Maria Magdalena

Joep was de vrijbuiter van ons dorp, iemand voor wie je door je ouders werd gewaarschuwd en die juist daarom een enorme aantrekkingskracht had op ons, jonge meiden. Maar alleen de brutaalsten durfden achter op zijn motor te klimmen en zich in triomf door het dorp te laten rijden en zo brutaal was ik niet, kón ik ook niet zijn omdat mijn vader een te belangrijke positie innam in S., de kleine gemeenschap waarin we woonden. Je hoorde er pas echt bij als je met Joep een ritje had gemaakt en dat was ook de gevleugelde uitdrukking op school en in de uitgaansgelegenheden waar we elkaar troffen: “Heb je al met Joep gereden?”

De meiden die het al hadden gedaan deden er giechelend over. Het fijne kwam ik pas te weten toen Anja, mijn beste vriendin, zich had laten overhalen. Met een kleur van opwinding vertelde ze dat er met de buddy seat iets heel bijzonders aan de hand was. Onder het rijden begon het ineens te trillen tussen je benen en dan… oeps schoot er een stout verwennertje tevoorschijn en was het zaak snel je broekje opzij te trekken, zodat hij in de juiste omgeving verder kon uitgroeien. Als Joep dan vervolgens voluit het gas erop draaide, terwijl je je met beide armen stevig om zijn middel vast moest houden, dan begreep ik zeker wel dat er heel bijzondere dingen gebeurden, zei ze met een vette knipoog. Het was ook daarom dat je een rok moest dragen wilde je voor een ritje in aanmerking komen. Was me dat nooit opgevallen? Nou, dan moest ik de volgende keer maar eens beter kijken! Enne… de meiden die vaker een ritje maakten lieten, door die eerste ervaring wijs geworden, hun broekje helemaal achterwege als ze weer eens bij hem achterop klommen…

Ik kreeg er hele visioenen bij en die kwamen goed van pas als ik 's avonds in mijn bed lag te woelen en te draaien. Stel je toch eens voor: bij een jóngen achterop, met zo’n ding dansend in je kut en zo’n integraalhelm op je kop waarin je je orgasmes uitbraakte, voortrazend op de snelweg, in het volle zicht van iedereen die zich daar toevallig ook bevond… De obsceniteit…, het maakte me bijna misselijk van geilheid, zo erg dat ik zelfs aan mezelf begon te twijfelen. Was ik wel goed bij mijn hoofd? Was het niet abnormaal dat dit me zó opwond?

In werkelijkheid was Joep helemaal niet zo’n afschrikwekkende duivel als de nette burgerij het deed voorkomen. Ik had vaak genoeg met hem gesproken en wat onmiddellijk in zijn voordeel sprak was dat hij nooit probeerde me te verleiden ook eens achterop plaats te nemen. Was waarschijnlijk ook niet nodig, omdat er genoeg geile meiden waren uit wie hij kon kiezen, maar toch. Hij leek te beseffen dat ik het me niet kon veroorloven en respecteerde dat; zo voelde ik dat tenminste.

Mijn middelbare-schooltijd verstreek zonder dat het ervan kwam en daarna verhuisde ik naar ‘de grote stad’ en verloor ik Joep lange tijd uit het oog. Na diverse vriendjes te hebben gehad leerde ik Karel kennen met wie ik uiteindelijk ging samenwonen. Soms dacht ik nog wel eens met krampjes in mijn buik aan Joep, maar ik zag hem nooit meer, ook niet als we voor een familiebezoek naar S. kwamen. Hij leek met de noorderzon te zijn vertrokken en de vriendinnen van vroeger, nu ook allemaal gesetteld, wilden kennelijk niet meer aan die wilde tijd herinnerd worden.

En ineens, na négen jaar was hij terug, zomaar out of the blue. We waren dat weekend weer afgereisd naar S. en bij binnenkomst van de kroeg die we vaak bezochten zag ik hem al zitten, aan de bar. Die Harley op het kleine parkeerplaatsje was dus van hem, schoot het meteen door me heen. Even stond ik op de drempel als aan de grond genageld en Karel botste verrast tegen me op. “Dat is Joep”, knikte ik verwezen. Met zijn lange haar tot over zijn schouders en zijn jack met het opschrift Hell’s Angel was hij prominent aanwezig.

“Joep?”, haalde Karel zijn wenkbrauwen op. “Een vriendje van vroeger?”

“Nee, nee’, hakkelde ik, “geen vriendje, zomaar iemand van vroeger, die….”

Ik wist helemaal niet wat ik eigenlijk moest uitleggen, maar het was ook niet nodig, want op dat zelfde moment keerde Joep zich naar ons toe en brak een brede lach op zijn ongeschoren gezicht open.

“Wie we daar hebben”, baste zijn stem door de ruimte. “Als dat Maria Magdalena niet is!” Maria Magdalena! Zo had hij me altijd plagerig genoemd. Waarom had ik eigenlijk nooit goed begrepen, maar uit zijn mond had het altijd vleiend geklonken en ik had me er op een of andere manier door gestreeld gevoeld.

Karel was nu echt nieuwsgierig geworden en nadat ik Joep aan hem had voorgesteld was dan ook het eerste wat hij vroeg: “Waarom Maria Magdalena? Is dat niet een hoer uit de bijbel?”

“Absoluut niet”, legde Joep onverstoorbaar uit, terwijl hij iets te drinken voor ons bestelde en wij bij hem aanschoven aan de bar. “Als Maria Magdalena een man was geweest, zouden haar inzicht, wijsheid en liefde tot op de dag van vandaag als voorbeeld hebben gediend. Maar helaas was zij een vrouw en dus werd zij in de geschiedenis van het christendom naar beneden gehaald, bezoedeld en tot hoer verklaard. In werkelijkheid was zij de verpersoonlijking van het krachtige en wijze in de vrouw. Zij leefde als maagd, in die zin dat ze onafhankelijk was van de man…”

Karels mond viel open. Zulke woorden uit zo’n sjappy figuur, want dat moest zijn eerste indruk wel zijn, sloegen hem met verbijstering. “Heb je soms theologie gestudeerd?”, vroeg hij toen verbaasd.

“Inderdaad”, zei Joep droog, ‘dat heb ik… Proost!”

Zelf was ik ook behoorlijk onder de indruk. Ik wist dat hij een goeie kop had, maar dat hij theologie had gestudeerd was ook voor mij een nieuwtje. Theologie nota bene, en dat voor iemand die vroeger meisjes achterop zijn bike klaar liet stuiteren!

Natuurlijk wilde Karel nu het naadje van de kous weten. “Was Ariane dan in jouw ogen de verpersoonlijking van een…, hoe noemde je het ook weer…, een krachtige, wijze vrouw en een… maagd?”, vroeg hij belangstellend.

Ojee! Ik klemde mijn benen tegen elkaar en staarde nietsziend in het luchtledige. Zou hij nu de geheimen van zijn motor gaan onthullen? Joep kennende zou me dat niet verbazen. Maar nee, tot mijn opluchting hield hij het netjes. “Ach”, haalde zijn schouders op, “iedereen wilde in die tijd een ritje maken op mijn motor, alleen Ariane kon zich dat als dochter van de notaris niet permitteren. Je weet hoe de praatjes gaan in zo’n gehucht als dit… Dat was dus wijs van haar en kráchtig dat ze weerstond kon bieden aan de verleiding…”

“En dat maagd zijn…, wat heeft dat er dan mee te maken?”, peuterde Karel verder.

“Maagd in de zin van onafhankelijkheid van de man”, corrigeerde Joep soepel.

“Is dat alles?” Karels stem klonk bijna teleurgesteld. “Is dat waar?”, richtte hij zich toen tot mij: “Wilde jij het wel maar durfde je niet?”

“Zoiets ja”, knikte ik.

“Ach ja”, zei hij luchtig. “dat heb je in die puberleeftijd. Stoer doen, zeker in zo’n dorp als dit, waar niks te beleven is, ik snap het wel…”

Joep keek hem even onderzoekend aan. “Ik rij nog steeds op die motor”, zei hij toen lijzig, “en ik was eigenlijk van plan” – nu keek hij naar mij en monsterde in één oogopslag mijn outfit: omslagrokje en naveltruitje; ja, ik voldeed aan de criteria! – “Maria Magdalena uit te nodigen alsnog dat ritje te maken… Tenzij ze nu van jou niet mag natuurlijk!”

Karel zat klem, en mij brak het zweet uit, want het was me nog nooit overkomen dat twee mannen een competentiestrijd over mij aangingen, en ik besefte maar al te goed dat dát het was wat hier gebeurde, zoals ik ook wist dat Karel zich nooit zou laten kennen. Maar over de consequenties dacht ik maar liever niet na…

“Geef er nog eens drie”, knikte Karel tegen de barman. Dat deed hij om tijd te winnen, ik wist het zeker! En wachten totdat de drankjes werden afgeleverd én afrekenen. Zeker drie minuten waarin zijn hersenen op volle toeren draaiden. Waar zou hij mee komen? Zou hij toch nog een list weten te verzinnen waarmee hij Joep schaakmat zette, of zou hij – de hemel verhoede! – de zwartepiet naar mij toe schuiven?

“Nou proost…” En daar kwam dan eindelijk zijn reactie. “Ik leg Ariane geen haarbreed in de weg als ze bij jou achter op dat ding wil klimmen”, begon hij afgewogen….

“Máár….?”, vroeg Joep onschuldig.

Daar zat ik ook op te wachten! Er moést een maar volgen na deze inleiding. Waarschijnlijk was dat ook zo, maar door deze snelle interruptie maakte Joep het Karel het onmogelijk dat te doen zonder gezichtsverlies. En als Karel voor iéts beducht was, was het gezichtsverlies.

“Geen maar….”, boog hij daarom het hoofd, “….of het moest zijn dat je…..” De altijd zorgvuldig formulerende Karel die zich verloor zich in een bijzin om alsnog een ‘maar’ toe voegen, dát was voor mij het zuiverste bewijs dat hier hoog spel werd gespeeld en ik hield mijn adem in. “… of het moest zijn dat je … geen extra helm bij je hebt”, breide hij er een punt aan, “dan zou ik wel bezwaar moeten maken…”

Joep, die, althans in mijn tijd, altijd een extra integraalhelm bij zich had, kwam als morele winnaar uit dit steekspel tevoorschijn, maar gooide nog wat extra zout in de wonde. “Natuurlijk heb ik die”, sloeg hij de laatste strohalm uit Karels handen, “en anders had Tim (de barman) er mij wel één geleend…”

Karel nam zijn verlies als een gentleman, zoals ik wel had verwacht. Of hij na mijn terugkeer nóg zo’n gentleman zou zijn, was van later zorg. “Nou, maak voor eens en al dan maar eens komaf met die…” – puberdroom, hoorde ik hem bijna zeggen, maar hij herstelde zich bijtijds -: “jeugdfrustratie!”

Vijf minuten later stond ik klappertandend buiten, niet omdat het koud was, integendeel, het was broeierig warm, maar omdat de zenuwen in mijn lijf leken te knappen. Karel was ook meegelopen en monsterde met een kwasi-kennersblik het gevaarte.

“Wat is dat nou voor type?”, vroeg hij wereldwijs.

“Een Fat Boy”, antwoordde Joep kort.

Ik zag alleen de buddy seat, die hóger was dan de zit van de rijder, en vroeg me af of die nog steeds dat onuitspreekbare geheim herbergde én hoe dat met mijn korte rokje moest…

“Wacht even tot ik zit”, gaf Joep aan, dan zet je je voet op die staander en sla je je been eroverheen…”

Het ging dus helemaal fout en ik kleurde diep toen Karel meteen de consequentie herkende van zó met gespreide benen op een motor te gaan zitten in een minirokje. Hij keek naar mijn slipje, dat ik eenvoudigweg niet uit het zicht kón houden, maar zei niets. Misschien dacht hij wel dat Joep dit toch nooit te zien zou krijgen… Joep reikte de integraalhelm aan, Karel nam hem over en hielp me mee hem op te zetten. Het voelde even benauwd en krap, het was voor het eerst dat ik zo’n ding op kreeg en ik wist niet dat het zo strak om je hoofd zat. “Doe de klep maar omhoog”, grinnikte Joep (dat was in ieder geval een stuk beter) …. “En nu je handen om mijn middel!” En dat was weer even schutteren geblazen…

“Blijf je niet te lang weg?”, waren de laatste woorden die ik van Karel opving, en daar gingen we….

Wordt vervolgd

© Ariane

 

Post navigation

Gerelateerde verhalen

Geef een reactie