Geheel verzorgd

Verhaal van het jaar 2007 

Van mij had het niet gehoeven, maar wat doe je als je kinderen zoiets aanbieden? “Hier, gaan jullie er maar eens lekker een weekend tussenuit”, hadden ze ons met stralende gezichten het geheel verzorgde weekendarrangement aangeboden in een luxe hotel ergens op de Veluwe.
Wat moesten wij in godsnaam een weekend samen in zo’n hotel? Carel en ik hadden elkaar na twintig jaar weinig meer te zeggen en seks was iets uit lang vervlogen jaren. Van de gedachte dat Carel zich nu misschien, gedwongen door de omstandigheden – twintig jaar getrouwd en samen in een idyllische omgeving -, wel gedwongen voelde me weer eens te berijden moest ik zelfs gruwen. Niet dat ik geen gevoelens meer had, integendeel, ik masturbeerde dagelijks, bijna routinematig, en nam aan dat hij dat ook deed. We hadden in dat opzicht stilzwijgend onze eigen wereld gecreëerd en het was goed zo: geen ‘gedoe’ met elkaar of met anderen, maar rustig en sereen een orgasme per dag ‘om ervan af te zijn’.

Was Carel wellicht aan dezelfde gedachten ten prooi? Ik merkte dat hij zich ook wat ongemakkelijk voelde, al tijdens de autorit van anderhalf uur naar ons geforceerde liefdesnest.
“Als ze er thuis maar geen rotzooi van maken”, bromde hij.
Ook ik was met mijn gedachten thuis, waar Petra en Robert, onze tweeling van 18, nu het rijk alleen hadden, en ik kreeg al bijna heimwee!

Echtpaar van middelbare leeftijd komt hier een nostalgisch romantisch weekendje beleven, zag ik de goedlachse receptioniste bijna denken toen ze ons de sleutel van onze kamer en suite overhandigde.
Wat een verschrikking daar pontificaal een fles champagne in een koeler te zien staan met de felicitaties van het management voor onze 20-jarige echtvereniging! Een beetje schutterig pakten we onze koffers uit.
“Wil jij soms nog in bad voor het diner?”, vroeg Carel.
Nee zeg, asjeblieft! “Laten we maar naar de bar gaan”, stelde ik liever voor.

Het diner was voortreffelijk, ik kan niet anders zeggen. We konden praten over koetjes en kalfjes en de sfeer was minder onnatuurlijk dan ik had gevreesd. Het was pas tijdens het dessert dat mijn oog op hém viel: een jonge knaap van 18, 19 jaar aan een tafeltje met een vrouw die meer van mijn leeftijd was (43), misschien zelfs nog wel ouder. Een moeder met haar zoon, was de eerste gedachte die door me heen schoot, tot ik hem ineens zijn hand over de hare zag aaien. Nou ja, dat kon ook nog, een liefdevolle zoon, wie weet hadden ze elkaar heel lang niet gezien?

Maar geïntrigeerd was ik wel en ik bleef het paar tersluiks bekijken, ondertussen met Carel de toekomstplannen van onze kinderen besprekend, die na de zomervakantie het huis zouden verlaten om te gaan studeren, de één in Rotterdam, de ander in Leiden. Ook weer zo’n schrikbeeld: de kinderen het huis uit en wij tweeën alleen….

Ik verslikte me bijna in mijn koffie toen ik de huiveringwekkende waarheid ontdekte van het stel een paar tafeltjes verderop. Hij stond op, hielp haar galant van haar stoel, schoof de stoel onder het tafeltje en kneep in haar kont! Even maar en zachtjes, maar overduidelijk en het korte giecheltje dat zij uitstootte deed mijn hart samenkrimpen. Lovers, het waren minnaars die twee!
Later, in de bar, zag ik ze weer, samen op een bankje, innig tête à tête. Het was een beeld waar mijn ogen steeds naartoe werden getrokken en ineens vingen zijn ogen de mijne. Hij knipoogde en ik wilde wel door de grond zakken. Betrapt! Dat het schaamrood naar mijn wangen steeg mag wel een understatement worden genoemd, ik had het idee dat ik in een bosbrand terecht was gekomen! Stel je voor: zo’n jonge kerel in bed met een vrouw die met gemak zijn moeder kon zijn; ik kon het weten want had zelf een zoon van die leeftijd!

In bed – Carel was gelukkig net als altijd meteen als een blok in slaap gevallen – kreeg ik de wildste visioenen voor ogen en na een halfuur draaien en woelen spoedde ik me naar de badkamer om me over te geven aan een verschrikkelijke masturbatiefantasie, waarbij, hemeltergend genoeg, bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal steeds het beeld van onze eigen Robert voor me opdoemde als ik me probeerde voor te stellen hoe die jonge Adonis er zonder kleren uitzag. Ik wist niet dat ik nog zó geil kon worden!

De andere ochtend speurde ik vergeefs de ontbijttafels af naar de twee en ik vroeg me af of ze zich soms de tijd niet gunden om te ontbijten…
Zat ik nou ’s morgens vroeg óók al aan seks te denken!? Ik kende mezelf bijna niet terug!

Een hele vrije zaterdag spreidde zich voor ons uit. Wat moesten we daar in ’s hemelsnaam mee doen? Carel stelde, o gruwel!, een boswandeling voor. Op vindingrijke gedachten had ik hem trouwens al vijftien jaar niet meer kunnen betrappen.

We kwamen een compromis overeen, eerst dan in jezusnaam maar wat bomen bekijken en dan ergens een stad verkennen.
Het weer was redelijk, het regende in ieder geval niet, maar een jas was wel vereist. En zo doolden we wat mistroostig wat bospaden af. En dan te bedenken dat er nóg zo’n dag kwam! Waar we over spraken, ik weet het niet meer, maar we zullen het ongetwijfeld over hele triviale dingen hebben gehad. Ik ben een stadsmens, voor mij is een boom een blarenpaal, ik kan er niet meer van maken. Apeldoorn was een verademing. Ik was er nog nooit geweest, maar ik voelde weer straatstenen onder mijn schoenen en dat alleen al verbeterde mijn humeur aanzienlijk.
Ook nu was van een echte conversatie geen sprake. We winkelden wat, dronken koffie met gebak in een tearoom en toen zat de dag er gelukkig weer zo’n beetje op. Nog één nacht en een ongetwijfeld net zo’n saaie dag te gaan…

Eigenlijk had ik de hele dag niet meer aan hem gedacht, maar bij het diner was hij er weer, en alléén. “Kijk eens”, had ik bijna opgetogen tegen Carel gezegd terwijl we aan de soep zaten: “Ze is er niet meer, die troela!” Maar net op tijd beet ik mijn tong af; hij zou niet weten wat ik bedoelde!

Carel had trouwens andere zorgen aan zijn kop, letterlijk. De verbeten trek om zijn mond kende ik maar al te goed. Nee toch hè, schoot het door me heen. Maar ja hoor: de soep was nog maar net weggehaald of de tranen sprongen in zijn ogen. Hij moest er vandoor, en snel. Godallemachtig, dat hij uitgerekend nú zo’n aanval kreeg. Mij hoefde hij niets uit te leggen, ik wist al wat er ging gebeuren en ik knikte verslagen toen hij met een pijn vertrokken gezicht zijn vertrek aankondigde.

Of alles toch wel in orde was?, vroeg het meisje dat onze tafel bediende bezorgd nadat ik verpletterend alleen was gelaten. Ik legde gegeneerd uit wat er aan de hand. Ach zo, zei ze medelijdend, zal ik die borden dan maar meenemen? Wel ja, ook dat nog. Hoewel iedereen zijn best deed niet mijn kant op te kijken, voelde ik feilloos aan dat het gehaaste vertrek van Carel nu hét gespreksonderwerp was. En dan die gapende leegte tegenover me: geen mogelijkheid om me aan die spiedende blikken te onttrekken… Of toch wel?

Mijn ongelukkige blik werd gevangen door hém, die daar ook alleen aan een tafeltje zat. Zijn donkere wenkbrauwen schoten de hoogte in en hij knikte vragend naar mijn tafeltje.
Wat? Bedoelde hij wat ik dacht dat hij bedoelde? Mijn keel kneep ervan dicht. Stel je voor: wat zouden al die dinerende gasten dáár wel niet van denken?
Maar hij stond al op en kwam rustig op me af.
“Roberto”, maakte hij glimlachend een kleine buiging. “Mag ik je gezelschap houden?”
“Elly”, hakkelde ik, “ja natuurlijk…” Als je in jezusnaam maar snel gaat zitten, bad ik in stilte.
Nog even een pijnlijk moment toen het meisje gedienstig kwam vragen of ze de borden van zijn tafeltje moest verhuizen naar het mijne, pas daarna haalde ik min of meer opgelucht adem.

Mijn lichaamstaal had kennelijk mijn innerlijke gemoed voor hem bloot gelegd, want zijn eerste vraag was recht in de roos. “Waarom voel je je zo opgelaten Elly?” Zijn stem klonk zacht, aangenaam en geruststellend, alsof de rollen waren omgedraaid en ik niet met een brutaal jong broekie te maken had, maar hij met een bang verlegen meisje.
“Al die mensen”, mompelde ik verward. “Wat zullen ze wel niet denken?”
“Kènnen ze je dan?”, vroeg hij glimlachend.
“Huh…, nee natuurlijk niet…”
“Wat kan jou het dan schelen? Morgen zijn ze allemaal weer vertrokken, kleine kans dat je ze ooit nog tegenkomt… Zal ik je bedienen?”

Perplex door zijn logica liet ik hem mijn bord versieren en na zijn opgeruimd ‘Eet smakelijk’, barstte ik zenuwachtig los. Vertelde wat er met Carel aan de hand was, over zijn Horton-aanvallen.
Horton?
Ja, Horton. De venijnigste hoofdpijn die er is. Clusterhoofdpijn, nooit van gehoord? Ook wel suicidal headache genoemd, zó afgrijselijk dat het mensen tot zelfmoord kan brengen, vandaar die naam. Het komt in golven. Een paar jaar heb je er geen last van, dan komt het ineens opzetten en krijg je maandenlang dagelijks tot wel drie aanvallen te verduren. Iedere aanval duurt zo’n anderhalf uur. De pijn is hels, alsof, zo had Carel het vaak omschreven, iemand in je hersenen met een gloeiende pook probeert je ogen uit je kop te persen. De enige troost die je hebt is dat het weer verdwijnt, maar dan ben je zo uitgeput dat je niets liever wilt dan in een bewusteloze slaap glijden. En het venijnige is dat het dan gegarandeerd weer terugkomt. Juist als je slaapt of je ontspant.
Is er dan helemaal niets aan te doen?
Ja, je kunt een aanval onderdrukken met zuurstof, maar we waren niet met flessen zuurstof hierheen getogen. Het was meer dan een jaar geleden dat Carel zo’n aanval had gehad, dus hadden we bij zoiets niet stil gestaan.
En toch, bedacht ik opeens, tòch hadden we er rekening mee moeten houden. Hoe vaak was het namelijk niet gebeurd dat die slopende aanvallen juist op vakantie waren begonnen? Als Carel ontspannen was, het was juist een van de verraderlijke kenmerken van deze Horton disease. Op zijn werk had hij er nooit last van, ja, ik had het daarnet zelf nog gezegd: als je slaapt of je ontspant… Ik staarde ontdaan voor me uit: nu lag hij boven voor niets te creperen van de pijn.

Roberto had al die tijd belangstellend geluisterd en merkte mijn ommekeer. “Dat kun je jezelf toch niet verwijten”, probeerde hij me op te monteren. “Je man had er ook zélf aan kunnen denken.”
Ja, dat was wel zo, maar toch…
Ik toverde een voorzichtig lachje tevoorschijn. Nu zàt ik hier met die knappe jongen en overspoelde ik hem met een golf van ellende! Hoog tijd om de bakens te verzetten.
“Wat doe jij hier eigenlijk?”, vroeg ik. “Ik bedoel…, ik zie hier verder geen mensen van jouw leeftijd enne…” Ik hield me net op tijd in, wat zou hij wel niet denken als ik naar die vrouw informeerde!
“Enne… wat?”, vroeg hij geamuseerd.
“Nee niks”, zei ik ongemakkelijk. “Ik vroeg me alleen af…”
“Je vroeg je af waarom ik nu ineens alleen ben en gisteren niet?”, raadde hij mijn gedachten.
Hùp, daar ging ik weer, met een onbedwingbare gloed van schaamte!

Hij sneed zorgvuldig een stukje varkenskotelet af, bracht het naar zijn mond en begon er smakelijk op te kauwen. Einde conversatie? Had ik me weer eens onsterfelijk belachelijk gemaakt? Ik propte zwijgend ook maar wat in mijn mond. Maar hij kwam er op een intrigerende manier op terug, terwijl hij opnieuw een stukje vlees afsneed, en het klonk bedachtzaam: “Ik weet niet of je dit wel wilt weten Elly…”
Wat dan wel? Ik, die er altijd zo prat op ging me nooit met andermans zaken te bemoeien, begon nu ineens héél nieuwsgierig te worden! “Hoezo?”, deed ik gewild onverschillig, “Je denkt toch niet dat ik uit de klei getrokken ben? Ik ben heus wel wat gewend hoor!”
“Dus je hebt geen Bunschoter haar onder je armen?”, lachte hij.
Die uitdrukking had ik nog nooit gehoord, maar het kon nooit veel goeds betekenen, dus lachte ik mee: “Nee, natuurlijk niet!”
“OK dan…”
Hij bracht de vork alweer naar zijn mond, maar net voordat hij weer secondenlang stommetje zou moeten spelen kwam het eruit: “Ik werk hier!”
“Je werkt hier?” Ik had van alles verwacht, maar niet dit! “Hoezoe, je wérkt hier?”, vroeg ik totaal verbluft.
Hij keek me olijk aan en at rustig door.

Ineens begon het me te dagen, het leek zo absurd dat ik naar adem moest happen voordat ik het eruit durfde te gooien, maar het kòn bijna niet anders. “Bedoel je… bedoel je dat een gigolo bent?”
Hij knikte en slikte zijn hap door. “Zo noemen ze het, ja. Ik hou er niet zo van, van dat woord. Net of ik een mannelijke hoer ben.” Hij rilde. “Maar ik val gewoon op oudere…eh .. dames…”
Ik keek hem voor het eerst met afgrijzen aan. “Maar je wérkt hier, zei je! Dus laat je je ervoor betálen! Dan bén je toch een hoer of niet!?” En beseffend in welke positie ik me nu ineens bevond, groeide mijn verontwaardiging tot het kookpunt. “En wat dàcht je: daar zit weer zo’n wijf, ik heb toch niks te doen, dus laat ik dié maar eens versieren!?”
Zijn gezicht betrok. “Denk je dat ik dàn zou hebben verteld wat ik doe?”
Dat was ook weer waar. Ik stond al op het punt op hoge poten de zaal te verlaten – dan nòg maar een scène -, maar nu bond ik schielijk in. “Nou, wat dan?”, pruttelde ik.
“Wat dan wát?”
“Waarom kom je dan bij me zitten?”

We werden gestoord. Het meisje kwam de tafel afruimen en legde de dessertkaart op tafel. Ik lette ineens scherp op of ze soms blikken van verstandhouding uitwisselde met de betaalde vrouwenversierder voor, maar kon, hoe ik ook mijn best deed, niets ontdekken. Echte professionals hier!
“Ik ben begonnen te zeggen dat ik op oudere dames val”, hernam Roberto de draad zodra we weer met rust waren gelaten. “Dat kan ik niet helpen, het is nu eenmaal zo. Jonge grietjes boeien me niet, pas boven de veertig wordt een vrouw voor mij aantrekkelijk.” Hij zuchtte. “Het gaat me niet om het geld, maar als ik er een keer voor betaald word ga ik geen knopen in een bies zoeken…”
Wat mocht dat in ’s hemelsnaam weer betekenen? Maar hij liet me geen tijd ernaar te vragen. Een lachje plooide weer zijn lippen en hij boog wat naar me toe. “Ze zijn heel discreet hier, ze adverteren er niet mee, maar ze krijgen die vraag wel eens en dan word ik gebeld. Zó storm loopt het nou ook weer niet…”
Ik was al tot bedaren gekomen, maar één vraag prangde nog: “Waarom hang je hier nog rond als je klandizie kennelijk vertrokken is?”
Zijn antwoord was weer niet alledaags. “Ik heb hier een kamer”, zei hij zonder blikken of blozen. “En waar het geluk wezen wil, daar komt het, al sta je er met je rug naar toe.”
Ik staarde hem aan alsof hij een neanderthaler was. “Je praat er nogal luchtig over”, concludeerde ik. “Alsof het een spel is.”
“In zekere zin is het dat ook”, bevestigde hij. “Maar een spel waar je niemand kwaad mee doet en waar beide deelnemers plezier aan beleven, is dat slecht?”
Wat een wijsneus! “Hoe oud ben je eigenlijk?”, flapte ik eruit, want ik vond het steeds moeilijker worden hem met mijn zoon te vergelijken.
“Negentien, hoezo?”
“Zo maar…”
Dus toch, het scheelde maar een jaartje. Ik rilde en dacht terug aan de schandalige manier waarop ik me vannacht in de badkamer had laten gaan.

Het dessert kwam eraan en we vielen stil. Alles was wel gezegd, dacht ik. Mijn gedachten gingen alweer naar Carel. De razernij zou nu, drie kwartier later, wel op zijn hoogtepunt zijn. Niet het juiste moment om een kijkje te gaan nemen. Het beeld van een ineengekrompen Carel, met een van waanzin vertrokken gezicht, waarschijnlijk gewikkeld in een kletsnatte, in kokend water gedrenkte handdoek, in een poging de pijn te verplaatsen, was me maar al te goed bekend.

De zaal stroomde leeg en ik voelde me opgelaten. Wat nu? Ik keek wat ongemakkelijk naar mijn tafelgenoot. Die leek zich heel wat beter op zijn gemak te voelen en knipoogde. Nou zeg, wát een zelfverzekerd mannetje! Toch zag hij er niet onaardig uit, nee, natuurlijk niet, anders was mijn fantasie eerder niet zo met me op de loop gegaan, maar het idee dat ik hier tegenover een beroeps zat…, nou ja, zo ongeveer dan toch, verlamde me.
Hoerenlopers had ik nooit kunnen begrijpen. Hoe kan een vent in godsnaam nog een stijve krijgen als hij zo’n afgelebberde hoer eerst moet betalen voordat ze verveeld d’r benen spreidt? Het was mij altijd een raadsel geweest. Hoorde hij óók tot die categorie die alleen al bij het denken aan een kut een stijve kreeg? Een oudere kut in dit geval, de mijne? Jezuschristus, daar moest ik niet aan denken! Zat hij soms al die tijd al op me te geilen? Een knul van achttien, nee: negentien, met zo’n …., zo’n….. bonkende staaf vol levenslust. Ik kon me niet eens meer herinneren hoe zoiets eruit zag zonder een bierbuik die eroverheen gewelfd was. Maar hiér zat er één, vlak voor me! En hij wilde me, hij wilde zijn onstuimige jeugdigheid in mij persen! Persen ja, want de laatste keer dat Carel zich die moeite had getroost, meer dan tien jaar geleden, was er vaseline voor nodig geweest om me toegankelijk te maken! Godverdomme…, als ik nog eens één keer…, één keer…

“Nou, zúllen we dan maar Elly?”, brak zijn stem door de wolken.
“Ja, laten we zullen…”, gaf ik me gewonnen.

De uren die volgden waren onbeschrijflijk van hartstocht en tederheid. De schaamte die ik voelde toen hij mijn wegzakkende tieten voor zijn ogen uitstalde werd méér dan gecompenseerd door de liefdevolle attentie die hij eraan besteedde, zacht koesterend, strelend, kussend. En nee, ik had geen vaseline nodig toen hij de punt begon te zetten in mijn universum dat al zo lang met plastic surrogaten was bestookt.
“Godhemelsemoeder!”, schreeuwde ik in opperste verrukking: “Waarom kom ik daar nú pas achter!?”

De nacht van mijn zonde was al bijna vergaan in de dag toen ik schuldbewust naast Carel schoof. In afwachting van zijn volgende aanval en rusteloos woelend kwam van slapen niets meer terecht. Die aanval bleef echter uit en ook de hele zondag bleef Carel ervan verstoken. Ik was te zeer met mezelf bezig om er veel aandacht aan te besteden.

Pas een maand later werd ik met de ontnuchterende werkelijkheid geconfronteerd…
“Wat is dit Carel?”, hoorde ik Nico, onze boekhouder, vragen: “GV 400 euro, zakelijk of privé?”
Een keer per kwartaal kwam hij langs voor de administratie, Nico, en onveranderd was dat een saai, maar noodzakelijk kwaad. Zoals altijd zaten ze met z’n tweeën aan de eettafel, en ik aan de andere kant van de kamer met een boek. Waarom ik uitgerekend déze vraag tussen alle andere opving, zal altijd wel een raadsel blijven, maar het was vooral de geagiteerde respons van Carel die me alert maakte tot op het bot: “Privé, Nico, boek dat maar privé!”
Hella Haasse, mijn lievelingsschrijfster, liet me prompt in de steek. Welke vierhonderd euro moesten van Carels zakelijke rekening ineens privé worden geboekt!?

De andere ochtend, alleen thuis, ploegde ik verhit de bankafschriften van Carels BV door, op zoek naar vierhonderd onverklaarbare euro’s. Het was voor het eerst dat ik dat deed, en het viel niet mee, want Carel had een succesvolle zaak en de lijsten van afschrijvingen en betalingen waren ellenlang. Maar een bedrag van vierhonderd euro precies, daar was er maar één van: twee maanden geleden afgeschreven met als kenmerk GV. Het rekeningnummer was van het hotel waar we een maand geleden hadden verbleven. En nóg drong het niet tot me door. Dat hadden Petra en Robert toch betaald? Dat was toch hún geschenk aan ons?

Ik belde Petra en vroeg haar omzichtig uit. “Hebben jullie die boeking soms via papa geregeld? Geleend misschien dat geld?”
“Nee hoor!”, schalde ze vrolijk in mijn oor. “Helemaal zelf betaald en Robert heeft het overgemaakt!”
Ik begreep er niets meer van. “Maar wanneer hebben jullie dat dan betaald, schat?”, vroeg ik ten einde raad.
“Pffff, dat is zeker al…., eens kijken, vier maanden geleden, zeker wel!”
“Vier maanden? Geen twee?”, hield ik smekend vol.
“O nee, beslist niet, veel langer!”
Haar stem sloeg ineens over in bezorgdheid. “Hoezo, mam, wat is er dan?”
Ik staarde naar het bankafschrift. “Heb je… heb je met papa overlegd over dat weekend?”
Het was even stil aan de andere kant en toen kwam het, aarzelend: “Ja….”
O, mijn god…, o my god!
“Was het zijn idee meid, was het zijn idee?”
Zeg nee! Zeg nee!

Het oordeel kwam, onverbiddelijk: “Nou…., mam…. we wisten het eigenlijk niet goed. Robert wilde eigenlijk een weekend op Center Parcs boeken voor ons vieren, maar ik dacht…, het is misschien leuker als jullie eens met z’n tweeën gaan… Dus hebben we het papa gevraagd… Het was toch leuk mam…, of niet?”
“Het was geweldig lieverd”, verbeet ik mijn snikken. “Ik wist alleen niet dat papa ervan wist…”
“Ja…, sorry…”
“Geeft niks meid!”

Ik haalde diep adem en belde het hotel.
Goedenmorgen en bla-bla-bla.
“Met mevrouw Van Woudenstein”, verzamelde ik al mijn moed. “Ik ben een alleenstaande dame, wat ouder, en ik vroeg me af…”
Ik hoefde me niet veel meer af te vragen, ik werd meteen doorverbonden.
“O ja, voor alleenstaande oudere dames hebben we een speciaal arrangement”, verzekerde de zalvende stem: “Het is voldoende dat u vierhonderd euro extra stort op de normale reservering, met de vermelding GV van Geheel Verzorgd. Wij zorgen voor de rest, mevrouw!”

Carel!!!!!!

© Elly

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  6 comments for “Geheel verzorgd

  1. WB
    28 januari 2007 at 22:20

    Origineel. En goed geschreven!

  2. 28 januari 2007 at 23:04

    Klasse!

  3. 29 januari 2007 at 10:42

    Uitstekend geschreven, aardige clou

  4. 29 januari 2007 at 16:01

    Een werkelijk schitterende beschrijving!

  5. 29 januari 2007 at 16:07

    Alleen maar lof!

  6. 11 april 2016 at 12:12

    Ik heb het heel graag gelezen. 🙂

Geef een reactie