De bekentenis

Het had haar verontrust. De mededeling was ongenadig blijven doorsmeulen en irriteren. Dat telefoontje had zo veel onrust veroorzaakt bij haar dat ze de minuten wel kon uitwringen die haar nog tot hun ontmoeting die avond restte. Een jobstijding, vreesde ze. Dat kon niet anders, zoals hij het haar aankondigde die middag. Dat hij iets belangrijks te zeggen had. Iets – dat benadrukte hij met klem – haar mening over hem zou veranderen.

Na twee ontmoetingen kon ze onmogelijk beweren dat hij haar niet boeide. Hij was interessant genoeg om zijn gemis aan aantrekkelijkheid te compenseren. De eerste ontmoeting was niet bepaald soepel verlopen. Er hing een vreemde stemming in de lucht. Dat voelde ze direct. Zijn manier van kijken was nerveus en gespannen. Misschien was het verlegenheid. Bij vlagen vond ze hem zelfs toch aantrekkelijk. Vooral als hij zweeg. Een mysterieus soort zwijgen was het.

De tweede ontmoeting was een verademing. Voor het eerst had hij haar aangekeken. Soms zelfs indringend en met warme ogen die haar niet onverschillig lieten. Het eerste sprankje spanning was al voelbaar geweest.

Maar nu hing haar die vage, maar dreigende mededeling boven het hoofd. Hij is getrouwd! Hij is getrouwd en heeft een stel kinderen! Nee, een vadertype leek hij haar niet. Begin vijftig, zo charmant, zo welbespraakt. Nee, geen vader, geen getrouwde man. En als hij een getrouwde man zou zijn? Ellen huiverde toen ze een glimp van sensatie haar hartslag voelde versnellen en zich serieus afvroeg of ze zo’n avontuur uit de weg zou gaan.

Hij zat er zo mooi. Zo voldaan, zo verzorgd en viriel, vond ze toen ze het grand-café binnenliep en hem bij de eerste oogopslag reeds zag zitten aan het tafeltje waar ze de voorgaande twee keren ook hadden gezeten.

Ellen had – toch misschien om een vroegtijdige beëindiging van hun ontluikende vriendschap te pareren – haar meest provocerende jurkje aangetrokken. Wat provocerend is, is subjectief, wist ze met stelligheid. Maar ze schuwde dit middel niet en wilde het evenmin ongebruikt laten, vooruitlopend op zijn ongetwijfeld onheilspellende mededeling.

“Ik ben blij dat je bent gekomen,” begon hij.

Ze zag hoop gloren met die opmerking. Was ze al een beetje verslaafd aan die warme, kalmerende stemklank van hem? Hij is impotent, dat was het. Zoiets vertel je omzichtig. Een platonische vriendschap?

Ik ben vrouw, een meisje nog, ik leef, ik verlang. Niet dat alsjeblieft, schoot als een genadeloze smeekbede door haar heen. Nee, hij is getrouwd. Nog liever getrouwd dan impotent. Alsjeblieft geen platonische vriendschap. Geen lange avonden stil tegenover elkaar op de bank met een dik boek en een glas kersenthee.

Ze kreeg het warm. Het was een benauwende stemming, dit pijnlijk stille kijken terwijl de seconden wegtikten zonder dat er iets gezegd werd, zonder het verlossende woord dat aan alle onzekerheid een eind zou maken. En hoe verlossend was dat woord?

Hij zocht naar woorden. Dat zag ze toen zijn lippen zich langzaam vormden voor de eerste klank die het begin moest zijn voor een onomstotelijk drama. De spanning was wurgend. Maar hij begon te praten.

“Het is nogal pijnlijk. Moeilijk onder woorden te brengen. Het ligt ongelooflijk gevoelig. Voor een vrouw is het onaanvaardbaar. Dat besef ik. Maar je hebt er recht op het te weten.”

Hij is een? Ze voelde haar knieën knikken. Zat verlamd en sprakeloos tegenover hem, zwetend en snakkend naar het verlossende woord.

Ze zag zijn lippen het woord vormen. Zei hij het te langzaam, te binnensmonds?

“Wat ben je?” smeekte ze hem bijna het woord te herhalen. Maar het woord herhalen leek hem nog moeilijker af te gaan dan de eerste keer uitspreken. Hij zei het zoals een doofstomme het woord uitgesproken zou hebben, of zoals het zou klinken wanneer een tape te traag afgespeeld wordt.

“Dominant.”

“Is dat gevaarlijk?” schrok ze van zichzelf, “Ik bedoel, wat betekent dat precies?”

Hij bestelde twee glazen port, want bij zoiets hoort port, leek hij voor haar te beslissen.

“Het zit zo, ik ben een dominant, een meester. Niet gevaarlijk, maar ik ben geobsedeerd door het onderwerpen van vrouwen.”

Ze keek hem bezorgd aan, nam een slokje port en vroeg zich af of ze in staat was hem te vragen naar de nadelen van zijn geobsedeerdheid. Maar dat moment bleek zijn dijkdoorbraak die een woordenstroom tot stand bracht.

“In onze situatie gezien projecteer ik mijn dominantie geheel op jou. Ik denk er voortdurend aan je aan mij te onderwerpen. Ik probeer me voor te stellen hoe je lichaam eruit ziet, je borsten, je buik, je dijen, je billen, je vagina, terwijl je mij in alle opzichten gehoorzaamt. Ik vraag me af hoe je bent in bed, hoe je vrijt, hoe je kijkt als je je orgasme hebt. Ik vraag me zelfs af of ik je misschien aan andere mannen zal afstaan. Maar om mijn jaloezie te prikkelen en niet uit pervers genoegen. Of misschien toch juist wel. Want eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik wel perverse trekjes heb. Niet extreem. Niet te extreem, bedoel ik.”

“Hoe denk je dat ik ben?” waagde ze voorzichtig.

“Je bent een prachtige vrouw. Vooral intelligent en fijnzinnig, vooral ook te beschaafd voor een man met mijn passie. Je verrukkelijke gesticuleren, je rustige sensuele stemklank, zo warm, zo innig en intiem. Ik viel meteen op je. Voelde me bij de eerste ontmoeting al onrustig. Schuldgevoel? Ik geneer me voor mijn passie, voor mijn verlangens. Nu ik jou ken, ben ik door je geobsedeerd. Je schoolmeisjesachtige jurkje, je benen lang en soepel toen je me zo traag naderde met een geoliede tred en ik gedoemd was te bedenken hoe warm je dijen tegen elkaar schoven tijdens dat lopen. Ja, zoiets bedenk ik dan.”

“Maar hoe ben ik echt?” Probeerde ze opnieuw.

Hij keek haar verward aan. Hij leek te zeer uit het veld geslagen om zijn monoloog te vervolgen en zijn openhartigheid leek voor even te verzanden.

Ellen voelde een onbegrijpelijke opluchting. Was het grote gevaar geweken? Of zijn dominante mannen ook impotent?

“Ik ben op dit moment opgewonden, en zo ben ik echt,” zei ze met een opzettelijk brutale grijns, “Ik ben geen stereotiepe vrouw. Ik houd niet van stereotiepe mannen. Ik houd van spannende mannen, mysterieuze mannen. Niet van mannen zonder geheimen. Ik ben geen gefrustreerde meisje. Ik houd van seks zoals ik van lekker eten hou. Als je mij dat niet verteld had, zou ik jou misschien verbaasd hebben. Nu staan we min of meer in evenwicht. We beginnen weer van begin af aan. Dit is onze eerste ontmoeting. Vanaf nu mogen we ons gedragen zoals we zijn.”

“Ik zal je afschrikken.”

“Vergis je niet in mij,” tartte ze hem.

Ze ging in de wetenschap dat ze hem met haar parfum genadeloos zou treffen in de stoel tegenover hem zitten. Ze schoof haar benen verder in zijn richting. Vanaf de zoom van haar jurkje waren haar knieën te zien. Ze wist dat als ze haar benen over elkaar zou slaan, hij niet verder dan haar knieën kon kijken dus spreidde ze ze iets.

Hij keek. Maar zijn kijken was zo ontspannen dat ze moeiteloos en zonder enige gêne haar rokzoom nog verder opgetrokken zou hebben als ze er niet te opvallend voor had moeten verzitten zodat de gehele clientèle van het grand-café in een moreel oproer gekomen was.

“Mag ik?” Klonk hij te beleefd.

Ellen zag dat hij zijn hand voorzichtig op haar dijen legde op een manier die bijna plechtig aandeed. Het voelde aangenaam. Ga door, dacht ze, en omdat hij dat ook dacht, schoof zijn hand over het zachtste deel van haar dijen tot bijna het randje van haar slipje bereikt werd. Tot zover kun je gaan in een grand-café, dacht ze dat hij vond. En verder ging hij niet. Maar verder wilde zij wel. Niet tot het uiterste, maar wel binnen het schemergebied van nog in te tomen opwinding. Stil genieten van zijn raffinement. Ergens met hem alleen zijn waar wel veel kon en het ultieme niet uitgesloten werd.

Ze vond het een lumineus idee: de auto. Haar auto. Omgekeerd dus. Een rustige plek, niet te rustig, maar binnen haar eigen territorium.

“In mijn auto? Alles mag op een ding na,” zei ze.

“Ik zal niet alles verlangen,” accepteerde hij het compromis.

In de auto hing vrijwel meteen al een stemming die haar beviel. Het stiekeme gevoel van in het donker in een auto zitten schonk haar een smerig sensatiegevoel. Het had iets hoerigs, dat haar prikkelde. Een korte vlucht naar iets ontoelaatbaars. Wat was er tegen vulgair genoegen?

Maar het rook spannend: het leer van de bekleding, de vochtige regenjassen op de achterbank, het gevecht tussen haar parfum en zijn lichaamsgeur. In deze beperkte ruimte was er ook nog zoiets als aan elkaar overgeleverd zijn, in een vreemdsoortige gevangenschap gedwongen tot elkaars aanwezigheid. Maar belangrijk was dat het haar auto was. Dat zij niet weg kon gaan als haar iets niet beviel. Zij was immers gastvrouw.

Hier gloorde weer iets van hoerigheid op. Ze schoof haar knieën in zijn richting. Het ging beginnen, wat het ook was. Maar het begon. Zijn handen schoven met de behendigheid van een chirurg, vanaf haar knieën tot aan de zoom van haar jurkje. Hij duwde – zo meegaande als zijde is – haar jurkje zover terug dat hij haar dijen tot en met haar slipje zag. Was er genoeg licht om goed zien, vroeg ze zich af.

Het had iets van een stil onderzoek, van een kinderspel, van doktertje spelen. Hij schoof zijn hand tussen haar dijen. Ze begreep dat ze haar dijen iets spreiden moest, wilde deze wending niet voortijdig in onwrikbaarheid stranden. Zacht, alsof het haar eigen vingers waren, streken zijn vingers over de glanzende spanning van haar slipje. De druk was licht en niet banaal. Het milde beroeren begon. Ze durfde niet omlaag te kijken. Langzaam schoof ze iets naar achter tot ze de koude portierruit tegen haar hoofd en hals voelde wasemen. Zo zat ze in volkomen ontspanning. Het was tergend, dat trage schuiven van zijn vingertoppen, dat nauwkeurige raken van haar clitoris.

“Jij kleine slet” tierde hij opeens schor als een andere maar driftige man.

Het was de ultieme steekvlam die haar hysterisch maakte. Ze vond het ongekend vulgair om haar billen van de stoelzitting op te lichten, en hem zonder iets te zeggen uit te nodigen haar slipje aan flarden te trekken. Een peperduur La Perla-kleinood van rond de honderd euro dat met een felle ruk als een waardeloos vodje op de vloermat van de auto terechtkwam.

“Je hebt erom gevraagd,” beet hij haar toe terwijl hij haar aan haar haar achterover trok, met zijn natte mond tergend hard in haar schouder beet en de pijn die dat bedoelde te zijn maar niet echt was haar aanzette zich helemaal voor hem te openen.

“Ja vergeef me, je mag me straffen…” probeerde ze te stamelen terwijl ze voelde hoe hij zijn gulp onhandig opentrok en zijn pik aan het binnendringende maanlicht blootstelde.

Haar benen stootten mal tegen de portiervenster die ijskoud aanvoelde, haar handen grepen zich vast aan de autogordel. Nog voordat ze hem wilde toeroepen haar vooral pijn te doen bij het neuken griste hij haar slipje van de vloer, propte die in haar mond en was ze nog slechts in staat tot een machteloos gekreun. Zichzelf proeven aan het slipje maakte het nog erger dan erg en de sensatie die ze onderging schoot in een perfect evenwicht tussen verlangen en daadkracht.

Maar alsof het nog niet genoeg was verschenen in de vollemaansavond de gezichten van vreemde kerels aan de portierraampjes die het glas met hun steile voyeurisme bewasemden.

“Neuk haar suf,” hoorde ze ze rauw roepen toen ze de flitsende pijn van de brute penetratie voelde en zich met nagels en tanden aan haar belager vasthechtte. En hij neukte haar suf alsof zijn en haar leven er van af hingen. Hij neukte haar zo wild dat de auto danste en de kerels uit verrukking om wat ze zagen op het autodak het ritme met hun vuisten aangaven. Alsof het muziek was. Zoals de Bolero van Ravel, die in een magische dans tot climax voert, neukte hij haar en liet haar schreeuwen zoals ze nog nooit geschreeuwd had.

“Op haar gezicht, in haar mond, in haar kont,” hoorde ze de kerels krijsen, die het liefst de portierdeuren opengetrokken hadden en zelf hun adviezen op haar geëxploreerd hadden.

Maar het sperma dat ze die avond uit haar jurkje zou moeten wassen als het allemaal écht gebeurd zou zijn, zou haar zomerjurkje niet bereiken, want nog voor ze dit slopende visioen voltooid had, kwam het hoge woord eruit. Niet bij de port, want het was toch maar bij een kopje koffie met koekje gebleven.

Nadat hij met zichtbare verachting voor het buitensporige het koekje met de precisie van een horlogemaker uit het cellofaantje gepeuterd had en met dodelijke traagheid opknabbelde, zei hij het écht:

“Ik moet je zeggen dat ik nog heel erg ouderwets ben.”

“Ouderwets?”

“Ja, geen intimiteit voor het huwelijk.”

“Wat een geruststelling,” zei ze.

Ze stond op, trok haar mantel zwijgend aan, keerde zich naar hem toe met een wufte beweging zodat hij nog even met haar parfum overladen werd en verliet het grand-café zo ongenadig heupwiegend dat de half ingeslapen stellen even dachten dat hun laatste uur geslagen had.

Soms, heel soms gaat er niets boven zelfbevlekking, dacht ze terwijl ze in haar auto stapte. Maar was het geen schrale troost dat ze haar zomerjurkje niet hoefde uit te wassen?

 

© Merula

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  3 comments for “De bekentenis

  1. 24 maart 2015 at 16:31

    Het is op zijn minst origineel en heeft me wel geboeid.

  2. 25 maart 2015 at 15:06

    Tof verhaal weer, Merula!
    Dank je.

  3. 26 maart 2015 at 17:27

    Mijn dank voor de vriendelijke woorden.

    Helaas zie ik dat ik een stomme fout gemaakt heb. Waar “verachtige” staat moet “verachting” staan. Er kennelijk overheen gekeken bij het plaatsen.

    Groetjes,
    Merel

Geef een reactie