Op de dijk

“Het zou een slechtvalk kunnen zijn” merkte ze bedachtzaam op.
“Waarom denk je dat?' wilde ik weten, deels uit afgunst omdat ze meer over vogels leek te weten dan ik zelf, en deels uit nieuwsgierigheid over hoe je een slechtvalk kan herkennen.
“Aan de vlucht' antwoordde ze en voegde er aan toe: “Ze vliegen een beetje zoals een duif.”
Ik was stil en keek haar van opzij aan met een gemengd gevoel dat het midden hield tussen bewondering en ergernis. Ik had haar onderschat. Het gebeurt me vaak, speciaal bij vrouwen. Misschien wel omdat ik onder mijn gelijkheid- en emancipatie-uiterlijk eigenlijk heel erg seksistisch ben.
Ik hield me stil, bezorgd om ten gevolge van mijn opmerkingen nog meer vernederingen te moeten ondergaan, en keek weer uit over het vlakke verwilderde land.

De wind, die aflandig was waaide net over ons heen omdat we halverwege de dijk zaten. In de verte waren deelnemers aan een zeilrace ingespannen in hun bootjes bezig. Af en toe kon je zien hoe de waaghalzen in de trapeze buitenboord hingen om tegenwicht te geven aan hun snelle scheepjes.

Waar wij zaten bewoog de lucht nog maar traag, wel kon je aan de wolken muggen zien dat de wind over de dijk rolde. De muggen waren niet in de stemming om ons te plagen; ze dansten, in voortdurend van vorm veranderende wolken, omhoog en omlaag als de stralen van een waterorgel.
Als je langs de lengte van de dijk keek kon je ze als kleine windhoosjes zien spiralen. De vorm van hun wolk af en toe plagend uiteengewaaid door de wind.

“Zit je vaak hier?”
Ze vroeg het op een manier alsof alles wat ik deed of zei haar interesseerde. “Eigenlijk niet zo vaak, toen ik nog maar kort hier woonde ging ik elke dag de dijk op om te zien wat er aan de andere kant gebeurde maar nu ik weet dat het daar net zo rustig is als aan deze kant kom ik niet zo vaak meer. Alleen als het hard waait en ik kan hier zitten zonder uit m'n hemd te waaien kom ik nog wel 'ns.”
 
Ze keek me doordringend aan; “Vind je het leuk hier?”
Zoveel mensen hebben me dat gevraagd dat de vraag me niet langer verbaast. Wat me wel verbaast is dat die zelfde mensen niet meteen het gevoel van vrijheid en geborgenheid op merken dat het leven langs de dijk te bieden heeft.
Het is zo'n wonderlijk landschap, voor 't grootste deel door mensenhanden gemaakt. Maar niet zo maar; de natuur dwong ze er toe. Net zo als de natuur de mensen overal dwingt om maatregelen te treffen die de kansen op overleving groter maken. En omdat de natuur ze er toe dwong volgt de dijk ook de landschapsvormen die de natuur al had aangebracht.

Ik houd van deze omgeving en het zien van die imposante dijk, die de natuurlijke gevaren voor ons lijkt te bedwingen, vervult me met een gevoel van trots, niet vanwege persoonlijke prestaties maar omdat ik mens ben en omdat ik woon op een plek die andere mensen aan de natuur hebben ontfutseld.

De strijd om dat land werd lang geleden gestreden maar om te behouden wat we veroverden dient de dijk. De zee wil het land terug, wij willen het voor ons zelf en onze kinderen behouden. Het is als een bezetting en de spanning die de dijk in het landschap veroorzaakt is zichtbaar en voelbaar. Daarom ben ik trots en daarom is het wonen aan een dijk niet saai of uitzichtloos.

“Ja ik vind het heerlijk hier, ik wil hier nooit meer weg.”
Ze legde haar hand op die van mij; “Ik vind je lief.” Zacht geuite woorden, nauwelijks hoorbaar in de bulderende wind boven onze hoofden, het kon gedroomd zijn maar de streling van haar vingers laat weten dat zelfs zonder de woorden het gevoel aanwezig is.
De woorden ontsloten mijn hart, opeens vond ik haar ook lief. Ik voelde dat ze me aan keek en ontmoette haar blik.

Zo maar, zonder reden, er was iets veranderd. Kwam het door het gevoel van geluk dat ik onderga als ik nadenk over deze, door mij zo geliefde omgeving?
Ik vond haar lief zoals de ene mens de ander lief kan vinden zonder bijbedoelingen.
Ze nam haar hand weer terug en keek in de verte. Dat korte vluchtige moment van gedeeld geluk was voorbij maar we vonden elkaar lief.
Na dat korte moment leefden we beiden weer ons eigen leven, we hadden alleen even blijk gegeven van onze gevoelens. Maar wat een onbeschrijflijk diep gevoel van geluk doorstroomde me in dat korte moment.

“Woon je ver?”
“Nee, het is niet zo ver maar ik ben niet alleen”
“Ik ook niet”
Beiden dachten we aan het zelfde en beiden overwogen we de mogelijkheden.
“Kunnen we een…” Begon ik en op dat zelfde moment haar stem, gespannen, opwinding voelbaar; “Ja, ik wil het ook.”
“Hier?”

Ze gleed in mijn armen, haar vingers plukten aan mijn broek, de rits, een warme hand omvatte mijn zak. Haar teken voor mijn handen, een warme zachte buik, vlasachtige begroeiing, zachte schaamlippen, harde gladde kittelaar.
We zakten door onze knieën, ik legde haar op het lange taaie gras.
Koortsachtige vingers hielpen die van mij bij het los maken van haar kleding. Geen tijd voor een gehele strip, ik spreidde haar schaamlippen zo goed en zo kwaad als het ging en nam haar terwijl haar dijbenen door de strakke broek bijeen gehouden werden.

Het was net zo snel over als het begonnen was.
Haar armen rustten losjes op mijn rug, voor het eerst keek ik haar diep in de ogen.
“Spijt?”
“Nee, ik had het nodig”
“Ik ook, weet je.”
“Mag ik je kussen?”
Ik deed het, vreemd, eerst neuken en daarna kussen. Haar lippen voelden goed aan, zacht en vol, haar mond zonder geur.
Langzaam trok me terug en rolde van haar af. Ze trok haar broek op en ritste die dicht terwijl ze op haar rug in dat lange gras lag.
“Hoe heet je?”
“Vincent en jij?”
“Afra”

Plotseling lachte ze; “We lijken wel tieners”
“Niets mis mee, niemand hoeft het te weten”
“Nee, dat is zo”
“Zie ik je nog eens?”
“Misschien”
Ik voelde me sterk en energiek; “Zullen we verder wandelen?”
Ze trok zich overeind aan mijn uitgestoken hand en rekte zich uit.
Wat zou 't leven gemakkelijk zijn zonder afspraken en tradities dacht ik bij het zien van haar stevige verschijning. Haar borsten, nog netjes verpakt, we hadden weinig van elkaar gezien maar wat we deden voelde goed.

Ze keek me even aan en lachte, “Laten we maar door lopen.”
“Ja, ja, dat is beter.” Had ze me begrepen?
Ik trok mijn kleding recht en wuifde een  paar verdwaalde muggen weg.
We liepen schuin omhoog tegen de dijk op en toen onze hoofden net over kruin keken had de wereld opeens weer haar oude afmetingen aangenomen.
Alles was weer gewoon, de stevige wind, de brandende zon en beneden ons de weg en de dijkhuisjes met scharrelende kippen en een kleine zwarte hond die kwispelend door het gras snuffelde.

Ja, de betovering was voorbij en ineens was er weer de gebruikelijke afstand tussen ons maar de herinnering bestond werkelijk.
We hadden elkaar heel kort lief gehad.
Ook dát was een deel van het geluk dat deze omgeving me schonk.

© Miel de Sarrassin

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  3 comments for “Op de dijk

  1. WB
    22 maart 2007 at 22:47

    Mooi, prozaïsch beschreven met deze keer slechts een vleugje erotiek. Maar dat past goed bij dit verhaal.

  2. 28 maart 2007 at 19:26

    Een mooi 'aflandig' verhaal Miel

  3. 30 maart 2007 at 22:39

    Wonderlijk verhaal, intiem, integer, merkwaardig. Kan bijvoorbeeld die mooie bespiegeling over dijken in een erotisch verhaal niet zo goed plaatsen. De auteur doet er goed aan zich nog eens in de theorie van de interpunktie te verdiepen. Twee sterren is dit verhaal niettemin zeker waard.

Geef een reactie