De wereld van Lady Widmere

(verhaal gesitueerd in de 18e eeuw)

 

Terwijl de eerste kleine druppeltjes op de ruitjes van het loodglas spetterden, zag Lord Cambion in de verte zijn stalknecht Rohan met forse tred in de richting van de Mansion schrijden.

“Nog meer ellende”, dacht de Lord. “Wat scheelt er toch met die vent? Ik moet hem toch echt eens laten gaan een dezer dagen. Maar ja, wat dan met…”

– “Edward Cambion!” hoorde hij zijn naam roepen vanaf het einde van de gang.

“In de studeerkamer, lieve!” repliceerde hij gelaten.

De zware esdoorndeuren met de geopende leeuwenmuil erin gegraveerd – het familiewapenschild van de Cambions – zwaaiden open en toverden de forse gedaante van zijn vrouw, Lady Widmere, in het deurgat.

“Negeer me alsjeblieft niet altijd, Edward. Ik haat het wanneer je dat doet! En kijk niet zo uilachtig alsof je een kind bent van de Onschuldige Maagd!”

Lord Cambion had zijn mond open gedaan om iets terug te zeggen, maar deed hem zonder een geluid te hebben geuit wijselijk weer dicht.

 

“Ik weet dat je rond deze tijd van de maand me zoveel mogelijk probeert te ontlopen, maar dat blijft een spelletje zonder nut of gevolg en dat weet je.

Je weet dat mijn honger gestild moet worden, schat…”

-“Ja, lieverd. Dat weet ik. Ik heb het alleen steeds moeilijker met het feit dat…”

“Ja, dat weet ik. Maar het is zo en niet anders. Ik kwam je zeggen dat ik morgen het Afrika-thema wil. Jij zorgt voor de details.

– “Weet je dat zeker, lieve, het Afrika-thema? Daar…”

Maar éen blik van zijn vrouw was voldoende om zijn woorden in te slikken en zijn gedachten te zetten op hoe hij het nu weer zou klaarspelen.

 

Plots twee lichte klopjes op de deur.

“Ja!”

Een klein muizengezichtje kwam piepen vanachter de deur.

Met terneergeslagen ogen zei de jonge schuchtere verschijning: “Rohan wenst de Meester te spreken, Mylady. Hij staat beneden in de grote hall.”

– “Wat?! Denkt die stalknecht nu echt dat hij de Meester mag commanderen?! Wie denkt hij wel dat hij is? Edward, veeg die vent zijn jas eens uit!”

“Ja, lieve. Meteen.”

Met even gebogen hoofd passeerde hij het dienstmeisje en begaf zich van de statige trap naar beneden. “Dank je wel, Maris. Doe maar verder met je werk,” zei hij tegen haar in het passeren.

“Edward?” riep zijn vrouw hem nog even na.

-“Ja, lieve?”

“Onthoud goed wie hier de scepter zwaait. Ik ben de erfgename van het Widmere patrimonium. Jij bent niets! Begrepen?”

Lord Cambion knikte stilzwijgend. Hij had deze zin al zoveel gehoord, maar toch knabbelde hij telkens weer een klein stukje van zijn hart weg.

 

“Wat is het probleem, Rohan? Ik heb niet veel tijd. Misschien dat we morgen…”

– “Nu, mylord. Het moet gedaan zijn! Oren die niets met onze wereld te maken hebben, hebben woorden vernomen die nooit gehoord mochten worden. We worden hier allen in meegesleurd. Ik weiger nog langer…”

“Jij weigert niets!” Langzaam draaide Lord Cambion zijn ogen naar die van Rohan en hoewel deze ruim een hoofd groter was dan de Lord, leek hij plots veel kleiner geworden.

In de ogen van de Lord lag een vreemde uitdrukking. Hij voerde een blik die geen weerstand verdroeg.

“We doen verder zoals we altijd gedaan hebben. Dat is ons aller lot. En jij stopt met klagen, anders eindig je zoals je voorganger.”

Zonder verder een woord te zeggen draaide Rohan zijn hielen naar Lord Cambion en verliet het vertrek. De boodschap was blijkbaar aangekomen.

 

Die avond, toen de zon alweer was opgevreten door de wolven van de nacht, verliet Lord Cambion door het kleine poortje dat de bedienden normaal gebruiken de Mansion.

Het natte gras slorpte zijn schoenen op. Door de langdurige regenval was alles doorweekt. En nog steeds die miezerige druilregen die maar niet wou ophouden!

Als een uitgehongerd kind dat de tepel van een melkgevulde moederborst niet wil loslaten, hield Lord Cambion zich vast aan de gedachte dat het deze keer misschien de laatste was; dat er nu iets zou gebeuren waardoor alles ophield. Wat? Geen idee, maar hij bleef hopen.

 

Tussen het gezomp van zijn voetstappen dreunden telkens de woorden die zijn vrouw hem eerder die dag zei. “Jij bent niets! Ik ben de erfgename van het Widmere patrimonium. Jij bent niets! Niets! Niets…”

Plots besefte hij dat hij voor een deur stond en dat hij op zijn bestemming was aangekomen. Hij klopte zacht en drie tellen later werd er voorzichtig open gedaan. Hij staarde in het verschrikte gezicht van een jong, zwart meisje.

“M… mylord, komt u binnen?”

 

-“Nee. Morgenavond 8 uur. Zorg dat ze er zijn. De beloning blijft dezelfde en krijgen ze achteraf.”

Cambion staarde ter bevestiging nog eens nadrukkelijk in de gitzwarte ogen van het jonge ding en maakte dan dat hij weg was. De deur sloot zich en zacht snikken was hoorbaar aan de andere zijde. Met een verbeten trek om zijn mond sjokte de Lord terug naar huis.

 

Hij nam opnieuw de bediende-ingang, waar hij een vreemd gestommel hoorde in de bijkeuken.

“Maris? Wat doe jij nog zo laat op? Na 21.00 uur moeten de bedienden op de kamer blijven!”

-“Ik was iets vergeten, mylord. Ze keek haastig rond, zag een schaar liggen en zei: “mijn schaar. Hier is ze. Ik moest nog wat verstelwerk doen. Ik ga nu vlug naar boven. Het zal niet meer gebeuren, mylord.”

“Herstel je ook handschoenen van stalknechten, Maris?” sprak de Lord terwijl hij met een op de aanrecht gevonden zwartlederen handschoen zwaaide.

– “Daar weet ik niets van, mylord. Echt niet. Die moet Rohan hier vergeten zijn.”

“Naar je kamer, kind. En doe geen domme dingen. Waar zit het verstand ook bij jullie slag!

Maris tilde haar zware rokken op en verliet met rode kop de bijkeuken.

 

De nacht gleed verder, onhoorbaar zoals een in het verschiet rondhangende havik, wachtend op zijn prooi.

Cambion kon de slaap maar moeilijk vatten. ’s Morgens herinnerde hij zich nooit veel van zijn nachtmerries, maar dat ze vreselijk waren, daar was hij wel zeker van.

“Goed of slecht?” Die woorden ijlend was hij opnieuw wakker geschoten, klam van het zweet. “Goed of slecht?” sprak hij langzaam tegen zichzelf. “Mijn god, verlos ons van de vuige demon.”

Het zou nu al bijna zo’n dertig jaar geleden zijn dat Edward Patricia Widmere ontmoette tijdens een tuinfeest bij de Darkmoores, welgestelde notabelen uit het Achterland. Het was een wondermooie vrouw met een vreemdsoortig charisma dat hem in een fractie geboeid had. Nu was hij quasi letterlijk geboeid aan haar: afhankelijk van haar goodwill, haar fortuin, haar macht. Door de jaren had hij haar leren kennen als een nietsontziende vrouw die recht op haar doel afging en hiervoor niemand spaarde.

De moeilijkheden begonnen nadat Edward een val van zijn paard amper overleefd had, tijdens een jachtpartij. Het liefdestuig van de Lord bleek niet meer te werken en dit was een ramp voor de meer dan seksverslaafde lady Widmere. Dat ze het hier niet bij zou laten, wist de Lord eigenlijk al meteen en hij had het bij het rechte eind.

Maar anders dan wat hij verwacht had, deed Patricia geen zaken achter zijn rug om.

Ze nodigde mannen uit op de Mansion en liet zich daar voor de ogen van haar echtgenoot alle lusten welgevallen die ze maar kon bedenken.

Eigenlijk was zijn ongeval een zegen geweest voor haar, want haar echte, diepe erotische fantasieën had ze nooit kwijt gekund bij hem. Nu deed ze wat ze wou, hoe vergezocht of verdorven het ook leek. Dat haar man al deze zaken – met grote walging – moest aanschouwen, deed haar eigenlijk groot plezier.

De laatste tijd echter was er een aspect bijgekomen in haar spel. Een aspect dat hen beiden – want door aanwezig te zijn en niet in te grijpen was hij medeplichtig geworden – naar de afgrond kon leiden.

 

Lady Widmere had voor haar vele spelletjes diverse locaties in de Mansion. Wat vanavond zou gebeuren, had plaats in de Oostelijke Vleugel, in de Sirocco Zaal.

Eigenlijk was het een avondvullend spektakel geworden, de spelen van Lady Widmere. Deze begonnen eigenlijk met het avondeten en liepen uit tot rond middernacht.

Toen de grote staande klok in de hall luid kermend aangaf dat het zeven uur was, begaven de Lord en Lady Widmere zich naar de eetzaal.

Tevreden knikte Cambion naar Maris omdat zij verantwoordelijk was voor de aankleding van de zaal en het eten. Overal brandden fakkels in houders die eruitzagen als mannenarmen uit tin. Ze gaven de donkere ruimte een ietwat kerkerachtige sfeer, maar toch vreemd aantrekkelijk. De wanden en vloeren waren voorzien van dikke Perzische tapijten, afgewisseld met luipaardvellen. Er stonden exotische, wilde dieren verspreid over de kamer tegen de muren.

 

Lady Widmere wuifde kort met de linkerhand naar Maris: de avond was begonnen!

De twee centrale deuren werden krachtig en gezwind geopend, waarna een jonge zwarte vrouw binnenkwam met zoals zij het luid aankondigde: “kokend voorvocht van de 100 meest viriele jagers van de Barca woestijn!”

De Lord draaide even zijn ogen en zuchtte “alweer gezeefde aspergesoep, dus”.

De Lord en Lady zaten elk aan een kant van een 10 meter lange tafel, dus dat hij gehoord zou worden zat er niet echt in. Temeer omdat er nu een jonge zwarte man was binnen gekomen met een luit, die zacht begon te tokkelen, onder goedkeurende blik van de Lady.

Alle aanwezigen buiten de twee prominenten waren gekleed in Nubische kledij: lange witte gewaden met niets eronder, zowel de mannen als de vrouwen.

Al vlug klapte Widmere in haar handen en zei speels tegen Maris: “ik heb zin in iets stevigs. Ga en breng me wat ik wil!”

Maris haastte zich naar de deuren en klopte kort. In een oogwenk openden de deuren zich en een tafel op wielen werd binnengerold. Hierop lag een naakte zwarte vrouw op haar rug, helemaal bekleed met allerlei vruchten, pasta’s, kleine groentjes. Rond haar lag dampend vlees, haar borsten waren bedekt met saus. Haar venusheuvel was volledig verborgen onder een stapeltje van de duurste kaviaar.

Widmere kreeg een verglaasde en geile blik in haar ogen, die ze heen en weer liet gaan over de verrukkelijke spijzen en uiteraard over de bloedmooie vrouw die er nog steeds roerloos bijlag met gesloten ogen.

“Vanaf nu, iedereen gelijk!” riep lady Widmere. Hiermee bedoelde ze dat vanaf dat moment tot wanneer zij er een halt zou aan toeroepen, iedereen in de kamer van dezelfde rang en stand was. Het was tegelijk het sein aan allen om zich te goed te komen doen aan de heerlijke spijzen.

Widmere ging naar de liggende lekkernij toe en keek het meisje diep in de ogen. Zonder haar blik af te wenden ging ze omlaag en likte aan de warme saus op de borsten van de zwarte vrouw. Widmere nam een stukje gebraden eendenborst en bood het meisje een hap aan, waarna Widmere gulzig aan de andere zijde van het vlees begon te eten. Haar tong gleed vervolgens soepel in de mond van de ebbenhouten liefdesdienares, waarna hun beider tongen een trage vreugdedans maakten.

“Drink, iedereen!” lachte Widmere en liet de tinnen kroezen gul rondgaan en bijvullen.

Het poeder dat ze nu reeds meer dan tien jaar gebruikte deed nog steeds goed zijn werk. Niemand had het ooit vermoed…

 

Widmere leidde Maris naar een van de grote zwarte mannen en zei tegen hem: “neuk haar en bezorg me genot door het schouwspel.”

De man ontdeed zich van zijn gewaad en toonde zijn gezwollen penis aan Maris die er eerst voorzichtig aan likte, alsof ze eerst inschatte of ze deze kolos wel aankon.

Al vlug werd ze langs achter genomen, haar kut glimmend van de neuksappen. Haar gelukzalige kreten weergalmden door het vertrek en deden Widmere haar ogen sluiten. “Mmm, neem haar maar lekker.”

 

Toen ze haar ogen terug opendeed, wenkte ze traag naar de tweede man, die nog in de hoek stond te drinken, alleen.

“Lik mijn kutje, lekkere kerel. Jij weet vast wel hoe dat moet, niet?”

De man liet zijn spieren even rollen en glimlachte naar haar, maar zei niets.

Hij hurkte neer en liet zijn tong het spel van aantrekken en afstoten spelen. Al snel vloeide haar rivier van lust over zijn smaakpapillen, waarna hij zich volledig te buiten ging aan haar warme genotstempel.

 

“Tijd om de gaatjes te vullen!” riep ze plots uit en meteen werden haar kut en kont verwoestend geneukt door twee gitzwarte wilden die als razenden tekeer gingen. Maris en een andere dienstmeid likten wild aan haar zware borsten met de priemende tepels, en tegelijk aan elkaar. Uiteindelijk kwam de Lord en propte zijn zware erectie in haar verlangende mond.

Na enkele minuten kwamen de hengsten in haar. Langs alle kanten kwam hete sperma uit haar openingen gestroomd, die de meisjes gulzig oplikten om ze dan met elkaar te kunnen delen.

 

Tevreden en afgejakkerd tot op het bot keek Widmere naar het schouwspel van dampende lichamen rond haar.

“Het is goed geweest. Vandaag kraait de haan niet over verspild bloed.

Dank voor jullie diensten. Widmere heerst terug vanaf nu!”

 

Als geesten verlieten alle dienaars en genodigden de zaal.

Alleen Widmere bleef achter, met naast haar Lord Cambion. Zijn slapend hoofd rustend op haar borsten. Hij zou zich opnieuw niets herinneren, behalve hetgeen zij hem zou vertellen, telkens opnieuw…

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  8 comments for “De wereld van Lady Widmere

  1. 3 oktober 2008 at 16:56

    De setting is veelbelovend, maar het verhaal wil niet goed op gang komen. Voordat de avond goed en wel is begonnen, is hij al weer afgelopen. En: over de 'Lord' wordt eerst gezegd dat hij zijn sexuele vermogens heeft verloren in een ongeluk, even later mag hij met zijn 'zware erectie' binnen bij zijn vrouw. Het taalgebruik is meestal zeer toepasselijk, maar hier gaat het me even te ver: 'Toen de grote staande klok in de hall luid kermend aangaf dat het zeven uur was'. Kermend? Had die klok dan verdriet? Kortom, er is veel ruimte voor verbetering, voorlopig 1 punt.

  2. WB
    3 oktober 2008 at 20:51

    De lord, waarvan het liefdestuig niet meer werkte, had het bij het rechte eind. Als dat geen humor is… Ik vind zo'n verhaal wel knap verzonnen hoor, maar er zit toch te weinig spanning in. Het is wat saai. En soms ook onbegrijpelijke wendingen zoals de lord met het niet meer werkende tuig die op het eind toch nog "zijn zware erectie in haar verlangende mond propt." Of begrijp ik iets niet goed?

  3. 6 oktober 2008 at 21:58

    Dit is niet echt een verhaal naar mijn smaak, maar ook als ik dat niet meeweeg schort er nog wel wat aan. De opbouw is eerst vrij traag, maar de 'ontknoping' daarna eigenlijk te snel. Lees ik het goed, dat de impotente Lord toch in erectiele toestand deelneemt aan de orgie? Het zal door 'het poeder' komen, maar het blijft schimmig voor mij. Het einde is onbedoeld raadselachtig. De spanning, die eerst vaardig leek te worden opgebouwd, is er dan helemaal uit. Jammer.

  4. 9 oktober 2008 at 12:07

    verhaaltechnisch goed, mooi geschreven met oog voor detail. Maar de diepere essentie achter het verhaal ontgaat me. Er wordt teveel niet verteld. Zoals Rohan, wat is zijn rol in dit verhaal ? Daardoor laat het verhaal te veel vraagtekens af. Jammer, had anders 3* kunnen zijn, maar nu 1* eraf voor de vraagtekens.

  5. 14 oktober 2008 at 22:37

    Het verhaal hinkt op twee gedachten. Het begin is een mooie aanzet tot een lekker lang verhaal, maar halverwege komt een omkering en wordt het een beetje afgeraffeld. De wereld van Lady Widmere lijkt me zeker waard om te leren kennen, maar dan wel lekker hapje voor hapje. Wees onze gids, beste Surric, maar geef ons tijd om ervan te smullen.

  6. 14 oktober 2008 at 22:44

    Het verhaal hinkt op twee gedachten. Het begin is een mooie aanzet tot een lekker lang verhaal, maar halverwege komt een omkering en wordt het een beetje afgeraffeld. De wereld van Lady Widmere lijkt me zeker waard om te leren kennen, maar dan wel lekker hapje voor hapje. Wees onze gids, beste Surric, maar geef ons tijd om ervan te smullen.

  7. 16 oktober 2008 at 20:05

    Het verhaal schiet een beetje zijn doel voorbij gezien de details, die vermeld worden in het eerste deel. Rohan heeft verder geen functie in het verhaal en ook de scene in de keuken leidt nergens toe. De machtsverhouding tussen de echtelieden doet in het verhaal ook weinig ter zake. Het magische poeder vermag immers alles?
    Jammer, want het verhaal heeft zeker potentie.

  8. 22 december 2008 at 23:13

    Ik lees dit genre heel erg graag en jij schrijft lekker vlot en zwierig. Ik vond het dan ook een schitterend verhaal. Het is nooit voor iedereen goed natuurlijk, maar als liefhebber van erotische nostalgie heb ik er echt van genoten.
    Ik vond zelfs dat het langer had mogen zijn .
    Mooi & grtjs!

Geef een reactie