Geen andijvie

Behalve zijn vuile sokken, zijn vegetarisme en de grapjes waar hij alleen zelf om kon lachen, herinner ik me vooral nog hoe hulpeloos hij in zijn nieuwe flatje dat vreselijke Blokker-servies stond uit te pakken.

Ik heb ongetwijfeld een lulverhaal verzonnen om hem niet te hoeven helpen. In elk geval ben ik vrij snel weggegaan om thuis een biefstukje te bakken, hem alleen latend met zijn verhuisdozen en zijn zelfmedelijden.

Toen ik minstens zes maanden later, om ik weet niet meer wat voor reden, bij hem langsging stonden twee dozen nog steeds onuitgepakt in de keuken. We luisterden naar oude platen en dronken wijn uit limonadeglazen.

“Was je in de verleiding..?” vroeg Sabine me later.

Ik zei van niet en technisch gesproken was dat ook zo: wat Peter betreft ga ik in elk denkbaar opzicht vrijuit.

Toen Sabine zich na maanden, al dan niet onterecht, zorgen begon te maken, maakten we van vrijdagavond onze stapavond. Ze gaf me ongevraagd adviezen over hoe een leuke vent aan de haak te slaan en uit pure dankbaarheid bracht ik haar eigen falen op dat gebied nooit ter sprake. Ze had in al die jaren namelijk nog nooit een man langer dan een maand aan zich weten te binden. Wel was ze een natuurtalent in het onbeschaamd in ontvangst nemen van welk drankje dan ook.

Ze dronk Amaretto en op het gebied van mannen was haar smaak zo mogelijk nog slechter. Na verloop van tijd kwamen de Julio's en de Antonio's die ze de hele avond naar ons tafeltje toe lokte me zo de keel uit dat we er een ernstig bedoelde ruzie over kregen.

“Je bent gewoon jaloers. Jij kan helemaal geen vent krijgen. Ze praten geeneens met je!”

“Omdat ik niet met hun praat! Die kroegtypes van jou boeien me voor geen meter.”

“Waarom ga je dan elke week met me mee?!”

Ik vond geen passend antwoord en bleef vier rancuneuze weken lang thuis, met de postcodeloterij als enig gezelschap. Daarna zaten we weer elke vrijdag vanaf half elf op ons vertrouwde krukje in Café De Koning, wanhopig pogend de gesprekjes gezellig te houden.

Ik verdubbelde mijn wijninname en deed een paar armoeiige ervaringen op met mannen die niet half zo bezopen waren als ik. Daarna bleef het minstens een half jaar stil. Vrijdagavond werd kookcursusavond, ik kocht een gezelschapsdier, een kat geloof ik, wierp me met nog meer overgave op mijn werk en raakte er meer en meer van overtuigd dat ik 'best wel gelukkig' was – tot de verlossende huilbui van mijn veertigste verjaardag.

“Ga dan ook wat leuks doen,” zei Sabine met haar mond vol vanille-ijs, “Is zo'n alleengaandenreis niks voor jou?”

Ik zuchtte.

“Ga anders een keer mee zeilen met Hans en mij.”

Sabine zat al bijna een week in haar Hans-fase. Het was Hans voor en Hans na. Hans was zorgzaam, intelligent, een beetje macho en hij had op de golven van zijn woelige, interessante leven ook “best een paar moeilijkheden moeten overwinnen” waar Sabine zich natuurlijk mateloos “in herkende.” Ze had, besefte ze nu, in Hans de partner gevonden waar ze eigenlijk al haar hele leven naar op zoek was. Als ik haar niet tijdig onderbrak ging ze ook nog vertellen dat Hans en zij zulke “goede maatjes” waren.

“Hoe is je nieuwe baan eigenlijk?” vroeg ze terwijl we verder flaneerden.

“Kan er nog niet veel van zeggen. Wel leuk, geloof ik.”

“Weet je dat de dochter van Mieke daar ook op school zit?”

“Nee. Hoe heet ze?”

“Roos of Madelief of zoiets. Of Margriet. Iets met bloemen…”

“Ik heb bijna geen meisjesgroepen.”

“Wat raar. Wij hadden altijd een juf met gym – en de jongens een meester.”

“Je weet toch wel dat er in deze regio een zorgwekkend tekort is aan meesters? En aan juffen ook trouwens. Hoe denk je dat ik zo makkelijk aan die baan kwam?”

“Omdat je hartstikke goed bent natuurlijk. Doe toch niet altijd zo cynisch. Volgens Hans is cynisme alleen maar…”

Bij het Kurhaus keek een groepje bijdehante scooterjongens grijnzend onze kant op. Toen Sabine het in de gaten kreeg, zette ze haar nuffigste lachje op en werkte de laatste resten van haar ijsje naar binnen.

“Ik snap niet dat jij nog steeds alleen bent. Alle kerels kijken naar je.”

“Ze kijken naar jou, lieverd. Komt door die onweerstaanbare sexy glimlach van je..”

“Welnee. Naar jou. Dat weet je zelf ook wel.”

“Dan kijken ze naar mijn tieten.”

Een van de jochies riep iets – een grappige toespeling op ene Tatjana of zo. Sabine begon te giechelen.

“Zie je wel dat ie naar jou keek.”

“Zie je wel dat ie naar mijn tieten keek. Wat verwacht je nou? Dat ik me vereerd voel?”

Ik zette mijn zonnebril op en keek naar mijn vriend de zee.

“Het wordt tijd dat het weer eens gaat regenen,” zei ik met mijn vrolijkste stem, en daarna: “Zullen we naar het museum gaan?”

“Doe effe gezellig…”

“Lekker rustig en koel. In elk geval geen oververhitte puberjongens. Die zie ik de hele week al.”

“Wat heb je toch eigenlijk een droombaan, trut.”

“Ruilen?”

We aten pizza's in de stad, die door Sabine plotseling “pizze” werden genoemd, want Superhans was een talenkenner en hij had haar in zijn kennis van het Italiaans laten delen. De pizze in Nederland waren ook inferieur aan hun Italiaanse evenknie, vertelde ze verder, en Superhans zou haar op hun aanstaande reis naar de Toscane persoonlijk laten kennismaken met het beste wat de Italiaanse keuken te bieden had.

Boerend schoof ik mijn bord haar kant op.

“Jij nog?”

Terwijl Sabine het overgebleven segment van mijn inferieure pizza gulzig naar binnen schrokte, reikte ik naar haar sigarettenpakje:

“Hoe komt het toch dat zo'n vreetzak als jij nooit een grammetje aankomt?”

“Kwestie van stofwisseling.”

Ze sprak met de nonchalance van een kenner.

Ik stak een Marlboro Light op.

“Ik wist niet dat je weer rookte.”

“Ik ook niet.”

“Hoe lang was je nou gestopt?”

“Sabine,” zei ik plechtig, “Je bent getuige van mijn eerste sigaret in twintig jaar.”

“Kijk maar uit dat je niet weer verslaafd raakt. Je moet die schooljongens wel kunnen bijhouden hoor.”

“Kan me niks schelen. Ik denk dat ik zware shag ga roken. En ik bestel nog een flesje wijn. Ober!”

Sabine legde haar hand op haar glas. Ik wijzigde de bestelling in een half litertje en vroeg meteen om de rekening.

“Hoeveel is het voor mij?”

“Ik trakteer.”

“Doe niet zo stom. Ik betaal gewoon.”

We kibbelden een tijdje voor ik met mijn verpletterende argument kwam:

“Ik was gisteren jarig, trut.”

“Shit. Helemaal vergeten. Wat stom.”

“Geeft niet.”

“Waarom zei je dan niks?”

“Ik zei het toch?”

“Jaa. Maar waarom zei je het niet eerder?”

“Ik had het ook later kunnen zeggen.”

In de loop van de avond kwam ze er nog vierendertig keer op terug.

“Ik vind het zo stom dat ik je verjaardag was vergeten,” zei ze terwijl ze in Café De Sport een rood wijntje dronk.

“Ik vind het zo ont-zet-tend stom dat ik je verjaardag was vergeten,” riep ze terwijl ze in de Irish Pub aan de Amaretto zat.

“En weet je wat zo stom is?” galmde ze terwijl ze in Café De Koning een spa rood dronk, “Dat ik d'r verjaaardag helemaaal vergeten was.”

We zaten op onze vertrouwde krukken aan een van de verhoogde tafeltjes.

Sabine dreigde in het vuur van haar betoog op de grond te lazeren, maar haar gesprekspartner ondersteunde haar met bereidwillige hand. Simon heette hij en hij had, ondanks zijn harige voorkomen, iets geinigs. Zijn metgezel heette Geert.

“Geert!” riep Sabine in de richting van de bar, “Maak er toch maar een Amaretto van. Amaretto!”

Geert liet met een kort gebaar merken dat de bestelling bij hem in goede handen was. Toen hij terugkeerde keek hij belangstellend hoe ik een sjekkie probeerde te rollen uit het pakje dat ik zojuist uit een automaat had weten te halen. Hij bood aan om het voor me te doen maar ik volhardde.

“Je rookt zeker nog niet zo lang shag?”

“Mijn hele leven al.”

“Toe maar. En zware shag nog wel.”

“Da's de lekkerste.”

Hoe meer ik het vloeipapiertje in de vereiste vorm probeerde te friemelen, hoe meer shag er op de grond viel. Geert nam het werkstuk bereidwillig van me over en maakte er een sigaret van.

“Ik doe altijd alsof ik het niet kan,” lichtte ik toe, “Dan hoef ik het niet zelf te doen.”

Geert knikte alsof hij dat heel verstandig van mij vond. Hij had rare billen maar dat scheen hem niet te deren. Waarschijnlijk had hij ze zelf nooit gezien.

Terwijl het gewauwel van Sabine bij vlagen tot me doordrong begon ik met voorzichtige trekjes te roken. Ik herkende de kerel aan de bar en pijnigde mijn hersens om me de details te herinneren. Het had iets met een woonboot te maken en een loeiende gaskachel. Ik had, bezopen, naakt en beschikbaar, op de grond gelegen en mijn voet aan het ding gebrand. Het liefdesspel was een onbeholpen worsteling geweest. Kostbare minuten waren besteed aan het stijf krijgen van 's mans lid, maar het had nauwelijks mogen baten. Hij had ook nog aan me gefriemeld en gezogen en ik had gedaan alsof ik dat geweldig vond.

Het incident was destijds een van de aanleidingen geweest om me nooit meer in deze kroeg te vertonen, maar het zware-shagrokende drankorgel waartoe ik me vanavond had getransformeerd zat daar absoluut niet mee.

Ik glimlachte en wuifde naar de kerel, die prompt van me wegkeek.

“Bekende van je?” vroeg Geert.

“Mijn sigarenboer,” verklaarde ik, “Hij wil me niet meer kennen omdat ik shag in de kroeg heb gekocht.”

Ik nam een overtuigende trek van mijn sjekkie, zoals ik het vrachtwagenchauffeurs in hete cabines wel eens zag doen, leunde achterover en liet mijn ellebogen op de lambrizering rusten.

“Wat doe jij eigenlijk?” vroeg ik terwijl Geert mijn borsten bestudeerde.

“Ik rommel wat in de onroerend goedsektor,” zei Geert met de achteloosheid van iemand die wat rommelt in de onroerend goedsektor.

“Klusjesman?”

“Zoiets.”

“Of inbreker?”

Sabine was Superhans kennelijk even vergeten. Ze was met Simon in een bezopen kus gewikkeld die de helft van haar Amaretto uit het glas deed druipen. Ik werd er onuitsprekelijk vrolijk van en toen Geert zich Don-Corleone-achtig naar me toe boog was de vreugde compleet.

“Zullen we zo nog ergens een afzakkertje nemen?” vroeg hij.

Glimlachend leegde ik mijn glas en pakte Sabine bij haar arm.

“Andere keer misschien. We moeten naar huis.”

“Waar komt opeens die haast vandaaan?”

Ik sleepte een licht tegenstribbelende Sabine met me mee over straat.

“Jij stond op het punt om heel onverstandige dingen te gaan doen, lieverd.”

“Ach welnee. Dat viel best mee. Jij bent altijd zo snel bezorgd.”

“Zie het als egoïsme. Ik vind jouw verhalen over Hans zo boeiend dat ik ze voorlopig niet zou willen missen.”

2

Naarmate de kater verdween, kwam de zere keel en toen die over was, de nuchtere onvrijheid van de werkweek. Ik bezocht mijn moeder, probeerde mijn kookkunsten uit op runderlappen met pruimensaus en plotseling was het donderdag en ging Erik zich uitgebreid met mijn leven bemoeien.

Erik.

Ik voel me een kind als ik de naam opschrijf. Ik moet uitkijken om niet te gaan giechelen, of spontaan in mijn broek te plassen.

Misschien moet ik eerst even uitleggen wat voor leerling Erik was: Erik was de jongen met voldoende capaciteiten, die gewoon zijn best niet deed.

Ik moet daar, omdat dit geen rapportenvergadering is, nog aan toevoegen: Erik was lang, blond, atletisch, negentien jaar, en hij vond zichzelf terecht de mooiste jongen van het schoolplein. Ik deed vanaf de eerste keer dat ik hem zag mijn best om een hekel aan hem te hebben, en soms lukte dat heel aardig.

Meestal had Erik een briefje bij zich waarop een of andere dokter verklaarde dat Erik niet mocht sporten omdat Erik last had van zijn knie, of van zijn elleboog, of van allebei, maar die donderdag was Erik zowaar gezond. Ik kreeg zelfs de indruk dat hij zijn best deed om zijn aandacht bij de les te houden. Na afloop van het laatste uur bood hij aan om me te helpen met opruimen. Hij had een glimlach om te haten, maar ik was niet in een hatelijke bui: ik vond het een lieve glimlach. Ik zette hem flink aan het werk.

Toen de zaal aan kant was, maakte hij nog steeds geen aanstalten om zich te gaan omkleden, terwijl het inmiddels al lang vijf uur was geweest. In plaats daarvan begon hij een nogal onduidelijk praatje over een of andere voetbaltrainer die ontslagen was. Ik vertelde hem dat ik niet zo geïnteresseerd was in voetbal. Dat vond hij raar, voor een gymjuf. Ik zei dat ik meer van rugby hield. Erik bleek ook dol op rugby, maar hij wist er niet veel van – of eigenlijk: helemaal niks.

We keuvelden nog een tijdje door over niks. Ik bleef maar kinderlijk teruglachen naar die ellendig leuke smile van hem en hij deed wat de meeste mannen doen als ze met me praten: hij keek naar mijn tieten. Ik vind het strontvervelend als ik zoiets merk – behalve als ik het leuk vind.

(Peter noemde het zijn thuiskomst als hij zijn wang tussen mijn borsten legde. Misschien zijn die herinneringen me nog wel het meest dierbaar: ik aaiend over zijn bolletje, door de haardos die met het jaar minder haardos werd, en hij zich verliezend in een teder spelletje met mijn tieten. Na verloop van tijd kregen we vanzelf zin om te neuken en dat deden we, toen we het nog deden, met overgave. Ik kan me niet herinneren dat we het ooit anders hebben gedaan dan op die manier, en elke keer met diezelfde infantiele geestdrift.)

Het was na vijven.

In de naar shampoo geurende kleedkamer, waar de laatste jongens zojuist vertrokken waren, was ik nog steeds in het gezelschap van Erik – en dat lag niet alleen aan hem. Ik moest nog wat administratie bijwerken in het kantoortje, had ik besloten.

Ik had tijdens mijn nog zo prille loopbaan het betreffende kantoortje nog niet gebruikt – mijn volledige administratie zat in een bescheiden multomap die ik altijd bij me had – maar ik had al die tijd wel degelijk het recht om het kantoortje te gebruiken. Er kan mij veel verweten worden, maar niet dat ik niks in het kantoortje te zoeken had. Zolang niemand dus op het slechte idee kwam om deuren te sluiten, keek ik vanaf mijn burootje ongehinderd naar Erik in de kleedkamer en keek Erik ongehinderd naar mij in het kantoortje, achter het burootje, ijverig dingen noterend in mijn multomap.

Hij keuvelde maar door en ik antwoordde op al zijn vragen: waarom ik gymjuf was geworden; of ik getrouwd was en met wie; of ik kinderen had en of ik dat niet vervelend vond. Ondertussen kleedde hij zich uit tot hij alleen nog maar een witte slip droeg. Dat had op zich al een spectaculaire uitwerking op mijn onderbuik, maar toen kwam hij ook nog naar de deurpost van het kantoortje lopen, om daar vervolgens op een zo meedogenloos hoekige manier tegenaan te gaan hangen dat ik mijn best moest doen om niet te zuchten.

“Moet jij eigenlijk niet douchen,” vroeg hij – de grapjas.

“Ja,” zei ik terwijl ik mijn boezem herschikte, “Als jij klaar bent.”

Ik bereidde me erop voor dat hij iets vreselijks ging zeggen. In plaats daarvan gniffelde hij, liet me nog even van het uitzicht genieten, en liep terug naar de kleedkamer, waar hij de slip van zijn kont stroopte en uit zicht verdween.

Ik ging verder met administratieve dingen administreren.

Die rotzak had nog een lekker kontje ook, zei de zware-shagrookster in mij. Als ik niet zo schijterig was, liep ik nu achter hem aan naar de douches. Ik hoorde de kraan al lopen. Het geluid alleen al zette een reeks aangename associaties op gang. Op het blanco papier doemde zijn onbehaarde borstkas op, waartegen een overwerkte gymjuf zo fijn haar wang kan laten rusten. En de strakke jongensbuik waarover ze met haar nagels kan schuren tot aan het elastiek van de witte slip, en nog wel verder ook.

Ik weet niet hoe ik het voor elkaar kreeg maar terwijl ik in het kantoortje waar ik niks te zoeken had, mijn fantasietjes fantaseerde en tegelijkertijd nogal onkuis tussen mijn dijen zat te wrijven, maakte ik mezelf nog steeds wijs dat mijn belangstelling voor Erik eigenlijk helemaal niet zo groot was. Toen ik tenslotte opstond om naar de douches te lopen, deed ik dat dan ook niet in een tomeloze roes van begeerte, maar met de weloverwogen onverschilligheid van iemand die zich gewoon een beetje verveelt.

Ik had nog geen stap gezet of ik hoorde dat de douchekraan werd uitgezet. Voor ik het wist zat ik weer achter mijn burootje, met beide handjes keurig op tafel deze keer. Erik verscheen – druipend, zijn glimlach lachend, zijn haar fatsoenerend, zijn kruis afdrogend. Ik glimlachte minzaam terug, vastbesloten om tenminste een glimp van zijn pik op te vangen – al was het maar symbolisch; hij kon dat ding toch niet eeuwig blijven afdrogen?

Ik hoefde weinig moeite te doen. Even later stond hij poedelnaakt in de deuropening. Dat hij hard op weg was een erectie te krijgen, scheen hem niet te deren. Ik vond het ook niet erg.

'De douche is vrij,' meldde hij ten overvloede.

Hij keek weer naar mijn tieten.

Even woog ik de verschillende mogelijkheden af en koos vervolgens voor de makkelijkste weg: ik liet me met stoel en al een eindje naar achteren schuiven en liet mijn hand onder het elastiek van mijn trainingsbroek verdwijnen, hem ondertussen schuldbewust in de ogen turend. Hij grijnsde zoals ik hem verder alleen had zien grijnzen wanneer hij met een nieuwe verovering over het schoolplein paradeerde, en begon met zijn lul te spelen.

'Doe je shirt eens uit,' zei hij maar ik vertikte het.

Ik keek naar hem tot de verveling toesloeg. Daarna stuurde ik hem weg en verdiepte me opnieuw in mijn multomap.

'Je bent bang, hè?' zei hij.

Ik gaf hem het enige antwoord waarvan hij niet terug had:

'Ja.'

3

Ik ga het nu niet over masturbatie hebben. Wat moet de lezer wel niet denken als ik mijzelf, de stoïcijnse schoonheid, plotseling eenzaam vingerend ten tonele voer? Ik vermeld enkel dat het incident met Erik in het weekeinde daarna nog af en toe in mijn gedachten opdook – twee keer om precies te zijn. Daarna verdween het beeld van de witte jongensslip geruisloos naar de achtergrond van mijn geheugen, ergens tussen de nieuwe auto van mijn moeder en een recept voor sukadelapjes. Vergeetachtigheid is nu eenmaal een van mijn talenten. Met dezelfde vanzelfsprekendheid waarmee ik de huilbui van mijn verjaardag was vergeten, vergat ik ditmaal natte Erik met zijn handdoek en zijn piemel.

Het vervelende van piemels en huilbuien is echter dat ze, vergeten of niet, vroeg of laat toch weer opduiken. In het ergste geval gelijktijdig.

Het werd weer donderdag en Erik had weer een briefje bij zich. Ik zei dat hij me dat voor de les moest geven, niet erna. Hij had geen tijd gehad, zei hij, want hij was net bij de dokter geweest. Er kwam een hele lijst met volkomen oninteressante details over de toestand van zijn knieschijven. Hij keek weer naar alles behalve naar mijn ogen en toen zijn verhaal voorbij was vroeg hij of we een keer na schooltijd konden afspreken. Hij wist een leuk restaurantje, zei hij.

Ik liet me niet kennen. Als hij nog een keer zonder reden afwezig zou zijn, zou ik het met de rector opnemen.

“Vond je het niet leuk dan, vorige week?”

“Daar ga ik het nu niet over hebben, Erik. Die stomme smoesjes accepteer ik in elk geval niet meer.”

“Je bent nog steeds bang, hè?”

Voor de tweede keer binnen een week kwam het kantoortje me handig uit. Ik ging er naar binnen en deed de deur dicht, nogal tevreden over de manier waarop ik een dreigende verstoring van de leraar-pupilrelatie definitief had afgewend.

“Wat een brutaal joch,” zei Sabine toen ik haar het verhaal vertelde.

Uit haar mond was zoiets een compliment.

Ze stond voor de spiegel een hoerig jurkje te passen vanwege een afspraak die alleen van haar afkomstig kon zijn: we gingen uit eten met onze grote vrienden Simon en Geert. Simon had haar gebeld en Sabine vindt het ronduit geweldig als een vent haar belt. Bovendien was het uit met Hans – of in elk geval: niet meer helemaal aan.

“Vind je d'rvan?” vroeg ze terwijl ze haar elegantste pose aannam.

“Was je van plan om de hele avond met je benen onder tafel te blijven zitten, of wil je er ook in gaan lopen?”

“Te kort?”

“Je kont steekt eronderuit.”

Bezorgd bekeek ze zich in de spiegel.

“Moet wel kunnen,” oordeelde ze.

“Tja… Volgens mij kan straks de hele stad het wasvoorschrift op je slipje lezen, maar als je daar plezier in hebt, moet je het natuurlijk zelf weten.”

“Ik mag er toch wel voor uitkomen dat ik een goed figuur heb? Moet jij je niet eigenlijk niet omkleden?”

“Nee, hoezo?”

“Je gaat toch niet zo?”

“Wat is er mis mee dan? Gaan we bij de koningin dineren of zo? Hoor eens lieverd: dat jij die ongeschoren baviaan aan de haak wil slaan, betekent nog niet dat ik me hoef uit te sloven. Ik ga alleen maar mee omdat jij het leuk vindt.”

“Kijk anders even in mijn kast. Ik heb nog wel een paar broeken die je wel staan.”

“Daar pas ik twee keer in.”

“Anderhalf.”

“Voor mijn part. Ik hou deze aan. Hij is toch schoon?”

“Dan moet je het zelf maar weten.”

Voor de dertigste keer bewonderde ze haar verpletterende voorkomen in de spiegel.

“Killer,” zei ze tegen haar reflectie.

Waarschijnlijk had ze gelijk.

Aanvankelijk had ik spijt dat ik geen boek had meegenomen, maar na een paar wijntjes begon het zowaar gezellig te worden in Eetcafé Het Kanon van Beieren. Simon en Sabine begonnen naarmate de avond verstreek sprekend op het perfecte koppel te lijken en van Geert had ik ook niet echt last. Ik begon zelfs serieus te overwegen om hem zijn zin te geven – dit naar aanleiding van Sabine's levensadvies dat ik 'meer moest neuken'.

“Wat denk je?” zei ze tijdens het onvermijdelijke onderonsje op de damesplee, “Zal ik hem mee naar huis nemen?”

“Je moet gewoon doen waar je zin in hebt.”

“Doe niet zo raar. Dan worden we het restaurant uit gezet. Wat vind je van die Geert?”

“Beetje saai.”

“We kunnen hem moeilijk dumpen.”

“Geeft niet,” zei ik terwijl ik de zoom van haar jurkje wat lager trok, “Zorg jij nou maar dat je een leuke avond hebt.”

Terug bij ons tafeltje opperden Geert en Simon het rampzalige plan om naar het Malieveld te gaan, want daar was kermis, dus stonden we een half uur later in de rij te wachten voor een of andere helse draaimolen die 'De Octopus' heette. Simon was al lang en breed aan Sabine's kont bezig en toen Geert voldoende moet had verzameld, moest ik er ook aan geloven. Ik liet hem maar begaan.

Toen ik over mijn schouder keek, schrok ik me het lazerus: een paar plaatsen achter ons in de rij stond Erik, in gezelschap van een Barbie-achtig meisje.

Hij knikte naar me.

Ik knikte terug. (Je moet toch wat.)

Het volgende moment was hij alweer druk met Barbie aan het tongen.

Ik haat kermissen.

De Octopus zwiepte ons een paar minuten lang in een vierpersoonsbakje door het luchtruim. We zaten twee aan twee tegenover elkaar zodat Geert en ik goed konden volgen wat de hand van Simon allemaal in Sabine's slipje uitvoerde. Geert was ook wat van plan, merkte ik, maar hij durfde niet zo. Ik vond hem een beetje zielig. Ik legde mijn arm op zijn dijbeen en probeerde aan iets te denken wat me de klont in mijn maag zouden doen vergeten.

Wat was die Erik een vreselijke lul. Wat zag hij in zo'n onnozel wicht?

Voordat Simon en Sabine de gelegenheid kregen om daadwerkelijk tot penetratie over te gaan, minderde de Octopus vaart en luttele sekonden later hadden we weer vaste grond onder de voeten. Geert ging een knuffelbeest voor me winnen en Simon wilde met Sabine in de botsautootjes. We zouden elkaar bij Shoarma Jeruzalem wel weer zien.

Terwijl de twee geilaards zich haastig uit de voeten maakten zocht ik in de mensenmassa naar een bekend gezicht, maar hij was er niet.

“Je hebt een mooi figuur,” zei Geert op de manier waarvan hij dacht dat vrouwen het graag horen.

Ik dankte hem vriendelijk en legde mijn hand op een van zijn rare billen.

“Jij mag er ook zijn,” zei ik.

Een tijdje keek ik aandachtig naar hem.

Met deze man ging ik dus neuken vanavond. Ik kon me er vooralsnog niet veel bij voorstellen, maar ik was vastbesloten: er ging geneukt worden. Ik was absoluut niet van plan om alleen in bed te belanden met het beeld van Erik en Barbie op mijn netvlies.

“Ze waren lekker bezig in de zweefmolen, hè, die twee,” zei Geert in een subtiele poging het gespreksonderwerp op seks te brengen.

“Ja,” wilde ik zeggen, “Hij was 'r behoorlijk aan het vingeren,” maar ik hield me in. In plaats daarvan drukte ik me nog wat nadrukkelijker tegen hem aan en aaide hem waar hij hopelijk graag geaaid werd.

Geert's verrichtingen bij de schiettent waren hopeloos. Na een stuk of twintig pogingen besloten we het knuffelbeest maar te laten zitten. We gingen naar Shoarma Jerusalem en ik bestelde een wodka. Over het algemeen zijn twee glazen genoeg om de meest foute mannen als begerenswaardige engelen aan me te laten verschijnen, dus met Geert moest het zeker lukken.

“Ben je allang gescheiden?” vroeg hij terwijl hij een broodje shoarma wegwerkte.

“Weet je niks gezelligers om over te praten?”

“Ik wist niet dat je kwaad werd,” bromde hij.

Het gesprek kwam al lekker op gang.

“Sorry,” zei ik, “Ik wou niet bot doen.”

“Geeft niet.”

“Echt niet?”

“Nee, echt niet.”

Zwijgend smikkelde hij verder en ik begon nogal per ongeluk te lonken naar de arabesque jongen die de glazen aan het drogen was. Hij antwoordde met een brede glimlach.

“Wil je niks eten?” vroeg hij, nadat hij naar mijn naam had geïnformeerd. Hij begon de menukaart op te sommen maar ik hoefde niks dus schonk hij me nog een wodka in.

Hij heette Raoel.

“Is dat je man?” vroeg hij zonder bijbedoelingen (of het moest zijn dat hij met me naar bed wilde.)

“Nee.”

“Je vriend?”

Antwoorden was niet nodig want ons gesprek werd abrupt onderbroken door iemand die nogal woest de tent kwam binnengelopen. Het was Simon.

“Geert! We gaan weg!” brieste hij en hij was al begonnen zijn maat aan zijn jasje te trekken.

“Hoezo?” protesteerde Geert, die nog aan zijn laatste restje shoarma bezig was.

“Vertel ik je zo wel. We gaan nu weg.”

Hij troonde Geert mee naar buiten en wierp me voor het weggaan nog even een venijnige blik toe.

Ik was stomverbaasd maar had gelukkig de tegenwoordigheid van geest om ze achterna te gaan.

“Hee wacht even. Waar is Sabine?”

Vanuit de richting van het kermisterrein kwam ze al aanlopen, met de driftigste passen die haar naaldhakken toelieten.

“Kuthoer!” riep Simon toen hij haar in de gaten kreeg.

“Klootzak!” krijste Sabine.

Ik hield haar tegen.

“Wat is er gebeurd?”

“Het is een klootzak,” brieste Sabine.

“Ja, dat zei je al.”

“En het is ook zo. Klootzak!!”

Ze bleef nog een tijdje staan schelden naar de mannen die zich uit de voeten maakten. Toen ze uit zicht waren verdwenen kalmeerde ze een beetje en ging met me mee naar binnen. Ze bestelde een wijntje bij Raoel.

“Slechte mannen?” vroeg hij.

Ik gebaarde dat ik geen idee had en Sabine was voorlopig niet aanspreekbaar.

“Wat een klootzak,” zei ze bij haar tweede wijntje, “Hij wilde dat ik hem pijpte in de bosjes. In de bosjes! Ik ben toch geen hoer of zo?”

“Ik dacht dat jullie het wel goed met elkaar konden vinden.”

“Was ook zo. Ik viel best wel op hem. Ik wilde hem ook best pijpen, maar dan wel een beetje romantisch. Wist ik veel dat het een halve zool was.”

Haar betoog trok de aandacht van een paar kermisjongeren die bij de fruitautomaat rondhingen. Ze wierpen grijnzende blikken op haar jurkje, dat inmiddels meer van haar slipje prijsgaf dan ze zelf goedgekeurd zou hebben. Ze had het niet eens door.

“Ik kom ook altijd foute mannen tegen. Eerst die Hans met zijn stomme zeilboot en zijn blonde del. Nou weer die Simon. Waar ligt het toch aan? Ik wil alleen een beetje onbezorgd neuken.”

Bij de fruitautomaat waren de drie jongens een en al oor. Ook Raoel voelde zich plotseling geroepen om zich over mijn vriendin te ontfermen. Ongevraagd schonk hij onze glazen nog eens vol.

“Sabine, we moeten naar huis.”

Ze hoorde me niet.

“Waar ligt het nou aan,” jammerde ze, “Nou?”

“Sabine! Je mascara loopt door.”

4

Haar zelfmedelijden hield stand tot lang nadat de taxi ons bij mijn flatje had afgeleverd. Ze raaskalde maar door over Hans en over Simon en Antonio en een of andere pompbediende van vijf jaar geleden. Ondertussen maakte ze de ene sigaret met de andere aan.

Ik liet haar bij me slapen in het grote bed.

“Slaapt er tenminste ook eens iemand bij je,” zei ze met een poging tot glimlach.

Ik was allang blij dat ze weer eens een grapje maakte.

We lagen naast elkaar bij het licht van het nachtlampje en keken naar het plafond, onderwijl haar pakje Marlboro leegrokend. Het onderwerp was mannen.

“Vond je hem eigenlijk wat?” vroeg ze.

“Wie?”

“Die Geert.”

Ik haalde mijn schouders op.

“Ging wel. Beetje een sukkel. Maar wel aardig.”

Er viel een stilte zoals die alleen 's nachts kan vallen, na een paar glazen wijn en een hoop trammelant.

“Weet je wie ik zag op de kermis?”

“Nee. Wie?”

“Erik.”

“Erik wie?”

Ze was weer eens alleen met zichzelf bezig. Ik maakte aanstalten om iets venijnigs te zeggen maar toen ik naar opzij keek, en zag hoe vredig ze lag te roken, was ik alleen maar blij dat ze niet meer jankte.

“Iemand van vroeger,” zei ik, “Laat maar.”

“Wat ga je doen morgen?” vroeg ik.

Er verscheen een brede glimlach.

“Wat denk je? Een lekkere vent aan de haak slaan natuurlijk.”

Ze liet nogal onkuis een arm tussen haar dijen verdwijnen en maakte een paar bezopen geluiden die weinig aan de verbeelding overlieten.

“Zeg. Gedraag jij je een beetje? Ik heb geen zin om morgen alweer het beddengoed te verschonen.”

Ze keek me aan met een gezicht waarop geen spoor van haar grote leed meer viel af te lezen. Ik herkende die vrolijkheid en ik wist wat ze ging zeggen, dus legde ik mijn vinger op haar lippen.

“Ik ga slapen,” zei ik, “Doe jij het licht uit?”

Ze liet een spottend lachje horen en toen ik weer naar haar keek lag ze uitgebreid over het kruis van haar slipje te wrijven.

“Jij gaat helemaal niet slapen,” lachte ze.

“O jawel hoor.”

Ze schudde met haar hoofd en probeerde met haar voet het laken van me af te trekken. Met beide handen trok ik het textiel stevig over mijn blote borsten.

Hoewel ze wist dat ze dit gevecht op deze manier nooit zou winnen, ging ze er vrolijk mee door. Uiteindelijk liet ik los en voelde de stof als een sluier van mijn lichaam glijden.

Ik weet niet welke gedachten ze had, maar ik vond het wel lief zoals ze naar me keek, dus liet ik het zo. Wel tuurde ik een beetje spottend naar de verrichtingen van haar hand tussen haar dijen. Het scheen haar niet te deren.

Mijn eigen hand lag ondertussen werkloos op mijn heup; in de andere hield ik mijn sigaret. Ik had er pas erg in toen ik mijn fikken brandde.

“Godverdomme!”

Geërgerd veerde ik op. Sabine lachte me uit – of toe – terwijl ik met een paar klappen de peuk op het matras doofde.

“Wat zei je ook alweer over lakens verschonen?”

Ze sloeg haar armen om mijn middel en gaf me een bezopen kus.

“Wat denk je? Is ie uit?”

We speurden naar smeulende resten en snoven de lucht op.

“Ik denk dat ie uit is.”

Sabine kriebelde over mijn buik en haar zachte borsten gleden langs mijn rug. Ik kreeg kippenvel. Ik wilde me omdraaien om iets te zeggen maar ik wist niets te zeggen. Op het nachtkastje lag haar lege sigarettenpakje.

“Ik heb nog shag,” zei ik.

“Shag?!”

“In mijn jasje. In de kamer. Zware shag.”

“Wil je nog meer roken dan?”

Ik was het bed al uit en werd vanaf de eerste stap met mijn dronkenschap geconfronteerd, maar ik volhardde.

In de woonkamer, bij het raam, uitziend over de lichtjes van de halve stad, nam ik rust. Mijn lichaam zeurde. Het had een geheugen. Ik nam een besluit.

Op de gang deed ik mijn slipje uit. Bloot, maar voorzien van shag, keerde ik terug bij Sabine, die onkarakteristiek zacht begon te praten:

“Had je het warm?”

Ik knikte en bleef bij het voeteneind staan. Terwijl ik met tabak en vloei in de weer ging, beloonde ze me met dezelfde blikken als tevoren. Vervolgens moesten we lachen om de hopeloze bende die ik van mijn sjekkie maakte. Ik gooide de hele zooi neer en ging op mijn knieën op het bed zitten.

“Stom wijf,” zei ze met een blik op mijn tieten.

“Vieze trut,” antwoordde ik.

Ik gaf haar een kusje op haar lippen.

“Ik ga zo slapen.”

Ze zei dat dat goed was en gaf me ook een kusje. Toen mocht ik haar weer een kusje geven. We schuifelden wat naar elkaar toe en omhelsden elkaar.

Omdat we niet meer wisten wie er aan de beurt was om een kusje te geven, zoenden we elkaar voluit terwijl onze lijven elkaar vonden in een vrolijke dronkemansdans. Ik liet mijn handen over haar grote billen dwalen en klauwde in de stof van haar slipje. Haar bekken reageerde direct. We lachten erom en toen we genoeg gelachen hadden, zoenden we weer. Lang en uitbundig. Zo nat dat het grappig werd, en we weer iets hadden om over te lachen.

Plotseling weken we van elkaar in een vreemde stilte. Sabine's lijf was kalm en haar ogen ook, maar haar borsten jubelden.

“Ik ga zo slapen,” zei ze.

Ik wachtte tot ze ging liggen: armen onder haar hoofd; benen licht opgetrokken. Ik nestelde me tegen haar aan en koesterde me in haar warmte.

“We zijn een beetje dronken geloof ik.”

Sabine knikte en streek door mijn haar. Ze rook goed.

“Hoe zou het met Geert zijn? En met Simon?”

We begonnen te lachen.

“Die blijven misschien ook wel bij elkaar logeren.”

Sabine's hand had opnieuw de warmte van haar slipje opgezocht.Ik keek hoe haar vingers onder het elastiek gleden en streelde over haar borsten.

“Doe eens uit,” zei ik.

Ze keek me vragend aan.

“Uit?”

“Ja. Uit.”

Een beetje verward richtte ze zich op.

“Uit…,” zei ze nogmaals – kennelijk bang dat ze me verkeerd begreep.

Pas toen ik haar geruststellend toeknikte, stroopte ze glimlachend haar slipje af en wierp het in de stoel naast haar. Haar vingers zochten haar schaamlippen op.

“Spannend,” zei ik terwijl ik ernaar keek.

Het was de spanning van een inbraak.

Sabine zei niks. Ze keek naar mij en ik keek naar haar vinger, die traag begon te dansen. Traag en elegant. Ik was trots op haar. Steeds nadrukkelijker dwaalde mijn hand in de richting van haar buik.

Ze gniffelde.

“Of ga je zo slapen?” vroeg ik.

Ze schudde van nee en leidde mijn hand naar haar kut. Ik wilde iets bijdehands zeggen maar kwam niet verder dan:

“Mmm.”

Een beetje onwennig begon ik haar te vingeren. Eerst voorzichtig, later gretiger. Ondertussen keken we elkaar in de ogen: benieuwd wie er het eerst in de lach zou schieten.

Er schoot niemand in de lach.

Bij mijn vinger werd het natter en natter. Sabine aaide over mijn wang. We wisselden weer kusjes uit en bij elke beweging van mijn hand waagde ik me dieper naar binnen.

“Doe maar,” fluisterde ze.

Ik deed het al.

Haar hand dwaalde naar mijn benen. Dat leek me iets te veel van het goede: ik hield ze stevig bijeen. Ondertussen werkte ik, met een geestdrift waar ik zelf van schrok, een tweede vinger bij haar naar binnen. Ze kreunde, zoals ik haar wel eens eerder had horen kreunen – in 1985, in de Ardennen, vanachter een wand die van bordkarton leek. Ik probeerde me te herinneren met wie ze toen was in die stomme kamer in dat stomme huisje, en waarom in hemelsnaam. Ik was met Peter; dat wist ik zeker. Maar zij? En wat deden we in de Ardennen? Ik deed een vergeefs beroep op mijn geheugen. Ondertussen pompte ik met mijn vingers in haar kut alsof ik nooit iets anders had gedaan.

Ze draaide zich van me weg, met haar kont naar achteren op een manier die alles prijsgaf. Ik drong me opnieuw bij haar naar binnen en genoot van elke reactie die haar vlezige billen gaven.

Mijn gezicht bewoog zich naar haar achterwerk: geil en brutaal. Ik schrok er zelf van. Ik was binnen reukafstand en toen Sabine zich met een handige beweging omkeerde, was er geen weg terug meer: ik begon tussen haar benen te snuffelen en zij deed hetzelfde bij mij. Het volgende moment lagen we elkaar ineengestrengeld te likken.

Ze had, schijnbaar moeiteloos, mijn clitje gevonden. Ikzelf lag maar wat te klooien en af en toe deed ik helemaal niks omdat haar liefkozingen al mijn aandacht opeisten. Ik wilde haar pijpen maar bedacht dat ze geen pik had, dus woelde ik nogal willekeurig met mijn tong tussen haar schaamlippen of stak ik een vinger waar ik er toevallig een steken kon.

Er droop vocht langs mijn wang dat niet van mij was. Het voelde allemaal erg vreemd, en aangenaam obsceen. Toen ze een natte vinger in mijn kont duwde was dat geen moment te vroeg.

Ik kermde.

We wentelden over het bed en plotseling lag ik onder haar, te verbouwereerd om tot veel in staat te zijn.

Sabine was echter een en al toewijding: met wat niet anders dan het puntje van haar tong kon zijn, tastte ze mijn schaamspleet af. Ik sloot mijn ogen en probeerde er niet over na te denken.

Kennelijk was ze verdomd alert op mijn respons want binnen de kortste keren had ze door met welke likjes ze me het meest plezierde. Ze verwende me schaamteloos: als ik meer wilde, en me daarom nog wat wijdbeenser bij haar aanbood, reageerde ze direct met een heerlijke natte haal over mijn clit of de verrassing van een diepe vinger; als ik ontspande, ontspande ze mee. Soms deed ze helemaal niks meer. Dan lag ik daar maar, door mijn oogharen turend naar haar wiegende achterwerk, terwijl mijn lichaam zich alweer verheugde op een volgende aanval.

Geduldig leidde ze me naar de rand van een orgasme, waar ze me vervolgens ik weet niet hoe lang liet ronddwalen. Ik klampte me vast aan haar onderlijf en deed niet veel meer dan haar intieme geur opsnuiven, wachtend op de ontlading die volgen zou. Pas toen die kwam waagde ik me opnieuw aan de natte warmte van haar kut. Ik wentelde me erin terwijl de golven van het orgasme door mijn lichaam rolden. Ik dronk ervan en wilde dat ze van mij dronk.

Nooit eerder was ik zo vreemd klaargekomen: om de een of andere reden moest ik, tussen mijn schaamteloze gelebber en gekreun door, voortdurend hardop lachen en ik lachte nog steeds toen ik, uit mijn orgastische roes neergedaald, weer in haar verhitte gelaat keek.

Ze was schrijlings op mijn buik gaan zitten en gaf me kusjes op mijn voorhoofd. Ondertussen noemde ze me naampjes die ik hier niet ga herhalen.

Ik legde mijn handen op haar heupen en liet ze naar haar borsten gaan. We lachten als kleine kinderen. Ik zei dat ze lief was. Ik had het haar al vaker gezegd, ter verstroosting of om een discussie te vermijden, maar nooit om een reden die zo ontregelend was als deze.

Ze richtte zich op en liet me naar haar borsten kijken. Ik streelde ze met een begeerte die me verwarde.

Ze begon zich weer te vingeren en keek hoe ik naar haar keek. Ze kwam klaar.

We bleven nog minstens een uur wakker.

5

Om tien uur ging de telefoon al.

Sabine werd er geeneens wakker van. Terwijl de zomerzon ontluisterend toonde hoe we eraan toe waren, lag ze onverstoord tegen mijn borst te slapen. Uit gewoonte aaide ik over haar bolletje. Ik nam de telefoon aan.

“Met Claudia.”

“Ja met eh… Met Erik.”

“…”

“Ben je daar nog?”

“Ja.”

“O… Ja kijk eh… Je vraagt je misschien af waarom ik bel…”

Het kon me eerlijk gezegd geen moer schelen.

Naast me werd Sabine, niet zonder geluid, wakker.

“…en het is misschien een beetje een rare vraag maar eh… ik vroeg me af eh… Ben je daar nog?”

“Ja,” mompelde ik, “Ja, ik ben er nog. Komt even heel slecht uit nu, Erik.”

“Slecht uit…,” herhaalde hij met de scherpzinnigheid die ik inmiddels van hem kende.

“Kun je me over een uurtje terugbellen?”

“Ja,” klonk het beteuterd, “Ja. Is goed. Uurtje. Okee.”

“Okee.”

Ik verbrak de verbinding.

“Wie was dat?” vroeg Sabine hees.

“O niemand. Een bekende. Van vroeger.”

Ze begon nogal onsmakelijk te hoesten en ik maakte van de gelegenheid gebruik om de badkamer op te zoeken. De spiegel op het medicijnkastje toonde een katerig gelaat. Katerig, maar opgetogen.

's-Gravenhage, augustus 2002

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  5 comments for “Geen andijvie

  1. 16 maart 2007 at 19:19

    top of the bill

  2. WB
    24 maart 2007 at 23:34

    Ik heb er zelfs hardop bij gelachen. Wat een sprankelende dialogen. Kan zo de categorie humor in. Heerlijk verhaal. Drie sterren!

  3. 27 mei 2010 at 12:05

    Eén verhaal slechts heeft C de Loos ons gelaten, maar wat een juweel. Waar de categorie humor hier voortdurend strijdt tegen de meligheid, toont dit verhaal hoe onbedaarlijk hard je om seksuele beslommeringen kunt lachen. De dialogen in dit verhaal zijn absoluut briljant!

  4. 31 mei 2010 at 12:58

    Wow, 10 sterren, mag dat?

  5. 31 mei 2010 at 21:27

    Heb zo gelachen. Het doet me denken aan Kluun en aan Carmiggelt. Echt een categorie on its own en leuk om dit soort supertoppers weer ten tonele te voeren. Geweldig keuze Paul!

Geef een reactie