Kunst

Loom rek ik me uit, mijn ogen houdt ik dicht. Die vierdaagse werkweek die ik mezelf heb toebedeelt bevalt me prima. Elke vrijdag is ‘mijn’ dag. Het was een drempel om een stuk van mijn salaris te moeten missen maar die extra vrije dag is het dubbel en dwars waard. Ik vul mijn vrije vrijdagen met tijd voor mezelf, in pyjama een boek op de bank, met een vriendin een drankje doen in de stad, een bezoek aan een museum, als het maar ontspannend is.
Terwijl ik voel hoe mijn spieren langzaamaan opstarten loop ik in gedachten de opties door die ik vandaag heb: museumbezoek, in de tuin rommelen, de voordeur schilderen of shoppen. Het schilderen van de voordeur valt al snel af, dat klusje stel ik al maanden uit, misschien moet ik het gewoon op het lijstje ‘vervelende klusjes’ zetten in plaats van op het lijst ‘ontspannende activiteiten’. Shoppen zou kunnen maar ik heb mezelf beloofd mijn uitgaven onder controle te houden en vorige week vloog het geld al weer veel te snel mijn portemonnee uit. Dan blijven de tuin en het museum over. Of niets doen natuurlijk. Je staat er verbaasd van hoeveel je nog doet op een dag waarvan je hebt besloten niets te doen, gewoon allemaal van die kleine klusjes in huis. Omdat het weerbericht niet helemaal voldoet aan mijn ideaalplaatje besluit ik mijn tuinplannen een weekje door te schuiven en voor het museum te gaan. Een collega heeft me afgelopen week getipt voor een tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam. Ze liet me wat foto’s zien van de privé collectie van de oprichter van modeketen Mexx. Precies de collectie waar ik van houd, een gebalanceerde mix van schilderijen, beelden en digitale kunstwerken. Hoewel ik de pracht van de oude meesters echt wel zie kijk ik toch liever naar kunst van de laatste eeuw. En, aangezien ik een museumkaart heb, is het ook geen ramp als ik af en toe een museum na tien minuten alweer ontvlucht omdat het mij totaal niet aan blijkt te spreken.

Nadat ik heb ontbeten en gedoucht sta ik besluiteloos voor mijn kledingkast. Ik wil op mijn vrije dag iets comfortabels aan, maar ik wil er ook niet bijlopen zoals mijn buurvrouw; grijze joggingbroek, Uggs, en een vaal gekleurde winterjas. Vast en zeker heel comfortabel, maar kom op, zo kun je echt de straat niet op. Uiteindelijk kies ik voor een skinny jeans, platte schoenen, t-shirt met print en als sluitstuk mijn rode leren jasje. Goedkeurend kijk ik naar mezelf in de spiegel en besluit om mijn lippen in een gepaste kleur rood te stiften om het geheel subtiel af te maken.
Ik stap de straat op en kijk naar mijn voordeur, in gedachten maak ik een notitie; schilder bellen, dit kan echt niet meer. De zon doet zijn best om een glimlach op mijn gezicht te toveren en ik besluit vandaag niet de moeilijkste te zijn. Met een glimlach op mijn gezicht loop ik naar de Kunsthal. Zo druk als het op straat is zo rustig is het in het museum. Ik zwaai met mijn Museumkaart naar de beveiliger alsof het een toverstokje is en met een korte bliep van zijn apparaat krijg ik toegang. De vriendelijke beveiliger wijst mij naar het beste punt om te starten en genietend loop ik rond terwijl ik hier en daar een toelichting lees of foto maak. Ik heb geen opleiding kunstgeschiedenis, ben zelf maar heel beperkt creatief en weet alle verschillende kunststromingen ook zeker niet uit elkaar te houden dus een museumbezoek is voor mij gewoon rustig om me heen kijken en bedenken wat ik mooi vind. Soms zie ik iets wat me aanspreekt en blijf ik daar wat langer naar kijken. Als het mooi genoeg is maak ik een foto en sla die dan op als achtergrond op mijn telefoon tot een nieuw kunstwerk deze plek verovert van zijn voorganger. Bij een groot schilderij, wat is opgebouwd uit meerdere panelen, pak ik mijn telefoon. Ik beweeg mijn vingers over het scherm en zie dat ik de buitenste panelen er niet goed op krijg. Wanneer ik een stap naar achteren zet voel ik dat ik iets raak met mijn elleboog. Bang dat ik een onbetaalbaar kunststuk een zetje naar het hiernamaals geef draai ik me snel om en spreid mijn armen. Het enige wat ik vang is de man die achter me staat. Met mijn armen om hem heen staar ik hem aan en stotter iets onverstaanbaars. Hij kijkt me verbaasd aan en steekt zijn handen in de lucht. ‘Je hebt me, ben ik hem nu?’

‘Sorry, sorry, ik dacht dat ik ergens tegen aan liep. Nou ja, dat deed ik ook maar ik dacht… Laat maar, sorry.’

Met een rood hoofd draai ik me om en loop snel weg. Wat een muts ben ik toch ook. In gedachten neem ik me voor om beter om me heen te kijken. Het stomme is dat ik nu nog geen foto van dat schilderij heb genomen. Nadat ik een volgende zaal heb bekeken besluit ik terug te lopen, die man is nu vast vertrokken. Hij blijkt inderdaad weg te zijn. Ik neem mijn foto en kijk om me heen. Ondanks dat ik hier al vaak geweest ben blijft ik iedere keer moeite hebben om mijn richting te bepalen. Volgens mij kom ik via de deur in de hoek in een andere smalle zaal die weer toegang geeft naar een grotere ruimte. Met mijn telefoon in mijn hand loop ik richting de deur, de foto is gelukkig goed gelukt. Met mijn ogen op het scherm zoek ik de deurkruk. Als mijn vingers iets zachts voelen in plaats van het koele staal van de deur kijk ik op.

‘O hallo, daar ben je weer?’

Met mijn hand voor mijn ogen en een rood hoofd schiet ik langs de man de volgende zaal in. Wat had ik mezelf nou voorgenomen? Beter om me heen kijken. Niet dus. Hoe groot is de kans dat zoiets ook bij dezelfde man gebeurd? En had ik nou echt mijn hand op de hoogte van zijn kruis? In gedachten spoel ik de beelden terug, hoogte deurkruk, hand, kruishoogte.. O wat verschrikkelijk, volgens mijn zat ik echt tegen zijn kruis, of toch minstens bij zijn onderbuik. Achter me hoor ik de man nog zeggen dat ik de volgende keer moet trakteren.
Het wordt langzaamaan wat drukker in het museum en ik kijk goed om me heen, zowel naar de kunst als naar alle mensen die rondlopen. Twee keer is echt wel genoeg, onvoorstelbaar wat loop ik weer te dromen zeg. Nadat ik de zalen beneden bekeken heb loop ik terug naar de garderobe. Voordat ik de andere zalen ga bekijken moet ik echt even plassen. De vriendelijke beveiliger wijst mij welke kant ik op moet en met een grote zwaai gooi ik de deur richting de toiletten open. ‘Draai om, draai om,’ hoor ik ineens. Terwijl ik probeer te bepalen waar die waarschuwing vandaan komt besef ik dat het mijn eigen gedachten zijn. Recht voor me is de deur van het herentoilet open gegaan, mijn hersenen hebben al geregistreerd wie daar aan komt. Helaas blijkt mijn bewuste ‘zijn’ een stuk trager dan mijn onderbewuste. De man kijkt me lachend aan als ik besef dat ik niet om kan draaien zonder de situatie alleen maar te verergeren.

‘Het lijkt er op dat we elkaar vandaag niet kunnen ontlopen.’

Voor het eerst kijk ik de man nu aan. Ik heb ooit in een blad een stuk gelezen over hoe de gemiddelde mens er uit zou zien, de man in het blad leek veel op de man die nu voor me staat. Alleen was hij in het blad naakt. De echte versie is aangekleed. Mijn gedachten roepen me tot de orde, hem sprakeloos aanstaren in plaats van tegen hem aan lopen is niet echt een verbetering. Terwijl we naar elkaar toelopen probeer ik iets zinnigs te zeggen maar ik zit echt volledig op slot. Als we vlak bij elkaar zijn zie ik dat hij lichtblauwe ogen heeft en een hele bijzondere glimlach. Terwijl ik wanhopig zoek naar een scherp antwoord dwalen mijn gedachten af naar de Mona Lisa. Ik bekijk hem aandachtig en constateer dat hij toch niet zo onopvallend is als ik eerst dacht. Hij heeft een klein litteken in zijn wenkbrauw en hij heeft kleine vlekjes in zijn blauwe ogen. Naast zijn ogen zie ik kleine lachrimpeltjes.

‘Hallo? Je verstaat me toch wel? Of kun je niet praten? Ik hoop het wel want mijn gebarentaal is echt verschrikkelijk slecht.’

‘Jawel, ik versta je wel. Sorry, ik ben gewoon onhandig vandaag, volgens mij staan mijn hersens uit.’ God wat een antwoord zeg, mijn hersens staan uit, wat moet hij van me denken? En blijf ik sorry zeggen tegen hem, kom op zeg, je bent een volwassen vrouw.

‘Geeft niets, dat trakteren bij de derde keer was maar een grapje, ik wil je nergens toe dwingen. Mag ik een voorstel doen? We maken allebei ons rondje door het museum af en zien elkaar over een drie kwartier bij het winkeltje in het restaurant. Als je niet wilt kom je gewoon niet, dan doen we alsof dit nooit gebeurd is. Al ga ik dan wel intens verdrietig naar huis en zal ik wekenlang ’s nachts wakker liggen, huilend van verdriet omdat ik niet eens je naam heb gevraagd, maar dat is dan mijn eigen schuld.’
Zijn laatste zin komt er op zo’n manier uit dat ik me hem met ogen vol tranen op de bank voor me zie. Huilend van verdriet, mijn schuld.

Hij lacht nog een keer naar me en loopt dan verder, ik staar hem na. Nog net voor de deur achter hem dicht valt roep ik mijn naam. ‘Linda, ik heet Linda.’
Op het toilet vraag ik me af wat me bezielt, ik lijk wel een pubermeisje wat vol spanning op het schoolfeest rondhuppelt in afwachting van haar eerste zoen. Waar ben ik mee bezig? Je zit helemaal niet te wachten op een avontuurtje met een onbekende man. Misschien is hij wel getrouwd. Of het is een moordenaar die zijn slachtoffers oppikt op publieke plaatsen. Hoe lang zit ik hier eigenlijk al? Wat zei hij nou, drie kwartier? O kom op zeg, je gaat toch niet echt? Terwijl ik in gedachten een heftige discussie voer met mezelf loop ik terug het museum in. Even verwacht ik nog dat hij achter de deur al staat te wachten maar ik zie hem nergens.

Hij is wel leuk. Vooral zijn ogen. En zijn mond, zijn lach. Zucht.

Het lukt me niet meer om me te concentreren op de andere tentoonstellingen, ik kijk voortdurend op mijn horloge en loop drie keer achter elkaar hetzelfde rondje langs een serie tekeningen van Picasso.
Alsof mijn lichaam een eigen wil heeft loop ik richting het restaurant. Direct als ik de hoek om kom zie ik hem staan. Hij staat met zijn rug naar me toe de boeken in de museumshop te bekijken. Nu kan ik nog doorlopen zonder dat hij me ziet. Maar ik loop in een rechte lijn naar hem toe. Vlak achter hem blijf ik staan. Laatste kans. Nu omdraaien en weglopen.

‘Hoi.’

En daar gaan we weer. Zelfs als je alle tijd hebt om er over na te denken is je beste openingszin een indrukwekkend ‘hoi’. Hij draait zich om en kijkt me lachend aan.

‘Hoi. Fijn dat je er bent, nu kan ik in ieder geval heerlijk slapen de komende weken.’

Wat zegt hij nou? Wil hij met me slapen de komende weken? O nee. Nee wacht, hij bedoelt natuurlijk zijn opmerking bij het toilet. Kom op Lin, houdt je gedachten erbij, blijven ademen. Als hij me zijn geopende hand voorhoudt en vraagt of ik mee ga leg ik mijn hand in de zijne alsof hij een prins is die me meeneemt naar het bal. Terwijl hij me voorgaat naar een tafeltje in de hoek staar ik naar onze handen. Het voelt heel natuurlijk aan om hem beet te houden. Zelfverzekerd loopt hij naar de tafel en schuift galant een stoel voor me naar achter. Ik ga zitten en beland in een soort automatische piloot. Hij praat gedreven over de tentoonstelling en stelt mij regelmatig vragen. Bijna een uur en meerdere drankjes later realiseer ik me dat hij inmiddels mijn hele levensverhaal heeft gehoord terwijl ik niet eens weet hoe hij heet! Ik kijk hem aan en probeer te bedenken wat voor man het is, hij heeft geen ring om dus hij is niet getrouwd, of wel maar hij draagt geen ring. Hij praat makkelijk en ziet er sportief uit, wat voor werk zou hij doen?

Ineens realiseer ik me dat het al een tijdje stil is en dat ik minutenlang naar hem zit te staren. Ik schrik op en krijg een rood hoofd.

‘Ah, daar ben je weer. Ik dacht, ik laat je maar even alleen met je gedachten, ik stel te veel vragen.’

‘Nee niet waar, echt niet. Ik.. Ik weet ook niet wat ik heb vandaag. Ik ben er gewoon niet helemaal bij. Ga gerust door, ik vind het leuk. Zou je iets over jezelf willen vertellen? Ik heb het idee dat ik mijn hele levensverhaal al aan je heb verteld, je mag gewoon weg hoor als je je afvraagt wat voor wazig type je nu bent tegengekomen.’

Hij glimlacht naar me met die sexy scheve glimlach en neemt een slok van zijn thee. Zijn ogen lachen mee, ik zie de rimpeltjes naast zijn ogen bewegen en voel een kronkel in mijn buik. Dan steekt hij van wal en vertelt over zichzelf. Een minuut of tien later weet ik dat hij Sander heet, een eigen bedrijfje heeft in de ICT en in een plaats net buiten Rotterdam woont. O, en dat hij niet getrouwd is.
Als hij opstaat en zegt dat hij gaat afrekenen spring ik verschrikt op. Nee, ik wil niet dat hij weg gaat. Dit voelt veel te goed, ik wil bij hem blijven. Mijn gedachten buitelen over elkaar als een groep jonge puppy’s.

Eenmaal buiten kijken we elkaar aan. Tegelijkertijd beginnen we te praten. Ik eerst denk ik, ik eerst, straks zegt hij dat hij weg gaat.
‘Het is lunchtijd, wil je iets eten? Ik woon hier vlak achter.’ Shit, wat doe ik nou? Nodig ik hem nou uit? Maar mijn huis is een bende en ik heb helemaal niets in huis.
Hij houdt me zijn open hand weer voor en antwoord dat hij best wat lust. Ik leg mijn hand weer in de zijne en kijk hem blij aan. We lopen richting mijn huis, hand in hand alsof we al jaren met elkaar omgaan. Zonder te praten lopen we verder, regelmatig kijken we naar elkaar en glimlachen als een verliefd stel. Iedere keer dat onze blikken elkaar treffen voel ik een warme scheut door mijn buik schieten. Zou dit dan liefde op het eerste gezicht zijn? Of ben ik gewoon geil? Het is tenslotte al weer even geleden dat ik wat fysieke aandacht heb gehad in een andere vorm dan mijn eigen vingers. Eenmaal bij mijn voordeur slaat de twijfel weer toe, wat ga ik nou doen? Maar als ik me omdraai om te zeggen dat ik helemaal geen eten in huis heb kijk ik in zijn blauwe ogen en slaan mijn gedachten op hol. Ik voel zijn hand op mijn heup als ik de sleutel in het slot steek. Alsof we in een film spelen vallen we op elkaar aan zodra de deur achter ons dicht slaat. Mijn lichaam schreeuwt om zijn aanraking, ik voel mijn tepels tegen de stof van mijn bh drukken. Hij drukt zijn mond op de mijne, zijn tong verkent mijn mond. Mijn handen glijden over zijn rug en billen. Struikelend en in elkaar verstrengeld lopen we door de gang richting de woonkamer. Terwijl we richting de bank bewegen trekken we onze kleren uit. Ik voel zijn handen onder mijn t-shirt glijden, hijgend fluistert hij in mijn oor terwijl hij mijn borsten kneed. Wat hij zegt weet ik niet maar het maakt me natter dan nat. Zijn broek gaat de strijd met me aan, al zoenend en kussend probeer ik zijn riem los te maken maar ik kom geen stap verder. Een zachte druk tegen mijn kuiten geeft aan dat we inmiddels bij de bank beland zijn. Ik sla mijn armen om hem heen en trek zijn lichaam strak tegen me aan. Zijn opwinding is duidelijk voelbaar door de bult die tegen mijn onderbuik drukt. Met zijn mond trekt hij een nat spoor in mijn nek, als hij zijn tong over mijn oorlel laat glijden kom ik al bijna klaar.
Nog steeds lukt het me niet om zijn broek los te krijgen. Gefrustreerd duw ik hem van me af. Ik zak door mijn knieën en zie de spanning in zijn broek. Nu ik kan zien wat ik doe heb ik zijn broek met een paar bewegingen los. Snel trek ik de broek omlaag en haak mijn vingers achter de rand van zijn boxershort. Zijn lul springt verend tevoorschijn, ik pak hem met één hand beet en kijk lachend omhoog. Over zijn formaat hoeft hij niet te klagen en ook ik was zeker niet van plan om dat te doen. Ik geef een kort likje over de onderkant van zijn eikel en zie dat hij zijn ogen dicht doet. Dat is voor mij het teken om hem in mijn mond te nemen. Ik proef zijn voorvocht als ik mijn mond over zijn eikel schuif. Vol overgave pijp ik hem, afwisselend schuif ik mijn hand mee over zijn lul of streel ik plagend over zijn ballen. Boven me hoor ik zacht gekreun. Als ik weer opkijk ontmoet ik zijn blik, we zien de geilheid in elkaars ogen. Met een zachte plop laat ik hem uit mijn mond schieten en ga staan. Zijn lul drukt hard tegen mijn buik als ik mijn mond op de zijne druk. Na een korte, geile kus stap ik naar achter en draai me om. Ik kruip op mijn knieën op de bank en kijk over mijn schouder geil naar hem om. Hij bukt zich en pakt zijn broek, even denk ik dat hij zich weer aan wil kleden maar dan zie ik dat hij een condoom pakt. Ik laat mijn bovenlijf op de bank zakken en draai mijn billen heen en weer. Met gesloten ogen voel ik hoe hij achter me komt staan. Zijn handen glijden langzaam over mijn billen, richting mijn heupen en weer terug. Plagend laat hij zijn lul tussen mijn benen heen en weer schuiven. Ongeduldig en geil kreun ik zacht dat hij me moet neuken.

‘Wat zeg je?’ hoor ik hem achter me zeggen.
‘Ik wil dat je me neukt, neem me.’

Ik pak zijn lul tussen mijn benen door beet en zet hem tegen mijn natte lippen. Als ik me naar achteren beweeg om hem in me te voelen beweegt hij ook naar achter. Ik produceer ongeduldige geluiden, ik hoor hem achter me lachen. Zijn lul schiet uit mijn hand, omdat ik toch al op de goede plek zit besluit ik mijn gloeiende klit onder handen te nemen. Waarschijnlijk is hij bang dat ik het zonder hem afmaak want ineens voel ik zijn lul tegen mijn lippen drukken. Hij buigt zich voorover, slaat één arm om mijn buik en pakt met de andere een borst. Ik trek mijn rug hol en beweeg naar achteren. Soepel glijdt zijn harde lul diep bij me naar binnen. Hij trekt mijn lijf strak tegen zich aan en draait met zijn heupen waardoor ik zijn lul diep in me voel bewegen. Kreunend draai ik mijn heupen mee op zijn ritme. Afwisselend stoot hij met korte, plagende bewegingen net zijn eikel tussen mijn lippen om me vervolgens weer strak tegen hem aan te trekken en zijn lul diep in me te stoten. Ik voel zijn ballen tegen mijn billen bewegen. Met twee handen houdt ik me kreunend vast als hij zijn ritme verhoogt. Als hij zijn hand tussen mijn benen op mijn klitje drukt begint mijn hele lijf te gloeien en pulseren. Op het ritme van zijn vingers beweeg ik mijn onderlichaam, terwijl ik harder en harder kreun stoot hij steeds harder, ik voel hoe hij tegen mijn baarmoeder stoot. Bijna gelijktijdig stoten we een soort oerkreet uit en komen kreunend klaar. Zijn lul beweegt tegen de wanden van mijn vagina. De spieren van mijn hele lichaam trekken samen om mijn hoogtepunt kracht bij te zetten. Onder steeds zachter wordende kreunen zakt hij langzaam en zwaar voorover. Mijn onderlijf trekt nog een laatste keer samen om zijn harde vlees en perst mijn orgasme tot het uiterste puntje van mijn lijf. Hij voelt heerlijk zwaar aan boven op me, warm en hijgend. Zijn lul glijdt uit mijn lichaam als hij zich naast me op de bank draait. We kijken elkaar aan, lachend, nagenietend.

‘Nog een keer?’

Post navigation

Gerelateerde verhalen

Geef een reactie