Haar koning moest vallen

Het onderwijs waarborgt lange zomervakanties, vaak té lang, vind ik, om zo`n hele periode alleen, of met een partner door te brengen. Ik wil dan minstens een paar weken iets heel anders. Sinds een paar jaar heb ik dat aardig ingevuld. Via een reisorganisatie functioneer ik als gids/begeleider van groepsreizen: een allegaartje van mensen waar je plotseling mee opgescheept wordt, een beetje cultuur, wat natuur, dat ligt me goed. Zo`n groep bestaat doorgaans voor de helft uit (echt)-paren, voor de andere helft uit `alleenstaanden` en dan weer merendeels vrouwen, omdat het voor hen wat veiliger is dan er alleen op uit te trekken. Nou ja… veilig? Je weet maar nooit met mij er bij.  Dit jaar Kreta, twee keer een achtdaagse reis. De eerste groep was nogal tam en snel tevreden. Ik maakte daarvan gebruik om meer bekend te worden met deze door mij nog maar één keer eerder bezochte locatie. Ik wist aan het eind hoe het zou gaan. Bij de laatste gezamenlijke maaltijd vroeg iemand: “wat denken jullie van een reünie?” Halfslachtige respons, en ik deed nog een duit in `t zakje: “ik doe daar zelden aan mee hoor!” Exit groep 1. 

Het volgend gezelschap bleek een stuk leuker. Na drie dagen plezierig rondtrekken zat ik op twee stoelen op een terras bij het hotelletje wat locale informatie tot me te nemen. Na het avondeten had de groep zich in het dorpje verspreid en het liep nu tegen de schemer. 

“Eh, Muriël,” hoorde ik.  Het was Petra, een hoogblonde vrouw van rond de veertig, één van de singles in onze groep. Mooi? Nou, ze zag er leuk uit: lang, slank, hoog op de benen en – dat spreekt me altijd aan – een soepele tred. Trouwens, dát vind ik jammer: als gids loop je meestal voorop en krijg je tijdens de wandelingen weinig kans om lekker weg te zwijmelen bij een aantrekkelijk lijf. 

“Hoi,” zei ik. “Niet het dorp in?” 

“Nou nee,” antwoordde Petra. “Ik zit ook ergens mee. Misschien is het niet belangrijk hoor, maar téken: die kunnen soms toch gevaarlijk zijn hè?” 

“Lime-disease,” reageerde ik,’ “áls die infectie hier op Kreta tenminste voor komt. Een beet kan geen kwaad, zolang je `t achteraf maar in de gaten houdt; én `t beestje zo snel mogelijk verwijderen natuurlijk. Héb je een teek? Dat is m`n eerste dit jaar. Ik haal hem er wel uit voor je.” 

Petra bloosde licht. “Nou, eh, anders wel graag, maar hij zit op een nogal rare plaats. Heb je een pincet voor me?” 

“Kom op joh,” zei ik terwijl ik opsprong. “Teken zitten zo vaak op rare plaatsen. Doet er niet toe, kom maar mee naar m`n kamer, ik ken het techniekje.” 

Ze volgde me toen ik het trapje ophuppelde en mijn deur ontsloot. Toen ik eindelijk het tekenpincet in m`n tas had gevonden en me omdraaide, stond Petra daar, haar shorts in de hand. 

“Dáár dus,” sprak ik. “Maar hij zit toch in je vel?” 

“Ja, ja,” bromde ze schuchter. Wat gespannen deed ze haar slipje een stukje omlaag. Meteen wees ze, links in het donzige bermpje. 

“Ga maar even liggen,” sprak ik geruststellend als een huisarts. Ik behield die rol toen Petra op het bed lag en ik, als geroutineerd, haar slipje nog een flink stuk omlaag trok. Het uitzicht beviel me, geen haast maken dus, ik zou dat beestje met zijn omgeving eerst maar even bestuderen. 

“O ja! Dáár ziet ie,” zei ik na een tijdje zo koel mogelijk, maar ondertussen was het water me in de mond gelopen. Zacht streek ik door de haartjes om toch `vooral` eerst goed te kunnen bekijken hoe ik die teek moet aanpakken.

“Dat is bijzonder,” sprak ik toen. 

“Wat?” vroeg Petra stuurs. 

“O, niet die teek hoor,” zei ik. “Bijzonder dat je hiér net zo blond bent.” 

Ik keek haar zo ontspannen mogelijk aan.  Petra`s vragende ogen en haar verlegen-geamuseerde blik verleidden me tot een kleine actie. Ik ging naast het bed staan en onschuldig als een kind trok ik de boel omlaag. 

“Ik ben ook blond, maar moet je hiér zien!” Ik toonde mijn donkere bosje.  Petra bloosde nu tot in haar nek.

“Ja, nou ja zeg, doe nu die teek maar.” 

Grinnikend deed ik mijn broek omhoog. “Jij mag trots zijn op je lijf, maar ik ben het ook hoor!” 

Met het pincet naderde ik het gravende beestje. 

“Bedoel je… Vind je me mooi dan,” vroeg Petra ongelovig. 

“Vind jij het vervelend als een vrouw je dat zegt?” repliceerde ik zonder op te kijken.  Het bleef stil terwijl ik de teek te grazen nam, Petra`s lijf even aanspande. “Ja, ik vind je mooi,” zei ik toen. 

“Dank je,” klonk het zacht. 

Glimlachend keek ik haar aan. “Je bedoelt: voor het verwijderen van de teek?” 

“Nou eh, ook voor dat andere eigenlijk, dat heb ik lang niet gehoord.” 

Petra trok haar slipje omhoog.  Terwijl ik het pincet wegstopte besloot ik nog iets stouts te zeggen. “Als het nou nog jeukt hè, weet je wat het beste helpt?” 

“Nee, wat?” 

“Likken,” sprak ik met een stalen gezicht.  Ik zag Petra`s peinzende blik.

“Ja, ja,” zei ze toen. “Daar verzin ik dan wel wat op.” 

“Ik zal je niet meer plagen,” lachte ik. “Zullen we buiten een ouzo bestellen?” 

Bij het glaasje kon ik het niet nalaten te vragen of er geen partner was die haar mooi vond. Petra vertelde dat ze gescheiden was, zoon was bij pa en haar dochter van zeventien woonde nog bij haar in, was nu zelf op vakantie.  Ik bedacht me dat dit schuchter typje op zoek was, op zoek op vakantie. Maar een vrouw… dat zou me vast moeite kosten. Toen liet ze me een foto van haar dochter zien, een verbijsterend mooi koppie. 

“Hm,” zei ik. “Net zo blond als jij?” 

“Je zou toch niet meer plagen,” kwam de aarzelende vraag. 

“Ja, had ik beloofd,” sprak ik quasi-schuldbewust. “Maar bij mensen die ik léuk vind kan ik dat eigenlijk niet laten.” 

Ondertussen trok iemand van het hotel de tuinslang zeer uitbundig over de terrasplanten heen. 

“Nou, daar gaat het schaarse drinkwater,” mopperde Petra. 

“Ach,” relativeerde ik. “Het lijkt hier droog, maar er zit een hoop water in de grond hoor, en anders, nou dan zou je het uit zee kunnen drinken.”

Petra keek me niet-begrijpend aan.  Ik rekte me uit op de stoel en sloeg een nachtvlinder van me af.

“Even denken… Overmorgen is er een rustdag. Dan zijn we aan de zuidkust waar ik een plek weet waar je het heerlijkste water zó uit zee kunt drinken, écht! Zullen we er heen gaan?” 

“Met de groep bedoel je?” vroeg Petra. 

“Nou nee, denk ik niet,” antwoordde ik. “Het is een rustdag en ieder kan z`n eigen gang gaan. Dan is het ook nog een lastig stuk omlaag. Jij kúnt dat, maar de meesten… Ik heb die plek vorige week ontdekt. Wil je met me mee, vóór het ontbijt? Het is er dan nog koel, en op z`n mooist. Maar ik hoor het morgen wel.” 

Dat laatste zei ik niet voor niets. Het grootste deel van de groep keerde nu terug en schoof aan bij het avondlijk drankje. Er werd nog een uurtje gebabbeld en toen Petra opstapte wierp ze me een knikje toe. 

Na een taxirit, de volgende dag, leidde een pittige wandeltocht naar de kust. Ik probeerde Petra zo neutraal mogelijk te benaderen, als het zo uitkwam eerder een tikje te negeren. Het kon alleen maar averechts werken als ik enige begerigheid of speciale interesse liet blijken, dacht ik. Na het avondeten liep ik vrolijk, ontspannen op haar toe en zei dat ik koek en fruit gekocht had, vroeg of half zeven een geschikte tijd was.  Het was een tikje onwennig, die ochtendontmoeting. Elk met een tasje gingen we op weg. Het prachtige ochtendlicht gaf afleiding, reden tot enthousiast kijken, wijzen en praten. Geleidelijk liepen we een heuvel op. O zo graag liet ik haar voor me uitlopen, haar uitkledend met m`n ogen, de kilometers aftellend. Boven gekomen improviseerden we een ontbijtje in de nog frisse wind. Voor ons daalde het landschap naar een diepe kloof, daar achter bloosde de kustlijn in de lage zon. 

Avontuurlijk als kinderen begonnen we de steile afdaling. Als het even kon bevond ik me weer achter haar, in aanbidding van die soepele slanke benen, die geen vermoeidheid leken te kennen. Moeizaam belandden we uiteindelijk in de smalle kloof met een zandbodem, waar slechts wat rietbosjes de ondergrondse aanwezigheid van water verraden. Vandaar ging het makkelijker, kronkelend door de bedding. Naarmate we de zee naderden doken bloeiende oleanderstruiken op en toen de kloof eindigde was het een zee van roze tot bijna aan de waterlijn, waar een piepklein strandje zich opende tussen de rotswanden. De zee leek aangrenzend op een gebroken gekleurde vaas. Stukken blauw en groen in allerlei tinten wisselden elkaar  af. Tegen het stand aan borrelde de zee. 

Ik bukte me en dronk. “Grappig hè,” zei ik. “Het onderaardse stroompje komt hier tevoorschijn en  drukt al het zoute water weg. Daarom krijg je ook van die rare kleuren.” 

Petra sloeg totaal geen acht op mijn wetenschappelijke uitleg. Ze stond ademloos om zich heen te kijken.

“Zo stel ik me het paradijs voor,” zei ze. 

“Hm, met mij erbij?” 

Daar kwam Petra`s blos weer. “Heb ik eerlijk gezegd niet aan gedacht, maar eh… je misstaat niet hoor!” 

“Weet je wat,” zei ik, greep in de tas en overhandigde haar mijn camera. “Maak een foto van jouw paradijs met mij erbij, precies zoals jij dat het mooiste vindt.” 

Zoals Petra had kunnen verwachten begon ik me onmiddellijk uit te kleden. Met een lachend zuchtje accepteerde ze de logische consequentie. Met mijn  opdracht had ik haar verplicht mijn naakte lijf goed in zich op te nemen en hoopte daarmee weer een stukje van haar vestingmuur te slechten.  Het resultaat verwonderde me. Nee, Petra wilde me niet wulps op de foto, maar ook niet dromerig en half afgewend, zoals ik verwachtte. Toen ze uiteindelijk tevreden was stond ik tegen een oleanderbos aan, frontaal naar de lens gekeerd, niets verhullend. Kwetsbaar stond ik daar, de armen en benen iets wijd. Zó moest ik zijn in haar paradijs. 

“Nu jij?” vroeg ik. “Of zullen we gaan zwemmen?” 

“Zwemmen,” zei Petra, en begon zich langzaam te ontkleden. Het laatste dat ze af deed was het dunne bh-tje.

“Vind je me nu nog mooi,” vroeg ze, zich bewust van mijn blik. 

Ik glimlachte. Haar lichaam was van boven even schuchter als haar aard. De kleine borsten stonden ontroerend wat afgewend, alsof ze zich voor elkaar schaamden.

Ik knikte langzaam. “Ja, ik vind je mooi.” 

Een boot aan de horizon was het enig teken van menselijk leven om ons heen. Heerlijk dobberden en dartelden we rond met kleine aanrakinkjes, het koude bronwater vermijdend. Dat gebruikten we alleen om, verzadigd van het zwemmen, het zout van ons af te spoelen. Gezeten op een rots waren we snel gedroogd door wind en zon. Als afgesproken strekten we ons uit op het lavazand, in de halfschaduw van de oleanders.  Petra vroeg nu voorzichtig naar mijn relaties. Ik verbaasde haar niet. 

“Ik heb nooit iets met een vrouw gehad,” sprak ze na mijn kortgehouden relaas. “Nooit zo aan gedacht eigenlijk, of ik zoiets zou willen of kúnnen, snap je? Nou ja, toen ik veertien was, toen had ik één keer iets nieuwsgierigs met een vriendinnetje op haar kamer, gewoon zo`n experimentje. Zij was benieuwd hoe het zou voelen met je tong. Zij zou eerst, maar toen ik m`n broekje uit had aarzelde ze even. Toen geneerde ik me plotseling, trok m`n broekje weer aan en dat was dat.” 

“Dus eigenlijk géén experimentje,” sprak ik. 

“Nee, jammer genoeg niet,” flapte Peta er uit.

Ze schrok van zichzelf, probeerde het uit te leggen, terwijl ik dankbaar een stuk van haar muur onverhoeds had zien instorten.

“Pas veel later,” zei ze. “Wel tien jaar later ben ik gaan beseffen hoe onschuldig het zou zijn geweest als ik het had toegelaten.” 

“Ja, ja,” sprak ik begrijpend. “En nu kijken we beschouwend terug en zien het paradijs van de onschuld achter ons gesloten. Ik heb dat ook wel eens. Wat zijn we toch stom hè!” 

Petra knikte langzaam. Ik ging rechtop zitten, keek haar aan en sprak bewust een beetje bedeesd: “We zijn nú in een paradijsje; zou je echt niet even terug kunnen naar die tienerkamer, op je rug, met je ogen dicht?” 

Petra zuchtte diep, sloeg toen haar ogen neer. “Ik denk dat je me schaakmat hebt.” 

Even later zat ik tussen haar prachtige benen, met driftig bonzend hart. Ik probeerde te denken aan Petra`s vriendinnetje, haar aarzelingen die nu werden weggedrukt door mijn begeerte. Moest ik me onwennig voordoen? Maar dan, als ze zich nu toch weer zou bedenken…  Nee, nee! Het schaakspel is heilig, haar koning moest nu vallen. Trillend van opwinding kuste ik de zachte haartjes, wilde mijn tong er omheen laten punten en dan langzaam naar binnen, als een tergend spel. Maar zo zou het tóen niet gegaan zijn, het was een experimentje, het moest directer. 

Mijn tong slurpte de smaak van haar bitterzoete spleetje. Mijn speeksel vermengde zich met haar vocht tot een overrijpe drank. Toen voelde ik haar handen, aarzelend maar liefdevol strelend om mijn hoofd. Ik hoorde haar adem schokken in een strijd tussen verzet en overgave. Zij wist het ook: haar koning moest vallen.  Ik draaide half op m`n zij, duwde mijn hand tussen m`n benen en liet twee vingers in de vochtige warmte glijden. Snel en lekker moest het nu. “Ik heb haar! Ik heb haar!” jubelde het in me.

Als bezeten brak mijn tong haar laatste weerstand, schoot een stukje omhoog. Haar slanke, lange dijen klapperden om m`n hoofd. Ze drukte haar bekken op toen de verheerlijkte jammerklacht losbrak. Met een paar halen stootte ik mezelf klaar, hijgend happend in haar kleverige nattigheid. 

“Was je vriendinnetje weer terug?” vroeg ik, terwijl ik naast haar zat, haar buik kriebelde. 

“Nou eh,” hijgde ze nog na, “ik heb het geprobeerd, maar jij hebt haar, geloof ik, de rimboe ingestuurd.” 

De dankbare blik die ik kreeg deed me smelten. “Doe je ogen nog eens dicht,” zei ik. Ik ga iets op je buik schrijven met m`n nagel en jij mag het raden.” 

Toen Petra haar ogen sloot grabbelde ik in m`n tas.  “Klassiek en duidelijk,” dacht ik. Om Petra`s navel trok ik een groot hart, toen de slanke pijl er door en de letters M naar P. Ik zag haar mond de letters vormen. 

“Geraden?”  Ze knikte, opende haar ogen, verward, verlegen. 

“Wil je ook wat schrijven?” vroeg ik. 

“Voor hiér, in ons paradijsje, wil ik het wel doen,” zei ze.

Petra ging rechtop zitten en verstarde. Groot op haar buik was het zichtbaar, met rood, watervast viltstift. Ze slikte terwijl ik ging liggen en haar de stift overhandigde. 

“Ik wil het zien,” fluisterde ik en vouwde mijn arm onder m`n hoofd. 

Ze was links. De stift werd voortgeduwd toen hij langzaam een hart beschreef. Ik zag haar vochtige blauwe ogen. Toen ze klaar was wist ik niet wat me overkwam. Ik barstte in snikken uit, en zij omarmde me. Ons kleine paradijsje.  Hand in hand stonden we later naakt voor de oleanders met de liefdesverklaringen op ons lijf. De zelfontspanner ratelde tot de bevestigende klik.  Gekleed liepen we terug door de kronkelende kloof. Bij de rietbosjes aangekomen klauterden we een stuk omhoog. We rustten tegen een schuin rotsblok. Daar zaten we, dicht tegen elkaar aan, neerkijkend op het roze lint, eindigend bij zee. Petra`s peinzende blik gleed over het onbedorven  valleitje en ik wist wat ze dacht: “Hier ben ik verleid, met als beloning een zoete herinnering, óf… hier is mijn leven veranderd. Toen vonden haar ogen de mijne. Ze leek iets te willen zeggen als `dank je` of misschien `je bent mooi`.

De woorden kwamen niet. Ik helde iets verder achterover, in  vurige hoop. Haar hoofd kwam, het blonde haar welfde om me heen. Haar schuchterheid leek totaal verdwenen toen ze voor het eerst een vrouw kuste, ze wist dat ze een keuze had gemaakt.  De liefste lippen die ik ooit heb geproefd… De goddelijke verliefde warmte die ik toen heb ervaren, nee, ik kan het niet verwoorden.  De laatste dagen verliepen voor onze omgeving alsof er niets gebeurd was. We gingen niet anders met elkaar om dan voor die heerlijke ochtend, behalve af en toe een vluchtige blik, een lachje. Petra was in mijn ogen veranderd. Ze ademde: “Ik heb het gevonden, al was het misschien niet wat ik zocht.”

Haar pas was nog soepeler, nog vastberadener. Zelfbewustheid en geluk straalde ze  uit. Bij de afsluitende maaltijd opperde iemand weer een reünie.

“Leuk,” sprak Petra. “Het mag wel bij mij, ik woon geloof ik nogal centraal.”

De instemming was snel bereikt, en ik, heel hypocriet: “Ik ga niet vaak naar een reünie, maar vind jullie wel een aardige groep, ik zal m`n best doen.” 

Ik kwam als laatste die zaterdagavond, streek met een vinger langs Petra`s wang toen ze me blij binnenliet. Na de koffie informeerde ik geïnteresseerd of haar dochter er niet was. Nee, die bleek voor het weekend het huis maar ontvlucht. Onbeschaamd vroeg ik zacht of ik de volgende dag met de afwas mocht helpen. Petra`s blik was voldoende antwoord. We wierpen de schijn in de loop van de avond van ons af. De ruimte voor het onvermijdelijke  dia`s-kijken was zo beperkt dat ik, na verloop van tijd en drankjes, op de grond ging zitten, tussen Petra`s benen, en ja: ze streelde me. De rest van de groep vroeg zich toen – en later – af wat hen tijdens de vakantie zó was ontgaan. Onze mooiste foto`s kregen ze niet te zien. 

Toen we uiteindelijk met z`n tweeën over waren ruimden we de ergste rommel op. Uitdagend draaide ik om haar heen, zag met plezier iets van haar schuchterheid terugkeren, terwijl mijn hartstocht oplaaide.  Ruim na twaalf uur leidde Petra me haar paradijs binnen. Toen moest ze er plotseling weer aan wennen, ging besluiteloos op het bed zitten, terwijl ik een kleiner lampje aan deed en de gordijnen sloot.  Ik ging voor haar staan, keek haar aan, boorde mijn ogen in haar ruime, sierlijke blouse. Ze sloeg haar ogen neer en begon langzaam de knoopjes los te maken. Ze gaf zich bloot op mijn wens. Mijn blik daalde. Als gebiologeerd  ontdeed Petra zich van de rest. Toen keek ik naar mezelf.  Petra stond op, bijna als een robot. Ze wist wat haar te doen stond, dat ze nú het initiatief moest nemen, na de belofte van die kus op Kreta.

O heerlijke onzekerheid van vrouwenvingers die nooit hebben gedaan waar ergens diep van binnen alleen nog maar vaag over is nagedacht… Ik gaf me over als een kind. De slanke moederlijke handen namen langzaam alles van me af, lieten het op een hoop vallen alsof het in de was moest.  Toen hielp ik haar: “Zo toch?” vroeg ik, terwijl ik, als voor die foto, mijn armen en benen iets spreidde. Haar zalig onzekere vingers streelden mijn kleine, stevige borsten tot ontroering over haar kwam en ze haar hoofd tegen me aan vlijde.  “Beheers je, doe niets!” beet ik mezelf toe. “Zij moet het doen, het moet ook háár keus zijn.” 

Mijn God, haar mond kwam omhoog. Ja… ja! Ze proefde m`n tepels, haar weifelende blik weer op me gericht. “Toe maar,” spraken mijn ogen. “Tóe maar, het is goed.” Dit aarzelende gesabbel… godsamme, wat een genot!  Petra verloor zichzelf en vónd zichzelf. Haar zinnen kwamen langzaam los, de stevige handen grepen in mijn zij. Ze lebberde. Ze lebberde van mijn borstjes naar beneden over m`n buik. Ze zakte ineen tot ze op haar knieën voor me zat, mijn benen omvatten. En toen… Haar tong kroop omhoog vanaf de onderkant van mijn dijen. Haar zachte haar kriebelde. Ze wist wat ze ging doen, wat ze diep van binnen al wekenlang had gewild. Hijgend keek ik toe hoe ze, langzaam maar onweerstaanbaar, haar toevlucht zocht in mijn intiemste plekje. Haar lippen omvatten de haartjes, trokken er zachtjes aan.  Weer wendde ze haar ogen omhoog. Ik kon niet anders dan bemoedigend knikken, alsof het bedoeld was voor de zoekende blik van een meisje dat wanhopig watertrappelend bang is haar zwemdiploma niet te halen. Als steun was dat genoeg.

De warme tong vond feilloos zijn weg. Ik pakte  haar hoofd vast, had moeite mijn schokkende lijf overeind te houden toen de slaapkamer om me heen begon te draaien, toen Petra de definitieve overwinning behaalde. Ze deed het! Nazinderend trok ik haar omhoog, kuste haar vurig, trok haar mee in bed. Ik nám haar. En in de uren daarna vonden onze monden, ons vocht, onze lijven  elkaar tot we, nog schokkend van hartstocht, verstrengeld in slaap vielen. 

Laat in de ochtend ontwaakt heb ik haar bewonderd terwijl ze nog sliep. Ik streelde haar zacht tot ze wakker werd. Net toen ik het teruggekeerde vuur over haar uit wilde storten ging onverhoeds de slaapkamerdeur open.  Daar stond ze, jong en hoogblond in een ponnetje. Om één of andere reden was ze in de loop van de nacht thuis gekomen. 

“O sorry… Eh… o, jij bent toch die gids, Muriël of zo? Je leek me leuk op de foto`s van mam, en straks kan ik toch nog met je kennismaken.” 

Petra schrok verwilderd op, met dichtgesnoerde keel. 

“Goh mam… geeft toch niks, is toch léuk voor je? Ze is bloedmooi! Nou eh… ik ga een ontbijtje voor jullie klaarmaken.”

De deur ging dicht. 

Mijn verwarring was een heel andere dan die van Petra. De spontane jonge schoonheid deed me beschaamd beseffen dat mijn paradijs dreigde te veranderen, ondanks de vurige verliefdheid voor haar moeder. Ik zag een paradijs waar lente en zomer met elkaar versmolten. Ik kreeg een visioen dat dat meisje wéér binnen kwam, terwijl wij daar zo intiem waren, en ik het dekbed uitnodigend voor haar open hield.  O, rusteloos hart, o geile fantasie… Ik kan niet zonder. 

© Muriël

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  1 comment for “Haar koning moest vallen

  1. 5 april 2008 at 14:51

    Dankzij de persoonlijke top 10 van Nepenthe, die ik bewonder, ben ik uitgekomen bij dit verhaal van Muriël, die ik ook bewonder.

    Het avontuur op Kreta begint lekker luchtig en wordt steeds ontroerender en opwindender. Met lieve hartjes en zo… Maar dan die laatste alinea…, klonk voor mij als een luid krassende naald die abrupt met terugwerkende kracht heel het romantische plaatje verkracht.

Geef een reactie