Overgave

Zo’n tred van Afrikaanse met een vaas

Op ’t hoofd, maar zonder vaas dan;

Jij weet je heupen ook zo strak te houden.

Het rijzig’ in je pas, het voert me mee

Naar een plek met loom-geneigde palmen.

 

Je buigt je als een knipmes, maar dan wel

Een mes van soepel en synthetisch rubber,

Over de drinkput, in mijn geest.

De late zon verhult zich in een sluier

Van wolken die verlegen naar je blozen.

 

In ’t firmament van domme evolutie

Ben jij een God, een god die ’t liefste toont

Genadeloze gratie.

 

Nee… meer een engel dus,

Streng en rechtvaardig, zoals dat heten moet.

Ik kniel, ik bid, ik huiver aan je voeten.

 

Wees streng, wees onrechtvaardig mijnentweeg.

Vanaf het eerst was plaats voor de slavin,

Ik ben haar sinds mijn vroegste denken.

Put uit mijn drinkput alles wat je wenst.

Les toch je dorst, maar liefste, kijk me daarbij aan.

 

Muriël

Post navigation

Gerelateerde verhalen

Geef een reactie