Passieve Passie… en Paris

Als ik daar lig, in ring van vuur geketend,
De vingers klauwend in ’t onwetend sprei,
Weet ik wat heerlijks je voor mij betekent.
Onrustig hijgend lig je aan mijn zij…
Terwijl voorbij is al wat we verwachtten.
Je streelt me teder en ‘k weet onderwijl:
Het hitzig ros in jou heeft andere gedachten.

Je gunt me nog wat tijd en ik bespeur de
Nieuwe begeerte die in je ogen rijst.
Het nardus-zweem dat uit je oksels geurde
Barst uit in parels in ons paradijs.
Je damp omringt me als je tergend
Jouw zind’rend lijf weer vluchtig op me laat,
De opperste beheersing van me vergend.

De donk’re tepels die op knappen staan,
– zo komt het over in mijn dwaze denken –
Die voel ik huiv’rend op mijn zweetlijf gaan.
Ze raken mijne… en ik voel verzenken
De lust die ‘k had, de wens die ‘k in me had,
Jou eens aan mij te laten overgeven.
Passieve passie kruist weer eens mijn pad.

Aristophanes voerde hier het woord
En Paris heeft geleerd zichzélf te geven.
Het melkte bij hem toen hij aan de poort
Zichzelf vergat, het háár graag liet beleven;
Haar zegeningen vond hij in zijn schoot.
Aphrodité, o jij doortrapt sekreetje:
Jij vond het héérlijk… wat je aan hem bood.

Muriël

Post navigation

Gerelateerde verhalen

Geef een reactie