Carnavalshuwelijk

Onze relatie houdt al zeven jaar stand, en dat is langer dan mijn en haar huwelijk. Wij zijn carnaval-lovers, Tineke en ik. Versta me goed: dat betekent niét dat we van carnaval houden, haha, juist niét! Maar wij hebben alles aan carnaval te danken en zo hebben we samen tot een carnaveleske daad besloten die zijn weerga niet kent….

Het is voor iemand van boven de rivieren goed toeven in het zuiden, behalve tijdens die verrekte vijf dagen in februari. Mijn vrouw komt er vandaan en is er gek op, ik woon er nu zelf al negen jaar, maar kan er nog steeds niet aan wennen. Ik heb het geprobeerd, in het begin, maar het was hopeloos. Mij overvalt een enorm gevoel van gêne, ik kan het niet helpen, het is aan mij niet besteed. Maar mijn vrouw misgun ik het niet, die mag de hort op, maar laat mij maar lekker thuis!

In 1998– Magda en ik woonden toen nog samen – kwam de omwenteling die ik nu ga beschrijven.

Het was de eerste van die beruchte dagen, vrijdag, dat ik mij mismoedig in het enige café bevond waartoe de carnavalsgekte geen toegang had. Het lag aan de rand van de stad en ik had deze oase het jaar daarvoor bij toeval ontdekt. Een rustige, al wat oudere kastelein, runde er wat mij betreft een puike bruine kroeg en ik was er sindsdien al een aantal keren geweest, ook met Magda, die het echter maar een ouwelullentent vond. Nu, met carnaval, was het the place to be. Want we wonen in de binnenstad en daar is het niet te harden met die hossende gekken.

Het was er niet druk die avond, vanzelfsprekend! Een paar man aan het biljart, twee darters en ik zei de gek, hangend aan de bar en met de kastelein filosoferend over het leven, toen zij binnenkwam. Geen spetter van een meid, geen opgedirkte troela, maar gewoon een vrouw en vrouwen kwamen hier niet vaak, en zeker niet alleen. Er viel een schok van stilte, toen ze onvervaard haar dikke jas in de hoek van het café aan de kapstok hing en in spijkerbroek en grijze trui op de bar af stevende, maar nadat ze naast me was aangeschoven ging iedereen weer aarzelend zijn gang.

Ze dronk Bacardi coke en ik voorzag haar hulpvaardig van een tweede drankje toen ze aanstalten maakte weer te vertrekken. Ze zag er beslist niet onaardig uit, een jaar of dertig, mijn leeftijd, en we bleken een gemeenschappelijke vijand te hebben: carnaval. Haar vriend hield ervan en zij baalde ervan. Bekend gegeven. Ze was grappig, nam geen blad voor de mond en zei ongezouten hoe ze over alles dacht. Dat bleek wel bij de derde Bacardi coke die ik haar aanbood.

“Je wil me toch niet sjanzen hè?”, vroeg ze, maar schoof haar glas gewillig bij. Bert, de kastelein, schoot ervan in de lach, en ik, die die uitdrukking nog nooit had gehoord had, maar natuurlijk wel begréép, haalde nonchalant mijn schouders op en zei iets in de trant van “Ach, ik zou het slechter kunnen treffen…”

Ze ging er niet op in en ook in de rest van geanimeerde conversatie liet ze niet blijken ergens op uit te zijn. Ze vond het wel gezellig en ik ook, en zo bleven we hangen, tot tegen middernacht, sluitingstijd wat deze kroeg betrof. Hoewel ze aardig wat achterover had gekeild, leek van enige beschonkenheid geen sprake te zijn. Ze sprak nog net zo helder als in het begin en ook toen ze opstond om haar jas te gaan halen liep ze nog kaasrecht.

“Interessante vrouw”, dacht ik, “jammer dat de kroeg sluit…” En ineens bedacht ik iets. “Zeg Tineke, ik bestel een taxi, wil je zo ver meerijden?”

“Nee”, schudde ze beslist haar hoofd, “Ik ga lopen…”

Lopen? Naar de stad? Dat was wel een uurtje steggelen! En het was behoorlijk koud, al regende het voor het eerst sinds een week niet.

“Is goed voor je”, lachte ze, “kunnen die alcoholdampen eruit!”

“Wil je dat ik met je mee loop dan?”, vroeg ik zo naïef als een kind.

“Mág”, haalde ze haar schouders op, “hoeft niet.”

Ik was nog nooit zo snel van gedachten veranderd!

Buiten haakte ze haar arm in de mijne en ik voelde me op wolken lopen. Ik probeerde een onderwerp van gesprek aan te kaarten, maar ze zei: “Laten we gewoon stil lopen. Straks is er weer voldoende lawaai.”

Halverwege passeerden we het park. De snelste weg was eromheen, maar ik wilde helemaal niet snel zijn. Het duurde zeker nog een uur of vier voordat Magda al dan niet kachel thuis zou belanden. Het leek wel alsof ze mijn gedachten kon lezen.

“Wil je door het park?” Het waren de eerste woorden sinds bijna een halfuur en in de ijzige kou kwamen ze bijna zichtbaar uit haar mond en het leek wel of ze een veelbetekenend kneepje in mijn arm gaf.

“Ja, laten we dat doen”, zei ik schor.

Opnieuw vervolgden we zwijgend onze weg, over de kronkelige paadjes, over het bruggetje tot aan de stenen muziekkiosk waar in zomerse tijden door de plaatselijke fanfares niet onverdienstelijke concerten werden georganiseerd.

“Zullen we even naar boven gaan?”, kneep ze haar armspieren om de mijne.

Zes zeven brede treden gaven toegang tot het kale platform, met alleen aan de achterzijde een oprijzende stenen muur. Ze maakte zich los uit mijn arm en liep naar de rand, vanwaar je de lichtjes van de stad kon zien. De wind leek hier krachtiger en ze dook wat dieper in haar kraag.

‘Koud hè?”, constateerde ik overbodig.

“Hm, hm”, bevestigde ze bibberend, “maar daar kun je wat aan doen…”

Ze dribbelde op de muur af en knoopte haar jas open. Ik staarde haar verrast aan en voelde het bloed, voor zover nog aanwezig, uit mijn gezicht wegtrekken.

“Kom maar, doe niet zo schijnheilig”, stak ze uitnodigend haar armen uit.

Met één pas was ik bij haar. Ze sloeg haar armen om mijn nek en we wisselden nieuwsgierig onze eerste zoen. Haar dartele tongetje smaakte zoet naar rum en de vlam van begeerte sloeg over. Mijn handen schoven onder haar truitje en ze drukte goedkeurend haar onderlijf tegen het mijne toen ik haar wulpse tietjes vond, niet gehinderd door een beha.

Jouw huis of het mijne?, had ik willen vragen, maar ze maakte zich los uit mijn armen en gaf me glimlachend een tikje op mijn neus.

“Verder kan ik niet gaan lieverd”, zei ze zacht. “Sorry…”

Ik keek haar bedremmeld aan. Ik stond in vuur en vlam en alle tekenen wezen erop dat voor haar hetzelfde gold.

“Waarom niet?”, vroeg ik haperend.

“Dat weet je best…” Ze knoopte haar jas dicht en wendde haar hoofd naar de stad. “Dáár zijn twee mensen aan wie we moeten denken”, knikte ze. “Hoe jij het kunt verantwoorden weet ik niet, maar in ieder geval kan ik dit Felix niet aandoen.”

Mijn broek zakte af, maar helaas alleen figuurlijk en om de verkeerde reden. Ik stapte op haar af en mocht een arm om haar schouder leggen, maar toen ik haar opnieuw naar me toe wilde trekken, weerde ze me af. “Nee, laten we nou verstandig zijn…”

Verstandig? Mijn verstand was stil gevallen toen ik haar hunkerende schoot tegen mijn ballen en haar tieten in mijn handen had gevoeld.

“Verlang je zo naar me dan?”, vroeg ze toen ik een getergde kreet niet kon onderdrukken.

“Natuurlijk!”, greep ik haastig de kleine kans die ze me daarmee toch weer leek te bieden. “Meer naar wat of wie dan ook. Ik zou er alles voor over hebben!”

Het antwoord dat ze gaf, lief en zacht, maar juist daardoor zo verbijsterend, schokte de wereld: “Trouw dan met me.”

“Wat!?” Ik liet mijn hand van haar schouder vallen en staarde haar aan alsof ze van een andere planeet kwam. Alleen zag ze er voor het laatste veel te lieftallig en bekoorlijk uit.

Ze lachte geluidloos. “Blijkbaar heb je er toch niet álles voor over …”

“Maar het is toch ook krankzinnig”, struikelde ik stotterend over mijn woorden. “Jij hebt je Felix, ik mijn Magda…, en nu zou ik ineens met je moeten trouwen om met je naar bed te mogen….?” Ik hapte ongelovig naar adem en liet er dom op volgen: “Nog afgezien van de tijd die het kost om zoiets te regelen!”

“Tien minuten!”, zei ze laconiek.

“Hoezo tien minuten?” Kwam ze dan tóch van een andere planeet?

“Een carnavalshuwelijk”, zei ze luchtig. “Dat kan in tien minuten geregeld zijn….”

Een carnavalshuwelijk! Ik had met een gevaarlijke gek van doen, maar dan wel een gek met een beloftevol lichaam, zoals ik éven had mogen voelen, en daarom liep ik niet meteen weg, zéker niet toen ze zich ook nog een beetje aanhalig tegen me aan drukte.

“En wat is dat dan wel, een carnavalshuwelijk?”, steunde ik vertwijfeld.

“Een vrijbrief om me te neuken”, antwoordde ze losjes. “Maar alleen met carnaval!”

“Alleen met carnaval…”, herhaalde ik ongelovig. “En kun je dát Felix wél aandoen?”

“Ja…” glimlachte ze, “dat wel…” En de uitleg die daarop volgde was het meest bizarre dat ik ooit in mijn leven te horen had gekregen. Aan alle twijfel werd echter een eind gemaakt toen ze besloot met: “Zullen we dan maar, want nu begint het echt te bránden tussen mijn benen!” Mijn lul knikte en ik knikte mee. Daarop nam ze een mobieltje uit haar zak en zette de voorbereidingen in gang…

Het was een minuut of tien lopen, maar van die merkwaardige wandeling, waarbij ze gemonterd gearmd naast me liep, herinner ik me nauwelijks meer iets. Het avontuur dat ik op het punt stond te gaan beleven was te onbevattelijk, too far out. Magda en ik speelden ook wel eens spannende seksspelletjes, maar wij waren klunzige amateurs vergeleken bij Tineke en haar Felix, want ga maar na….

“Há, ze zijn er al!”, kirde Tineke vergenoegd toen we bij een heel gewoon rijtjeshuis waren gekomen. De moed zakte me nu toch bijna in de schoenen, want had ik altijd nog ver in mijn achterhoofd het idee dat ze blufpoker had gespeeld en me bij haar thuis zou verklappen dat ze me alleen had willen testen, dat kon ik écht wel vergeten toen ze niet zelf de deur opende met een sleutel, maar aanbelde. Dong, dong!

“Bruid en bruidegom?”, vroeg de man die de deur opende. Ik had in deze tijd op z’n minst een of andere idioot verklede figuur verwacht, een boerenkiel, een gordijn, en wat heb je al niet, maar hij was statig in jacquet en mijn oren begonnen te suizen toen ik bedacht dat dit wel erg ver werd doorgedreven.

“Ja!”, lachte Tineke vrolijk. “En we hebben haast Felix!”

Dit was dus haar vriend! Ik schatte hem wel een jaartje of vijf ouder dan zijn vriendin en hij zag er niet alleen vormelijk, maar ook nuchter uit.

“Haastige spoed is zelden goed Tineke”, sprak hij vermanend. “Ik hoop dat je aanstaande het daarmee eens is.” Hij stak me een hand toe: “Felix.”

“Ruud”, loog ik standvastig, om meteen te beseffen dat ik daarmee bij Tineke door de mand viel, want die had ik wel mijn echte naam verteld. Maar die reageerde niet en ik haalde opgelucht adem.

“Volg mij maar”, nodigde Felix ons vervolgens hoofs naar binnen.

In de kamer klonk de bruidsmars op toen Tineke en ik hand in hand binnen traden en de enige aanwezige ‘getuige’, een knappe jonge brunette in een kort, rood jurkje en een bloemenkrans in het haar, stond applaudisserend op. Hilde wist ik, de vaste vriendin van Felix in de tijd dat Tineke was ‘uitgehuwelijkt’ en ook alleen dán. Die twee waren er dus net zo op gebrand als wij dat dit ‘huwelijk’ gesloten werd en dat was in ieder geval voor mij een opluchting. Hilde kuste me opgewekt op beide wangen en fluisterde “Ik ben zó blij voor je jongen; veel geluk!”

“Als jullie je gereed maken voor de ceremonie, maak ik de paperassen gereed”, glimlachte Felix, die achter een tafel ging zitten waarvoor ónze twee stoelen naast elkaar reeds gereed stonden.

Tineke nam me aan de hand mee naar de openstaande deuren van de belendende kamer die ze, nadat we waren binnengetreden, geruisloos dicht schoof. Daarna kleedden we ons zwijgend uit. Ik was bang dat ik onder deze omstandigheden geen ‘oprechte indruk’ zou maken, maar die vrees bleek ongegrond toen Tineke haar prachtige lichaam ontblootte. Ze zag er niet onaardig uit, schreef ik in het begin, maar bloot was ze niet minder dan een godin. Ik keek verrukt naar haar schitterende tieten, de zachtjes deinende buik, de glinsterende schaamlipjes met daarboven een toéfje schaamhaar en wilde haar ongeduldig in mijn armen nemen, maar dat was niet de bedoeling, zei ze vermanend: het huwelijk moest eerst worden voltrokken! Het deed niets af aan mijn opwinding en ik stapte even later dan ook met een nukkige stijve hand in hand met Tineke opnieuw de kamer in.

We namen plaats op de stoelen en Felix las de, gelukkig korte, huwelijksakte voor en sloot af met de vraag of wij elkaar voor de duur van het carnaval in het jaar onzes Heeren 1998 tot man, respectievelijk vrouw, namen, met alle rechten en plichten die de wet ons daarbij oplegde. Na ons ‘ja’ ondertekenden we beiden het formulier en kon het huwelijk worden voltrokken.

Dit was het onderdeel waar ik het meest tegen op had gezien, omdat het in het bijzijn van Felix en Hilde moest gebeuren. En ja hoor: terwijl Tineke zich op de grond uitstrekte, voelde ik tot mijn ontzetting al mijn spieren verslappen. Ik schaamde me kapot, zakte hulpeloos door mijn knieën en keek radeloos naar het verleidelijke lichaam dat op me wachtte. Maar kennelijk hadden ze hier meer met dat bijltje gehakt, want nog voordat ik vuurrood van ellende een excuus kon stamelen, baste de stem van Felix door de kamer: “Ach Hilde, help jij meneer even!”

En zonder aarzelen sprong de aangesprokene van de stoel waarop ze zat en trok haar jurkje over haar hoofd. Het bleek het énige te zijn wat ze aan had en dat hielp al meteen, want voor Tineke deed ze naakt zeker niet onder, al waren haar borsten naar mijn smaak wat té volumineus, maar een kniesoor die daarop let als zo’n naakte deerne op je af komt en meteen aan je leuter begint te kriebelen.

“Het gaat de goeie kant op”, knikte Hilde me bemoedigend toe, en dat kon je wel zeggen! In een mum van tijd had ze hem zo hard dat ik dacht dat hij zou bársten, en toen kon ik het zelf wel weer. Maar nee, Hilde hield er kennelijk van om karweitjes waaraan ze begonnen was ook af te maken – of was ze bang dat ik op het moment suprême toch weer zou versagen en dat de ook voor háár zo belangrijke huwelijksvoltrekking uiteindelijk toch geen doorgang zou vinden? In ieder geval wilde ze mijn apparaat niet meer loslaten en stuurde hem linea recta op Tinekes kut af.

En zo vond tenslotte de huwelijksvoltrekking plaats: Hilde dúwde me eenvoudigweg naar binnen en toen ik er eenmaal tot aan mijn ballen in zat, was voor Felix en Hilde de kous af. Tot mijn immense opluchting vertrokken ze met stille trom, zodat ik me eindelijk aan mijn ‘huwelijkse plichten’ kon wijden….

Zeven jaar geleden is dit inmiddels en ons ‘carnavalshuwelijk’ beviel zo goed dat de akte in 1999 voor onbepaalde tijd werd verlengd. In dat zelfde jaar zijn Tineke en Felix getrouwd, Magda en ik een jaar later, maar dat heeft niets aan de situatie veranderd. En ik kan nu met een gerust hart zeggen: het is voor iemand van boven de rivieren goed toeven in het zuiden, vooral tijdens die verrekte vijf dagen in februari….

 

 

© Benno

 

Post navigation

Gerelateerde verhalen

Geef een reactie