Een blonde droom

Droom over een blond meisje uit een ver verleden

Ooit, een mensenleeftijd geleden ontdekten we samen, een klasgenootje en ik, het wonder van de liefde. Zo breekbaar en teer als de eerste liefde was, zou het nooit meer worden. Het was geen appel waarvan ik proefde maar een frisse jonge mond. Wij werden gedwongen om afscheid te nemen zodat aan onze liefde de kans werd ontnomen om tot ontplooiing te komen. De zoete pijn van een heerlijke herinnering bleef en inspireert nog steeds mijn dromen. 

Soms denk ik wel eens: “waaruit komen dromen voort.” Sommige dromen zijn gewoon onzin en in die zin zijn dromen bedrog. Maar soms zijn dromen herinneringen vind je ook niet? Deze droom nam al gauw de vorm van een verhaal aan, lees zelf maar.

Ik zie mezelf in een smalle, lange boot, een soort kano. Het dek is groen, lichtgroen geschilderd, de kleur van kroos en als ik goed kijk kan ik de nagels zien waarmee het dek op de boorden van het bootje is vast gezet. Zo gedetailleerd is de  beeld in mijn droom.
Voor me ligt een houten vlonder, een plat vloertje waarop ik kan zitten. Maar ik zit er niet op want ik zit een beetje hoger op het achterdek zodat ik beter kan sturen. Het moet wel zomer zijn want ik heb het warm en ik zweet. Ik hoor muggen en andere vliegende insecten die om mij heen vliegen. De smalle sloot waar ik de boot door heen peddel, is ondiep maar het water is glashelder. De bodem bestaat uit donkerbruine veengrond en overal zie ik, door het heldere water heen, takken en resten afgevallen bladeren liggen.

Omdat ik me onder de bomen bevind die aan de oever van het water groeien kan ik hier niet zeilen. Het zijn geen hoge bomen, meest Elzen die met hun grillige vormen aan fantasiefiguren doen denken. De dichte bladerkroon van de bomen houdt de zon tegen. Straks wanneer ik in open water kom zal ik de mast opzetten zodat ik me door de wind kan laten voortduwen. Geduldig peddel ik dan ook door die ondiepe sloot en intussen geniet ik van de dichte begroeiing aan de oever. Typische zomerplanten, Lissen met hun helder gele vlinderbloemen, Kattenstaart, met hun pluizige paarse bloemen en heel veel Munt, dat zo heerlijk kruidig geurt. Het is stil, zoals het daar altijd stil is en alleen het gedruppel van het water dat van mijn peddels valt is hoorbaar. Soms ook, als zacht gemompel, het kabbelen van golfjes die onder de boeg van het bootje trachten te komen.

Langzaamaan verbreedt de sloot zich en nadat de laatste bomen achter mij zijn gebleven kom ik op het open water met aan weerszijden uitgestrekte rietkragen. De ruimte hier op het kleine meer, dat is waar ik van houd. De hoge heldere lucht, nergens om me heen gebouwen, huizen of bomen, alleen maar ruimte. Ruimte die oplucht, ruimte die vrij maakt en aanzet tot denken en fantaseren.

De golfjes op het meer worden hoger en spatten af en toe stuk tegen de voorzijde van de boot. Het spatwater besproeit me en maakt dat ik ril van de koude omdat het water nog niet opgewarmd is. De zomer is nog in de maak. Een frisse wind dwingt me om een vest aan te doen want hier, waar geen beschutting van bomen of riet meer is heeft de wind vat om mij.
Ik trek een vest aan en daarna, omdat de wind krachtig genoeg is hijs ik het kleine zeil zodat ik op windkracht naar de overkant kan varen.

Het is zo gebeurd, een klein zeil, geen fok of Genua, alleen een klein wit zeil ter grote van een beddenlaken. Als het voor elkaar is en ik ga zitten trek ik de schoot aan. Onmiddellijk meerdert kano vaart want hij is lang en ook smal. Als ik achter op het dekje ga zitten en in de richting van de overkant koers, met de voorjaarszon op mijn hoofd en de wind tegen de zijkant van mijn gezicht, gebeurt er een wonder.

Plotseling ben ik niet meer alleen, dat kan in een droom. Tussen mijn knieën zit een blond meisje. Tenger is ze, met dunne armen en benen. Ze kijkt vrolijk en in haar grijze ogen zie ik het vuur van avontuur glimmen. Ze kijkt gespannen voor zich uit. Vraagt zij zich af of zo een smalle boot wel geschikt is om naar de overkant te varen? Toch heeft ze vertrouwen in mijn zeilkunsten en dat maakt dat ze zonder vrees tussen mijn knieën zit. Haar schouders rusten tegen mijn borst en haar armen met broze polsen en de sierlijke dunne vingers rusten vol vertrouwen op mijn bovenbenen. Ze is mooi, geen schoonheid maar een mooi, gezond, levenslustig meisje dat met vrolijke, heldere ogen de wereld in kijkt en iedereen voor zich weet te winnen.
Ken ik dat meisje? Het zou kunnen maar zeker weet ik het niet. Het is een meisje uit mijn herinnering maar ze komt zo werkelijk over dat ik bijna zeker weet dat ik haar ken. Af en toe schudt ze de blonde haren om het over spattende water van haar gezicht te schudden. Ze heeft een glimlach om de mond, een stralende, vrolijke glimlach, een glimlach die me vertelt dat ze gelukkig is. Gelukkig in mijn bootje op het wijde water. Het bootje schudt en stampt, het slingert af en toe maar achter ons is een spoor van borrelend schuim te zien waaruit de snelheid af te leiden is.

Als ik mijn benen stevig tegen het tengere lijfje klem voel ik de warmte van haar lichaam. Ze heeft het koud, dat zie ik aan het kippenvel op haar schouders en armen. Ik knel haar steviger tussen mijn knieën en buig mijn hoofd. Blonde, warrige haren kriebelen in mijn gezicht want het staartje dat ze draagt is niet lang genoeg om al die dunne haren bijeen te houden. Ik snuif de geur op, de geur van haar frisse, door de wind verwaaide haren. Het is een geur die bedwelmt. 

“Zo heerlijk geurt een vrouw,” denk ik en dan druk ik voorzichtig een kusje in haar hals. Lachend kijkt ze omhoog naar me, haar tanden schitteren tussen roze lippen. Wat een mooi meisje, denk ik. Wat een lief meisje, wat een mooi, lief meisje en hoe komt ze bij mij in de boot? Ik weet het niet maar ik vraag er niet naar, ik ben erg gelukkig met zo een geschenk. En omdat ze lachte toen ik haar kuste, raap ik al mijn moed bijeen en durf haar opnieuw te kussen. Van haar hals glijden mijn lippen naar een frisse rode wang en omdat ze haar hoofd draait raken haar jonge lippen mijn lippen.

Dan durf ik haar te vragen: “Wie ben je?”
Ze lacht: “Ik ben die je zoekt,” zegt ze raadselachtig. En dat zet me aan het denken, zocht ik iemand? Misschien heeft ze wel gelijk en zou ik dan nu gevonden hebben waarnaar ik zocht? “Wat doe je?” vraag ik omdat ik niet begrijp dat ze er voor mij is.
“Alles wat je wilt,” antwoordt ze, recht voor zich uit kijkend. We zeilen verder en de overkant komt dichterbij, ik kan de rietkragen duidelijk onderscheiden en hier en daar een zandstrand. De lucht is blauw, af en toe waait er een helderwitte wolk boven ons langs. “Alles wat je wilt..” echoot haar stem in mijn gedachten.
“Alles wat ik wil.” En wat wil ik dan wel? Ik weet het niet en voel me als Alladin en zijn wonderlamp. Hier, dicht bij mij bevind zich een wonder dat mijn dromen waar kan maken maar ik weet niet wat ik wil. Dat is een probleem.

Terwijl we spattend en schommelend over het water glijden kijk ik naar het wonder dat stil tussen mijn knieën zit. Ze draagt een groenachtig badpak dat met een strikje om haar hals gesloten is.
“Een meisje en een jongen, samen in een boot.” Denk ik. En ik laat mijn gedachten gaan.
“Een prinses in een groen badpakje.”
Vreemde gedachte maar de gedachte wil niet weg gaan. Hij blijft hangen dus moet het waar zijn.
“Ben je een prinses?” vraag ik.
En tot mijn verbazing antwoordt ze: “Als je dat wilt.”
Zou ze werkelijk zijn wat ik zoek en zou ze werkelijk alles doen wat ik wil? Dus ze is hier voor mij. Stel ik vast. En zonder dat ik dat hardop heb gezegd knikt ze met haar prinsessehoofd en bevestigt: “Ja, voor jou, alles wat je wilt.” Dan moet ik goed nadenken over wat ik wil anders gebeurt er niets. We naderen de overkant en ik moet snel een besluit nemen, gaan we naar het zandstrand of neem ik haar mee naar de intieme beslotenheid van het dichte riet. Ik besluit tot het laatste, want samen zijn met een prinses die er voor mij is en alles doet wat ik wil, dat is niet iets wat me elke dag word aangeboden.

Ik laat de boot een scherpe draai maken en voor de wind zeilen we tussen de schurende, schuivende, rietstengels door tot we na een meter of tien tot stilstand komen. Doodstil is het hier, geen wind te horen, geen wind te voelen. Alleen de zon die haar tengere schouders verwarmt. De zon schijnt op deze intieme wereld in het dichte riet. Het bootje schommelt zacht heen en weer. Ik laat de schoot van het zeil vieren en leg mijn handen op de sierlijke handen van het meisje in het groene badpak.
“Beter zo?” Vraag ik.
“Ja, lekker warm,” zegt ze en kijkt op zodat ik haar kan kussen.
“Je bent mooi,” zeg ik omdat ik niets anders weet te zeggen.
“Mooi voor jou,” lacht ze en glijdt achterover in mijn armen.

En omdat het een droom is durf ik zacht te trekken aan een van de eindjes van de strik waarmee het groene badpak om haar slanke hals wordt vast gehouden. Heel stil zit ze, haar hoofd opgeheven, zeggen doet ze niets. Zonder tegenwerpingen laat ze het strikje los schieten en dan glijdt, aarzelend, alsof het eigenlijk niet wil, het badpakje omlaag en laat twee beginnende borsten onbedekt. Kleine platte borsten met een nog kleinere lichtroze tepel.

Over haar schouder kijk ik naar het wonder dat zich voor mijn ogen afspeelt en dan omdat het een droom is leg ik voorzichtig, want teer is dat lijfje, mijn handen om de kleine borsten. In de palm van mijn hand voel ik de tepeltjes hard worden en dan begrijp ik, ze is er voor mij.
Ze draait haar hoofd zodat ik haar gezicht kan zien. Lichtblonde wenkbrauwen, gesloten ogen, wangen met vage sproeten, tanden die net zichtbaar op haar onderlip rusten, een kleine ronde kin. Ik buig mijn hoofd voor zoveel schoonheid en kus de frisse mond. Een blote arm glijdt om mijn hals. Haar taille is zacht in mijn arm, de huid fris, te veel afgekoeld door de wind.
Nu weet ik wat ik wil.

En vanaf dat moment was ze in mijn gedachten. Meer dan vijftig jaren lang. Het tengere vrouwtje is volgroeid, heeft prachtige vrucht gedragen, voetstappen gezet op deze aarde en onuitwisbare indrukken achter gelaten. Strelend mijn ogen laten glijden over zachte vormen onder het laken. Zo zou ik naar je willen kijken. Droom zacht en wees gelukkig, klein wonder van mij. Jouw taak is volbracht en mijn droom is geëindigd.

Miel de Sarrassin Juni 2008

 

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  13 comments for “Een blonde droom

  1. WB
    12 juni 2008 at 13:53

    De omgang met punten, komma's en hoofdletters is niet Miel's sterkste punt maar sfeer tekenen, dat kan hij als geen ander. Misschien moeten we voor dit type verhalen wel een aparte categorie in het leven roepen: 'platonische erotiek' lijkt me wel wat. De laatste alinea is mooi gevonden en laat genoeg aan de verbeelding over. Misschien wel een begin van een nieuwe droom…

  2. 13 juni 2008 at 12:00

    Dromerig, zwoel, prachtig. Een droom om te lezen, om in mee te gaan,
    om bijna te voelen. De laatste alinea is pure poëzie en romantiek in optima-forma.
    Een diepe zucht ontsnapte na het lezen. Dank je wel!

  3. 13 juni 2008 at 13:46

    Ik ben een fan van je Miel dat voorop maar de vele verkleinwoorden vind ik ietwat storend.
    Helemaal omdat ik er een beetje een pedofiele bijsmaak van krijg.
    Wel mooi poetisch geschreven overigens.

  4. 17 juni 2008 at 21:47

    Ik vind het een vaag verhaal met een onaangename bijsmaak van pedofilie. Als dat niet bedoeld is zou ik de schrijver aanraden die suggestie er ook uit te halen. En inderdaad, andere verhalen van Miel met veel genoegen gelezen.

  5. 18 juni 2008 at 15:56

    Het is waar, “Een blonde droom” is een beetje vreemd verhaal. De bedoeling was om over mijn eerste schuchtere pogingen op het pad dat liefde heet te vertellen. De vrouw in het verhaal was twee jaar jonger dan ik. Zestien of zeventien, precies weet ik het niet meer want het is meer dan vijftig jaar gelden. In mijn herinnering was ze klein en tenger, onschuldig net als ik en verschrikkelijk verliefd. Het moge duidelijk zijn dat het nooit de bedoeling is geweest om iets op papier te zetten dat de indruk kan wekken een weerspiegeling te zijn van extreme uitwassen op het gebied van erotiek. Eerlijk gezegd was ik nogal verbaasd over de opmerkingen van twee lezers, die uit dat verhaal een indruk over hielden die misplaatst en beslist onbedoeld was.

    Het lijkt me het beste om het verhaal van de site te verwijderen en daarmee de discussie te sluiten.

  6. 19 juni 2008 at 10:05

    Omdat we het zonde vinden dit verhaal van Miel volledig te verwijderen, hebben we hem gevraagd het verhaal enigszins aan te passen zodat de 'pedofiele' indruk verdwijnt. Miel heeft toegezegd hieraan te willen voldoen.
    Fanny

  7. 19 juni 2008 at 16:51

    De meeste lezers merken het terecht op. Er zit een rare bijsmaak aan dit verhaal. Miel kennende heeft het in het geheel niets met pedofelie te maken. Als ik dat er vanaf laat, is het weer één van die verhalen waar ik jaloers op kan worden. Wat kun jij gemeen goed schrijven Miel !!!

  8. 19 juni 2008 at 19:40

    Hartverwarmend, het commentaar van "mijn"lezers en van de redactie, met name Fanny. Ik besef dat Eropodium geen virtuele gemeenschap is maar een gemeenschap van echte mensen van vlees en bloed. Jullie commentaar in welke zin dan ook stel ik erg op prijs.
    Miel.

  9. 22 juni 2008 at 07:38

    Er hoeft niet altijd geneukt te worden om een prima verhaal te krijgen, dat bewijst Miel hier weer eens. Je voelt de geilheid van een warme zomerdag. Lekker!

  10. 25 juni 2008 at 13:06

    Ik weet wat de aanpassingen zijn, de oorspronkelijke versie heb ik niet gelezen, maar voor mij heeft dit verhaal helaas nog steeds een nare bijsmaak van pedofilie.

  11. 29 juni 2008 at 22:37

    'Schrijven is schilderen met woorden zonder plaatjes' las ik ooit ergens. Als er iemand met woorden kan schilderen is Miel het wel. Tijdens het lezen vormen de plaatjes zich vanzelf in je verbeelding. Prachtig!
    Minpunt: vrouwtje, tepeltjes, lijfje, badpakje. Ondanks alle aanpassingen zijn de verkleinwoorden nog steeds ruim aanwezig, waardoor het een beetje op een kinderverhaaltje lijkt. Erotiek is voor volwassenen. Gebruik dan ook volwassen woorden. Een enkel verkleinwoord mag, maar overdaad schaadt in dit geval het verhaal.
    2**

  12. 10 juli 2008 at 14:17

    'k Vind niets verdacht aan dit verhaal, ik vind het mooi, met vreemdheid en al. Voor de rest reageer ik nog onder Fanny, op reacties. Don't worry Miel. Zelfs die verkleinwoorden vind ik adequaat gekozen.

  13. 11 juli 2008 at 15:14

    Hoe je het gedaan hebt weet ik niet maar het verhaal is m.i. sterk verbeterd. De surrealistische sfeer meer dan compenseert het gebrek aan erotische werking voor mij. Klasse!

Geef een reactie