Kat en muis

Het is een jaarlijkse traditie, het midzomernachtfeest. Ik heb het nu al een aantal jaren achter elkaar meegemaakt. In de kortste nacht van het jaar is er een spetterend feest, ergens in de vrije natuur. Dit jaar is het Henschotermeer gekozen. Een zandmeertje in het bos vlakbij Woudenberg, een kilometer of twintig fietsen van Utrecht.

Een prachtige zomerse dag is overgegaan in een heerlijke avond. Na de hitte van overdag heerst er nu aangename temperatuur. Het KNMI heeft nog even met onweersbuiten gedreigd, maar gelukkig doen ze hun reputatie eer aan: van de voorspelling komt niets terecht. Dat is maar goed ook, want onweer kunnen we missen als kiespijn.

Met een groepje vrienden en vriendinnen ben ik hier al sinds het begin van de middag. We hebben gezwommen en gezond op het brede zandstrand. De meeste anderen zijn pas later gekomen, voor de barbecue. Die is nu ook achter de rug en wat nog rest is gezellig samen zijn en de enorme drankvoorraad wegwerken die we met zijn allen hebben aangesleept. Daar hebben we nog tot zonsopgang de tijd voor.

We hebben gekletst, we hebben gezongen, we hebben gedanst. Dansen in het zand maakt moe en ik zit nu met een paar meiden uit te puffen, een glas rode wijn in de hand.

Mijn gedachten dwalen weg. Ik heb het druk gehad de laatste tijd. Tentamens, scripties die ik had onderschat, te lang heb laten liggen en tijdens een paar nachtelijke sessies onder veel gevloek en gesteun nog in elkaar heb gedraaid. Maar dat is nu achter de rug, nu is het vakantie. Bijna drie maanden helemaal voor mezelf. We gaan weg, binnenkort al. Met zijn vieren. Zuid-Frankrijk. Wandelen, zwemmen, zonnen, feesten. Tijd genoeg ook om in te halen wat ik in de afgelopen weken tekort ben gekomen.

“Kijk Dennis zich daar weer eens uitsloven bij Patricia. Op die manier gaat hij echt niet scoren bij haar.”

Ik deel een deken met Stefanie, Saar en Cynthia. Ik vang een flard van hun gesprek. Saar’s opmerking krijgt bijval van Cynthia:

“Bij Patries niet nee, maar er zijn heel wat meiden die wel vallen voor zo’n charmeur.”

“Denk je? Ik niet in elk geval.”

“En Floris dan? Dat lijkt me best een leuke knul,” vraagt Stefanie.

“Floris… echnie. Dat is een zwaar geval van P.E.,” zegt Saar.

“P.E.?”

“Premature Ejaculation.”

“Meen je dat? Hoe weet jij dat nou?”

“Tja… hoe zou ik dat weten?”

“Van horen zeggen… of uit eigen ervaring.”

“D’r op en d’r af in drie seconden rond. Die zijn pik begint al te spuiten als hij een blote kut ziet.”

“Van horen zeggen dus.”

“Nee helaas niet. Van ’t voorjaar tijdens dat zeilweekend. Echt, hij was al leeggespoten voor hij er goed en wel in zat. En ik zat met de kater. ‘Sorry’ zei-die nog.”

“OK, Floris voeren we af,” concludeert Stefanie.

“Precies. En die knul met dat gele shirt en die donkere krullen?”

“Louis? Die met zijn hand op Cassandra’s kont? Getsie. Echnie!” zegt Cynthia.

“Getsie?”

“Ja, die houdt nogal van kinky stuff.”

“Een beetje kinky kan best lekker zijn.”

“Niet als het goor kinky is.”

“Goor kinky?”

“Pcies. Goor.”

“Goor kinky is goor.”

“Dat bedoel ik.”

“OK, Louis voeren we ook af.”

“En David?” vraagt Saar, “die heeft best een lekkere toet.”

“David? Weet ik niet ze veel van af, die zegt nooit zo veel,” antwoord Stef. “Maar Anna, jij hebt toch ooit eens iets met hem gehad?”

“klopt, maar dat heeft niet lang geduurd. Geweldige seks, daar niet van, maar ik weet niet wie hem uit het gesticht heeft losgelaten.”

Terwijl de heftige scènes die zich toen afgespeeld hebben weer door mijn gedachten gaan, hebben de meiden al weer een andere knul op de korrel. Met een half oor luister ik mee.

“Wie is eigenlijk die lange blonde jongen?” vraagt Cynthia. “Die ken ik helemaal niet.”

Stefanie antwoordt:

“Felix heet hij. Hij is kortgeleden van uit Groningen naar hier geswitcht. Dat is alles wat ik van hem weet.”

“Felix… de gelukkige.”

“Nou, zo te zien doet hij zijn naam eer aan.”

De jongen die ze bedoelen staat temidden van een groepje meiden. Blijkbaar is hij erg grappig, want de meiden lachen keer op keer als hij wat zegt. Ik ken dat wel. Rap van tong weten ze met mooie praatjes elke meid uit de kleren te kletsen. Niet mijn type dus. Maar goed ook, want mij zien ze meestal ook niet staan. Niet rondborstig genoeg. In tegenstelling tot de meiden met wie hij nu staat te kletsen. Zijn armen om de schouders van twee van hen geslagen. Zijn vingers betasten onbeschaamd die bolle rondingen die uit hun te strakke topjes puilen.

Misschien voelt hij dat ik naar hem zit te kijken, want plotseling gaat zijn blik in mijn richting. Haastig wend ik mijn gezicht af… net te laat.

Gewoonlijk word ik van een paar glazen wijn best vrolijk, maar de combinatie wijn en vermoeidheid valt niet goed. Ik word alleen nog maar meer moe in mijn lijf en mijn stemming wordt er ook niet beter op. Om het allemaal nog erger te maken, zijn mijn beide beste vriendinnen ver weg. Arianne begeleidt een studieweek voor eerstejaars geologie-studenten in het Tatra-gebergte en Sandra is naar een conferentie in Milaan.

Ik kijk weer naar Felix. Ik heb hem nog niet eerder gezien op de universiteit, of in het sociale circuit daaromheen. Maar ook al is hij nieuw, hij voelt zich hier al goed thuis. Twee van de meiden bij hem staan met hun rug naar me toe en herken ik niet. De andere twee zijn Vanessa en Pamela. Bij Vanessa heeft hij topje en bh nu zover opzij geschoven dat hij zijn duim over haar tepel kan laten cirkelen. Pamela heeft haar reputatie te danken aan het eerstejaarskamp toen ze, na overvloedig drankgebruik, rond vier uur in de ochtend, gekleed in niet meer dan een paar bergschoenen – maat 45, dus niet haar eigen – na een bezoek aan het toiletgebouw een verkeerde afslag had genomen. In de stromende regen had ze een minstens een half uur over de camping gedwaald, voordat ze door een jonge Belg liefdevol werd opgevangen in zijn tentje.

Ik draai mijn hoofd weer weg. Deze keer net voordat Felix in mijn richting kijkt. Of toch niet…

De meiden naast me zijn nog steeds bezig met hun vergelijkend warenonderzoek. Ik doe niet mee, jongens kunnen me even gestolen worden.

‘Ik ben niet in voor een snelle wip in de bosjes,’ houd ik mezelf voor. ‘Ik heb iemand nodig die me vasthoudt, die me tegen zich aandrukt. Een warm lijf tussen koele lakens. Verder niets.’

“Kijk daar heb je Francisco ook. Best een lekker ding toch?” merkt Saar op.

“Francisco? Bleeuh. Ik hou niet van die gladde types. Het is net Ken van Barbie,” oordeelt Cynthia.

“Nou, ik vind hem wel wat hebben hoor, Wat jij Anna?”

Ik schrik op uit mijn gedachten.

“Wat… wat vroeg je?”

“Francisco… wat je van hem vindt.”

“Francisco? Daar vind ik niks van. Ik ben helemaal niet geïnteresseerd in Francisco.”

“Nee, jij ziet meer in Felix geloof ik hè? Je zit de hele tijd naar hem te lon…”

“Ik zit niet naar Felix te lonken.”

Het komt er heftiger uit dan ik bedoeld had. Saar fronst haar wenkbrauwen.

“Ik ben niet geïnteresseerd in Felix,” ga ik door. “Hij is helemaal mijn type niet.”

“Je type niet? Waarom niet? Wat is je type dan wel? Hij ziet er best goed uit.”

“Hm, het zal wel.”

Helemaal ongelijk hebben ze niet. Felix heeft het lijf van een tennisspeler: afgetraind, gespierd. Armen om aces mee te slaan en benen om de moeilijkste ballen mee te halen. In zijn strakke mouwloze T-shirt en bermuda komt dat allemaal goed uit. Onze blikken elkaar nu voor de derde keer kruisen. Ik mompel een binnensmondse vloek als ik opnieuw net te laat wegkijk. Kwaad omdat ik me heb laten betrappen, maar vooral kwaad omdat ik mijn gevoelens niet onder controle heb: een wee gevoel trekt door mijn buik.

“Ik ga wat te drinken halen.”

Ik laat mijn lege glas zien en sta op. Ik ben dat gezeur over jongens even zat. Ik loop langs de bar en dump mijn lege glas in één van de bakken die daar voor dat doel staan. Ik haal geen nieuwe wijn, ik heb genoeg gedronken. Ik loop een beetje tussen de mensen door, op zoek naar een ander groepje waar ik me bij kan aansluiten, maar het lijkt wel alsof alle gesprekken over hetzelfde onderwerp gaan.

Ik loop vlak achter Felix langs. Vanessa’s beide tieten zijn nu bloot. Haar rokje schandalig laag om haar kont, zodat die lelijke tattoo op haar rug goed zichtbaar is.

Pamela’s rode jurkje heeft hij omhooggetrokken en met zijn hand in haar broekje kneedt hij haar billen. De meiden laten het zich allemaal welgevallen, want ze weten dat er al twee anderen klaar staan om hun plaatsen in te nemen als ze zich weren. Die twee staan ook met hun tieten in Felix’ richting te pronken, terwijl ze alle vier lachen om één van zijn ongetwijfeld bijzonder leuke grappen.

Ik heb even geen behoefte aan gezelschap. Onopvallend loop ik met mijn blote voeten door het nog warme zand naar een rustig, donker plekje onder een vlierstruik. Daar ga ik zitten. Van wat grotere afstand kijk ik nu naar de feestvierders. Stef, Saar en Cynthia zitten nog steeds om zich heen te kijken en – naar ik aanneem – de ene knul na de andere af te kraken.

Links en rechts wordt heftig gezoend. Felix is werkelijk niet de enige jongen met zijn handen onder de kleren van een meisje en heel wat meiden laten zich op dat gebied ook niet onbetuigd. Vanessa’s tong dringt in Felix’ mond, terwijl zijn hand nog dieper in Pamela’s broekje doordringt. Barbara, één van de meiden tegenover hem, heeft haar topje nu omlaag getrokken, een paar forse tieten bungelt er bovenuit. Er heeft zich nu zelfs een vijfde meid bij hen aangesloten. Jezus, ze mogen wel nummertjes gaan trekken.

Ik zucht. Eigenlijk zou ik overeind moeten komen en me ook weer in het feestgewoel mengen. Toch maar mee gaan doen. Misschien wordt het toch nog gezellig als ik mezelf een beetje oppep. Net als bij de vorige editie van het midzomernachtfeest, toen ik werkelijk vrij behoorlijk uit de band gesprongen ben. Onwillekeurig glimlach ik als ik daar aan terug denk, want het was wild, het was schandelijk, maar het was vooral erg grappig.

-o-O-o-

Ik schrik op uit mijn overpeinzingen als er een paar blote voeten in mijn blikveld verschijnt.

“Je hebt vast wel trek in een glaasje rode wijn. Hier, hou maar even vast als je wilt.”

Ik heb eigenlijk helemaal geen behoefte aan gezelschap en al helemaal niet van Felix, maar hij heeft een vriendelijke lach om zijn mond, een fles wijn in zijn ene hand en twee glazen in de andere hand. Echte glazen, niet van die plastic dingen die we hier in grote hoeveelheden heen gesleept hebben. En een echte fles wijn. Ik vraag me af waar hij die in godsnaam zo snel vandaan heeft gehaald.

Onwillekeurig trek ik mijn wikkelrok dicht, want ik zit er tamelijk onwelvoeglijk bij. Nou ja, aan mijn bikini-broekje is verder niks geheimzinnigs, dus ik laat de rok maar weer open glijden en pak de twee glazen aan die hij me voor houdt.

Ik weet niet goed wat te zeggen. Wegsturen, dat zou ik wel willen, maar dat zou al te bot zijn nu hij zich zo heeft uitgesloofd met die wijn en zo.

“We kennen elkaar nog niet; Felix,” stelt hij zich voor, terwijl hij de hand waar ik net de glazen uit aangepakt heb naar me uitstrekt. Onhandig pak ik beide glazen in mijn linkerhand en leg mijn rechterhand in die van hem.

“Anna.”

“Anna… mooie naam. Aangenaam.”

Hij snijdt de capsule van de wijnfles open. Geroutineerd draait hij de kurkentrekker in de kurk en maakt hij de fles open. Ik houd automatisch de glazen naar voren als hij de fles in mijn richting laat overhellen. Ik ben nog steeds met stomheid geslagen.

Felix gaat naast me in het zand zitten.

“Proost.”

Een heel verschil met die vaatjes goedkope Aldi-wijn. Dit is een echte Bourgogne. Niet lauw, maar op de juiste temperatuur, een graad of achttien.

“Leuk feest.”

“Ja best wel,” zeg ik, al weet ik zelf niet of ik dat ook echt vind.

“Het werd pas echt leuk toen ik jou zag.”

“Jij had over belangstelling anders niet te klagen.”

“Dit is voor mij de eerste keer, dat ik het midzomernachtfeest meemaak. Voor jou niet geloof ik hè?”

“Nee.”

“Vertel eens wat over jezelf.”

“Wat wil je weten?”

Vragen heeft hij genoeg. Over de studie natuurlijk, maar ook over hobby’s, sport en allerlei andere dingen. Ik geef korte antwoorden, bij het onbeleefde af. Hij laat zich er niet door uit het veld slaan. Dan vertelt hij over zichzelf. In het vuur van het verhaal, legt hij een hand op mijn knie. Resoluut duw ik hem opzij. Ook hierdoor lijkt Felix niet ontmoedigd.

Ik vraag me af wat hij in me ziet, waarom hij die vijf andere meiden heeft laten staan om mij op te zoeken, kennelijk met het doel om mij te verleiden. Een missie met een zeer twijfelachtige uitkomst. Het is alsof hij mijn gedachten raadt:

“Volgens mij ben je de mooiste vrouw die hier rondloopt. Je hebt zulk prachtig zwart haar, en je huid is zo mooi bruin en… nou ja, je bent gewoon een verdomd mooie meid.”

Anders ben ik niet zo gauw op mijn mondje gevallen, maar nu weet ik even niet wat ik terug moet zeggen. Hij maakt van mijn verwarring gebruik om een hand op mijn schouder te leggen en me zachtjes te strelen. Ik ben te verbluft om hem opnieuw af te weren. Hij is ook nog niet klaar met zijn lofzang:

“Mooie stevige benen, prachtige kleine borstjes.”

“Ik dacht dat jij meer van grote hield.”

“Van grote? Hoezo?”

“Nou, je had net een paar meiden om je heen verzameld die rijkelijk voorzien waren, en je was er niet vies van.”

“O dat… wat je op een presenteerblaadje krijgt aangeboden mag je niet weigeren, heb ik altijd geleerd.”

Deze jongen is gevaarlijk; hij heeft overal een antwoord op.

Zijn hand glijdt van mijn schouder naar beneden. Ik heb een kort mouwloos bloesje aan, de twee bovenste knoopjes open. Zijn vingers gaan naar het derde knoopje. Ik wacht een fractie langer dan nodig, voordat ik zijn hand wegsla. Die kwartseconde is net genoeg voor hem om het knoopje los te maken. Niet dat er nu zoveel meer te zien is.

“Ze zijn echt mooi. Ik ben dol op kleine borsten. Die zijn ook veel langer houdbaar.”

“Zo kan-die wel weer. Het zijn geen perziken bij de groenteboer,” zeg ik gepikeerd.

“Zo bedoel ik het niet,” antwoordt hij met een lach. “Maar het is wel zo. Die van Barbara die zijn nu al niet in model te houden zonder een gepantserde bh. Jij zult nooit een bh nodig hebben. Niet om je borsten in model te houden bedoel ik. Hooguit een mooi sexy dingetje om je minnaars mee te behagen.”

Minnaars – toe maar. Hij gaat er zomaar van uit dat ik er meer dan één heb. Hij ziet de woedende blik op mijn gezicht, maakt een verzoenend gebaar en zegt:

“Sorry, het was als grapje bedoeld, maar ik zie dat je misschien niet in de stemming bent voor grapjes.”

“Misschien niet nee.”

Ik schep mijn rechterhand vol zand en kijk toe hoe het langzaam tussen mijn vingers door wegloopt, als in een zandloper. Zo meet ik de minuten die verstrijken. Als ik hem blijf negeren, gaat hij misschien weg.

We zwijgen beide. Ik drink van de wijn, die eigenlijk best lekker smaakt. Ik waak er voor om dat hardop te zeggen. Felix schenkt de glazen nog een keer vol.

Als hij de fles heeft neergezet, gaat zijn hand weer naar mijn schouder. Hij schuift mijn bloesje een beetje verder open. Ik duw zijn hand met een driftig gebaar weg. Onverstoorbaar kijkt hij naar me.

“Het is toch boeiend en wonderbaarlijk hoe het menselijk lichaam in elkaar zit. Opwinding bijvoorbeeld zorgt voor allerlei lichamelijke reacties. Opwinding kun je niet ontkennen, want je kunt de fysieke reacties niet ontkennen. Je handen worden klam, je oksels en andere lichaamsdelen gaan feromonen afscheiden. Helaas is onze neus niet fijngevoelig genoeg om die goed waar te nemen. Maar er zijn andere verschijnselen die we wel nog met onze zintuigen kunnen bespeuren. De lichaamstemperatuur gaat omhoog, je gaat blozen…”

Ik bloosde nog niet, maar het is die opmerking zelf die het bloed in de richting van mijn wangen stuwt. Ik betwijfel of hij het kan zien, hier in het donker onder de struiken.

“… ademhaling wordt sneller, tepels zwellen op…”

Zeker, mijn tepeltjes prikken al driftig tegen de binnenkant van mijn bloesje. Ontkennen helpt niet. Felix’ hand gaat er langzaam heen. Ik duw hem tijdig weg.

“Weet je wat ik opwindend vind? Als ik achter je sta, met mijn beide handen op je borsten, als ze helemaal onder mijn handen verdwijnen, zodat het bijna lijkt alsof je een jongen bent, als ik ze niet meer kan zien, alleen nog maar voelen, als ik voel hoe ze reageren op mijn aanraking…”

Woedend sta ik op. Het grootste deel van mijn wijn golft over de rand van het glas en wordt onmiddellijk door het droge zand opgezogen. Driftig gooi ik het glas er achteraan.

“Als je maar niet denkt dat je ook maar één moment de kans krijgt… absoluut niet!”

Felix staat ook op, rustig. Zijn glas, dat hij in het zand had neergezet, valt om en loopt ook leeg. Hij grijpt mijn pols. Ik probeer me los te rukken en wil weglopen. Hij houdt me stevig vast. Hij trekt me tegen zich aan. Ik weer hem af, duw tegen zijn borst, probeer los te komen. Opeens voel ik zijn lippen op mijn mond. Zijn tong dringt tussen mijn lippen door. Hij houdt me stevig vast, zodat ik tevergeefs probeer hem bij me vandaan te duwen. Tegelijk reageer ik op zijn zoen: ik open mijn lippen om zijn tong toe te laten. Mijn tong gaat het gevecht aan met die van hem.

Tien seconden duurt die zoen. Hooguit. Dan realiseer ik me waar ik mee bezig ben ik ruk ik me los uit zijn greep. Bijna. Niet helemaal, want hij houdt mijn ene pols nog steeds vast.

Hijgend sta ik tegenover hem, woedend, zoekend naar woorden. Ik vind er geen. Hij wel:

“Ik had een vriendin. Rozemarij. Roos hield van ruige seks. Het kon haar eigenlijk niet te wild gaan.”

Ik probeer mijn pols uit zijn greep los te rukken. Tevergeefs.

“We hadden een code afgesproken, Roos en ik,” gaat hij verder.

“Een code die alleen wij kenden. Als het te wild zou worden, als ik te ver zou gaan, als ze wilde dat ik stopte, dan zou ze ‘time-out’ roepen. En als ze niet kon roepen, dan zou ze het gebaar maken…”

Hij laat mijn pols los om te laten zien wat hij bedoelt: met de toppen van de gestrekte vingers van de linkerhand tegen de handpalm van de rechterhand, het bekende gebaar van volleybal en een heleboel andere sporten.

“We hebben wilde dingen gedaan, Roos en ik. Heel erg wild. Maar niet een keer heeft ze een time-out gevraagd.”

Waarom vertelt hij me dit? Ik wil dit helemaal niet weten.

“Waarom is het uitgegaan tussen Roos en jou?” vraag ik, hoewel ook dat me helemaal niet interesseert.

“Roos is teruggegaan naar Australië. Ze is Australische. Australische vader, Nederlandse moeder.”

Ik had het kunnen weten. Felix heeft op elke vraag een passend antwoord.

Weer grijpt hij me vast en trekt hij me tegen zich aan, nu met mijn rug naar hem toe. Hij houdt mijn beide armen stevig in één hand vast. Hij schuift mijn haar opzij en hij zoent me in mijn nek. Waarom laat ik dit toe? Ik spartel en probeer los te komen, maar zijn vingers zijn als een stalen klem om mijn polsen. Hijgend sta ik in het zand, terwijl ik zijn lijf tegen mijn rug voel drukken.

Kunnen de anderen dan niet zien wat hier gebeurt? Waarom komen ze me niet te hulp? Ze zijn minder dan dertig meter bij ons vandaan, de lengte van een treinwagon. Misschien zien ze ons niet omdat we in het donker onder de vlierstruiken staan? Ik zou kunnen gillen. Eén luide gil zou voldoende zijn. Twee, drie dozijn anderen zouden me te hulp schieten.

Ik gil niet.

Zijn hand glijdt over mijn buik. Ik worstel om los te komen, maar hij is sterk, beresterk. Drie knoopjes zitten er nog vast van mijn bloesje en hij heeft zijn vingers al op het onderste. Twee knoopjes nu nog. Ik til mijn voeten van de grond, maar hij draagt mijn gewicht moeiteloos. Ik trappel, mijn hielen raken zijn schenen, maar met te weinig kracht om indruk te maken. Ik probeer mijn handen los te rukken uit zijn greep, tevergeefs.

Eén knoopje nog. Ik spartel nog wilder. Ik glijd omlaag in zijn greep. De bloes schuift met zijn arm omhoog over mijn lichaam. Mijn borsten woerden geplet onder zijn arm, het bloesje schuift mee omhoog, het laatste knoopje houdt het niet meer. Het scheurt los en ik zie het in een boog voor mijn ogen langs vliegen, een stukje stof er nog aan vast. Het landt een paar meter verder in het zand.

“Verdomme…,” hijg ik, “dit is mijn favoriete bloes…”

Ik hoop dat ik hem nog kan repareren. Felix lijkt het niet gehoord te hebben, hij houdt me nog steeds in een stalen greep.

Dan laat hij me los. Mijn voeten landen weer in het zand. Als een wervelwind draai ik me om. Hijgend sta ik tegenover hem, woedend, mijn knieën gebogen, mijn vuisten gebald. Hij kijkt me doordringend aan, zijn armen slaphangend naast zijn lichaam, zijn handpalmen naar voren.

Mijn eerste vuistslagen komen hard aan, op zijn borst en buik. Ik voel de pijn in mijn knokkels nauwelijks, maar met genoegen zie ik Felix’ gezicht vertrekken. Dan heeft hij me al weer bij mijn polsen vastgegrepen. In een snelle beweging draait hij mijn armen weer op mijn rug en trekt hij me weer tegen zich aan.

Waarom laat ik dit met me doen? Waarom ben ik niet weggerend? Waarom ruk ik me niet los en ren alsnog weg? Felix’ linkerhand glijdt over mijn buik, langzaam omhoog, dan over mijn borstkas. Als zijn duim tegen de onderkant van mijn linkerborst rust, blijft de hand even liggen. Dan gaat hij verder omhoog. De duim glijdt over mijn borst, zijn andere vingers, dan bedekt zijn hand mijn hele borst. Zij handpalm drukt mijn tepel plat. Ik voel zijn hijgende ademhaling in mijn nek.

Zijn rechterhand laat mijn polsen los nu. Met zijn linkerhand houdt hij me tegen zich aangedrukt. Niet stevig. Ik zou me los kunnen worstelen… Ik zou weg kunnen rennen…

Hij trekt zijn rechterhand tussen ons vandaan. Langzaam glijdt die ook omhoog over mijn lichaam, even langzaam als daarnet wordt nu ook mijn andere borst in bezit genomen.

Nog steeds kan ik ontsnappen. Een welgemikte elleboogstoot, duiken en wegrennen. Ik denk dat het moet lukken. Ik weet het zeker. Waarom doe ik het dan niet? Waarom?

Ik durf het antwoord zelf niet te geven. Felix doet het voor me:

“Opwindend is dit, geef maar toe. Je hart klopt heftig. Van inspanning, ja. Maar vooral van de opwinding. Het bloed stroomt door je lijf, concentreert zich op de plekken waar het nu het hardst nodig is. In het lustcentrum in je brein… maar vooral daar beneden. Je schaamlippen vullen zich met bloed… zwellen op, klaar om te ontvangen…”

“Godverdomme…”

“Je ratio verzet zich. Je ratio vertelt je dat je weg moet, hier vandaan, vluchten. Maar je lijf gehoorzaamt niet meer aan ratio, het gehoorzaamt aan je opwinding, je instincten, je lusten, het dierlijke in je, de voortplantingsdrang…”

Nogmaals vloek ik. Omdat ik kwaad ben. Vanwege de machteloosheid. Maar vooral omdat ik weet dat hij gelijk heeft. Ik spartel wel tegen, maar de overtuiging ontbreekt. Ik zou me met gemak los kunnen worstelen, maar ik doe het niet.

“Merk je zelf hoe je borsten reageren op mijn aanraking? Je tepeltjes staan helemaal strak, er gaan spiertrekkingen door je huid…”

Het is toch niet te geloven! Daar staat hij dan, met zijn beide handen op mijn borsten. Hoe kort is het nog maar geleden dat ik zei dat hij daar absoluut geen kans toe zou krijgen? En hij is nog niet klaar:

“Eigenlijk zou een man drie handen moeten hebben… twee voor je borsten… en een derde voor daar beneden… voor je kut.”

“Als je maar niet denkt…”

Plotseling wordt de verhitte huid van mijn rechterborst weer blootgesteld aan de koele nachtlucht. Felix’ hand glijdt langzaam naar beneden. Zijn duim aarzelt nog even op mijn tepel, dan gaat hij verder. Langzaam, alsof hij mijn ribben telt. Dan over mijn buik, met zijn vingertoppen vlak langs mijn navel. Onstuitbaar in de richting van de knoop van mijn rokje.

Dat laat ik toch niet gebeuren. De elleboogstoot die ik net al in gedachten had komt hard aan. Hij blaast in één keer alle lucht uit zijn longen. Zijn greep verslapt net lang genoeg. Ik ruk me los. Dan ren ik al weg. Weg, bij hem vandaan. Maar ik ren niet naar de lichtcirkel bij de fakkels, naar de anderen, naar de veiligheid. Ik ren juist de andere kant uit.

Felix heeft enkele ogenblikken nodig om zich te herstellen, maar dan zit hij al op mijn hielen. Ik kijk even om en zie dat hij niet ver achter me is. Hollen in het mulle zand is zwaar en mijn benen lijken van lood. Daar moet hij toch ook last van hebben? Minder dan ik blijkbaar, want hij haalt snel in.

Hij grijpt me vast, ik struikel of… ik weet niet wat er precies gebeurt, maar plotseling lig ik languit in het zand. Felix zit naast me en heeft mijn arm weer vast. Ik probeer weg te rollen, ik spartel heftig, maar het enige resultaat daarvan is een mondvol zand. Terwijl ik nog bezig ben dat uit te spugen, gaat Felix al weer tot de aanval over. Hij heeft nu geen enkele moeite met de knoop van mijn rok. Zijn hand glijdt over mijn dij.

Het is als een kat die met een muis speelt. Hij laat mijn pols weer los en geeft me zo de kans om weg te komen, wetend dat ik toch nergens heen kan. Toch grijp ik de kans, puur instinctief. Ik rol weg, spring overeind en ben weer op de vlucht. Mijn rok blijft achter in het zand. Ver kom ik niet. Ik laat me insluiten in een hoek tussen braamstruiken en brandnetels. Ik beweeg heen en weer, zoekend, maar de enige uitweg wordt door Felix bewaakt.

Ik neem een sprong, probeer tevergeefs onder zijn armen door te duiken en weer rollen we samen door het zand. Zijn ene hand voor de zoveelste keer om mijn pols geklemd, met de andere streelt hij mijn borsten. Ik weiger absoluut toe te geven dat ik er eigenlijk wel van geniet.

Weer verslapt zijn greep. Weer spring ik weg, om meteen weer ingehaald te worden. Twee keer, drie keer, vier keer. De vierde keer land ik languit op mijn buik in het zand. Happend naar adem probeer ik overeind te komen, maar Felix houdt me tegen de grond gedrukt. Hij veegt wat zand van mijn rug, eerst tussen mijn schouderbladen, dan lager, beneden mijn bloes, bij mijn middel. Dan ook van mijn billen. Mijn bikini-broekje is grotendeels in mijn bilnaad verdwenen.

“Ik vind dat zo’n erotisch gebaar,” fluistert Felix, “als een vrouw haar broekje straktrekt. Zo, op deze manier…”

Hij doet voor wat hij bedoelt, hij steekt een vinger onder mijn broekje en trekt het over mijn bil, eerst rechts, dan links.

Ik heb dat talloze keren gedaan, ik weet niet hoe vaak. Op zomerse dagen op het strand, in het zwembad, op een boot. Heel wat keren op zo’n dag. Onbewust meestal. Ik zal het nooit weer doen zonder aan dit moment terug te denken.

Hij heeft intussen mijn pols weer losgelaten, terwijl hij nog steeds mijn billen streelt. Een beetje verbaasd kom ik overeind, als een papegaai die na jaren opsluiting de deur van zijn kooi open ziet staan en het eigenlijk niet kan geloven. Ik ga staan. Felix kijkt naar me omhoog. Ik doe voorzichtig een paar stappen achteruit. Verwonderd. Was dit het dan? Dan draai ik me om en ren weg. Voordat ik twintig meter verder ben, heeft hij me al weer ingehaald.

Hijgend sta ik tegenover hem. Losjes houdt hij mijn rechterpols vast met zijn linkerhand. Hij legt zijn rechterhand tegen mijn zij, vlak naast mijn linkerborst. Langzaam glijdt de hand naar beneden. Zijn vingers strelend over mijn ribben, dan over mijn middel. Even rust zijn hand op mijn heup. Dan neemt hij het bandje van mijn broekje tussen duim en wijsvinger. Rustig trekt hij er aan. De lus van de strik wordt kleiner en kleiner. Met een schokje schiet het bandje uiteindelijk los.

Het broekje blijft half afgezakt hangen. Hij trekt nu ook de andere strik los, even rustig en beheerst. Ik merk nauwelijks dat het broekje van mijn heupen glijdt en tussen mijn voeten in het zand landt. Felix laat de vingers van zijn rechterhand tussen mijn dijen omhoog glijden, tussen mijn schaamlippen. Even maar. Hij zegt niets. Hij hoeft niets te zeggen. Opwinding kun je niet ontkennen, want je kunt de fysieke reacties niet ontkennen.

Ik wil niet door hem gezoend worden. Natuurlijk wil ik niet door hem gezoend worden. Waarom beantwoord ik zijn zoen dan toch zo hartstochtelijk? De ratio heeft weer verloren. Zijn linkerhand ligt op mijn borst, de rechter op mijn bil. Als na twee, drie minuten die hand tussen mijn benen dringt en opnieuw naar mijn kut gaat, maak ik me voor de zoveelste keer los.

De blik in zijn ogen spreekt boekdelen, als hij me weer vastgrijpt. Die blik vertelt me exact wat er in hem omgaat. Die blik geeft me op de een of andere manier weer energie. Ik spartel, ik probeer los te komen. Hij laat me niet gaan. Ik worstel, ruk me los. Hij heeft mijn bloes nog vast. Ik laat de bloes van mijn armen glijden en spring opnieuw weg.

Weer haalt hij me in. Weer werkt hij me tegen het zand. Met één hand houdt hij me vast, de andere gaat naar zijn gulp. Ik worstel met hernieuwde energie. Hij moet moeite doen om me in bedwang te houden en het lukt hem niet om zijn broek los te maken. Pas als hij me op mijn buik draait en een knie in mijn rug zet, weet hij zijn gulp los te maken. Hijgend wacht ik af wat er gaat gebeuren. Op het moment dat hij zijn knie weer weghaalt spring ik op. Van een afstand van een meter of tien kijk ik gespannen toe. Hij trekt zijn bermuda uit, gevolgd door zijn onderbroek. Ook bij hem is de opwinding niet te ontkennen. Snel trekt hij ook zijn shirt nog uit.

Weer komt hij naar me toe. Langzaam deze keer. Ik kan nergens heen. Wegrennen heeft geen zin, met zijn lange benen is hij toch veel sneller in het mulle zand, dat is nu wel bewezen. Hijgend staan we tegenover elkaar, beide naakt nu.

Als hij vlakbij is doe ik nog een laatste poging. Ik werp me met mijn volle gewicht tegen hem aan. Daar heeft hij niet op gerekend. Hij verliest zijn evenwicht. Steunend op een knie en een hand hervindt hij zijn balans. Ik ben dan al weer een paar meter weg, als een vogeltje dat in zijn doodstrijd nog één keer opfladdert, wetend dat het zinloos is.

Als hij me deze keer inhaalt is er een verbeten trek op zijn gezicht. Hij werkt me weer tegen het zand. Heftig spartel ik tegen. Hij dwingt mijn knieën uit elkaar, voelt nog even met zijn hand, pakt dan zijn pik vast, klaar om toe te stoten. Hij schuift zijn voorhuid naar achteren; de eikel glinstert in het lacht van de maan, die net boven de bomen uit komt. Elke keer als hij zijn hand over de schacht strijkt, is het alsof ik hem al binnenin me voel.

Al zijn agressie is plotseling verdwenen. Rustig en beheerst dringt zijn pik mijn kut binnen. Nu ben ik het die agressie tentoonspreidt. Heftig kletsen onze lijven tegen elkaar. De anderen zijn vergeten, die leven in een andere wereld. Wij zijn hier in een wereld van onszelf. Links bomen, rechts het glisterende water, mul zand onder mijn rug. Felix’ machtige pik diep binnenin me, zijn krachtige handen op mijn borsten, zijn mond op mijn lippen.

Vergeten is ook de vermoeidheid van mijn benen. Krachtig duwen ze mijn heupen keer op keer omhoog, zijn pik steeds opnieuw diep in me stuwend. Dan sla ik mijn benen om zijn middel om hem nog dieper in me te voelen. Ik klem me aan hem vast. De lucht die we uitademen mengt zich heet tussen onze gezichten. Ons speeksel mengt zich en druipt langs mijn kin naar beneden. En ik kom klaar, zoals ik nog nooit ben klaargekomen.

Later, als ik uitgeput languit op de aardbodem lig, mijn huid bedekt in een laag zweet, vermengd met zand, mijn kin en hals nat van het kwijl, mijn dijen plakkerig… als mijn eigen sappen, vermengd met Felix’ sperma uit mijn kut vloeien en in het zand opgezogen worden… als zijn kleverige, zandige pik tegen mijn heup gedrukt ligt, zijn linkerhand mijn borst plet… dan fluister ik:

“Time-out.”

© anna 2006

 

 

Post navigation

Gerelateerde verhalen

Geef een reactie