Justine

Wat is dat je me doet,

Jij kleine blonde?

Begrijpen… minder, keer op keer,

En voelen… steeds toch meer.

 

De vlasse vloot van hindes met het Slavisch bloed

Zwelt steeds maar aan; en tennissponsors

Verdringen, vechten in begerigheid

Om d’ eer van schoonheid dan wel geiligheid,

Langbenig, kortgerokt tentoongespreid;

Besmuikt wordt anorexia besproken.

Verlangen, jaloezie en nijd:

Hun lustvlees is attractie reeds geworden.

 

En jij dan, malle Waalse,

Hoe… die eigenheid?

Verborg John McEnroe iets niet

Terwijl hij zei: ‘de beste backhand van het vrouw-circuit’?

 

Eh… John, je wrong je in escapes, was het niets ánders?

‘Small folks like me…’ was dat waar het om ging?

Heerlijke exuberante man

Die nu nog steeds mij vast bekoren kan

Door charme van een vreemd en hoger plan;

Was ’t dan haar afkomst John, met haar ellende,

Of ben je, net als ik, zo ráádselachtig in de ban

Van ’t nukkig typje uit die Waalse bergen?

 

Justine… je naam…

De naam van de gerechtigheid,

Draag je die trots, als ooit een geus,

Of anderszins zo serieus?

 

Gek kind… je maakt wat los, maar liever nooit dat staartje,

Dat stoer en eigen uit je petje steekt.

Moet ik als nummer-één Kim Clijsters soms begroeten?

Z’ is fris en vrolijk, maar dan toch, dan toch…

Mis ik de ferme vuist die jóu het meeste siert,

De pure felheid boven Vlaamse sproeten.

Beloftes, aan je moeder ooit gedaan

Ju-ju… en daarnaast toch je eigen weg gegaan.

 

Muriël

Post navigation

Gerelateerde verhalen

Geef een reactie