Vriendin en Feeks

Je slaat je benen om elkaar, valskuizig.
Je rekt je uit en gaapt, haast zeker wetend dat
Je lijf, je geur de eeuwigheid zal raken,
Jouw licht zal blijven zind’ren op mijn pad. 

Gevloekte zelfvoldaanheid in jouw denken;
Gevloekt-geliefd, daar om draait je bestaan.
Je sprankelende vlees treft ieders wezen
En jij beslist hoe het hen zal vergaan.

Nee, waternymfjes heb je echt niet nodig
Om hem of haar te vangen in je fuik;
Vanuit het duister hoef je niet te komen,
Van ’t ongenaakbaar licht maak je gebruik.

Je werpt je draden en de prooi die weet het,
Laat krols omkrullen in begerigheid,
Doet smachtend happen naar jouw tinteltepels,
Toch niet bewust dat jij alvast gespreid

De lust beleeft die nog beleefd moet worden.
De tong die kromt en spitst naar ’t vochtig donzig nest
Weet niet waarnaar jouw geest al is gevlogen,
Vermoedt bij lange na niet wat nog rest.

Je draait je rond en neemt dan in extase
Wat willig aan je bonzend lichaam gleed.
De feeks in jou weet dan van geen genade;
Vileine wapens zijn gescherpt, gereed.

Het lonkt, het kleeft, het spettert van begeerte
Wanneer je mond zich opent; dan jouw schoot
bedruipt, omvat, doordringt met trage halen
En onderwerpt aan al jouw sidd’rend bloot.

En hijgend komt het dan tot overgave,
Niet als het hem of haar, maar als het jou uitkomt.
Je pompt en zuigt totdat de laatste lusten,
Gekreun en zacht gerochel zijn verstomd.

De stilte die dan volgt is nog het meeste
Waarnaar het hart in mij naar jou weer smacht;
Lang uitgestelde tederheid het mooiste
Gevoel dat ik m’n leven heb verwacht.

Je slaat je benen om elkaar, valskuizig.
Je rekt je uit en gaapt, haast zekerwetend dat
Je lijf, je geur de eeuwigheid zal raken,
Jouw licht zal blijven zind’ren op mijn pad.

© Muriël

 

Post navigation

Gerelateerde verhalen

Geef een reactie