Gesukkel op een Alpenpukkel

Het moet medio augustus van het vorig jaar geweest zijn dat ik op vakantie was in Zermatt aan de voet van de Matterhorn. Die berg, de Zwitserse natuurlijke piramide die daar zo mooi staat. Maar liefst 28 bergen in de buurt zijn hoger dan 4000 meter maar je ziet er maar één: die Matterhorn, waar vooral Japanners op af komen als vliegen op stroop.

Ik besloot vroeg uit bed te komen en een tripje te gaan maken met de Sunnegga-Express, een Alpenmetro. Hier gaan de deuren echter wel dicht, gelukkig maar.
Ik word wat overvallen door de kilte in de lange gang, eigenlijk een soort lange schacht naar het station, dat bestaat uit een uit de kluiten gewassen trap waarlangs een trein onder een hoek van 45 graden zoemend staat te wachten. Druk is het niet en ik heb plek zat. De reis zelf speelt zich vooral af in het donker maar voor je het weet ben je boven en 40 gulden armer, want goedkoop is het niet daar in Zermatt. Bij het uitstappen voel ik weer die koude tocht en ik realiseer me weer de zoveelste vergissing die iedereen in de bergen maakt: hoe hoger hoe kouder, maar vanuit het dal lijkt het allemaal zo warm.

Door de grote sluisdeuren kom ik op het terras. Het is nog geen tien uur maar ik besluit om toch eerst maar een bak koffie te drinken en te genieten van het fantastische uitzicht. Ik zit op 2300 meter en de lucht heeft zo’n zuiver odeur; totaal geen luchtvervuiling dus. Bij ons in Rotterdam is dat toch anders.

Ik pak mijn digitale camera en maak een paar foto’s van de Matterhorn. Allemaal hetzelfde natuurlijk maar ja.. Even denk ik aan die tijd dat ik nog verslaggever was en de ernstigste ongelukken en vervelendste rommelmarkten moest ‘verslaan’. Mooie tijd, maar elk weekend de lul. Nee, dan zit ik hier beter.

Ben ik alleen? Jazeker, ik ben alleen. Mijn zoon is met vrienden én vriendinnen naar Grand Canaria (geloof ik) en mijn vriendin is ook ergens, maar ik weet even niet waar. In ieder geval niet hier op dat terras, maar ik red me wel. Het is niet de eerste keer dat ik hier kom en ik weet zo onderhand de plekjes wel te vinden. En dat zijn plekjes die niet in een reisgidsje of op een wandelkaartje staan. Nee, veel te druk dan en de gehele dag dat Duits en Japans aanhoren, maakt je stapelgek.

Rustig drink ik mijn koffie op en rook een shagje. Het is tijd om te gaan. Ik heb twee mogelijkheden. Naar beneden lopen via Findeln of nog hoger met een kabelbaan. Dat heb ik al eens gedaan dus ik besluit maar om te gaan wandelen. Op een bordje staat de wandeltijd: 2 uur. Volgens Nederlandse begrippen zijn er dat dus vier. Mooi. Onderweg weet ik nog een terrasje dus ik vermaak me wel tot een flink eindje in de middag. Fluitend ga ik op stap, zogenaamd op zoek naar Mürmeltieren, een soort grote Alpenmarmotten, en springbokken of -geiten.

Ik voel me lekker en geniet van de omgeving én van het uitzicht. Tsjonge, wat is het mooi hier. Je zal hier maar een huisje hebben, Hoewel, uiteindelijk gaan de bergen je vervelen, weet ik uit ervaring. Het werkt na een aantal weken beklemmend. Dat zal wel aan ons vlakke landje liggen. Trouwens, Nederland is het enige vlakke land ter wereld, realiseer ik me ineens.

Ik daal langzaam het toch wat steile pad af en neem bij de eerste de beste bocht het besluit om de Alpenwei in te gaan. De kortste weg is nog altijd recht en ik zie het als een uitdaging. Recht voor me, in de diepte, lonkt het terrasje in Furggen en ik zie al een flinke fles Cardinal-bier, voor mijn neus staan. Het leven is zo slecht nog niet, denk ik weer.

Hier en daar moet ik oppassen en gebruik ik mijn houweel, die ik altijd bij me heb. Plotseling, na ongeveer een half uurtje gewandeld, zeg maar gedaald, te hebben hoor ik een licht gekreun bij een rotsblok. Ik ga erheen en zie een Japanse moeder met een dochter, die snikkend met haar hoofd in haar handen zit.
‘Can I help you?’
‘Oo..oo’, of zoiets is het antwoord. Ze verstaan geen Engels. Shit, denk ik, wat vervelend nu; voor die Japanners (of Chinezen) dan.
‘Au..Au’, roept de dochter, die ik schat op een jaartje of 18 en bloedmooi. Toch typisch dat de pijnkreet in alle talen hetzelfde is. Of je nu een Noor of een Peruaan een schop onder zijn ballen geeft; ze roepen allemaal: ‘Au!’ Ik bekijk de enkel van het meisje die behoorlijk dik is (de enkel dus). Oeh, denk ik, die kan niet meer lopen.

Ineens krijg ik een stiekem plannetje. Als ik er nu voor kan zorgen dat die moeder hulp gaat halen, zoals ze in films ook doen, ben ik natuurlijk wel een tijdje alleen met de bloedmooie Japanse trien. Maar hoe vertel ik dat?

Ik wijs naar de moeder en wijs daarna naar boven, naar het bergstation. Daarna wijs ik naar mezelf en naar de plek waar we zitten. Onvoorstelbaar dat ze dat begrijpt. Ze knikt ja en het is blijkbaar duidelijk: er moet hulp gehaald worden. Even bedenk ik dat ik met mijn GSM een helikopter van Air Zermatt kan bellen maar dan gaat mijn plannetje in rook op. Aangezien ik zelf al rook, laat ik het daar liever bij. Trouwens, ik weet niet eens of ze verzekerd zijn en ik weet dat een redding per helikopter al gauw 8000 gulden kost. Maar dan heb je wel een mooi vluchtje erbij. Het ding kan hier trouwens geeneens landen want we zitten tegen een helling, begroeid met gras en mos, van zo’n 30 graden schat ik.

De moeder knipt en buigt en gaat op weg naar boven. Ik staar haar na en concentreer me daarna op de enkel van het meisje die ik spontaan omdoop in het originele Ushi. ‘I help you, Ushi’. Het meisje knikt. Misschien verstaat ze toch wel wat simpel Engels.

Langzaam doe ik haar schoen uit en ook voorzichtig haar sok. Omdat ik zo niet goed bij de enkel kan zal toch echt haar lange broek uit moeten en als een ervaren dokter wijs ik naar haar pantalon en maak een beweging van ‘uitdoen’. Volgens mij denkt ze met een echte arts te maken te hebben want zonder een enkele aarzeling doet ze haar broek uit. Goeiemorgen, daar komen een paar fraaie benen te voorschijn. Het zit niet tegen vandaag. ‘Zermatt is duur’, zeggen ze. Ja, dat zal wel, maar daar krijg je dan ook wat voor, denk ik. Ik speel het spelletje mee en bestreel haar enkel, pak mijn veldfles en giet wat water over de flinke knobbel. Ze kreunt een beetje maar ik zie dat dat verlichting geeft. Zachtjes betast ik nogmaals de enkel en zeg: ‘Hurt?’ Ik hoor weer iets van ‘Oh..oh’ en bedenk dat ik de zaak resoluut moet aanpakken nu want een mondelinge versiertoer zit er niet in. Even denk ik nog om gewoon te vragen:’Fuck?’ maar misschien verstaat ze dat wel. Die kans is groot. Er zijn niet voor niets zoveel Japanners.

Nogmaals besprenkel ik haar enkel en wrijf er langzaam overheen. Haar kreunen is beslist niet van pijn nu want daar zit verschil in, of verbeeld ik me dat? Langzaam ga ik met mijn hand langs de binnenkant van haar onderbeen richting haar knie en verwacht een vreselijke Japanse karateklap maar het kreunen neemt alleen maar toe. Verdomd denk ik, die is gewoon ouderwets geil en dat op zijn Japans. Hoe neuken die eigenlijk? Zou die spleet ook gewoon recht omhoog staan of dwars liggen? Ik zou daar zo snel mogelijk zien achter te komen. Moeder is pleite, dochter is alleen; het lijkt wel een film, waarin ik zelf de hoofdrol speel.

Tussen haar mooie benen staar ik naar haar witte broekje waarin wat donkers doorschijnt. Ja, zwart natuurlijk, want een blonde Japanse heb ik nog nooit gezien. Inmiddels is Ushi gaan liggen op haar rug en schijnt af te wachten. Dit gaat goed en heel snel, besluit ik. Geen tijd voor allerlei voorspelletjes. Allemaal tijdverlies, gewoon uitkleden die handel en neuken. Ineens schiet er een andere gedachte door me heen. Verdomd, hoe heb ik dat nou kunnen vergeten? Een Japanse kan natuurlijk ook pijpen. Stom, helemaal vergeten.

Ik pak haar hand en breng die regelrecht naar mijn broek toe. Sjaak, want zo noem ik mijn trouwe onderdaan altijd, staat zoals gewoonlijk al klaar om juist te handelen. Ushi neemt de uitdaging blijkbaar aan maar haar snelheid verrast me wel. Ze ritst mijn broek open, haalt mijn lul eruit en begint gelijk te zuigen en te likken. Goeiemorgen spreeuw. Die houdt niet van half werk. Heerlijke moeder, om zomaar weg te gaan. Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Gepijpt worden met op de achtergrond de mooiste berg van de wereld, die trouwens ook al jaren staat.

Ik sluit mijn ogen. Ushi zuigt alsof haar leven ervan afhangt en ik moet haar terug duwen want ik voel dat ik al klaar ga komen. Ik help haar bij het uitkleden en als laatste trek ik haar slipje uit. Haar tepeltjes steken als kleine Matterhorns recht omhoog. Een mooi gezicht. Haar kutje is zo nat als een bergbeek en is net als in Nederland gewoon recht omhoog geplaatst.

Even denk ik erover om haar te beffen maar bedenk me snel. Ik ben te geil en duw hem zacht naar binnen. Haar grotje is klein en nauw. Ze pakt me bij mijn billen en trekt hard aan me. Ha, die houdt van rampetampen. Dat kan en ik neuk haar vreselijk hard en spoedig kom ik klaar. Heerlijk zo met je blote bast in de Alpen. Ik weet zeker dat alle marmotten weggedoken zijn of misschien van achter een steen zitten kijken. Het interesseert me geen ene moer. Ik spuit en spuit. Het lijkt wel of er geen eind aan komt. Ushi kreunt weer. Ik zal haar enkel toch niet geraakt hebben?
Ze schokt en schokt opnieuw. Ik stoot nog maar een keer en weer schokt ze. Er komt een Japans woord uit en dat zal dan wel ‘Aaaaah’ betekenen, denk ik. In Japan komen ze toch met andere klanken klaar dan in Nederland. Daar zit dus toch verschil tussen.

Moe laat ik me naast het meisje ploffen die ineens verschrikt om zich heen kijkt en zich aankleedt. Ik trek mijn broek weer op en we zijn een rustig paartje, zittend in de zon, op een Alpenpukkel, kijkend naar de Matterhorn.

Het kan niet lang geduurd hebben. Ik zie dat moederlief een half uurtje weg is dus dat duurt nog wel even. Ik geef Ushi wat te drinken uit mijn veldfles en voel me een redder in nood. Weliswaar een die het aangename met het onaangename vermengt maar psychische steun is hard nodig in zulke gevallen.

Praten lukt voor geen meter dus we zitten daar maar. Zou ik het nog eens proberen, want ik voel hem weer kloppen. Ik durf eigenlijk niet, want ik weet ook niet of haar moeder snel is of niet. Japanse oorlogsfilms hebben we geleerd dat ze klein én snel zijn dus dat wordt toch oppassen.

Ik streel haar door haar lange zwarte haar en ze lacht een beetje ondeugend maar heel verlegen. Ik hoop wel dat ze aan de pil is of zo, want dat zou er raar uitzien: die nieuwe Japanner, want die wordt beslist blond.

Na nog een half uurtje komt moeder terug met twee mannen in een rood overall met een draagbaar bij. De mannen bedanken me voor mijn hulp en oppassen en ik zeg spontaan: “You’re welcome”.

De stoet vertrekt, omhoog. Ik ga verder, naar beneden, naar Findeln, naar het terrasje voor een biertje, want bergwandelen kan heel vermoeiend zijn.

© Arjaan

 

Post navigation

Gerelateerde verhalen

Geef een reactie