een houvast. Ooh ik stoot.

– Neem me vanachter alsjeblieft. Dat heb ik nog nooit ervaren. Maar nu is het het ideale moment. Ik voel het. Met jou.

Ik ga uit haar en laat haar rustig omdraaien op het plakkerige zand. Ik veeg wat zand weg van haar billen, die flink zijn bezweet. Maar dat zal nu wel erger worden, bedenk ik me. Ze ligt nu plat op haar buik, klaar om de mijne te ontvangen. Echter zo zal het niet lukken, dus ik til haar middel iets omhoog, zodat haar kontje naar boven steekt. Ze laat zich leunen op haar ellebogen waarop ze haar rechterwang heeft neergelegd en over haar linkerschouder kijkt ze naar de activeiten die achter haar gaande zijn. Gemakkelijk vind ik haar bilgaatje en in één keer zonder tegenwerking verdwijnt mijn lul langzaam bij haar naar binnen. Zo geil is ze. Ze hapt naar adem, maar het is snel gewend, daar het ritme zich aanpast, zodat bij iedere penetratie van mij haar uitpuffing hoorbaar is.

– Oh dit vind ik het lekkerste op sexgebied, zeg ik haar, terwijl ook ik naar lucht begin te happen.

– Dit, is, zo, lekker.

Elke lettergreep zegt ze na ieder stootbeweging van mij. Dit gaat niet lang meer duren. Ik zweet over mijn hele lichaam en ik heb moeite haar middel vast te houden, want ook zij glibbert hevig. Ik pomp en pomp en pomp.

– Ik ga zo komen, kreun ik. Wil je het opvangen?

– Nee, spuit me vol, alsjeblieft Heerlijk je bent zo lekker. Spuit dat hete geil van jemaar in me. Jaa, ooh, jaa. Dieper, harder.

– Ik hou het niet meer, aah, ik hou het niet meer, ik hou het, aaahhhhh.

Mijn buik valt voorover op haar rug en haar middel valt in het zand en dat alles met mijn pik nog in haar.

– Mmmmm, aaaaah, gilt, kreunt ze.

Ik laat mijn sperma in haar leeglopen en voel het weer uit haar, langs mijn eikel tussen mijn schaamhaar mengen.

– Ga nog even door, vraagt ze. Dan kom ik ook zo klaar. Probeer het nog even.

Ik stoot moeizaam nog drie keer. Eigenlijk twee-en-een half en dan kreunt ook zij van genot. Via haar bilgaatje heb ik haar poesje drijfnat weten te krijgen.

Nog maar een keertje George Baker. Jump to the left, jump to the right. Looking upstairs, looking behind. Looking back on the track, with my little green back. In the sack in the night, it’s silent today. Het liedje slaat helemaal nergens op. Maar het swingt als een tierelier. Alright, just one time again. Looking for some happiness…….

– Hoe laat is het eigenlijk, vraagt ze terwijl ze haar kleren langzaam aantrekt.

– Vijf-over-half-elf, antwoord ik haar nadat ik me weer in mijn sportbroek heb gehuld.

– Tijd om terug te gaan, vind je niet. Mijn man zal zo ook wel komen.

Een hevige donderslag barst los. De blauwe lucht veranderd in korte tijd in een grijze.

– Oh nee hè, niet nu, zegt ze al balend. Regen of geen regen ik ga terug. Mijn man zal wel denken waar is ze.

– Maar hij is toch op dat feestje. Joh die vermaakt zich wel.

– Ja maar hij zou het niet te laat maken.

Ze is al weer bijna aangekleed en wringt zich tenslotte nog snel in haar rechter doornroosje schoentje. Ook ik doe mijn gymschoenen aan en daarna, nadat ik het zand eruit heb uitgeschud, het witte t-shirtje.

– Ik weet niet wat jij doet maar ik ga.

Ze draait zich van me af, stapt door de dikke vallende regendruppels heen en ik zie haar drijfnat worden. Het doet haar niets en wandelt verder. Ook ik word natuurlijk nat en daar baal ik enorm van. Ik wil schuilen, maar ook haar weer niet alleen terug laten gaan.

– Sournis, roep ik haar na.

Ze draait zich om en ik zie de hard zijnde tepeltjes door haar zwarte jurk komen.

– Ja wat is er. Kom vlug.

– Ja maar.

– Kom nou, anders ga ik alleen verder hoor.

Ik loop naar haar toe en sla mijn arm om haar middel.

– Maar was dit het dan, vraag ik een beetje bedroefd.

– Ja dit was het. Dit was ons moment. Maar nu gaan we oke.

– Ja maar.

– Dag, Martin.

Ze loopt weer verder, daardoor moet ik los laten, maar ik ga achter haar aan. Haar tempo versnelt.

– Waarom zo’n haast. Ben je bang voor je man? Gaat ie iets merken, denk je.

– Hij gaat natuurlijk om uitleg vragen als hij mij niet in de kamer of aan de bar aantreft. Ik had toch hoofdpijn, zegt ze al wandelend

We lopen wederom een versnellinkje hoger over hetzelfde zandpaadje, terug richting hotel. De mooie mango’s en kokossen zien we nu niet. Ook praten we niet veel. Maar ik loop met haar mee. Haar jurk is vies. Zand en regen, dus besmeurd met modder. En ik herken mijn gymschoenen niet meer. Een lichtflits. En niet zo’n zachte ook. We zien mensen schuilen onder rietdaken en wij, wij zijn de enige die zo maf zijn om ons door deze waterval heen te wagen.

– Hoe laat is het, vraagt ze bezorgt.

– Kwart-voor-elf.

– Shit.

Ze begint te rennen, en ik ren maar mee. Lullig achter haar aan. Nog twee keer vraagt ze hoe laat het is, en twee keer geef ik antwoord, en steeds vraag ik waarom toch die haast, maar ze geeft geen antwoord, ze rent alleen steeds sneller. Het einde van het zandweggetje is nabij en ook het hotel is nu zichtbaar.

– Hoe laat is het?

– Vijf-voor-elf.

– Okee, wacht jij hier, dan ga ik eerst het hotel binnen en dan kom jij vijf à tien minuten na mij, goed?

– Huh, hoezo dat.

– Alsjeblieft, toe. Ik wil niet dat iemand me met jou ziet, hier.

Ze geeft me nog een hartstochtelijke kus, die ik ook stevig wil beantwoorden, maar zij laat los.

– Je was grandioos, dank je wel, zegt ze al knipogend.

– Zien we elkaar nog, roep ik haar vertwijfeld na.

– Dat denk ik niet. Sorry. Morgen en overmorgen ga ik met mijn man mee, winkelen, wat van de omgeving bekijken, en misschien ga ik wel weer met hem mee naar zijn cliënt. Ligt eraan of ze nog wat te bespreken hebben.

– Dus dit was het, zeg ik wederom op een beteuterde wijze en voor de zoveelste keer.

– Dit was het.

Ze legt haar rechterhand op mijn linkerwang en laat hem langzaam wegglijden.

– Nou doei, ik ga.

Ze draait zich om, loopt richting hotelingang en ik zie haar bij binnenkomst links afslaan. Ik snik een beetje en voel een traantje, maar die verdwijnt vanzelf door al de regen. Drijfnat ben ik, maar dat deert me niet. Daar sta ik dan en ik moet nog vijf minuten wachten ook. Ze is bang, bang om gesnapt te worden. Kan niet anders. Maar aan de andere kant ook weer niet, want anders deed ze dit allemaal natuurlijk niet. Mysterieus. Dat is ze. Mysterieus.

Drie minuten over elf wijst mijn horloge aan, als ik ook richting hotel stap. Als binnen kom, kijk ik naar links en ik zie bij de bar Sournis met een zwarte man druk praten. Ik zie dat ze hem iets probeert duidelijk te maken. Haar man waarschijnlijk, die om uitleg vraagt. Zal ik er naar toe gaan, denk ik. Nee laat ik verstandig zijn en Sournis’ raad opvolgen. Dus besluit ik regelrecht naar mijn kamer te gaan. Ik kleed mij uit, droog de regen van me af en schakel mijn wereldontvanger aan, die nog steeds staat afgestemd op radio wereldomroep. Vervolgens ga ik naakt op bed liggen en hoor dan opeens de nieuwe zomerhit van Blof, Ik ben niets dan dit, uit het apparaatje de kamer ingalmen. Ik sluit mijn ogen en luister:

Doe je jas uit

Maak je haren los

Kom heel stil naast me liggen

Licht je op

Raak me even aan

Bijna alles is teveel nu

Is te veel nu

Ik ben niets dan dit

Ik ben niets dan dit

Ik ben niets dan dit

Wat jij voor je ziet

Neem de klok mee

Zet ‘m ongelijk

Laat de wijzers draaien

Pak je schoenen

Zet ze uit de pas

Ik zal de doos bewaren

Tot ie vol is

Ik ben niets dan dit

Ik ben niets dan dit

Ik ben niets dan dit

Wat jij voor je ziet

Wees nog even stil

Wees nog even zoals nu

Wees nog even hier

En doe dan maar de deur dicht.

Ik ben niets dan dit

Ik ben niets dan dit

Ik ben niets dan dit

Wat jij voor je ziet

Als Pascal Jacobsen, de leadzanger van Blof, zijn stem doet rusten, schakel ik de radio uit om vervolgens de hoofdrol in een diepe, een zeer diepe, en een mooie, en ja zelf een natte droom te spelen. Ik (nat)droom deze nacht van Sournis.

Einde.

Dankwoord:

Een woord van dank gaat uit naar A Sournis, een zeer geil Nederlands meisje wonend in Ghana met wie ik dit sexavontuur via http://www.sexchat.nl al typend (virtueel dus) mocht beleven en B Marcel Jacob die mij via zijn Ghana-website en reply-email (zie onderstaande email-conversatie) antwoorden gaf op de ontbrekende vragen, waardoor ook de nodige details goed naar voren komen in dit verhaaltje.

Email-conversatie

—–Oorspronkelijk bericht—–

Onderwerp: Vraagje omtrent Ghana

>Goedendag.

>Mijn naam is Martin la Faille. In mijn vrije tijd schrijf ik verhaaltjes over dingen die ik heb meegemaakt (leuke en minder leuke) of gewoon fantasieën, of beide gemengd. Nu wil ik een verhaaltje schrijven over een ontmoeting met iemand uit Ghana. Het gaat zich afspelen in een kustplaats, daar waar de stranden wit zijn en het water helder blauw. Stranden met een rotskust, maar ook met zand! Ik zelf ben echter nog nooit in Ghana geweest maar heb er toch een vraagje over:

>Martin, excuses voor het wachten maar desalniettemin…

>Kunt U mij een mooie kustplaats vertellen (schrijven) waar de stranden wit zijn, het water mooi helder en waar het rotsig is.

>Een mooie kustplaats voor het toerisme is ”Labadi-beach” in Accra. Ik moet je teleurstellen t.a.v. ‘witte stranden’: die zijn er niet…. Het water mooi helder? is mij niet opgevallen. Geen rotsige stranden. Ga hiervoor naar landen als Tanzania, Soedan of Mozambique (Oost-Africa)

>En waar eventueel veel toerisme heerst. Accra, Ada (Volta-rivier); in het zomerseizoen: Akosombo, Takoradi Zijn er bijvoorbeeld palmbomen in Ghana. Palmbomen overal: Kokos, Mango Hoe zien de huizen eruit? Is erg verschillend: afhankelijk van de stad/dorp en regio (ik ben lang niet overal geweest) Heerst er veel armoede. Of is er ook rijkdom te speuren.

>Armoede en rijkdom is overal. Ghana balanceert op de wip van ontwikkelingsland en economie naar Westerse maatstaven: veel te doen.

>Kunt U mij iets zeggen (schrijven) van het regenseizoen. Wanneer is dat bijvoorbeeld.

>Nu! Juli, Augustus, September (heeft te maken met moessons)

>Hoeveel graden is het in Ghana omstreeks de maand Juni. Wat voor weer is het uberhaupt in deze maand.

>Ghana kent geen zomer of winter (nabij equator). Gemiddeld (kijk op CNN-text pag. 465): 30 C >Zijn ghanezen nieuwsgierig, meegaand of onzeker? Ik werk met Ghanezen en het karakter is strek afhankelijk van herkomst (Afrikaans, Aziatisch of Europees. ‘Standaard’-Ghanezen zijn bijzonder hartelijk en gastvrij maar enige sceptica valt inderdaad te bespeuren.

>Hoe kijken ze naar blanken (Naar blonde mensen)? White people have money, toch? Ga naar een lokale discotheek en zoek een leuk meisje uit. Keuze genoeg en bijna iedereen valt voor je! Geldt met name voor blanke dames….

>Wonen er ook Nederlanders in Ghana?

>Plenty

>Zo ja, wat doen zij daar. Wat voor werk?

>Handel: tweedehands auto’s en aannemers

>Kunt U mij misschien een naam van een hotel geven in een van die kustplaatsen?

>Mooi hotel: Akosombo (geen kustplaats maar prachtig natuurgebied); Ada (bootverhuur).

>Allemaal vragen (waarbij sommige misschien ook in boeken zijn te vinden) waarop U waarschijnlijk een antwoord weet. Ik dank U alvast hartelijk, voor een beeld van Ghana en de doorsnee ghanees.

>Geen dank, Excuses voor de summiere antwoorden. Indien je meer wilt weten; mail gerust. Groeten, Marcel

Post navigation

Gerelateerde verhalen

Geef een reactie