De toestemming

Hij draaide me in de breedte van het bankstel, knipte met zijn grote scharen van handen rond mijn enkels gekneld mijn benen open, nam plaats tussen me, duwde zich dan naar me toe, mijn benen lossend. In één hand nu zijn imposant, paars aangelopen apparaat, met de vingers van zijn andere hand mijn intiemste plek opensperrend. Bloter kan ik mezelf niet geven, dacht ik nog.

Ik hoorde mezelf naar adem happen op het moment dat hij met een kordate beweging zijn bekken naar me toe duwde. Oh wat was hij groot. Nog nooit voelde ik me zo gespleten. Tijd om op adem te komen was er niet. Hij was als een ontketende heimachine die steeds feller op en neer een fundering klopte in mijn zompige ondergrond. Kreunend onderging ik deze in het begin toch wel erg noeste karwei. Nog een geluk dat er zich geen veiligheidsinspecteur in de buurt bevond, want geen van ons beiden droeg een bouwvakkershelm. (Droge humor. Sorry hoor.)

Opnieuw mijn ogen openend keek ik in het zwart van zijn kroezelige borstwoud. Ik kick daar wel op.

Ik voelde me op bepaald moment even wegdraaien, vreesde zelfs het bewustzijn te verliezen: gelukkig hield hij zich dan in, betastte mijn borsten en boog zich over me heen om me op een uiterst overweldigende zoen te trakteren. Rijkelijk proefde ik zijn speeksel, ik denk dat ik me uit pure extase aan zijn tong vastzoog.

Ik liet mijn enkels los om me stevig rond zijn hals vast te klikken en voelde gelijk hoe hij beneden terug in beweging kwam. Nu langzaam en zachtjes, het hele gebied van mijn onderbuik bedekkend met steeds sterker uitdijende genotscirkels.

Het is nu ongemeen heerlijk rustig in huis. Gregory ligt boven te slapen, ik zit knus onder een dekentje in de zetel, rood wijntje bij de hand. Schrijfblok op mijn schoot, de pen die ik in mijn hand hou schrijft haast volautomatisch. Ik voel me tamelijk op mijn gemak: ik hoor wel aan het gestommel, de voetstappen boven mocht hij opstaan, heb dan nog alle tijd om mijn notablok weg te moffelen en een magazine in mijn handen te nemen.

Ik weet het maar al te best: het is een onwaarschijnlijk verhaal, maar wel eentje dat ik moet optekenen. Misschien publiceer ik het wel op één of andere kortverhalensite – wie weet? En: why not? Tegelijk realiseer ik me dat de kans erg groot is dat de lezers het zullen interpreteren als bizarre fictie, ontsproten uit het brein van een in haar hoofd losgeslagen en té fantasierijke vrouw. Niets is minder waar: ik noteer simpelweg zwart op wit wat gebeurd is, hoe ik het ervaar ook. Mensen mogen het weten – er is gewoon de drang om het uit te dragen. Toch heb ik besloten om in dit volkomen nonfictief verhaal enkele fictie elementen in te brengen. Ik ga met name de namen veranderen want ik speel met vuur als ik mezelf en de anderen in dit verhaal herkenbaar maak. Ik hoop, beste lezer, dat ik voor deze ingreep van uw kant op enig begrip kan rekenen.

Toegegeven: ik had, terwijl ik begon te schrijven, even een beetje het gevoel dat ik hem bedrieg. Iets wat ik weggeduwd heb, omdat het allemaal zo eenvoudig niet is én eigenlijk totaal geen grond raakt. Omdat ik er voor mijn toekomstige steeds honderd procent zal zijn – wees daar maar zeker van. En bovendien, zo werd ik me ook van bewust, heeft iedereen toch wel zo zijn of haar geheimpje. Niet dan?

Mijn verhaal? Een poging om een heel merkwaardige, markante en ingrijpende wending in mijn leven op papier te zetten. Misschien zelfs een soort van biecht zowaar – al ben ik, als vrijgevochten jonge vrouw, allesbehalve gelovig. Zou er nog aan moeten mankeren!

Het laatste wat ik beoog is een opgestoken vingertje. Dit verslag is in feite niks meer dan een outing betreffende een dolle rit op een roetsjbaan. Een rit die pas begonnen is…

Goh, ik heb intussen, zo heb ik gecontroleerd, al enkele vellen vol, weet echt niet op hoeveel stuks mijn gepen gaat eindigen. Zou ik werken met tussentiteltjes? Best wel, lijkt me. Maakt het zoveel leesbaarder. Vooruit dan maar!

  
1. GOEDE FAAM

Liefde kan zo mooi zijn – tenminste als anderen het willen toestaan. Sinds iets meer dan één jaar woon ik samen met mijn grote schat Gregory. Hij is kunstenaar en geeft les aan de Kunsthogeschool. In dit prachtige herenhuis (het is maar een huurpand hoor!) heeft hij een groot atelier ingericht waar hij de mooiste dingen maakt: om begrijpelijke redenen (anonimiteit!) wens ik daar verder niet gedetailleerd op in te gaan.

Ikzelf zit in mijn thesisjaar psychologie en ga nadien wellicht doctoreren. Mijn schat en ik hebben trouwplannen, plannen die we nu echt wel heel concreet willen maken sinds ik onlangs ontdekte dat ik zwanger ben. Ok, was nog niet echt voor nu gepland, toegegeven, maar het is zeker en vast gewenst! Ik ben in blijde verwachting! Dit te kunnen schrijven zorgt op zich al voor puur genoegen.

Gisterenmiddag, op het zondagse koffiekransje bij zijn ouders, hebben we het dubbele grote nieuws voorzichtig proberen bekend te maken. De reactie was ronduit frustrerend. Zijn papa stond demonstratief op en verliet zonder nog een woord te zeggen de kamer. Zijn moeder (een eerder labiel iemand, spijt me om het zo te moeten zeggen) barstte in tranen uit. Van geluk ook wel, zei ze. En tegen Greg: ‘Je weet hoe uw papa soms kan zijn.’ Toen vroeg ze ons om haar alleen te laten. Geloof me: ik weet écht wel hoe kouder dan ijskoud aanvoelt.

Gregory verdient aardig en kan creatief zijn ei kwijt, hij is – uitgezonderd de relatie met zijn vader – in harmonie met zichzelf en het is precies alsof  ze hem dat kwadelijk nemen. Ik bedoel dan vooral zijn vader, meneer de Leermaecker.

De van de Leermaeckers zijn van oudsaf een geslacht van ondernemers. Zo bezit Gregs papa een fabriek gespecialiseerd in de aanmaak van zeg maar hoogtechnologische onderdelen – nee, details hoeven niet. Meer dan 100 werknemers. Zijn vurige wens dat zijn zoon in zijn voetsporen trad, doorkruiste Gregory door eigenzinnig zijn eigen weg uit te stippelen en vanaf dan is het op intermenselijk vlak echt fout beginnen te lopen tussen die twee. Hun werelden zijn als water en vuur. En wat denk je dan wat er gebeurt als die zich in alternatieve kringen bewegende zoon, die einzelgänger waar ie maar geen greep op krijgt, een vaste vriendin krijgt? Zijn vader, een traditioneel en autoritair iemand, nukkig als de pest ook, heeft van het moment dat Gregory me aan hem voorstelde steeds zijn uiterste best gedaan om me straal te negeren. Het gevoel dat je onbetekenend bent, dat je zelfs nog geen blik waard bent is moordend.

’s Avonds had Greg geheel onverwacht telefoon gekregen van zijn vader. Of hij wel wist waar hij mee bezig was, en of ik, ja IK, wel de geschikte partij voor hem was. Godverdomme!

En dan, dat hij mij de volgende dag wou zien, voor een ernstig gesprek onder vier ogen. ‘Het is meer dan een gewichtige zaak, de toekomst en de goede faam van de familie staan op het spel. Zie dat ze zich morgen om 15 uur aanbiedt in mijn kantoor. Daarna zien we wel verder.’

Ik kon het gesprek mee volgen, Gregory had het telefoonluidsprekertje ingetoetst.

Ik was nijdig en tegelijk verslagen – wat dacht die ouwe… etter wel niet van me? ‘Toekomst goede faam’… Ik ga verdomme volgend jaar doctoreren. Als wat aanzag hij me wel niet?

Ik had in de verste verte geen zin in die afspraak. Om me volledig tot op de grond te laten afkraken? Nee bedankt, niks voor mij.

Uiteindelijk besloten Gregie en ik samen te gaan, hij kon op school wel wat geregeld krijgen met een collega.

  
2. KUIP

‘Wat doe jij hier?’ snauwde de ouwe de Leermaecker op het moment dat Greg aan mijn zijde zijn kantoor binnentrad. ‘Ik had toch gezegd dat’

‘We zijn één koppel,’ onderbrak Greg hem stug, ‘we hebben niks voor elkaar te verbergen.’

‘Ik had gezegd dat ik een serieus gesprek met haar wou, onder vier ogen! Ze lijkt me volwassen genoeg daarvoor, volwassener zelfs dan het schoothondje dat je nu zit uit te hangen.’

Ik zag dat Greg naar woorden zocht om zijn vader van repliek te dienen, maar het kwam er niet uit.

Hij keek me dan met een vragende blik aan.

‘Ga maar,’ zei ik, erg stil en met een breekbare stem.

Hij draaide zich naar mij toe, kuste me vluchtig op de mond, zei dan dat ie me op de bedrijfsparking zou opwachten en verliet meteen het kantoor, zonder zijn vader nog een blik te gunnen.

Jezus, wat een bullebak, dacht ik – en wat was mijn drang groot om mijn schat achterna te gaan.

Meneer de Leermaecker nodigde me uit om plaats te nemen in het salonnetje dat zich achteraan zijn immens groot kantoor bevond. Op het tafeltje stonden twee glazen en een ijsemmer met een magnumfles champagne erin.

Na nog een vlug telefoontje, naar zijn secretaresse, haar de opdracht gevend om hem het komende uur onder geen beding te storen, nam hij de druipende fles uit de emmer en goot de glazen vol.

‘We hebben wat te vieren,’ klonk hij nu opvallend opgeruimd. Iets in me jubelde, uiteraard ging ik ervan uit dat het te maken had met de reden van mijn bezoek.

‘Ik heb vandaag een ontzettend belangrijk order binnengehaald. Iets waar we al maanden mee bezig waren. Een extra tewerkstelling van 60 arbeiders – niet mis, hé? Proost!’ en hij liet zijn glas tegen het mijne tikken.

‘Maar nu terzake,’ zei hij enkele minuten later, terwijl hij mijn glas nog eens bijvulde. ‘Ik wil wel eens nader kennis maken je, want de toekomst van onze familie staat op het spel. Ik weet dat je een slimme meid bent, dus zal je wel beseffen dat het enige wat je vooruit kan helpen een positieve beoordeling is. Goede punten op je rapport!’

Wat bazelt ie nou, dacht ik.

‘Ik wil weten wat voor vlees ik in de kuip hebt, begrijp je dat?’

‘Ja, uiteraard,’ hakkelde ik, slikkend.

‘Laten we vooraf duidelijk één ding afspreken: alles wat er hier gezegd wordt en gebeurt, blijft onder ons, begrepen?’

Ik knikte.

  
3. BELANG

Toen hij me kuste was ik even volledig van slag. Overdonderd. De kluts kwijt. (Ik Ben De Verloofde Van Zijn Zoon. Wat Nu Gebeurt Kan Niet. Dit Mag Niet – schoot het als elektrische signalen, aansturend op een kortsluiting, door mijn hoofd.)

Ik duw hem weg en schop hem tussen zijn benen, ga beginnen roepen, maak een vreselijke scène, maak hem uit voor-ik-weet-niet-wat-allemaal en ga dan zo hard als mogelijk de deur achter me dichtklappen – zo dacht ik een fractie van een seconde. Een gedachte die meteen verdrongen werd, want tegelijk begon ik te smelten.

De strakgespannen zenuwen van nog geen handvol seconden eerder ruimden plaats voor een compleet ander soort van spanning. Een best aangenaam gevoel, gecombineerd met een duizelig gevoel – die champagne die naar mijn hoofd steeg, opspelende hormonen – en de kriebeling van zijn snor.

‘Laat me nou maar doen,’ fluisterde hij zacht, ‘het is compleet in jouw,  in jullie belang.’

Hij zat intussen met zijn handen onder mijn bloesje, schoof het omhoog en bekeek mijn BH. Wat stom nou, want ik had een – in zijn ogen beslist belachelijk overkomend, zo vreesde ik – setje aan in zebramotief, maar daar had hij (gelukkig) weinig aandacht voor en ik hoorde mezelf zenuwachtig giechelen toen hij een cup van mijn tiet afschoof. Informeerde dan naar mijn cupmaat. 75B vond hij ‘lekker’, zei hij. En dat er op mijn rapport alvast twee blauwe cijfers prijkten.

Duwde me dan achteruit op het bankstel, stak zonder aarzeling een hand onder mijn rok, de vingers meteen op het kruisje van mijn string en dan, in een snelle beweging, eronder.

‘Doe je rokje uit,’ klonk het vervolgens. Ik ben een vrij iemand, met een eigen, vrije wil – ik doe wat IK wil, flitste het door mijn hoofd. En ik liet mijn rok zakken.

Met zijn tanden trok hij mijn string uit, zijn hoofd zag ik even later geparkeerd tussen mijn dijen, maar niet lang want hij dook zo weer op.

‘Je staat zo nat als wat!’ klonk het als een verwijt.

Ja zeg! Verwarring was op dat moment mijn deel.

En dan: ‘Laat maar eens zien wat jij met je mond kan.’

Op het moment dat zijn slip naar beneden ging, was ik compleet verloren, volledig de zijne. Het is hypocriet om daar, en zeker louter in confrontatie met mezelf, ook met u, beste lezer, anders over te schrijven.

Ik concentreerde me volledig op dat ding waar ie constant achter loopt, de rest van de wereld kon me op dat moment echt gestolen worden. Godsdienst heb ik nooit begrepen. Op je knieën gaan voor het Hogere, de Almachtige Vader – jézus toch! Ik kreeg een gevoel van uittreding, zag mezelf daar zo zitten, in de weer met mijn eigen Godsverering.

Kleine doch zware zuchtjes doken boven me op.

‘Goed zo,’ en hij duwde mijn hoofd weg. Draaide me dan in de breedte van de zetel en trok mijn benen open.

  
4. ZELFKENNIS

Het bleef wel vreemd, de liefde te bedrijven met de man die me altijd straal genegeerd had. Ik verdrong die storende gedachte door me te concentreren op dat opzwellend intens klokkengelui in mijn onderbuik.

Halleluja!

Hij hield zijn bekken stil en wreef dan zachtjes over mijn buik, vroeg hoever ik nu al was, elf weken?

‘Nee, twaalf,’ verbeterde ik hem.

Hij begon te gniffelen.

‘Wat?’ vroeg ik, vol onbegrip om zijn rare reactie.

‘Je baby zal wel verschieten en denken van ‘amai, wat voor iets groot komt er me nu bezoeken?’ ’ en tegelijk stootte hij zijn pik nog iets dieper in me.

‘Een baby, gemaakt door de man die ik ooit nog in mijn ballen had zitten.’

‘Zeg!’ piepte ik.

‘Wat ‘zeg’?’

‘Is wel pervers wat je zegt.’

‘Pervers?’ Hij begon luidop te lachen.

‘Weet je wat pervers is?’ en hij trok zich uit me terug, liet zich pardoes op zijn knieën vallen en met zijn rechterarm omhoog zwaaiend begon hij zowaar te declameren:

Jantje zag eens pruimen hangen
Twee vanboven en één beneden
Hij liep vol met dierlijk verlangen
En heeft haar dan eens goed bereden 
Dàt is per vers – hoe dichters schrijven.’

Als een verlegen bakvis begon ik te giechelen. Misschien niet van het allerhoogste niveau, dit, maar, en zeker in de gegeven context, onmiskenbaar leuk.

‘Kom,’ en intussen nam hij terug plaats tussen mijn wijd gespreide dijen, ‘wij brengen nog eens een bezoekje.’

Toen hij me opnieuw gepenetreerd had zei hij dat ik in elk geval van één ding zeker kon zijn.

‘Van wat?’ wachtte ik nieuwsgierig zijn antwoord af.

‘Dat ik voor hem of haar de beste grootvader zal zijn die er op deze wereld rondloopt.’

Ik denk dat mijn ogen vol vocht liepen toen ik ze sloot, op het moment dat hij met zijn lippen weer aansluiting zocht met de mijne.

Hij hield zich dan weer even in.

‘Je bent een knappe meid, ook in dat kopje van je. Slim, begaafd. Maar luister eens goed: ik heb levenservaring en zoveel jaren meer mensenkennis. Je bent een geil sletje, niet? Geef het maar toe, gore snol dat je bent!’

‘Euh?’ Wist ik wel wat ik hoorde?…

‘Wat denk je? Anders zou je hier ook niet liggen met je beentjes open en mijn dikke paal in je, denk je niet? Serieuze meisjes doen zoiets toch niet!’

Ik was verbijsterd. Oh shit, wat zegt hij nu? Zit ik in de klauwen van een psychopaat die me nu finaal afmaken gaat – mentaal dan toch. Maar, bedacht ik me, HIJ was het toch die me ‘verleid’ had, ik nam het initiatief niet eens! Nu ging hij me kraken, daar was ik zeker van: ik ken geen vaders die toelaten dat hun zoon in het huwelijk treden met iemand die ze als ‘snol’ zien…

‘Ik hou van uw zoon. Zielsveel! Ik zal goed voor hem zorgen, hem altijd trouw blijven – dat beloof ik, dat zweer ik!’ smeekte ik haast.

‘Heyhey, niet zo’n bedenkelijk gezicht trekken: het is trouwens als een compliment bedoeld. En ik gun het mijn zoon van harte. Wees gewoon wie je bent, Nena ! Zeg eens wat je bent?’

‘Euh…’ (bis)

‘Ik zal je helpen: ik, Nena, ben een geil…’

‘Een geil sletje.’

‘Goed zo, je niveau van zelfkennis en -aanvaarding bevalt me.’

  
5. VERDORVEN

Ik realiseer me nu pas ten volle dat hij me een spiegel voorhield, dat ik – en goh, wat klinkt dit in eerste instantie zwaar – in wezen wel een gore slet ben. Ik ben op een moment gekomen waarop ik mezelf daarvan niet meer hoef te overtuigen. En het geeft niet echt een onaangenaam gevoel. Hij heeft inderdaad mensenkennis.

Hij liet er me bewust van worden dat er naast de zelfstandige, vrijgevochten en geëmancipeerde vrouw er ook nog een andere Nena in me schuilgaat: die Nena die refereert naar het oergegeven, die, gewillig zijnde verlangt naar een sterke, leidende hand. Ik voel me hoegenaamd niet gebruikt – integendeel. Ja, het klopt dat ik even de neiging heb gehad om hem af te wijzen maar gelukkig – en ik wik zorgvuldig mijn woorden – heb ik dat niet gedaan.

Hij zocht met zijn mond opnieuw mijn lippen op. En, andermaal, de vaststelling dat zijn snor erg kietelt. Het is een ontzettend vreemd gevoel, nooit eerder kuste ik een jongen of man met een lipbegroeiing. Zo’n beharing is eerlijk gezegd ook niet mijn ding, in tegenstelling tot het kroezelhaar op de borstkas, bij hem erg rijkelijk aanwezig. Maakt een soort oergevoel bij me los.

Hij liet zich uit mijn kutje glijden en nodigde me dan opnieuw uit om hem op een orale manier van dienst te zijn.

Een witte neger (hij moest eens weten…), en dan gebruik ik het woord ‘neger’ zeker niet degenererend – integendeel! Heb er geen meetlat bij genomen (zou er nog aan mankeren…) maar schat de lengte boven de 21 cm.

Afdeling clichés: het is niet de lengte die van belang is, wél wat de bezitter er mee doet. En laten we dan nu even verder lopen, naar de Afdeling Realiteit: de afmetingen betekenen, althans voor deze meid, op zijn minst geen onbeduidend detail én wat ie ermee presteert is een ervaring die je kan omschrijven als zijnde ‘af’.

Waar ik, naast de muziek van Coldplay, vanille-ijsjes, romantische zonsondergangen aan een exotische kustplaatsje en de doeken van Monet een zwak voor heb, dan is het wel voor fraai geschapen jongeheren. Zoals die gigantische vleesknots van hem.

Hoe te omschrijven dat wat ik voelde voor dat ding? Bewondering, ontzag. Een soort van devotie zelfs. Enorme opwinding ook, mateloze geilheid maar tegelijk maakte de grootsheid ervan een soort van angst bij me los. Ik ben eerder, hoe zeg je dat, van de nauwere kant en daarom ook die opstoot van trots, geruststelling, gelukzaligheid en hemels genot, op het moment dat ik merkte dat ik hem best wel hebben kon.

Hij vroeg dan hoe ik zijn pik vond.

‘Sjarel’, zo noemde hij hem.

Dat ik hem wel heerlijk vond, ja – zoiets.

‘Dan heb ik goed nieuws voor je.’

Ik denk dat hij de vraagtekens in mijn irissen kon zien staan.

‘Vanaf nu is hij de jouwe – maar dan moet je wel goed zorg dragen voor hem. Zie je dat zitten?’

Ik was volkomen verrast.

‘Beloof je voor hem te zorgen?’

‘Ja.’ Voor ik het goed wist, waren die medeklinker en klinker al over mijn lippen.

Als een onblusbare vulkaan, met een eindeloze eruptie van witte vlokken. Alsof er zich boven me een slagroomapparaat bevond waarvan de kraan helemaal opengedraaid was. Het blééf maar komen, mijn mond zat in één klap vol, ik kreeg het niet geslikt. Ik liet hem los en dan masturbeerde hij zijn schietende kanon verder, pal voor mijn neus. Een enorme hoeveelheid die op me kwakte en mijn gezicht en hals als het ware als een tweede huid bedekte. Zijn geil droop letterlijk van me af…

We zaten dus allesbehalve in een badkamer maar het woord ‘spermadouche’ is nog niet helemaal dekkend voor dat wat ik onderging.

‘Steek je tong eens uit, laat eens zien wat je in je mond hebt,’ hoorde ik hem vragen. Leuke opdracht en prompt stak ik mijn tong naar hem uit – het was me gepermitteerd! – en ik voelde hoe een glibberige massa van mijn smaakorgaan neigde te druppen.

Hoh, dacht ik plots, mijn mond zit vol met dat waar mijn geliefde uit ontstaan is. Dat besef, glashelderder als wat, gaf me soort van kosmische beleving – nauwelijks in woorden te vatten.

‘Goed zo meisje – inslikken nu!’ luidde vervolgens het advies. Hij gaf het als een droog bevel realiseer ik me nu, maar zo voelde het op dat moment niet aan: het was eerder een handleiding waar ik wel nood aan had. Ik besefte dat ik tot diep in mijn tenen genoot van elk moment van dit merkwaardig samenzijn met een al even merkwaardige ‘partner’.

Ik voelde me niet minder of meer dan een gore slet, maar had er een goed gevoel bij omdat ik wist dat de verantwoordelijkheid helemaal bij hem lag en hij me in feite niks kwadelijk kon nemen. Het neemt niet weg dat ik vaag wel het besef heb dat ik in een ‘verdorven’ scenario ben terecht gekomen, maar dan wel in eentje dat volledig van zijn hand is, wat me dan weer het gevoel geeft dat ik moreel gezien mijn handen vrij heb.

Soms doe je dingen waar je achteraf spijt van hebt. Soms kom je in situaties terecht waar je zelf geen hand in hebt, en dan is het een zaak om het simpelweg te aanvaarden. Ik ben een romantisch type én tegelijk nuchter ingesteld, ik geloof niet in een god maar wel in een soort van lotsbestemming. Zaken die zoals men zegt in de sterren staan geschreven en die je au sérieux moet nemen, in die zin dat je ze moet toelaten, ondergaan zelfs. Dat kunnen erge dingen zijn maar evengoed prettige verrassingen. Ik zou met de beste wil van de wereld niet weten waarom ik dat wat me vandaag overkwam in de eerste categorie zou moeten onderbrengen.

Ik ben dolverliefd op mijn toekomstige man. Precies daarom zie ik mezelf niet vreemdgaan. En wat nu gebeurd is, zie ik ook niet alzo. Het is geen banaal avontuurtje, het is, précies doordat het om zijn vader gaat, iets buiten categorie. Ik zou het niet anders kunnen duiden.

(Baidewei: vergeef me, lieve lezer, mijn vele fouten in spelling en grammatica en stijl en ik-weet-niet-wat-allemaal; ik kan best wel dingen op papier krijgen maar ben in de verste verte geen schrijfster… Eerder een ‘vrijster’ – grapje andermaal. Excuses!)

  
6. HANDEN

‘Achter die deur,’ en hij wees naar een hoek van zijn immens groot kantoor, ‘bevindt zich een ruimte met toilet, lavabo en douche. Ga je nu maar wat verfrissen.’

Hij zei dat ik zijn tandenborstel mocht gebruiken. ‘Dank je, meneer,’ was ik beleefd.

‘Vanaf nu is het gedaan met dat ‘gemeneer’, vanaf nu ben ik en noem je mij papa – goed?’

‘Ja,…papa,’ kwam nog enigszins aarzelend uit mijn verbaasde mond maar het volgende ogenblik vloog ik hem rond de hals om hem te danken. De voldoening was enorm, waar hij me altijd in de grootst mogelijke mate genegeerd had, liet hij me nu toe. Hoorde ik in één klap tot de familie.

Bedenking: een vreemd initiatieritueel misschien, of zeker zelfs – maar wie zegt dat het niet in meer families voorkomt?  Meer zelfs, en eigenlijk twijfel ik er geen moment aan,  in zogenaamd gereputeerde en respectvolle families gebeurt zoiets beslist wel maar weinigen voelen zich – blijkbaar – geroepen om het in de openbaarheid te gooien, zoals ik nu wel doe – weliswaar wakend over mijn, over onze anonimiteit!

Dit is Ons Geheim, iets wat nooit mag uitkomen. Een Geheim dat, al klinkt het contradictorisch, Greg en mij evenwel nog dichter bij elkaar brengt. Een Geheim evenwel dat, mocht het ooit uitlekken, de impact zou hebben van een emotionele kernbom.   

Onder de douche – ik lette erop dat mijn haar niet nat werd – overdacht ik de hele situatie.

Ik ben geen domme seut noch een idiote kwezel of één of ander idioot wicht: ik weet wat er te koop is in de wereld, ben heel progressief denkend in die hersenpan van me waarvan de inhoud er best wel mag zijn. Ik bedoel maar: ik behaal de grootste onderscheiding – om maar wat, in alle bescheidenheid bovendien, te zeggen bijvoorbeeld.

Wat een kentering: nog tot vanmiddag irriteerde en frustreerde hij me ma-te-loos, nu intrigeert en fascineert ie me. Zowel met dat wat zich in zijn hoofd afspeelt (de psychologe in me, weet-je-wel), en hoe dat te gaan bespelen (hihi), als met dat wat hij in zijn broek draagt – met krek dezelfde toevoeging als zojuist (en een hihi-bis).

Voor zijn leeftijd – hij is er 61, met zijn imposante 1m92 een boven me uittorende reus, op zijn minst een kop groter dan ik, kalend en Bourgondisch buikje – bezit hij een enorme kracht aan potentie. Iemand die weet wat hij wil. Succesvol ondernemer. Van dat laatste kan ik vanaf nu volop meespreken…

Greg is viriel  – laat daar niet de minste twijfel over bestaan, geachte mogelijke lezer – maar  zijn vader…ohlala! (Wat niet wil zeggen dat ik Greg nu met andere ogen bekijk. Of misschien net wel: met nog meer verliefdheid…)

Hij maakte me namiddag voor één uurtje tot de zijne. Een traumatische ervaring? Als het dat al zou zijn enkel en alleen in die zin dat ik nog nooit zo een intens iets heb meegemaakt. Traumatisch? Als je mijn snakken naar nog eens zulk ‘onderhoud onder vier ogen’ zo noemen wil, ja. Traumatisch ? Misschien wel ja, omdat ik nu plots in een handomdraai een vader heb. Ik voel een sterk groeiend respect voor hem en nee, geen vorm van verliefdheid: dat maak ik mezelf niet enkel wijs; dàt is ook zo. Als ik al verliefd zou zijn, is het niet op zijn persoonlijkheid, wel op die momenten die we samen beleefden, op zijn aanpak ook wel, bepaalde lichamelijke kenmerken en kwaliteiten bovendien. Hihi.

Serieus nu: mijn vader is kort na mijn geboorte overleden, ik heb hem, zo een sterk figuur, steeds gemist. Nu heb ik er één, een ‘vervangexemplaar’ weliswaar. Ik zou me overigens ook nooit of te nimmer kunnen voorstellen dat ik met mijn biologische vader op dezelfde intense manier zou kunnen en willen omgaan. Dat hij nu de vader is van mijn geliefde maakt het allemaal nog specialer.

  
7. KLONT

Toen ik terug in zijn kantoor verscheen riep hij me bij zich. Hij, ook intussen weer helemaal gekleed, gaf me een onschuldige, tedere en warme zoen op mijn wang. ‘Zo, aanstaande schoondochter van me, die heb je wel verdiend.’

‘Het is tijd voor de proclamatie,’ declameerde hij dan, opvallend speels en goedgeluimd. ‘Juffrouw, ik meen te mogen besluiten dat je rapport enkel maar blauwe cijfers telt. Proficiat!’

‘Dank je, meneer,’ ging ik mee in zijn humor.

Opnieuw drie kussen.

En dan werd hij op slag weer ernstig en vroeg me naast hem op het bankstel plaats te nemen.

‘Zie, Nena, ik moet je wat vertellen,’ begon hij. ‘Ik had de bedoeling een ernstig gesprek met je te hebben, maar toen ik je zo zag binnenkomen… Enfin, soit. Ik heb mijn leven, mijn zoon het zijne. Dat zie ik al lang in, dat is de realiteit. Maar pas nu ben ik in staat om dat te aanvaarden. Hij heeft me diep ontgoocheld maar de tijd is rijp om daar een streep onder te trekken. Het heeft geen zin om de enige zoon die je hebt te verstoten. En het was uitgerekend jij die gisteren voor die mentale klik zorgde. Het nieuws dat ik grootvader word en zo. Ik wil van mijn kleinkinderen genieten.’

Ik zag hem slikken.

Ik zag nog meer: hem menselijk worden.

‘Ik besef ook dat ik hard voor je geweest ben,’ vervolgde hij. ‘Heb altijd gedaan alsof je niet bestond. Je genegeerd als lucht. Ik heb je gebruikt om hem te pijnigen. Ik weet het, niet fraai van me. Maar je bent een verschrikkelijk mooie en lieve vrouw en al die aandacht die je van me misliep zal ik vanaf nu proberen goed te maken.’

‘Maar ergens blijf je toch lucht voor me,’ zei hij na een korte stilte.

‘Wablief?’ schoot ik nu, haast half in kolere, uit. (Zalven én slaan – dacht ik…)

‘Lucht, of zuurstof die ik nodig heb, waar ik niet zonder kan.’

Als ik een gitaar zou geweest zijn kon je stellen dat er nu wel een gevoelige snaar bij me geraakt werd.

Hij liet me nu wel overduidelijk merken dat ik zijn respect verdiend had. Ook voor mijn andere ik. ‘Knap academisch kopje, slimme meid. Je gaat het nog ver brengen. Je bent een aanwinst voor de familie’ (!!!!)

En dan zei hij iets gek: ‘Jij bent een klont.’

‘Een wat?’ schelde ik. Mijn verstand kon niet meer volgen, hij liet me van de ene verbazing in de andere denderen.

‘Een klont!’ lachte hij. ‘Een klontje puur goud.’

Jezus, zoveel complimenten – ik begon zowaar te blozen.

‘Mijn zoon heeft een goede keuze gemaakt: ik zet het licht op groen voor jullie toekomst en geluk. Meer zelfs: ik zal het feest van a tot z betalen.’

En dat hij er op stond dat het een groots opgezet evenement werd, met alle toeters en bellen. Plus dat hij grondige inspraak verwachtte.

Ik gaf voorzichtig aan dat we al wat ideeën hadden van de richting waarin we wilden gaan.

‘Met inspraak bedoel ik dat je me op geregelde basis op de hoogte houdt van de plannen. Tijdens informele bijeenkomsten onder vier ogen. Ons Geheimpje, snap je?’

Hij schonk zijn glas nog eens vol (ik wilde niets meer drinken) en nipte er even aan.

‘Je had toch al beloofd om zorg te dragen voor Iemand,’ en hij knikte met zijn hoofd omlaag, richting eigen kruis. ‘Wees gerust, hij zal er elke vergadering zijn. Zie je dat nog zitten?’

Ik ben een vrij persoon – hamerde het weer even door me – ik doe wat IK wil, en het was vanuit dit bewustzijn van keuzevrijheid (ik kon nee zeggen, ik kon ja zeggen) dat ik bevestigend knikte. Het besef van uit een nachtmerrie – waar hij een jaar lang de producent van was! – terecht te zijn gekomen in een compleet onvatbaar doch opwindend, spannend iets, een droom waar ik allesbehalve wilde uitstappen. Ik voelde me de koningin te rijk met Greg, maar daarnaast ook een… poppetje dat niet anders dan snakte tot leven te komen onder het gedirigeer van de imposante handen van een poppenspeler, MIJN poppenspeler.

Ik voelde me een treinwagonnetje dat eindelijk het station uitgetrokken wordt, voor een spannende reis – en denkend aan Greg, aan hem, zijn vader ook – is het niet meer dan volkomen logisch dat een trein alleen maar vertrekken kan op… twee sporen. Een dubbel spoor, maar gelijklopend, in volle harmonie, en zorgend voor een opwindende en deugddoend rit.

Dat ik verliefd aan het worden ben op hem? Oh nee, laten we onszelf niet voorbij hollen en aldoende struikelen: noem het een vorm van ‘verknocht zijn’.

Hij heeft me in zijn armen gesloten als schoondochter, op een niet alledaagse en volkomen overrompelende manier, maar een echte relatie, nog afgezien van het feit dat die onmogelijk is gezien de situatie, zijn status en noem maar op, zou ik echt niet zien zitten met een persoonlijkheid als hij. Hij kende me als een stijlvolle en, toch in zijn aanwezigheid, bijzonder gereserveerde jonge vrouw, en voila, nu heeft hij me ook eens helemaal langs mijn andere kant leren kennen… Hihi! (Stout hé!)

‘Meer vraag ik niet,’ keek hij me aan, me uit mijn mijmeringen halend.

‘Of toch,’ en hij opende zijn gulp. ‘Doe het nu maar gauw met je handen.’

  
8. CHARMES

‘Ga nu maar, Nena, ga hem het goede nieuws melden. Maar niks over Ons Geheim.’

‘Ja, natuurlijk papa.’

Het bleef vreemd maar tegelijk deed het ook goed om dat laatste woord uit te spreken.

‘Jij bent een schat van een mens. Fijn dat ik je ontdekt heb.’

Toen Greg me op de parking zag aankomen, wipte hij uit zijn auto. Ik sprong in zijn armen. Ik begon te huilen – het was me te sterk.

‘En?’ vroeg hij met een bibberende stem, ‘was het zo erg? De smeerlap.’

‘Nee, schat,’ hakkelde ik tussen het gesnik door, ‘hij heeft me aanvaard, wil vanaf nu ook een normale omgang met jou!’

‘Ongelooflijk! Fantastisch! Jij bent fantastisch,’ en hij begon me te kussen.

‘Je mond smaakt naar tandzeep, heb je zojuist je tanden nog gepoetst?’ en hij liet me los, zijn gezicht vol groeiend ongeloof en achterdocht.

Shit-shit-shit. Voelde me uit het lood geslagen.

Dan begon ik te vertellen dat zijn vader vandaag een grote bestelling had binnengehaald en dat ik daarom samen met hem champagne had moeten drinken en dat het derde glas me niet goed bekomen was, oprispingen en zo, een vieze zure smaak in de mond en dat hij toen aangeboden had om op zijn lavabo mijn tanden te gaan poetsen.

‘Ik wist wel dat er een gentleman in hem schuilging – zo zie je maar! Hij blijft tenslotte de vader van zijn zoon, hé,’ en het was wonderschoon, de glimlach die dan op zijn mond verscheen.

‘Deed hij in het begin moeilijk, die ouwe van me?’ wilde hij nog weten.

‘Ja,’ zei ik, ‘vragen, vragen en nog eens vragen. Hij kleedde me helemaal uit.’

Oeps, dacht ik plots, wat heb ik nu gezegd. Lapsus!

‘Zo kennen we hem,’ sneerde Greg, die blijkbaar mijn vreemdsoortige reactie op mijn laatste uitspraak niet in de mot had. ‘Alleen al het feit dat we niet samen mochten gaan. Typisch papa. Maar ik weet één ding: jij hebt hem ingepakt met je charmes, dit moet gevierd worden!’

Ik heb nu op zijn minst een speciale band met Gregs vader en als ik het was die het draaiboek had mogen schrijven, denk ik niet dat ik ooit zo’n scenario uit mijn hoed had kunnen toveren. Wat niet wegneemt dat, nu ik het ken, ik geheel niet de neiging heb om er dan ook maar wat aan te veranderen.

Het is Ons Geheim – geeft wel een geladen gevoel nu ik er zo aan denk – maar langs de andere kant weet ik dat hij me in zijn armen heeft gesloten en er niets is dat zegt dat ik dàt niet wil. Mijn relatie is gered, ik ben aanvaard door de familie – eindelijk – en één klap heb ik er ook een papa bij, én een minnaar, maar zonder dat vervelende schuldgevoel dat ik ‘vreemd ga’.

Je kan analyseren tot en met maar uiteindelijk blijft het gegeven mens een ondoordringbaar en complex gebeuren. Zoals het ook een blijk van nuchtere zelfkennis is als ik constateer dat ik een vat vol tegenstrijdigheden ben. Het maakt in ieder geval het leven toch zo boeiend. En misschien overhandigt hij me in belangrijkere mate de sleutel tot mezelf dan wat ik in mijn studie had gehoopt te vinden.

  
9.  ‘OPENHEID’

Vanavond werd Greg opgebeld door zijn vader. Op het einde moest hij het toestel ook even doorgeven aan mij. Ik kreeg enkel de droge boodschap dat ik hem stipt om 20 uur moest bellen. ‘Verzin maar iets,’ zei hij nog.

Tien voor acht trok ik mijn joggingkleren aan en ik riep naar Greg, die in zijn atelier bezig was, dat ik over een half uurtje wel zou terug zijn. Stipt om acht uur, ik bevond me toen in een stadsparkje hier in de buurt, toetste ik het nummer van zijn vader in.

Met kloppend hart in de keel. Ik zei hem – dat had ik me voorgenomen – dat ik hem wou danken. Omdat hij opnieuw aan de relatie met zijn zoon wou werken. Omdat hij me aanvaard had ook.

Stelde hij ten zeerste op prijs.

Dan vroeg hij wat we nog gedaan hadden.

Iets gaan eten, bij de Italiaan.

‘Is dat alles, Nena? Je weet het, ik hecht enorm belang aan openheid en eerlijkheid.’

Ik vertelde dan dat we eerst nog naar een motel waren geweest. Een idee van Greg.

Ik hoorde hem lachen.

‘Je krijgt er maar niet genoeg van, hé!’

Ik wist niet wat te zeggen.

‘Wie neukt het lekkerst?’

‘Zeg aub!’ Ik was echt verontwaardigd.

‘Antwoord eens – of zijn we ineens preuts geworden?’

‘Ik ben verliefd op je zoon – dat weet je maar al te best.’

‘Nena, dat is geen antwoord op mijn vraag. Welk van de twee momenten vond je het lekkerste, die beurt bij mij of nadien bij hem?’

‘Vraag zoiets toch niet.’

‘Ik vraag zoiets wél en jij moet antwoorden, meid. Wie neukt het lekkerste? Antwoord! Zeg 1 of 2: 1 ben ik, 2 mijn zoon.’

 Ik noemde een getal, en het was niet 2.

‘Dat is wat ik zo waardeer aan je, je eerlijkheid. Heeft Greg morgenavond voetbaltraining?’

‘Ja,’ antwoordde ik.

‘Hoe laat vertrekt hij.’

‘18u30’

‘Dan ben ik om tien voor zeven bij jou. Doe het kortste rokje aan dat je hebt, het meest sexy topje ook. En geen ondergoed, dat is maar ballast. Ik hou van openheid, ik wil dat je direct toegankelijk bent, ok?’

‘Ok,’ bevestigde ik, half in trance. Ik was een beetje geschokt, door zijn – licht schizofrene – woorden maar vooral door de vloed van opwinding die ze plots in me veroorzaakten.

‘Goed, tot morgen dan, slet van me.’ En hij haakte in.

‘Slet-van-me’: die drie woorden bleven in mijn hoofd galmen, lieten me gloeien.

Beeld dat ik plots heb: ik voel me als een maanlander, na een geslaagde missie – de verovering van de maan (Greg) – terug in een baan rondzwalpend en – eindelijk – gekoppeld aan het moederschip. Oh pardon, in dit geval: vaderschip.

Allemachtig, ik kom nu tot het besef dat we al een behoorlijk stuk de nacht doorgegleden zijn, het is haast ochtend. De eerste vogels hoor ik al fluiten. Tijd om terug naar boven te trekken, me naast zijn warme lichaam te nestelen. Ik voel me lichtjes in het hoofd, en dat heeft niks te maken met de – ocharme amper – twee glaasjes wijn die ik tijdens al die uren dronk. Het is het effect van het schrijven. Van woorden op papier te zetten, ze te herlezen om zo nog meer inzicht te krijgen in wat me overkwam.

Het besef ook dat ik ervoor gezorgd heb dat Greg en zijn vader, ‘papa’, iets gedaan hebben wat niemand voor mogelijk hield: zich verzoend.

Nu ik zo herlees wat allemaal uit mijn stylo gevloeid is kan ik me niet van de indruk ontdoen dat ik me in zeker zin probeer te verantwoorden.

Maar misschien heb ik daar dan wel nood aan – misschien is dat niet eens verkeerd, want het me verantwoorden doe ik op de allereerste plaats – als het niet exclusief is – voor mijn baas. En mijn baas, dat ben ikzelf!

Ik zet er nu een punt achter. Ik bedoel achter dit verhaal – zeker niet aan hét verhaal. Een welgemeende groet én tot ziens.

Nena

© giel

 

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  3 comments for “De toestemming

  1. 4 mei 2007 at 18:41

    Vaardig geschreven verhaal met een vileine pointe. Niet helemaal consequent qua stijl, want hier en daar wellicht wat te uit de losse pols geschreven. De ironie van de terzijdes ondergraaft naar mijn smaak de overtuigingskracht. Twee sterren is deze bijdrage evenwel dubbel en dwars waard.

  2. 8 mei 2007 at 11:02

    Het nogal hoge taboe-gehalte van dit verhaal mag een wat uitgebreidere inleiding en voorbereiding hebben: nu komt de eerste toenadering van schoonpapa echt uit de lucht vallen. En dat is jammer omdat de rest van het verhaal een goede inkijk biedt in de twee kanten van Nena's persoonlijkheid. Ik snap die duisterder kant wellicht niet helemaal, maar de schrijver doet zijn best om haar gevoelens en gedachten te verwoorden.

  3. WB
    8 mei 2007 at 15:54

    Soms was ik het perspectief een beetje kwijt, soms werd het verhaal verlaten om de lezer toe te spreken. Beide elementen doen de verhaallijn geen goed. Maar toch blijft het een leuk geschreven bekentenis die je misschien van een a.s. psychologe niet zou verwachten.

Geef een reactie