Voorbij

Mijn vrouw schrok en wendde onmiddellijk haar hoofd af. Ze had niet verwacht dat de vrouw die ze voor mijn minnares hield en alleen van foto's kende, thuis opgebaard zou liggen in een open kist….

Nog maar twee weken geleden had Roos me gebeld, na twee jaar van diepe stilte: “Ik ben stervende jongen en zou je graag nog een keer willen zien.” Er was haast bij bovendien, want: “…. Het zit al in mijn kop en ik kan iedere dag het bewustzijn verliezen…”

Vechtend tegen mijn tranen was ik de dag daarna afgereisd naar de liefde van mijn leven, bezorgd uitgeleide gedaan door Liesje: “Rij asjeblieft niet als een gek schat!”

.-.-.-.

Onze verhouding was altijd gecompliceerd geweest. Roos en ik waren nog maar 19 toen we verliefd tot in onze tenen halsoverkop naar het gemeentehuis renden om een trouwboekje te halen, tot radeloosheid van alles en iedereen om ons heen, niet in de laatste plaats onze families, die hemel en aarde bewogen om het onheil af te wenden. Tevergeefs, want we hadden de wet aan onze kant. Dan moest het haast wel een ‘moetje' zijn, zong het rond, maar daar was geen sprake van. Helaas, voeg ik er nu aan toe, want precies dát zou uiteindelijk het breekpunt worden. We doken onder ergens driehoog achter in Amsterdam, ver weg van iedereen, neukten de sterren van de hemel en waren immens gelukkig, zó gelukkig dat we, ondanks onze jeugdige leeftijd, niets liever wilden dan een kind, maar dat werd ons onthouden. Er kwamen onderzoeken aan te pas, die niets opleverden, en we namen zelfs vergeefs onze toevlucht tot KI.

In die tijd zat ik in militaire dienst. De dienstplicht bestond nog en ik was alleen in het weekend thuis, nog een voorrecht trouwens, want de andere jongens hadden alleen om de twee weken weekendverlof. Ik had het aan mijn ‘huwelijkse staat' te danken; onnodig te zeggen dat ik ook in dat opzicht een buitenbeentje was. Mijn slapie Martin werd mijn beste vriend en ik nam hem tijdens een weekend een keer mee naar ons huis. Het klikte met Roos en zo werd het een gewoonte: een keer per twee weken had ze twee dagen én nachten lang twee mannen in huis, een klein huis, dus hoe het ooit mogelijk was dat…

Ze vertelde het me zelf, op een rustige manier, in het daarop volgende weekend dat ik weer alleen met haar was. Een foutje noemde ze het. Ik was totaal van de wereld, begreep ook niet wanneer dat gebeurd kón zijn, maar daar liet ze niets over los. De week daarop kreeg ik tien dagen verzwaard arrest omdat ik mijn beste vriend met een bajonet had bedreigd. Geen weekendverlof dus en hij wel. Het zou toch niet bestaan dat hij het lef had om alleen naar Roos te gaan? Die gedachte maakte me knettergek en op zaterdagnacht viel ik de sergeant van de wacht aan, in een poging uit te breken. Het idee dat Martin op dat moment met Roos aan het naaien was, was zo onverdraaglijk dat ik er alles voor over had om te proberen thuis te komen. Het gevolg was desastreus. Drie dagen later stond ik voor de krijgsraad en werd veroordeeld tot drie maanden Nieuwersluis. Na het uitdienen van die straf was mijn leven een ruïne geworden. Hoewel Roos me tijdens mijn detentie twee keer had mogen bezoeken, had ze me daar niet durven vertellen wat ik nu wel te horen kreeg: ze was in verwachting en Martin, die zijn verantwoordelijkheid niet wilde ontlopen, was al bij haar ingetrokken. Het kind ging voor alles en hoewel ik in mijn radeloosheid meer dan bereid was het kind als het mijne te beschouwen, was het daarvoor te laat. Het was een heel emotioneel gesprek, waarbij Martin zich wijselijk niet liet zien, maar dat onverbiddelijk eindigde met mijn spullen pakken en wegwezen, terwijl we allebei jankten als kleine kinderen.

Kort daarop verhuisde Roos met Martin naar Middelburg. Er gingen drie jaar voorbij waarin ik niets meer van haar vernam en in die tijd ontmoette ik een andere vrouw, die tot mijn verbijstering wel binnen de kortste keren zwanger van me werd. Ook ik ontliep mijn verantwoordelijkheid niet en zo werd ik op 24-jarige leeftijd vader van een wolk van een meid.

Mijn relatie met Liesje was van heel andere aard. Ze was een echte spring-in-het-veld, goedlachs, vrolijk en heel ‘gemakkelijk' in de omgang, maar veel te vroeg, op 20-jarige leeftijd, al moeder. Onze verliefdheid was een bevlieging geweest, maar we waren nu eenmaal tot elkaar veroordeeld en maakten er het beste van. Mijn grote liefde was Roos, dat wist ze, en haar grote liefde, ach, die had ze eigenlijk niet. Ze dartelde graag van de een naar de ander en we lieten elkaar wat dat betreft vrij…

Op een avond in mei ging de telefoon. Het was…. Roos. Ze had gehoord van mijn vaderschap en begon me daarmee uitbundig te feliciteren. Ik wist niet wat me overkwam en stotterde en hakkelde wat, terwijl Liesje verbaasd toekeek.

“R o o s”, gaf ik geluidloos met mijn lippen aan.

“Roos?”, vroeg ze verrast en stond op. “Geef mij eens!”

Mijn mond viel open van verbazing.

“Wat is er?”, toeterde mijn alles in de hoorn.

“Liesje…”, hoestte ik moeilijk. “Mijn vrouw…, ze wil je spreken…”

“O…” Het klonk niet verbaasd, meer als een bevestiging dat ze het begreep. “Nou, geef haar maar dan…”

Ik ging verbluft verzitten en zat het komende halfuur volkomen sprakeloos te luisteren naar het vrolijke gekwetter van ‘mijn twee vrouwen'. Alsof ze al jarenlang vriendinnen waren, wisselden ze allerlei persoonlijke informatie uit. En zo kreeg ik op deze merkwaardige manier te horen dat Martin op de wilde vaart zat en maar één keer in de drie maanden een week thuis was en dat Roos nóg een kindje had gebaard. Een jongen én een meisje had ze nu, Martin jr., o gruwel, en Mireille. Ze hadden besloten alle kinderen die ze ooit zouden krijgen een voornaam te geven die begon met M.; dat vond Martin zo leuk…

Het ging maar door en door en door, het duizelde me, maar pas bij de laatste woorden verloor ik definitief mijn adem.

“Dus je zit maar zo'n beetje alleen in Middelburg?”, koerde Liesje. “Zal ik vragen of Eric bij je langs komt? Kunnen jullie een beetje bijpraten…”

“….”

“Nou vrijdagavond bijvoorbeeld….”

“….”

“Ja, het is een eind rijden, maar je hebt toch wel een béd voor hem?”

“….”

“Welnee! Hij mag best een nachtje overblijven hoor!”

En met die woorden drukte ze de hoorn weer in mijn hand.

Wist Roos veel dat Liesje regelmatig een nachtje op stap ging, dat ik dan op de kleine paste en dat dit haar manier was om iets terug te doen. Door de telefoon kon ik dat natuurlijk ook niet vertellen, dat deed ik pas op die gedenkwaardige vrijdagavond dat ik naar Middelburg was afgereisd. We hadden samen gegeten, samen haar kinderen naar bed gebracht en zaten op de bank, waar alles los kwam wat ons jaren had achtervolgd.

“Ik hou van je en zal dat altijd blijven doen”, zei ze aan het eind van die avond. “Maar ik ga niét met je naar bed, al begrijp ik dat je dat van Liesje best zou mogen…”

Ze legde een hand op mijn protesterende mond en schudde haar hoofd. “Ik heb het één keer gedaan”, fluisterde ze. “Met déze gevolgen…. Dat wil ik niet nóg een keer op mijn geweten hebben.”

En zo werd ik verbannen naar de logeerkamer, waar ik geen oog dicht deed en tegen beter weten in wachtte op een deur die stiekem open zou gaan.

De andere dag, tegen het eind van de ochtend, reed ik met bloedend hart terug naar Amsterdam. Natuurlijk was Liesje ervan overtuigd dat ik met Roos in één bed had gelegen, maar ze vroeg er niet naar en ik had ook geen behoefte om haar de waarheid te vertellen. De weken die volgden gingen in een roes voorbij. Ik had Roos teruggevonden en hoewel ze elke hoop dat het ooit weer iets méér zou kunnen worden meteen de grond had ingeboord, was ik opnieuw stapel-, knetterverliefd. Toen Liesje na twee weken langs haar neus weg vroeg of ik geen zin had om weer naar Middelburg af te reizen, hoefde ik dan ook geen seconde na te denken.

Na de tweede keer volgde een derde en daarna werd het gewoonte dat ik minimaal één keer per maand een nacht bij mijn grootste schat doorbracht, en ja: altijd in dat verdomde logeerkamertje. Nog één of twee keer had ik een vruchteloze poging ondernomen om haar te verleiden, maar het was nee en het bleef nee. Een kusje op mijn wang kon ik krijgen en we gingen op zaterdagmorgen gearmd boodschappen doen. Dat was het enige lichamelijke contact dat er was en… ik nam er genoegen mee. Onze liefde was van een hoger niveau, zei ze steeds. Intussen groeiden de kinderen op en begonnen me oom Eric te noemen. Ze reden paardje op mijn knie, ik las ze voor en speelde met ze, zoals met mijn eigen dochter.

En Martin dan?, zul je denken. Wist die van niks? O ja hoor. Roos kende geen geheimen, voor niemand, en dus had ze ook Martin verteld van mijn bezoekjes. “Hij vertrouwt me”, zei ze simpelweg, en daar had hij helaas ook alle reden toe…

Er kwam een derde kind, Marco, en groen van jaloezie moest ik de verpleegster in het ziekenhuis terechtwijzen toen ze dacht dat het de vader was die midden in de nacht kwam aangestormd. Ja, dát wel: ik was er eerder bij dan Martin, die met een vliegtuig uit Zuid-Afrika moest worden overgevlogen omdat de weeën meer dan twee weken eerder waren gekomen dan verwacht, maar dat was dan ook het enige waarin ik hem verslagen had. De hufter!

Na die bevalling veranderde er iets. Martin jr. en Mireille waren inmiddels 9 en 8 en begonnen soms wijsneuzige vragen te stellen aan oom Eric. Waarom ik altijd alléén kwam en nooit met die geheimzinnige vrouw op de achtergrond, die ze weliswaar tante Liesje noemden, maar nooit hadden gezien. En ik had toch ook een kindje? Kon ik dat niet eens meebrengen om te spelen? Waarom kwam ik eigenlijk nooit als papa thuis was? En dat kleine slaapkamertje waarin ik altijd sliep, waarom sliep ik niet gewoon bij mama? Dat bed was toch groot genoeg? Die laatste vraag kwam van Mireille en Martin jr. had daarop meteen een pasklaar antwoord: “Dat mag natuurlijk niet van papa, hè mam?” Het antwoord dat Roos daarop gaf was ongewoon snibbig: “Daar heeft je vader niks mee te maken!” Ik was net zo verbijsterd als de kinderen. Roos zou Martin nooit afvallen, niet tegenover mij, maar zeker niet tegenover haar kinderen. Het was het eerste teken dat erop wees dat er iets aan de hand was, maar het duurde nog weken voordat ze het me vertelde.

Ja, die zeelui, die altijd maar van huis waren. Ze was niet gek, ze snapte heus wel dat die in vreemde havens wel eens van bil gingen. En dat kon ze nog begrijpen ook: als je per slot van rekening máánden alleen bent… “En jij dan!?”, riep ik er op dat moment vertwijfeld tussendoor, maar daar ging ze nauwelijks op in. “Mannen zijn nu eenmaal anders”, haalde ze haar schouders op. Ze had het dus altijd met de mantel der liefde bedekt, maar nu was ze erachter gekomen dat Martin jr, Mireille en Marco nog ergens een halfzusje hadden rondlopen en dat Martin dat meisje en haar moeder ook onderhield. “Wat natuurlijk goed is”, voegde ze er in haar onmetelijke vergevingsgezindheid aan toe. “Want stel je voor dat hij ze had laten barsten, dat zou helemaal verschrikkelijk zijn!” Maar het had haar wel geknákt, er was een kilte in haar hart gekomen en ze vroeg zich af of die wond ooit nog zou helen.

Onvoorstelbaar. Na al die jaren leek zich toch een kentering voor te doen en ik rook meteen een kans. Ik begon voorzichtig de poten onder Martins stoel vandaan te zagen door te herinneren aan die keer, alweer zo lang geleden, dat hij zijn beste vriend had besodemieterd, aan de tijd dat hij misbruik had gemaakt van mijn afwezigheid door zich nog meer in de gunsten van mijn vrouw te wringen en….

Roos onderbrak me door een hand op mijn arm te leggen. “Daar waren er twee voor nodig”, zei ze zacht. “Dat weet je toch?”

Eigenlijk wist ik daar niet eens zo heel veel van en de vraag lag al op mijn lippen, maar ook die wist ze weer te voorkomen. “Laten we het daar niet over hebben”, waarschuwde ze: “Het zou alles weer kapot kunnen maken.”

Dus ik hield mijn smoel, met moeite. Was er dan zelfs nú geen enkele hoop meer?

Roos kende me zo goed, dat ze zelfs mijn gedachten kon lezen. “Jij schijnt nogal gemakkelijk te vergeten dat je ook getrouwd bent”, merkte ze op. “Je hebt een dochtertje, hoe oud is ze, 8? Wil je dat allemaal zomaar aan de kant schuiven?” Ze kneep in mijn arm, op zo'n afschuwelijk lieve manier dat de tranen in mijn ogen sprongen. “Ik in ieder geval niet, lieverd, en dat zou jij ook niet moeten willen…”

“Mijn huwelijk is niets waard”, protesteerde ik. “Dat wéét je…”

Ze draaide zich naar me toe, haar lieve gezichtje op een luttel aantal centimeters van mijn verhitte bakkes. O mijn god, ik pak je, ik pák je!, dreunde het door mijn hersens. Ze zág het en ik had de indruk, heel even, dat het kón, dat ze het ook wilde. Maar ik durfde niet en het ging voorbij. Toen vernauwden zich plotseling haar ogen en ze fluisterde: “Eric, weet je wat wel kunnen doen?”

“Nee, wát?”, schreeuwde ik haast van verlangen.

“Wachten tot de kinderen het huis uit zijn”, glimlachte ze. “En als je dan nog wilt, en ik ook…?”

Het leek wel of iemand me met een boksbeugel had geraakt. “Wachten tot de kinderen het huis uit zijn?”, wauwelde ik. “Dat kan nog wel twintig jaar duren!”

Ze kuste me op mijn wang. “Nou en? Het blijft toch iets om naar uit te kijken?”

En dat was dat. En hoe krankzinnig het ook klinkt: ik reed de andere dag zingend en fluitend naar huis, alsof ik haar al had!

Iedere keer dat ik daarna op weekendbezoek ging, begon ik erover. Ik had uitgerekend in dagen hoe lang het maximaal nog zou kunnen duren en iedere keer moest ze erom lachen, maar wist wel precies hoeveel dagen er weer vanaf waren gegaan sinds de laatste keer!

En toen kwam die keer, ruim drie jaar later, die tot het eind van mijn leven in mijn geheugen gegrift zal blijven als het meest bizarre en bijzondere dat ik heb mogen meemaken.

De kinderen waren naar bed, we hadden ons aftelspelletje weer gespeeld en we zaten genoeglijk intiem op de bank.

“Weet je Eric”, zei ze plotseling. “Het gaat eigenlijk best weer goed tussen Martin en mij…”

Ik voelde me leeglopen als een lekke bal. “Wát zeg je?”

“Ja”. Haar stem bibberde, dat ontging me niet. “Die vrouw over wie ik je vertelde, met dat kindje…. Ze heeft een andere man gevonden, en dat schijnt best goed te gaan….”

Alle ankers die ik in dit, mijn tweede huis, had geslagen leken op drift te raken. “Nou en!?”, bracht ik radeloos uit. “En is dan alles ineens weer goed? En onze afspraak dan!?”

Wat klonk dat ineens onnozel: een afspraak die zich uitstrekte over een termijn van twintig jaar, waarvan er nu drie verstreken waren. Over puberachtige onzin gesproken!

Maar opnieuw sneed ze me de pas af: “Ik ken onze afspraak. Denk je dat ik me daaraan wil onttrekken?”

“Maar what the fuck?”

“Niet gaan schelden”, zei ze haastig. “Anders durf ik niet meer…”

“In 's hemelsnaam Roos, wat bedoel je dáár nou weer mee!?”

Ineens was zij het die het op haar zenuwen leek te hebben. “Laten we eerst nog wat drinken”, zei ze geagiteerd. “Jij nog een pilsje?” En ze liep meteen de kamer uit, mij totaal verbijsterd achterlatend.

Wat hierna volgt is honderd procent de waarheid. Dit hele verhaal is honderd procent de waarheid, op wat namen na van mensen die hieronder niet mogen lijden. Het lijkt idioot, krankzinnig, buiten alle werkelijkheid, en zo scheen het me ook toe toen ze nerveus weer naast me was komen zitten en haar verhaal deed.

“Nou ja, het is dus zo… In de tijd die we nog te gaan hebben, nee, ik vergeet onze afspraak niet!, in die tijd moeten we er maar het beste van maken, voor de kinderen? Hoe dan ook…, hij is van die vrouw af enne…. hij heeft beloofd dat niet meer te zullen doen….” Ik snoof van ongeloof en ze vervolgde ongemakkelijk: “Ja, weet ik…, maar structureel dus eigenlijk…, dat hij dát in ieder geval niet meer doet. En nou had ik gedacht….”

Er welden tranen in haar ogen en ik smolt helemaal weg. “Wat nou, wat nou…”, suste ik en sloeg een arm om haar heen. “Zeg het maar, zeg het maar…”

“Wil je een paar foto's van me maken?”, snikte ze.

Ik had alles verwacht, maar dat niet, en ik dacht aanvankelijk dat ik haar tussen haar gesnik door niet goed had verstaan.

“Een paar auto's maken?”, vroeg ik voor alle zekerheid.

“Foto's!”, siste ze en schudde mijn arm van haar af. “En maak me niet belachelijk asjeblieft!”

Dus toch….. foto's.

Ik deed er het zwijgen toe, want wat zich in mijn brein afspeelde was te gek voor woorden. Ze wilde foto's, maar niet van haar en de kinderen, want die lagen op bed. Ze wilde foto's van zichzelf en ik moest ze maken. Ze had het over Martin gehad en zeelui die vreemd gingen, omdat ze altijd zo alleen waren. En nu foto's: foto's, zeelui, vreemdgaan, neuken… niet neuken, foto's…, hut, kut… zeeman, hut…, zeeman kut… aftrekken…!

“Erotische foto's bedoel je”, vroeg ik met mijn verstand op nul. “Voor op zee?”

Ze knikte en giechelde: “Denk je dat ik er nog een bietje gèf op kan?” Roos kwam van oorsprong uit de Peel. Je hoorde het zelden, maar als ze zenuwachtig was, en dát was ze, verloochende haar geboortegrond zich nooit.

“Geef maar hier die camera”, zei ik schor.

Stel je voor: ik maakte erotische foto's van mijn eerste vrouw, die bedoeld waren voor haar tweede man, zodat hij zich op de woeste baren kon afrukken bij wat hij te zien kreeg van wat ik had gemaakt, tenminste…

“Weet Martin dat ik die foto's maak?', vroeg ik zo cool mogelijk, terwijl ik het apparaat bestudeerde.

“Wie zou ze anders gemaakt moeten hebben?”, was haar weerwoord, terwijl ze zich op de stoel voor me in gereedheid bracht.

Juist ja…

Martin was niet helemaal op zijn achterhoofd gevallen. Hij mocht Roos dan wel vertrouwen, maar als zijn vrouw zónder hem voor mijn camera poseerde en hij kreeg die foto's te zien…. Mijn uur der wrake was daar!

“Zeg het maar hoor Eric”, giechelde ze nerveus. “Wat moet ik doen?”

Ik zag na die vele, vele jaren de borsten van mijn vrouw. Eerst één, de linker, toen de ander. “Ik ben geen twintig meer”, zei ze verontschuldigend, maar ze waren mooier dan ooit. Ik klikte ze tientallen keren. Wat een zegen, die digitale camera's!

Ik was de baas. Ze deed alles voor me. Draai je eens om! Meteen! Licht je been eens op! Direct!

“Doe nou je jurk maar uit…”, commandeerde ik, dof van tien jaar ingehouden geilheid.

“Wat…, waarom?', wierp ze zwakjes tegen, maar haar vingers gingen al naar haar schouderbandjes.

Uiteindelijk was ze naakt, en zonder tegenstribbelen. Ik klikte haar van alle kanten, totdat het helemaal over en uit was, gaf de memory stick aan.

“De kaart is vol…”, zei ik schor.

“En nu?”, vroeg ze kwasi-verlegen. “Wil je dat ik zo blijf?”

O mijn Roos, mijn roos, mijn roosje. Wat hebben we elkaar liefgehad die nacht. Alsof we wisten dat het nooit meer zou gebeuren….

De andere ochtend, vlak voordat ik weg zou gaan, stopte Roos een aan alle kanten in papier en karton verpakt pakje in mijn hand. “Hier”, fluisterde ze in mijn oor. “En thuis pas openmaken hoor!”

Net iets voor mij! Op de eerste de beste parkeerplaats ná Middelburg maakte ik begerig het pakje open. Het was de digitale camera, met een briefje: “Je dacht toch zeker niet….?” En aan de andere kant een cijfer: exact het cijfer waarop we gisteren waren uitgekomen, maar netjes met aftrek van de sindsdien verlopen uren….

Het zou zeven jaar duren voordat ik Roos weer zou zien. Ach ja, zeelui komen soms blijvend aan wal… Ik had een vaag vermoeden en dat bleek juist, maar het was weer een intermediair die het me moest vertellen. “Schat, Roos heeft net gebeld, en weet je wat ze zei… O, ik vind het zo erg voor je…”

Daarna waren er alleen nog telefonische contacten, als er verjaardagen waren en dat soort gelegenheden. De laatste twee jaar ook dat niet meer. Het deed niets af aan mijn rotsvaste vertrouwen dat de afspraak gestand zou worden gedaan, tot twee weken geleden dus…

.-.-.-.

Roos lag op bed in de kamer, met haar kinderen om zich heen. Martin jr., Mireille en Marco sprongen op me af alsof ik hun vader was. Het werd een middag die aan niets deed denken aan een naderend afscheid, waarin we herinneringen ophaalden en nieuwtjes uitwisselden. Een pijnlijk nieuwtje ook: Martin sr. was al twee jaar uit het huis verbannen en was niet eens welkom aan het ziekbed van zijn vrouw. Mijn hart kromp samen. Wat was er gebeurd en waarom wist ik hier niet van? Dit was echter niet de dag om ernaar te vragen, met de kinderen erbij. “Ik kom gauw terug”, beloofde ik haar toen ik met een innige knuffel afscheid. “Ik denk het niet…”, was haar berustende antwoord.

En zo was het ook. Drie dagen later raakte ze in coma en na nog een week was het voorbij.

Een huilende Mireille aan de telefoon vertelde ons het schokkende nieuws. En dit keer zouden ze dan eindelijk tante Liesje zien, want die stond erop mee te gaan naar de begrafenis.

Mijn lieve, begrijpende Liesje. Het moet haar wat hebben gedaan dat de kinderen van Roos opnieuw om me heen dromden alsof ik hun vader was. Thuis opgebaard, het was ook voor mij een schok mijn lief zo stil en wasbleek te zien liggen. Martin schitterde opnieuw door afwezigheid. Ik kreeg de eer samen met Martin jr., Mireille en een vriendin van Roos de kist naar de begraafplaats te dragen. Daar zag ik, in een mist van tranen, mijn oude dienstmakker voor de ingang staan. Ik zou hem niet meer hebben herkend. Op de begraafplaats was hij niet welkom. Met een handjevol mensen namen we afscheid van de spil van mijn leven. Ik wist precies hoeveel dagen het nog zou hebben geduurd als…

De laatste schok die ik te verwerken kreeg kwam na afloop, toen we zwijgend en overmand door verdriet het kerkhof af liepen. Martin strompelde onhandig op me af en stak me zijn hand toe. “Gecondoleerd jongen”, zei hij met gebroken stem.

“Wie was dat?”, vroeg Liesje nieuwsgierig en haakte in mijn arm.

Ik schudde mijn hoofd. “Kom, we gaan naar huis”, zei ik, stikkend in mijn tranen.

Voor Roos, die kwam en ging op 24 april.

© Oldtimer

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  8 comments for “Voorbij

  1. 27 april 2008 at 00:52

    Werkelijk heel bijzonder.

  2. WB
    28 april 2008 at 09:47

    Bizar? Absurd? Irreeel? Fantasie of toch werkelijkheid? Allerlei kwalificaties schieten me te binnen maar de kern van de zaak is dat ik de vochtigheidsgraad niet als 'hoog' ervaar. Met de stijl is verder niets mis.

  3. 28 april 2008 at 16:28

    Hier heb ik echt even voor moeten zitten. Zo'n ontroerend 'testament' bijna heeft me diep geraakt. Nee, de erotiek druipt er niet af, maar ik geloof Oldtimer als hij zegt dat dit waar is gebeurd. Zoiets verzin je niet voor de lol.

  4. 28 april 2008 at 17:14

    jeetje,dat is dan wel niet zo erotisch meer WEL HEFTIG.

  5. 28 april 2008 at 17:43

    Kippevel!! Zo onwaarschijnlijk moet wel waar zijn, klasse oldtimer

  6. 30 april 2008 at 10:29

    Erotica wil ik het niet noemen, maar de klasse van het verhaal is er niet minder om. 3*** en applaus.

  7. 30 april 2008 at 12:53

    Wat een verhaal! Hiervan lopen de rillingen om heel andere redenen over mijn rug. Juist het ontbreken van elk melodrama, wat hier een geniepige valkuil zou kunnen zijn, maakt het heel geloofwaardig.

  8. 2 mei 2008 at 14:48

    Een ontroerend relaas, sterk geschreven.

Geef een reactie