Hello, Goodbye

Bij het wisselen van onze afscheidskus, vlak voordat Henk via de douane uit het oog zal verdwijnen voor zijn tweemaandelijkse trip naar het Verre Oosten, zie ik ze lopen, de NCRV-crew van Hello Goodbye: Joris Linssen, een cameraman, een geluidsman en een vrouw. Even denk ik dat ze op ons afstevenen, maar ze lopen rakelings achter Henk langs naar een jong stel dat innig in elkaar verstrengeld staat.

“Kijk nou!”, stoot ik mijn man aan: “Ze gaan opnamen maken!”

Henk draait zich om. “Wie zijn dat?”

Ach ja, hij heeft altijd wel wat beters te doen dan ‘kastje kijken' en denkt dat hier twee Bekende Nederlanders gefilmd worden.

Er is nu geen tijd meer om dat allemaal uit te leggen. Het zal hem ook weinig interesseren.

“Nou, see you when I see you!” Zijn gebruikelijke afscheidswoorden.

“Tot zondag schat.”

Ik wacht tot hij met een laatste zwaai uit beeld verdwenen is, aarzel even, maar loop dan toch nieuwsgierig op het groepje af. Ik ben een hartstochtelijke fan van het programma, was dat ook al van Taxi, maar dit programma vind ik zo waanzinnig goed, ik sla het nooit over en heb er al menig traantje bij geplengd. De manier waarop Joris erin slaagt mensen de meest intieme dingen te laten vertellen, zonder dat het voyeuristisch of gênant overkomt, is van geweldige klasse. Nu kan ik hem live bezig zien en dat buitenkansje laat ik me niet ontglippen.

Er is niemand die me tegenhoudt en dat is al meteen iets dat me verbaast. Altijd gedacht dat er een paar potige jongens bij zouden zijn die iedereen op afstand zouden houden, met een bord ‘Opname' in hun hand of zoiets. Maar niets van dat alles. De enige, jonge, vrouw in het gezelschap heeft een headsetje op en lijkt in verbinding te staan met de cameraman die een koptelefoon draagt. Ze kijkt me even aan en knipoogt. Nu voel ik me nota bene opeens een voyeur en ik blijf stokstijf staan waar ik sta, hoewel ik zeker nog wel twee meter verder had kunnen lopen en dan misschien ook had kunnen verstaan wat de twee hoofdpersonen tegen Joris aan het vertellen zijn. Nu kan ik soms een woord opvangen, of een nerveus lachje, meer niet, maar dat maakt het niet minder fascinerend. De ontspannen manier waarop Joris dat doet, de cameraman die behendig om hen heen draait, de geluidsman die met zijn hengel manoeuvreert, de vrouw die de regie lijkt te voeren met een knikje hier en een handbeweging daar. Als Joris even weglacht, kijkt hij me recht in mijn gezicht. Ik versteen ter plekke en glimlach onnozel terug, alsof zijn lach voor mij bestemd was. De jongen en het meisje plukken voortdurend aan elkaar terwijl Joris de conversatie hervat. Wié zou hier wié uitgeleide doen?

Het paar versmelt voor de laatste keer in elkaar en dan loopt het meisje achteruit zwaaiend naar de gates. De hele ploeg doet een paar stappen terug, waarbij de vrouw de cameraman aan de riem vasthoudt, kennelijk om te verhinderen dat hij verstrikt raakt in de kabels die achter zijn rug bungelen. Het plaatje van de hulpeloos achterblijvende jongen zal straks voor de televisie weer voor de nodige tranen zorgen, bedenk ik. Als het meisje vertrokken is schudt Joris de hand van de jongen. ‘Bedankt, en we bellen”, hoor ik hem zeggen. De cameraman haalt de camera van zijn schouder, de geluidsman haalt de hengel binnen, de vrouw doet haar headset af en dan…, dan draait Joris zich naar mij. “Hoe vond je het?”, vraagt hij met zijn innemende stem.

“Mooi”, brabbel ik onthutst.

Zijn pretoogjes trekken samen.

Dan is het voorbij. “Kom jongens, de koffiebar!”

Ik verdrink in het geroezemoes van Schiphol als ze in de massa verdwijnen. Stel je voor: Joris sprak mij toe en ik wist alleen iets banaals uit te stoten! Het schaamrood kruipt alsnog naar mijn wangen. Ik, een 34-jarige moeder van twee kinderen, heb me als een puber gedragen! Zijn stem gonst nog na in mijn oren – ‘Hoe vond je het?'… – als ik me in gedachten verzonken omdraai om me los te maken uit de menigte en op weg te gaan naar de uitgang en de parkeergarage.

En dan krijg ik de tweede verrassing van de dag te verwerken. Ik bots letterlijk op tegen de jongen die zojuist de hoofdpersoon was van het minidrama.

“Sorry”, mompelt hij, de tranen nog in zijn ogen!

“Nee, mijn schuld”, zeg ik haastig. “Ik ben ook een beetje in de war.”

Er trekt een melancholieke glimlach om zijn lippen. “O ja, ik zie het, u was erbij…”

Ik ben wel opgevallen zeg! Opnieuw geneer ik me. “Ik heb het toevallig gezien, ja”, schutter ik. “Maar ik kon niks horen hoor…” Waarom zoek ik nu weer naar verontschuldigingen!?

“O?” Hij kijkt me verbaasd aan.

“Ik zie het later wel op de t.v.”, probeer ik me een houding te geven. “Wanneer wordt het uitgezonden?”

Hij haalt zijn schouders op. “Daar bellen ze nog over. Over een week of drie dachten ze.”

We staan even besluiteloos tegenover elkaar.

“Hoe gaat dat eigenlijk?', verbreek ik de stilte. “Komen ze zo maar op je af met die camera?”

Hij schudt zijn hoofd en kijkt om zich heen. “Zullen we even koffie drinken dáár”, knikt hij. “Dan leg ik het wel uit.”

Ja, waarom niet? Ik heb toch niks te doen en ik brand van nieuwsgierigheid.

Als we eenmaal tegenover elkaar zitten in de coffee corner, stelt hij zich voor: Robert.

‘Ankie'.

Nu ik weer een beetje in mijn normale doen ben, merk ik dat hij niet zo jong is als het aanvankelijk leek. En dat klopt ook. Hij is 23, vertelt hij, en het meisje dat hij zojuist heeft uitgezwaaid heet Paula. Smoorverliefd zijn ze, natuurlijk. Maar het ligt toch wat anders dan ik dacht. Paula is geen Nederlandse, maar een Australische. Haar ouders zijn wel Nederlanders, maar ze is in Australië geboren. Ze was voor het eerst in Nederland, een halfjaar lang, op zoek naar haar ‘roots'. En zo hadden ze elkaar ontmoet, die twee. Twee maanden lang hadden ze elkaar niet meer losgelaten, tot nu. Nu begrijp ik ook waarom hij niet ‘Paula' zegt, maar ‘Pówla', op z'n Engels dus.

Ze waren al vroeg op Schiphol die ochtend, allebei zenuwachtig en ten prooi aan smartelijke gevoelens. En toen, toen was Wendy op hen afgestapt. Wendy van de redactie van Hello Goodbye. Nee, dat was niet de vrouw met de headset. Bij de opname zelf was Wendy helemaal niet aanwezig geweest; die was alweer op zoek naar een ander interessant item. Ze schijnen dat met z'n tweeën te doen, legt Robert uit, en dan vragen ze gewoon of ze je mogen filmen. Nou ja, en dan komt die cameraploeg op je af.

Zo gaat dat dus.

“En jij?”, vraagt hij voor de vorm. “Ben jij ook hier om iemand uit te zwaaien?”

Ik leg uit hoe dat met Henks zakenreizen zit: iedere twee maanden een dag of vijf naar Shanghai, en dan breng ik hem naar Schiphol en haal hem ook weer op.

Hij knikt verstrooid, is er duidelijk niet bij met zijn gedachten en daarom breng ik het gesprek maar weer op zijn liefdesverdriet. “Het zal bij jou wel wat langer duren dan vijf dagen zeker….?”

Hij kijkt me zó droevig aan dat mijn hart bijna breekt. “Ik zie haar nooit meer terug”, murmelt hij dan.

Zo'n antwoord had ik in de verste verte niet verwacht. “Wat…, hoe bedoel je?”, vraag ik voorzichtig. “Zoals zij naar je keek, kon ik wel zien dat ze smóór op je is. Dat gaat zo maar niet over!”

“Denk je?”, lichten zijn ogen even op, om meteen weer in somberheid te vervallen. “Het is maar goed dat dit programma niet in Australië wordt uitgezonden…”

Nu snap ik er helemaal niets meer van. “Hoezo?”

Hij schokschoudert en zucht. “Dat zou haar verloofde waarschijnlijk niet kunnen appreciëren…”

Bam! Alles lijkt ineens stil te vallen op de drukke luchthaven. Mijn oren beginnen te suizen en er maakt zich een grote onrust van me meester. Ik ben geen Joris Linssen die mensen allerlei ontboezemingen kan ontlokken en daarmee dan op een ongedwongen manier kan omgaan. Integendeel, ik voel me altijd opgelaten als iemand me een geheim toevertrouwt en wat ik nu te horen krijg heeft daar alles van weg.

Ik kijk hem ongemakkelijk aan. “Dusse…”, verbreek ik aarzelend de stilte.

Hij knikt. “Ja, ze is van een ander!” Om er onmiddellijk op te laten volgen: “Wil je nog een kopje?”

Dit was een goed moment geweest om afscheid te nemen, besef ik later, maar helemaal van de kook door deze onverwachte wending, kan ik alleen maar verstomd knikken. Hij staat hij op, met de twee lege kopjes in zijn handen, en wandelt ermee weg.

Waar ben je mee bezig Ankie?, dreint het in mijn kop als ik hem nastaar: je weet nu alles wat je weten wilt, go home, haal je kindjes bij je moeder op en ga een lekkere boswandeling maken om uit te waaien. Mijn ogen blijven echter gefixeerd op de slungelachtige gestalte die zich met zijn ellebogen op de counter voorover buigt naar het meisje, dat met een koket lachje de lege kopjes in ontvangst neemt en hem iets onverstaanbaars toevoegt. Vrouwenversierder, denk ik afgunstig: zóveel moeite hoef je niet te doen. Ik schrik van mezelf. Het wordt nu echt tijd om weg te gaan!

Maar als hij terugkomt, zit ik er nog steeds.

“Two lost souls”, grapt hij.

Ik tover een moeizame grimas tevoorschijn. “Voor zo lang het duurt…”

Hij sipt zwijgend van zijn koffie.

Ik bekijk hem nu met andere ogen. Twee maanden lang heeft hij dus met die Paula in zijn nest gelegen, terwijl hij wist… Hij is nu wel even van slag, maar het zou me niks verbazen als hij vannacht alweer een ander uit zou benen. Zag je hoe die meid naar hem keek? Dat is halen en brengen tegenwoordig. De new generation, die meiden met hun tattoos, tepelringen, bellybuttons en clitpiercings……..

Ik neem haastig een slok koffie, omdat ik plotseling besef waarom ik ineens van die rare gedachten krijg: morgen, uiterlijk overmorgen moet ik ongesteld worden en dat werkt bij mij letterlijk als een rode lap op een stier. Veel te heet! Ik voel de koffie zich als gloeiende olie een weg zoeken door mijn mondholte en de tranen schieten in mijn ogen als mijn keel verschroeit. Piep-piep!, wrik ik kermend mijn mond weer open.

Robert buigt zich naar me toe. Ik staar hem wanhopig aan als hij een vinger naar me uitsteekt en links op mijn wang een traan en in mijn mondhoek een belletje koffie wegpinkt.

“Je drupt!”, constateert hij olijk en likt tergend langzaam zijn vinger af.

Mijn neusvleugels trillen, het zekerste teken dat hij maar hoeft te knippen…

Hij voelt het, hij weet…

“We hebben vannacht in het Holiday Inn gelogeerd”, knikt hij naar buiten. “Ik moet daar nog wat spullen halen.”

Hij is mooi en bronstig als de hel. Van zijn liefdesverdriet is weinig meer te bespeuren als hij me zonder poespas op het ruime bed smijt (net opnieuw opgemaakt, maar what te fuck). Zo hebberig is hij, dat hij niet eens de moeite neemt mijn broekje uit te trekken. Hij schuift het eenvoudig opzij en ramt in één haal zijn staalharde boom naar binnen.

Wild mág, ik eis het zelfs, maar laat het in godsnaam niet bij een paar stoten en doe het zoals ik van een jonge hond verwacht.

Mijn vrees is ongegrond. Hij gaat minutenlang geconcentreerd tekeer en maakt het pas af als ik gierend ben klaargekomen. Dan neemt hij de tijd om me uit te kleden en te zien wat voor vlees hij in de kuip heeft. Precies de goede volgorde wat mij betreft, want in die roes interesseert het me niet meer wat hij ervan denkt, als hij ongetwijfeld een vergelijking maakt tussen het jonge, strakke lijf van Paula en dat van mij, een moeder van twee met alle kenmerken van dien. Hij is echter hoffelijk genoeg om stijf te blijven – valt het dan toch wel mee? – en in de razernij van het vervolg schreeuwen we elkaar zulke vulgaire taal toe, dat ik alweer op weg naar huis alsnog ril van plaatsvervangende schaamte.

Vergeefs heb ik de afgelopen vier weken naar het programma ‘Hello Goodbye' gekeken. Zoals gebruikelijk weer alleen, maar dit keer bewúst, omdat ik er geen enkele behoefte aan had om Henk naast me te hebben als Robert in beeld zou verschijnen.

Ja, het kan natuurlijk voorkomen dat een bepaalde opname niet geschikt wordt bevonden voor uitzending. Jammer? Ach, misschien maar beter zo….

Maar het noodlot ligt altijd op de loer en slaat op de meest onverwachte momenten toe. Uitgerekend op de verjaardag van onze oudste, Peter, die vijf is geworden, ontglipt het aan mijn aandacht. Een kinderfeestje met toeterende, gillende en schreeuwende kinderen, die allemaal méé eten en pas daarna door de mama's of papa's worden opgehaald. Het opruimen daarna, het ‘badderen' van de twee en in bed stoppen. Ik ben er helemaal mee klaar als ik in de keuken voor Henk en mij een kopje verse koffie zit.

Uitgerekend op die avond hangt Henk verveeld, en ook bekaf, voor de t.v. En daar schalt zijn stem door de open deur. “Ank, kom eens gauw!”

Ik heb nog niets in de gaten als ik een beetje mopperend naar de kamer ga. Wat heeft er ineens zo'n haast?

En dan zie ik het, op ons riante plasmascherm, er is geen ontkomen aan. Daar staat Robert, met naast hem Paula, Joris is met het introotje bezig.

“Waren dat die mensen niet die we laatst op Schiphol zagen?”, vraagt Henk onbekommerd.

“Ja, dat is Hello Goodbye”, lik mijn ineens gortdroge lippen. “En die interviewer is Joris Linssen…”

Robert begint met een hortende stem uit te leggen wat er aan de hand is en mijn hart krimpt ineen.

“Ja, maar ik bedoel die twee”, wijst Henk. “Die jongen en dat meisje. Dié waren het toch toen we daar waren?”

“Dat weet ik niet meer hoor”, antwoord ik met de moed der wanhoop. “Ik zie zovéél van die uitzendingen….”

Het meisje huilt en ik voel ook waterlanders opkomen.

“Hmmm”, bromt Henk. “Ik weet het bijna zeker…” Hij kijkt me even aan: “Ben je niet blijven kijken dan toen ik weg was? Dat is toch echt iets voor jou!”

Ik schud mijn hoofd, dat helemaal los lijkt te bungelen. “Nee zég, bij zoiets intiems blijf ik echt niet staan kijken! Ik ben meteen naar huis gegaan.”

Ondertussen sta ik te trillen op mijn benen als de twee hun relaas doen, zij in Aussie-Engels en wat zwaar aangezette Nederlandse woorden, hij met zijn Twentse tongval.

Henk buigt voorover, naar het salontafeltje, waar zijn kankerstokken liggen. En precies dan gebeurt het. Het lachende hoofd van Joris Linssen draait weg, de camera volgt hem en daar sta ik, naast de vrouw met de headset. Henk bevriest in zijn beweging als het maar duurt en duurt, hooguit twee, drie seconden misschien, maar tijd is een relatief begrip als alle houvast je lijkt te ontglippen. Als de camera terugpent en Henk zich met een onderzoekende blik naar mij toedraait, voel ik me in peilloze diepten wegzinken…

© Ankie

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  3 comments for “Hello, Goodbye

  1. 8 mei 2007 at 11:23

    Mooi geconstrueerd verhaal dat goed geschreven is en met een leuke clou eindigt. Mooi voorbeeld van hoe een verhaal met relatief weinig seks ook spannend kan zijn.

  2. WB
    8 mei 2007 at 16:11

    Mooie vondst, die clou! Je schrijfstijl zou ik willen typeren als 'easy going'. Daarmee bedoel ik dat het verhaal prettig/gemakkelijk/soepel leest.

  3. 11 juni 2008 at 16:01

    MMMMM…..sjonge, ik moet is vaker naar schiphol…….. mooi vlot opgeilend beschreven vind ik

Geef een reactie