De Hovenier

De dag begon met een spatje regen. De temperatuur was ook al weken te laag. Als hovenier is Greet een vrolijke verschijning maar dit vroeg wel erg veel van haar flexibiliteit en haar humeur was dan ook erg slecht. Greet stapt in haar busje op naar een klant.

En opeens ging haar mobiele telefoon. Kagiso belde en het nieuws ging over een opzegging – de zoveelste.

‘Wat bedoel je met opzegging?’ vroeg Greet boos.‘Hé, meid… ik kan er niks aan doen,’ zei Kagiso aan de andere kant van de lijn. ‘De vrouw zei dat ze wilde opzeggen. Dus bel ik je om jou dat door te geven. De opzegging betreft grasmaaien, en gras trimmen hoeft al evenmin, en narcissenbollen planten, ook al was dat voor vanochtend gepland. Ze heeft zich verontschuldigd vanwege het feit dat ze daar op de valreep mee kwam, maar ja, zo is het leven.’

Gedachteloos stak Greet een lange streng van haar warrige rossige haardos in haar mond en begon erop te kauwen. Sinds ze een jaar of twee oud was, op momenten dat ze verschrikkelijk bang was, had ze op haar lokken gekauwd. Waarom zou ze een levenslange gewoonte veranderen? Ze kon tegelijkertijd praten en kauwen, geen probleem.

‘Wacht even… geldt deze opzegging alleen voor deze week of voor altijd? Ik bedoel, eh, volgende week word ik weer verwacht, toch?’ ‘Fout,’ zei Kagiso kortaf. ‘Ze wil jouw persoontje nooit meer op haar terrein zien. We verliezen twee klanten per week.’ ‘Hé, heeft de Mensa-vereniging jou nog niet in de smiezen? Snel als een bliksemflits, zoals jij kunt hoofdrekenen. Ik snap niet hoe je dat flikt, meid.’ ‘Hou op, Kagiso,’ zei Greet. ‘Wat moet ik daaraan doen? Zo kan ik niet doorgaan, ik bedoel het tempo waarin ik mijn klanten verlies.’ ‘Ik denk dat jij je zult realiseren dat jou dat wel gaat lukken,’ zei Kagiso onbewogen. Terwijl ze sprak, hoorde Greet het geritsel van snoepjespapier. ‘Niet alleen kan het zo doorgaan, het lijkt er nu op dat het beslist zo doorgaat, waarschijnlijk tot je failliet bent.’ ‘Je bent zo’n steun en toeverlaat,’ zei Greet geërgerd.

Het leek of Kagiso zich nergens druk om maakte. Soms werd Greet daar absoluut kriegel van. Kagiso was zwart, een meter tweeëntachtig lang, met een glimlach van een megawatt en een stem als de dikste ahornsiroop. Zij was inmiddels zes maanden telefoniste bij Greets veelbelovende, Hillegomse hoveniersbedrijf. Het voelde aan alsof het nooit anders was geweest. Kagiso was een kei in het kalmeren van woedende klanten, in het om haar vinger winden van nieuwe contacten en het in toom houden van kortaangebonden mensen, wellicht omdat het leek of ze zelf nooit een slecht humeur had. Greet was daarentegen het karakteristieke voorbeeld van dé roodharige. Een beetje prikkelbaar, zo niet regelrecht opvliegend. Rood haar, blanke huid, groene ogen. Hoewel ze slechts van gemiddelde lengte was, paste dat perfect bij haar, en ze had een prima figuur. En aan feromonen geen gebrek. O ja, ze had natuurlijk ook sproeten op haar neus. Sproeten die ze zo nu en dan haatte en waartegen ze elke morgen in de spiegel schold.

‘Niks aan te doen,’ antwoordde Kagiso uiteindelijk met een mondvol chocola.

Misschien was dat de reden waarom Kagiso zo kalm bleef, dacht Greet. Ze leunde naar achteren in haar stoel en dacht even na. Ze kauwde weer op haar haar, haar groene ogen staarden in het niets.

‘Ben je er nog?’ vroeg Kagiso bezorgd. ‘Je hebt toch geen wortels gekregen in die autostoel, hè?’

‘Nee hoor,’ zei Greet. Ze ging rechtop zitten en deed de gordel om. ‘Kagiso, als er nog iemand opbelt om op te zeggen, verzeker die persoon er dan van dat hij of zij altijd, wanneer dan ook, kan terugbellen en dat er dan een korting in het verschiet ligt.’ ‘Als jij het zegt,’ zei Kagiso smakkend. ‘Ja, dat zeg ik. Laat ik die opzegging van vanmorgen even met jou doornemen. Mevrouw Jansen, hè? Geef me dat adres nog eens, wil je?’

Dat deed Kagiso, maar wel met een houding alsof ze haar baas ontzag. Immers, gezien haar ervaringen, als het rot eenmaal in een bedrijf was geslopen, dan was het vrijwel onmogelijk het rotte hout uit de boom te snijden voordat die kloteboom naar beneden kwam – doorgaans boven op je hoofd.

Mevrouw Jansen woonde in Noordwijk. Haar auto kon voor de deur worden geparkeerd. En liep naar de woning van Jansen, Het was lente en de boen stonden in de knop, compleet met een wit waas op de katjes, en de bladeren ontvouwden zich; het sap haastte zich vanuit de wortels door de stam naar boven, en verder, door de takken. Een natuurlijk wonder vond plaats en de meeste mensen waren zich daar niet van bewust. Toen ze de elegante rijtjeshuizen bereikte waar de ongeveer veertig jaar oude mevrouw Jansen in haar eentje woonde met twee keffende, vervelende hondjes, ging Greet langzamer lopen. Zij onderhield het achtertuintje van mevrouw Jansen, waarbij ze haar tuingereedschap en zakken turf, of wat de tuin nog meer nodig had, door het huis moest slepen om er te komen als mevrouw Jansen weer eens vergeten had de poort aan de achterzijde niet van het slot te doen.

Greet liep naar de achterzijde van de rijtjeshuizen, waar garages, brandgangen en hoge muren de privacy waarborgden van de eigenaars van de achtertuinen. Muren die bescherming boden tegen dieven die het voorzien hadden op beelden en planten, of gewoon tegen passanten en nieuwsgierigen. Vanzelfsprekend bevond zich daar weer een rij auto’s. Ze hoorde de slechtgehumeurde hondjes al blaffen; het geluid klonk gedempt. Ze waren dus binnen. Greet zag de ramen op de bovenverdieping, de gordijnen waren dichtgeschoven. Angstvallig luisterde ze naar andere geluiden. Ze hoorde echter alleen de schrille tonen van een genegeerd autoalarm, de sirene van een passerende politieauto, en ergens vlakbij waren kinderen aan het lachen. Dichterbij dacht ze gefluister te horen, en misschien een knarsend geluid.

Maar wellicht had ze zich dat verbeeld.

Ze was ervan overtuigd dat ze boven het uitzinnige gekef van de twee pekineesjes uit gefluister hoorde. Dit was echter volslagen dwaas. Ze kon het net zogoed gewoon opgeven en naar huis gaan. Nou ja, misschien zou ze dat ook doen, maar een snelle blik over de muur zou geen kwaad kunnen, toch? Greet stak de neus van een van haar sportschoenen in een voeg en trok zichzelf moeizaam op terwijl ze met haar handen naar de afgeronde bovenkant van de muur graaide. Ze kreeg houvast en keek in de tuin. Nou ja, ze mocht toch kijken? Per slot van rekening was zij degene geweest die daar al dat werk had verzet.

Greet hield haar adem in.

Hoewel ze inderdaad in de tuin keek, realiseerde ze zich dat ze bovendien, en zeer onverwacht, naar een blote rug staarde. De rug van een man. Een zeer brede rug. Licht gebruind en fraai gespierd. De rug van een stevig gebouwde man. En, hoe stuitend, die onbekende man zat, breedgeschouderd als hij was, geknield tussen de blote dijen van mevrouw Jansen. En mevrouw Jansen – nee maar! – zat op de schommel. Dezelfde schommel die Greet enkele maanden geleden eigenhandig aan de takken van de betoverend mooie bruinrode beuk had opgehangen. En mevrouw Jansen – de elegante, beheerste, overdreven welgemanierde mevrouw Jansen – was met haar polsen aan de touwen van de schommel vastgebonden. Allemachtig, ze hing daar als een kerstkalkoen, helemaal bloot, en, zo merkte Greet vol ongeloof op, voor haar leeftijd had ze een bewonderenswaardig goed figuur.

Ze zou echt niet mogen kijken. Ze wist dat ze niet mocht kijken.

Toch bleef ze kijken. Bijna gebiologeerd. Zouden die weelderige tieten echt zijn? De borsten van andere vrouwen vormden een voortdurende bron van verwondering voor haar. En wauw, wat een indrukwekkende rug was dat! Ze klampte zich steviger aan de muur vast terwijl haar vingers verdoofd raakten door de moeite die ze deed. Zou hij misschien aan fitness doen? Greet staarde intens naar hetgeen ze kon zien van de man. Hij bevond zich nog steeds met de rug naar haar toe en fluisterde woordjes in het oor van mevrouw Jansen. Bovendien had hij een zeer afgedragen, stonewashed en nauwsluitende spijkerbroek aan waarin zijn gespierde billen absoluut schitterend uitkwamen. Hij had kortgeknipt, korenblond haar waarin het bescheiden lentezonlicht zich leek te concentreren, als een ster die op het punt stond in een supernova te veranderen.

Hij had ook een gespierde nek en dito schouders, alsof hij gewend was aan zwaar lichamelijk werk, en handen als kolenschoppen die manicures zouden laten flauwvallen. Dit was geen man met een kantoorbaan. En evenmin een modegek. Greet, die puur op haar gevoel af ging, vermoedde dat deze kerel nog nooit de binnenkant van een fitnesscentrum had gezien, en als hij dat zou doen, zou hij het waarschijnlijk uitschateren van het lachen. Hij gespte zijn riem los. Ze vond het heel moeilijk om niet te kijken en ervoer een tinteling tussen haar benen, een zich verspreidende, verrukkelijke vochtigheid. Zo te zien bevond mevrouw Jansen zich in een gelijksoortige toestand. Sterker nog, Greet dacht dat mevrouw Jansen het vochtigheidsstadium voorbij en nu inmiddels druipnat was. Ze klampte haar bleke maar welgevormde dijen om het middel van de man, had haar ogen neergeslagen en keek toe terwijl hij zijn riem losgespte.

Mijn hemel, hij heeft vast een enorme paal, dacht Greet terwijl ze een schokkend venijnige prikkeling in de buurt van haar klitje voelde. Hij sprak tegen de in vervoering gebrachte mevrouw Jansen, fluisterde tegen haar, maakte haar aan het blozen, aan het giechelen. Mevrouw Jansen giechelde. Wauw. Nu maakte hij zijn gulp open. Mevrouw Jansen zette grote ogen op en zei iets. De man lachte zachtjes en verleidelijk. Vervolgens schoof hij zijn spijkerbroek naar beneden tot die geplooid bij zijn dijen bleef hangen. Mmm, een lekkere kont. Een buitensporig lekkere kont. Alle variaties als het ging om de kont van de man waren net zo intrigerend als de vrouwenborst. Sommige waren smal, weer andere kwabbig – ah bah – maar de beste, de absolute top, was zo stevig als deze kont. Gespierd, een die impliciet kracht uitstraalde. Voldoende kracht om een pik van een goed formaat zo diep in een vrouw te steken als zij dat wenste. En mevrouw Jansen was er duidelijk helemaal voor in.

Zelfs vanaf de plaats waar zij toekeek, waarbij ze haar hoofd angstvallig onder de bovenkant van de muur hield en slechts zo nu en dan heimelijk even over de rand gluurde, kon Greet zien hoe wanhopig opgewonden de vrouw was en dat ze zich absoluut niet bewust was van het hysterische geblaf van haar ‘schatjes’. Haar kastanjebruine tepels waren stijf van geilheid en rezen stevig op uit de blanke, vlezige kussens, haar sidderende borsten. Haar mond was halfopen en ze haalde stokkend adem terwijl de man die tussen haar benen geknield zat haar dijen verder opende. Greet zag een glimp van een vochtige, roze kut die weelderig was omgeven met askleurige krulletjes terwijl de man de benen van mevrouw Jansen wijd hield om vervolgens zijn pik in haar te kunnen steken.

Mevrouw Jansen klampte zich met haar vingers vast aan de touwen van de schommel, waarbij ze niet echt gehinderd werd door haar vastgebonden polsen, en de schommel zelf wiegde onder haar terwijl de man haar dichter naar zich toe trok. Gretig van nieuwsgierigheid leunde Greet zo ver naar voren als ze kon, maar ze was nog steeds niet in staat een glimp van zijn penis op te vangen. Wel zag ze zijdeachtig blond haar in zijn bilspleet, die almaar donkerder werd naarmate die overging in zijn dijen; aldaar zag ze zeer vaag iets wat op zijn ballen zou kunnen duiden, die kennelijk door zijn opwinding zo hoog in zijn zak zaten dat haar een betere aanblik werd ontnomen. Actie! Hij hield zijn hoofd gebogen, zijn haar glansde in een lichtbundel van de lentezon, zijn schouders waren krachtig naar voren gekromd terwijl hij zijn handen bij zijn kruis hield. Goeie genade, hij doet hem erin! dacht Greet. Opnieuw ervoer ze die intense prikkeling bij haar klitje. Greet voelde haar tepels samentrekken en stijver worden, en haar natte poesje opende zich als een bloem. Haar kut ging echter voor niets open, want het was niet zij maar mevrouw Jansen die genoot van het feit dat hij haar neukte. Een moment lang had ze bijna de indruk dat de eikel van zijn penis zich tussen haar eigen dijen wurmde en in haar eigen poesje drong. Toen mevrouw Jansen een gilletje van genot slaakte, merkte Greet dat ze haar eigen dijen tegen elkaar aan geklemd hield, als een al te opgewonden, masturberende puber.

Het feit dat ze haar dijen tegen elkaar aan gedrukt hield, was er de oorzaak van dat ze haar evenwicht verloor. Ze reikte haastig met een hand terwijl ze uitgleed, maar ze kon de bovenkant van de muur niet te pakken krijgen. Het enige resultaat was dat ze een van haar vingernagels scheurde. Onwillekeurig schreeuwde ze het uit door de abrupte, heftige pijnscheut. En ze schreeuwde opnieuw toen ze niet zachtzinnig met haar achterste op de bestrating terechtkwam. Verdomme! Ze hadden haar gehoord, dat kon niet anders!

Greet krabbelde overeind en strompelde, moeizaam van de pijn en zuigend aan haar bloedende vinger, langs de achterzijde van de rij woonhuizen weg. Ze had niet moeten kijken. Ten eerste was het een inbreuk op de privacy. Ten tweede was ze nu zo geil dat haar slipje nat was geworden. Toen ze aan het andere eind van de straat was aanbeland, draaide ze zich om en keek. Ze verwachtte een of andere vergelding, maar er was niemand te zien. Uiteraard niet. Ze zag alleen een rij geparkeerde auto’s en bestelwagens, waarvan een, zo merkte ze nu op, een middelgrote rode dieplader was met daarin tuingereedschap. Aan de zijkant van de bestelwagen waren in gouden, gotische belettering de woorden ‘De garden man’ aangebracht, met daaronder twee telefoonnummers, waarvan één een mobiel nummer, en bovendien een website- en e-mailadres. Greet, die geen pen en papier bij zich had, onthield de website en de telefoonnummers zo goed en zo kwaad als het ging en slofte vervolgens moeizaam van de pijn terug naar haar auto.

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  3 comments for “De Hovenier

  1. 3 juni 2015 at 01:47

    Een verhaal dat schreeuwt om een vervolg en bovendien lekker vlot geschreven is. Ik kom helaas wel stukken tegen die schijnbaar aan de aandacht van de correctie ontsnapt zijn. Je kan nog corrigeren en een verbeterde versie insturen…

  2. 3 juni 2015 at 18:53

    Zou je mij kunnen laten weten wat je minder goed vind lezen of nog redactiewerk nodig heeft. Het originele stuk wat ik in mijn hoofd had was veel te lang en te langzaam.

    En er komt inderdaad een vervolg. Greet gaat wraak nemen!

  3. 5 juni 2015 at 12:37

    Mooi verhaal Annemiek.

    Ik begrijp Petra wel hoor. Ik heb me een hele tijd afgevraagd wat boen waren, en dat bblijken bomen te zijn. 🙂 Wel een plezante verhaallijn en vlot geschreven. Al doende leert men en oefening baart kunst.

    Bedankt voor het verhaal en ik kijk uit naar Greet haar wraak.

    tSchrijvertje

Geef een reactie