Gestoord

Een V-teken van vingers in mijn nek,

Een knie botst bruusk tegen m’n kont.

Je bent weer thuis,

Nog even gek.

 

Ik draai me om, alsof ik me verbaas.

Grijs-groen zijn ogen die afleiden

Van wat je handen nu gaan doen,

Zo heerlijk dwaas.

 

Alsof mijn borsten lepten na ’t vaarwel

Pep jij ze op, niet dat het nodig is;

‘k Word tóch wel nat,

Bizarre del!

 

Je vloert me als vanouds, jij hitzig ros,

Weer op de bank, zoals in vroeger dagen.

Ik worstel heerlijk en ik weet

Jou van God los.

 

Terwijl je hete mond mijn tegenwerping smoort

– wat zóu ik tegenwerpen als jouw handen… –

Welf je je trillend over mij,

Totaal gestoord.

 

Muriël

Post navigation

Gerelateerde verhalen

Geef een reactie