Twee schapen en een herder

Zijn gezicht heeft dezelfde kleur als zijn bureau van geboend hout; zijn haar is kort, maar conventioneel gekapt. Hij draagt een grijs kostuum van dunne stof met , ondanks het tropische klimaat, een onberispelijk wit overhemd. Zijn oogopslag is rustig en zijn blik twijfelt nergens aan. Zijn handen liggen losjes gevouwen op het tafelblad, hij spreekt zorgvuldig en een beetje gedragen. Hij ziet er rechtschapen uit, en zo hoort het ook voor de hoeder van de menselijke ziel. Hij houdt zich dan ook doof als ik, na een uurtje van onschuldige vragen om hem te misleiden, mijn eigenlijke vraag stel: Valt het u weleens moeilijk om het rechte pad te blijven bewandelen? Pas als zijn echtgenote even is binnengewipt met de mededeling dat ze een boodschap gaat doen, en nadat ik, subtiel maar dringend, heb laten doorschemeren dat ik mijn licht al heb opgestoken bij een van de jonge lammeren uit zijn kudde, komt dominee Sinester, vierendertig jaar, over de brug.

'Niemand spreekt natuurlijk graag over de , eh, minder geslaagde episoden uit zijn bestaan. Ik vorm geen uitzondering. Maar ik heb toch liever dat u het van mij hoort dan van eh, de jonge zuster die u noemt. Ik vorm helaas ook op andere vlakken geen uitzondering: ik ben een mens, in het bezit van alle menselijke capaciteiten en zwakheden. Ik kom daar later op; als u even geduld hebt zodat u de context kunt begrijpen.

Mijn vrouw en ik leerden elkaar twaalf jaar geleden kennen, maar we hebben gewacht met trouwen tot ik werd beroepen. Zij was lid van de gemeente waartoe mijn ouders behoorden en iedereen vond dat wij geknipt voor elkaar waren.

Ik heb geen dag spijt gehad van die stap. Zij is de ideale echtgenote voor een dominee: stil, bescheiden, vol zorg en liefde… Ze verdraagt het zonder een woord van verwijt dat ik vaak op ongelegen tijdstippen naar een broeder of zuster wordt geroepen die mijn geestelijke bijstand nodig heeft; ze is een voorbeeldige voorzitster van de jeugdvereniging. U heeft haar in de kerk wel gezien toen u zondag de dienst bijwoonde – ja, natuurlijk heb ik u opgemerkt. Zij zit daar op haar plaatsje aan de zijkant als een toonbeeld van onschuld en devotie; het vervult me altijd met warmte haar daar zo bescheiden te zien zitten. Ze heeft haar ogen het grootste deel van de dienst neergeslagen, maar tijdens de preek blikt ze naar me op met zo veel aandacht en begrip, dat ik daaraan het elan ontleen dat mijn woorden kracht bijzet. Wij vullen elkaar op alle manieren aan.

U moet echter een ding begrijpen. Onschuld is een prachtige eigenschap, voor mij een onmisbare eigenschap in een vrouw. Maar onschuld en eh, laten we zeggen passie gaan niet zo goed samen. Natuurlijk kwijt zij zich in alle opzichten van haar taak als echtgenote, maar in de meer eh, intieme aspecten van de liefde toont zij de bedeesdheid die haar ook in het dagelijks leven kenmerkt. En een man…' Hij wijst op de wijd openstaande shutters om de buitenwereld aan te duiden. 'Een man hier zéker – u kent onze cultuur? Die heeft een hartstochtelijke natuur, met zinnen die, misschien door het klimaat, makkelijk tot ontbranding komen… Het is voor een herder als ik niet altijd even makkelijk om de verleidingen te weerstaan die het God behaagt mij te sturen. Ach, ik wist waar ik aan begon en het is mij een genoegen en een eer doof en blind te blijven voor zulke verlokkingen. Hoe zwaarder de Heer ons beproeft, hoe beter Hij het met ons voorheeft, en hoe meer wij de kans krijgen te tonen dat wij Zijn liefde waardig zijn. Onder gewone omstandigheden valt het me dan ook licht, en nogmaals, mijn lieve echtgenote voorziet in nagenoeg al mijn behoeften.

Tot mijn spijt heb ik in het geval waar u aan refereerde… Nee, laat ik bij het begin beginnen.

Onze kerk staat altijd open voor nieuwe broeders en zusters, en ook gasten die maar voor één keer meekomen worden bij ons van harte verwelkomd. Het deed mij dan ook plezier toen ik op zekere zondag een nieuw gezicht op de achterste rij zag, een meisje dat naast een van de jonge zusters zat en waarschijnlijk een logerend vriendinnetje was. Het meisje met wie ze was meegekomen, ach u kent haar, ze is Angelica gedoopt maar ze wordt Angel genoemd, zag er opgewonden uit, en dat verbaasde mij niet zozeer – waarschijnlijk stond haar opwinding in verband met de logeerpartij. Het nieuwe meisje, van wie ik na de dienst vernam dat ze Yvonne heette, was tamelijk donker van kleur, keurig gekapt en gekleed en ze droeg zelfs een hoed, wat ik eigenlijk een beetje overdreven vond voor zo'n jong kind. U begrijpt, ik heb ruim de tijd om zulke details in me op te nemen tijdens het meer formele gedeelte van de eredienst, dat van week tot week nauwelijks verschilt. De bezoekster sloeg haar ogen tijdens het eerste deel geen enkele keer op. ook niet toen ik haar nadrukkelijk in ons midden verwelkomde. Dat verwonderde me wel wat, moet ik zeggen, maar ik besteedde er verder geen aandacht aan.

Tot mijn blik, tijdens de preek, toevallig weer op haar viel. Toen zag ik dat ze bezig was… ze was keurig gekleed, dat zei ik al, in een rok geloof ik en een gebloemd bloesje. Op het moment dat ik naar haar keek, deed ze juist het bovenste knoopje open. Ik ging ervan uit dat ze het warm had en dacht er niet meteen iets bij, maar ik kon het toch niet laten even later weer te kijken. Tot mijn ontsteltenis deed ze juist op dat moment een tweede knoopje open. Natuurlijk werd mijn blik naar eh… erheen getrokken, en zodra mijn oog weer haar richting uit dwaalde, was het het derde knoopje. Het leek wel of ze iedere keer wachtte tot ik keek. Ik kreeg het nu ook warm. Onder haar bloesje droeg ze een witte bh waarvan ik het kanten randje kon zien. Daarbovenuit was duidelijk de aanzet van haar nogal eh, pronte eh, donkerbruine… borsten te zien. Ik moest me bedwingen niet ook mijn boordenknoopje los te maken. Natuurlijk deed ik dat niet, met de ogen van de hele gemeente, onder wie die van mijn lieve vrouw, op me gericht.

Of deze Yvonne haar vriendinnetje aanstak, of dat ze het van tevoren hadden afgesproken, kon ik op dat moment niet zeggen, maar even later was ook Angel op dezelfde manier bezig. Ze had het jasje dat ze droeg uitgetrokken. Onze kerk is niet zo groot, zodat ik kon zien dat ze onder het dunne witte bloesje niets droeg. Haar eh… ter hoogte van haar boezem waren twee donkere vlekken duidelijk zichtbaar.

Ik ken Angel als een inderdaad engelachtig meiske waar geen kwaad in steekt, tenminste, dat had ik altijd gedacht. Ze was een trouwe bezoekster van de dienst op zondag en ik zag haar ook op doordeweekse dagen weleens in de kerk. Ik nam dan aan dat ze haar kinderlijke verlangens met de Heer kwam delen of dat ze inkeer zocht na een onschuldige misstap. Haar moeder sprak altijd vol lof over haar opofferingsgezindheid en geduld – er is een gehandicapte zoon in dat gezin en Angel was altijd vol goede zorgen voor hem.

Ik was dan ook verbijsterd toen ik haar met buitengewoon uitgekiende gebaren over haar eh, lichaam zag strijken, zo, dat de toppen van haar eh… mamma's groot en hard werden en door de stofheen priemden. Dit was geen toeval, dit was geen kinderlijke onschuld. Dit was doelbewuste prikkeling, en ik was degene die ze wilde prikkelen!

Angels moeder, die naast haar zat, ziet slecht. Die Yvonne zat in de hoek bij de muur, en ze zaten op de achterste rij. Er was niemand die in de gaten had waarmee ze bezig waren en die hen tot de orde kon roepen. Ik raffelde de preek af en was maar met één ding bezig: de verleiding te weerstaan opnieuw de kant van de meisjes op te kijken. Ik herademde toen het moment kwam dat de gemeente op moest staan. Ik wierp een tersluikse blik op mijn vrouw, die echter haar normale kalme zelf was en dus niets gemerkt kon hebben van de vertoning achter in de kerk. De dienst zou nu niet meer duren en het gevaar was nu wel geweken, leek me. In het moment van bezinning dankte ik de Heer dat hij mij veilig door deze bezoeking had heen geloodst.

Maar mijn opluchting kwam te vroeg. Toen de broeders en zusters weer gingen zitten, bleven de twee meisjes staan. Het duurde maar enkele seconden. Maar het beeld dat zich die ogenblikken in mijn netvlies brandde, bleefde rest van de dienst onverbiddelijk staan: de twee meisjes hadden zich achter de rug van de volwassenen bijna geheel ontbloot -dat wil zeggen, het bovenlijf; meer kon ik niet zien. Angel had haar bloesje uitgetrokken en alleen het feit dat ze haar handen devoot voor de borst gekruist had, zorgde ervoor dat ik haar niet in haar volle naaktheid onder ogen kreeg. De duivelse Yvonne droeg een geheel van kant gemaakt, wit bh'tje dat die naam nauwelijks verdiende. Ze stak haar niet zo bescheiden uitgevallen hebben en houden uitdagend naar voren en keek mij recht aan, met schuin gehouden hoofd en een glimlach die de overspelige Batseba niet zou hebben misstaan. Het bloed vloog naar mijn hoofd; ze scheen dat te bespeuren want het puntje van haar spitse tong kwam te voorschijn en streek tergend langzaam langs haar lippen. O, de aanblik van dat puilende vlees onder die keurige hoed…!

Mevrouw, ik ben Gods dienaar, maar ik ben ook een man! Hoe kon ik onbewogen blijven onder deze doelbewuste aanval? Want een aanval was het, een aanslag op mijn, op mijn zedelijkheid, mijn eerbaarheid zou ik zelfs willen zeggen. Ik ben mijn vrouw in al die jaren huwelijk nooit ontrouw geweest; als hun herder moet ik mijn kudde het goede voorbeeld geven en bovendien, hoe zou ik een vrouw die mij zoveel geeft kunnen kwetsen? Maar onder het zinnenprikkelende offensief van die twee… zedeloze kinderen kon ik niet verhinderen dat mijn lichaam eh, reageerde. Daar stond ik, achter het lage altaar, terwijl ik voor iedereen zichtbaar te kampen had met deze… fysieke reactie. De verwondering van de broeders en zusters was bijna voelbaar en ik verbeeldde het me niet dat hier en daar een gemompel door de rijen ging. Natuurlijk gingen die twee duivelskinderen op dat moment weer zitten. Mijn vrouw had nu ook iets gemerkt, want ze keek me met haar onschuldige ogen vragend aan. Een blik die ik niet doorstond, ik moest mijn ogen neerslaan.

Ik weet niet hoe ik het einde van die dienst gehaald heb. Het spreekt vanzelf dat de twee meisjes er weer onberispelijk uitzagen toen ze de kerk verlieten. Ik heb de gewoonte iedereen ten afscheid een hand te geven – wij doen dat ook ter bezegeling van de onderlinge broederschap – en ik kreeg het opnieuw benauwd toen die kleine duivelin van een Yvonne zich aan me voorstelde en daarbij tersluiks met haar nagel in mijn handpalm kriebelde. Ook de anders zo kuise Angelica gedroeg zich anders dan normaal, haar ogen schitterden en een felle blos maakte haar wangen donker, ze hield mijn hand lang vast en maakte een bijna onzichtbare kantelende beweging met haar bekken, tot tweemaal toe zodat ik me niet vergist kan hebben. Die middag heb ik, moet ik toegeven, me tijdens onze middagrust aan mijn echtgenote vergrepen op een manier eh… waar ik me eerlijk gezegd voor schaam.

Maar het zou nog erger worden. Ik had erop gerekend dat het een eenmalig incident zou zijn; Yvonne zou weer naar haar ouders terug zijn en welk spelletje de meisjes ook hadden willen spelen, het zou zich wel niet herhalen. Ach… soms denk ik dat mijn vrouw niet de enige van ons tweeën is die naïef is.

Toevallig had ik me die week door eh, omstandigheden moeten onthouden van gemeenschap en ik schrok dan ook niet weinig toen ik Yvonne opnieuw de kerk binnen zag komen. Aan de blik die ze mij toewierp zag ik al meteen dat ze nog geenszins genoeg had van het spelletje. Misschien kwam het door de lange onthouding, in ieder geval wond haar aanwezigheid me meteen op. Vanzelfsprekend probeerde ik me te beheersen; mensen zijn geen beesten en als dominee heb ik een hogere standaard vol te houden. Ik keek aanvankelijk geen enkele keer hun richting uit, maar het kon zelfs mij niet ontgaan dat de meisjes daar achterin bijzonder onrustig waren. Ze zaten op hetzelfde plekje als de week tevoren, tot mijn spijt was ookAngels oude moeder er. Deze is heel godsdienstig – dat Angel die vreemde kuren niet van huis uit heeft meegekregen is zonneklaar – en is meestal gedurende de hele dienst verzonken in devote overpeinzing. Af en toe zag ik haar zonder haar ogen te openen een hand leggen op die van haar dochter als die al te onrustig werd, maar dat zich iets bijzonder ongebruikelijks afspeelde op die kerkbank ontging haar volkomen. Tot mijn spijt.

Deze keer hielden de meisjes hun kleren aan, maar dat hielp weinig, omdat ze om te beginnen al heel schaars gekleed waren. Angels moeder, ik zei het al, ziet te slecht om daar wat van te hebben kunnen zeggen. Ik had wel wat van de oudere zusters afkeurend zien kijken, maar de meisjes trokken zich daar bitter weinig van aan, en toen ze eenmaal op hun plaatsje achterin zaten, hadden ze van blikken weinig last meer. Bij hun binnenkomst had ik kunnen waarnemen dat ze beiden een rokje droegen, en niet, zoals Angel gewoon was, een rok tot op haar kuiten. Yvonne droeg zelfs iets dat men geloof ik een wikkelrok noemt of zoiets, nu ja, iets met een flap van voren die los over de rest van het kledingstuk viel. Ik zie u kijken, u moet wel denken: hij heeft goed opgelet. Tot mijn gene moet ik bekennen dat ik dat inderdaad gedaan had. Tijdens het schrijven van de preek had ik steeds aan Yvonne moeten denken, en het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de preek deze week het begrip “kuisheid” tot onderwerp had. Dit was een oprechte poging van me mijzélf op het rechte pad te houden…

Mijn oog viel, het heeft geen zin het te ontkennen, telkens opnieuw op hun schaamteloze decolleté en het kon me niet ontgaan dat ze beiden aan heel andere dingen dachten dan aan de eredienst; hun opwinding bleek uit de glinstering in hun ogen, hun vochtige lippen, de eh, erecte staat van hun… nu ja. Van een striptease, of de aanzet daar toe, was deze dienst geen sprake. De meisjes misdroegen zich deze keer veel openlijker, onbeschaamder. Terwijl ze mij voortdurend aanstaarden, betastten ze zich beiden op ronduit onzedelijke wijze. Ik kon niet alles zien, maar soms dwaalde Yvonnes blik af naar de schoot van haar vriendinnetje, en aan haar halfopen mond en haar halfgeloken ogen kon ik aflezen wat zich daar afspeelde. Angel hing meer dan ze zat, ze steunde tegen de rugleuning met haar ene hand buiten mijn gezichtsveld, haar tong gleed steeds langs haar lippen en ik zag haar borst bewegen op een ritme dat… dat ik… nu ja, dat ik zelfs bij mijn vrouw nog nooit had waargenomen maar dat ik toch instinctief herkende. Haar andere hand, met het gezangenboek erin geklemd, streek af en toe quasi-toevallig langs haar borst – ze deed zelfs geen enkele moeite dat te verbergen. En al die tijd keek ze mij aan, alsof ik het voorwerp was van haar zondige verlangens. En ik vermoed achteraf dat dat ook zo was.' Hij strijkt, in een onbewust ijdel gebaar, langs het haar aan zijn slapen. 'Intussen liet de kleine Yvonne zich ook niet onbetuigd. Ze bespeelde mij heel opzettelijk door elke keer als mijn blik op hen viel, haar torso naar voren te drukken en onder mijn blik zag ik dan haar eh, haar eh… tepels stijf worden, alsof alleen mijn blik al voldoende was. Ook haar ene hand was onzichtbaar en haar adem kwam snel en in stoten. Omdat zij tegen de muur zat kon ze zich vrijer bewegen, en ik wist meer dan dat ik zag dat zij haar onderlijf wild op en neer bewoog. Ik weet niet of ik het nog moet uitleggen… die twee zo onschuldig ogende meisjes zaten zich onbeschaamd te bevredigen, met hun blik op mijn, op mijn… nu ja, laat ik het maar rechtuit zeggen: met hun blik op mijn kruis gericht. Ik kon bijna raden welke beestachtige fantasieën zich daar in die twee hoofdjes ontsponnen. Yvonne legde haar gezangenboek af en toe neer om ongegeneerd een vinger in haar mond te steken, die ze met haar tong en lippen bewerkte op zo'n manier dat ik… mijn zelfbeheersing volkomen verloor.

Op een gegeven moment werd ik tot de werkelijkheid teruggeroepen doordat ik een blik op me gericht voelde met een ongewone intensiteit. Het was mijn vrouw, die me zat te fixeren. Zodra ik haar aankeek, draaide ze haar hoofd nadrukkelijk in de richting waarin ik onwillekeurig had staan staren. De twee meisjes zaten er als bij toverslag wonderlijk zedig en devoot bij. Maar ik voelde dat mijn vrouw wel degelijk wist door wie ik zo afgeleid was geweest… want het bleek mij nu zelf ook dat ik totaal niet wist op welk punt van de dienst ik gebleven was. Ik moest steun zoeken bij mijn echtgenote, mijn trouwe toeverlaat, en zij vormde met haar lippen de woorden die ik geacht werd uit te spreken…

Weer nam ik die middag mijn vrouw met een heftigheid die haar, denk ik, minder verbaasde dan wel verwondde. Het was sterker dan ik. Die twee duivelskinderen hadden mijn zinnen tot zulk een hoogte opgezweept, dat ik eenvoudig verlichting moest zoeken – en niet op de meest zachtzinnige wijze.

Zelfs daar bleef het niet bij. Op een woensdagmiddag, toen ik aan het einde van mijn ronde langs de behoeftigen mijn gewone bezoek aan de kerk bracht om in alle rust enkele gebeden na te slaan en aan de Allerhoogste te richten, trof ik de twee meisjes, de eertijds zo rustige Angelica en de verderfelijke Yvonne, op de eerste rij aan. Ze groetten me eerbiedig en deden aanvankelijk alsof ze verzonken waren in gebed. Ik bad een poosje om kracht en ging toen op hen toe: dit was mijn kans om ze hun dwaling te doen inzien en hen zacht te vermanen de kuisheid in acht te nemen, zoals de Heer ons dat geboden heeft.

Ik wendde me eerst tot Yvonne, omdat ik haar als de aanstichtster tot het kwaad zag. Ik knoopte een praatje aan, dat bedoeld was ter kennismaking, en zocht naar een gelegenheid om haar wat strenger aan te pakken. Ik had de kleine Angel even veronachtzaamd, en dat leek ze niet leuk te vinden. Opeens pakte zij onverhoeds mijn hand en legde die… Iegde die…' Emotie maakt dominee Sinester enige tijd het spreken onmogelijk. Dan vermant hij zich en herneemt: 'Ze legde mijn hand zonder aarzelen op haar kleine, nog nooit door een mannenhand beroerde eh, rondingen. Onder mijn vingers sprongen de tepels omhoog, haar lippen gingen van elkaar, ze sloot haar ogen en fluisterde: “Oo…” Alleen dat ene woordje. En dat, mevrouw… Had zij wellustige, zedeloze taal uitgeslagen, dan zou mijn opwinding als sneeuw voor de zon verdwenen zijn en dan had ik de juiste toon wel weten te treffen. Ik zou haar streng hebben toegesproken en mijn kerk hebben uitgezonden. Maar dat kinderlijke, naíeve en toch zo gepassioneerde “Oo…” Misschien moet ik erbij zeggen dat aan de lippen van mijn echtgenote tijdens de geslachtsdaad nooit enig geluid ontsnapt… hoe dan ook, dat ene woordje dreef mij over de rand, tot voorbij de grens van het betamelijke…' Hij haalt diep adem en vouwt zijn handen in zijn schoot, als om iets te verbergen.

'lk ben hier niet trots op. Maar u hebt om de waarheid gevraagd, me een bekentenis afgedwongen en ik ben nu zover gekomen… ik zal u de waarheid vertellen. Het zal u duidelijk zijn dat mijn zelfbeheersing tot het uiterste beproefd werd… tot voorbij het draaglijke, het mogelijke… Want die Yvonne, die dochter van Satan zelf – want het kan niet anders of zij heeft dit alles in gang gezet, het moet aan haar door en door verdorven geest zijn ontsproten – die Yvonne mengde zich op dat moment in de strijd die ik met mijn betere ik voerde, door haar hand brutaalweg te leggen op de plek waar eh, die strijd op zijn hevigst was… En haar aanraking was verre van onschuldig! Een dergelijke verdorvenheid, zulk raffinement had ik bij zo'n jong meisje niet voor mogelijk gehouden. Weer voelde ik het zachte gekras van die brutale nagel, nu door de stof van mijn pantalon heen. Zij wist de gevoeligste stukjes huid feilloos te vinden, en het was duidelijk dat ze geen onbeschreven blad was.

Wat de verzoeking des te duivelser maakte, was de wijze waarop zij mij aankeek: zo onbeschaamd eh… wellustig – wellustig ja, ik weet er geen ander woord voor. Haar eigen opwinding bleek uit de manier waarop haar tongetje naar buiten kwam, de gejaagde ademhaling, haar halfgesloten ogen… en uit de gretigheid waarmee haar handen te werk gingen.

Het duurde – beschamend genoeg, maar in zekere zin toch ook gelukkig – niet lang. Zodra zij het bewijs van mijn falen voelde (dat was trouwens ook maar al te zichtbaar), trok Yvonne zich terug. Zij en haar vriendinnetje keken elkaar aan met een blik die ik niet anders dan triomfantelijk kan noemen, en maakten zich uit de voeten. Ik trok mij terug om me zo goed en zo kwaad als dat ging te reinigen, en wachtte in de kerk tot mijn kleren gedroogd waren. Intussen probeerde ik ook geestelijk met mezelf in het reine te komen. Ik moet zeggen dat dat niet zo gemakkelijk was; eigenlijk is het tot op heden niet gelukt. Want de ware kwelling begon daarna pas. De volgende zondag keek ik zonder het echt te willen naar het plekje waar ik de meisjes verwachtte. Ze waren er niet. De twee plaatsen achteraan bij de muur bleven leeg. Steeds opnieuw werd mijn blik die kant uit getrokken, en telkens opnieuw moest ik constateren dat van de twee afgedwaalde schapen geen spoor was. Misschien zou dat een opluchting hebben moeten zijn, maar zo werkte het helaas niet. Voor mijn geestesoog herhaalde zich alles wat zij hadden uitgehaald, en naarmate mijn fantasie meer op hol sloeg, werden de taferelen losbandiger… Ik probeerde me te beheersen en mijn aandacht tot de eredienst te bepalen, maar hoe harder ik dat probeerde, hoe verhitter mijn verbeeldingskracht raakte.

U vraagt mij naar het rechte pad. U heeft gelijk, ik heb het niet weten te houden. Ik hoef niet te raden wie uw informante is. Sinds het spelletje dat zij met mij hebben gespeeld, ben ik een willoos slachtoffer van mijn eh, seksualiteit. Een speelbal ben ik, een wrak van een man die's avonds voorwendsels zoekt om de echtelijke woning te verlaten. Ik zwerf dan rond het huis waar Yvonne nog steeds logeert, en probeer een glimp op te vangen van de meisjes die hun zedeloze genoegens nu achter gesloten gordijnen najagen. Voor hen is niets heilig; ze betrekken ook de oudere broer, die arme zwakzinnige jongen, in hun spelletjes. Ik weet niet of ze zich ervan bewust zijn dat je van buitenaf kunt zien, of liever raden, wat zich daar in die meisjeskamer afspeelt. Voor mijn geestesoog zie ik hen dan weer hun prille en toch al zo verdorven lichamen aan mij aanbieden en ik hoor Angelica's hese stemmetje: “Ooo… dominee!” Soms, als ik mij in het donker tussen de struiken laat gaan op de golven van mijn verbeelding, denk ik het gordijn even te zien kieren en de schim van een gezicht te zien. Maar ook dat kan het product zijn van mijn overspannen fantasie.

Mijn echtgenote heeft enkele dagen geleden een telefoontje gehad waarover ze mij in haar onschuld vertelde. Een onbekende dame – haar woorden; zelf denk ik niet dat ze met een dame gesproken heeft – vroeg haar of ze wel zeker wist dat haar man van onbesproken zeden was. De anonieme opbelster ging zelfs verder en zei haar voortaan niet meer zo naïef te zijn om rond te bazuinen dat haar man immuun was voor de verlokkingen van het lichaam. En lachend bekende mijn vrouw dat zij dat inderdaad eens in een overmoedige bui had beweerd, op een theevisite bij Angelica's moeder… Met tamelijk veel aplomb had zij toen staande gehouden dat een man, zelfs in onze cultuur, niet overgeleverd hoeft te zijn aan zijn hormonen, en als voorbeeld had zij mij aangehaald. Over het telefoontje haalt zij alleen haar schouders op. Zij accepteert mijn verklaringen over mijn herhaaldelijke afwezigheid zonder enige argwaan. Natuurlijk probeer ik uit de buurt te blijven van dat vermaledijde huis. Maar het is sterker dan ik. Ik moet die jonge lichamen nog eens naakt zien, ik blijf snakken naar die nagels op mijn huid…'

De dominee verbergt zijn gezicht in zijn handen. Ik kan bijna horen hoe hij vecht tegen de fantasieën die zich ook nu weer aan hem opdringen. Een snik ontsnapt hem. Ik sta zachtjes op en verlaat de studeerkamer en het huis. Pas buiten zet ik de cassetterecorder af.

 

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  1 comment for “Twee schapen en een herder

  1. 23 juli 2011 at 11:27

    En ik vind dat eigenlijk wel goed. op zijn minst origineel.

Geef een reactie