Welkom thuis

Vandaag zie ik je weer, voor het eerst in maanden. Midden in een spannende verkenning van spel en overgave verdween je, op zoek naar jezelf en weer grond onder je voeten. Al die tijd was het alsof je nooit bestaan had, mijn sporadische mails bleven zonder antwoord. Tot ik je vorige week schreef: ‘Vrijdag ben ik in je stad, Malpertuis speelt Gloed, de zetel naast mij is vrij.’ Welgeteld acht woorden kwamen retour: ‘Ik zal er zijn, ik heb wel zin.’

Als je de lobby van de schouwburg binnenwandelt, is je rok het eerste wat me opvalt. Jij draagt nooit rokken, …tenzij ik het je vroeg voor ons spel. Het verrast me, is dit een teken of niet? Nu, verwacht niet dat ik er zomaar een opmerking zal over maken. Ik zal er wel achter komen, mocht het toevallig niet toevallig zijn.

Na de voorstelling praten we nog wat over koetjes en kalfjes, jij neemt een Rochefort, ik een Leffe. Je hebt je ongedwongen vrolijkheid meegebracht. Zo heb ik je graag. Al snel breng je het onderwerp zelf op je rok. Een beetje vrouwelijke ijdelheid, het mag altijd.
“Hoe vind je hem? Het was wel koud aan mijn benen daarstraks, het stukje van bij me thuis tot hier…” – wel wel, je bent dus te voet – “maar ik heb hem vorig weekend gekocht en hij hing te wachten op het juiste moment om hem aan te doen.”
“Je hebt je moment goed gekozen. Je bent er mooi in. Je weet goed genoeg dat ik je graag met een rok zie… soms.”
Dat laatste woord zocht je, een ‘oei betrapt’-lachje licht even op. Later gooi je weer wat aas, als je me laat verstaan dat je kinderen tot morgenavond het huis uit zijn.
“Leuk voor je, dan kan je alles doen wat je niet laten kan.”
“Dat was ik ook van plan.”
“Ik kan het me zo voor mijn ogen halen.”
Een antwoord waar jij alle kanten mee uit kan. Wat er in mijn hoofd rijpt, moet je niet weten, nog niet. Snel naar een ander onderwerp. Tijd laten voorbijglijden, je op je honger laten zitten.

Het is tegen twaalven, de bar van de schouwburg is zo goed als leeggelopen en de barman maakt meer dan aanstalten om de keet te sluiten.
“Zullen we? Zet ik je thuis af?”
“Als je dat zou willen.”
Hoewel er twee wagens verder plaats is, zet ik me dubbel naast de geparkeerde wagens, ik leg de motor niet af. Een spel speel je nu eenmaal zoals het hoort, vol mist en nevelsluiers. Je zoekt naar je sleutels.
“Kom je de 27de naar Sien Eggers?”
“Ja, kom ik je halen?”
“Doe maar, het was leuk je weer te zien.” Je buigt je naar me toe voor een afscheidszoen.
“Mag ik je sleutels?”
Je zegt niks, maar je lijfje reageert, het stopt.
“Dan mag je voor je deur wachten. Je weet hoe…”
Je legt je sleutels in mijn uitgestoken hand en stapt uit. Ik parkeer me, jij wacht voor je deur, je handen op je rug, het teken van je overgave. Ik ga je voor naar binnen, je volgt, draait je half om. Om de deur achter je te sluiten. Ik druk je tegen de deur. Wie nu passeert, ziet de afdruk van je wang en je oor, van je handpalmen en je borstkas door het matglas. Ik sjor je rok omhoog en schuif mijn hand langs achter tussen je benen en je schaamlippen. Mestnat, ik wist het wel. Zonder verdere plichtplegingen begin ik je te vingeren.
“Wel, bronstig beestje, is het dit wat je wil?”
“Ja, pak me gewoon, nu.”
“Zo hevig om klaar te komen?”
“O ja, laat me komen.”
Ik vinger je verder. Kreunen kronkelen door matglas en deinen uit over de stoep.
“Zou je wel willen, he?”
Ik trek mijn hand terug. Glijd over je rug naar je nek.
“Komen zal je, lekker hete brok, twijfel daar maar niet aan. Ga je je speelkoffertje halen en maak je je tafel leeg?”
Ik draai je hoofd, kus je diep en wild.

Jij neemt de trap om je koffertje te halen, ik loop langs je keuken. Zie een komkommer, maar laat hem liggen, grits wel een visspaan van je rek, rommel even door je diepvries en kies voor het pak friet. De living in, het voetenbankje bijtrekken,de spullen er achter, uit je zicht. Het spaan op de frieten: kan het lekker koelen. Ik zet me op mijn troon, twee meter voor je tafel. Je stappen zijn al in de gang. Je komt binnen met het koffertje in je twee handen.
“Leg het voor mijn voeten en doe het open.”
Je draait de cijfersloten en klikt het deksel omhoog. Je haalt je traditionele rommeltje van je tafel, ik je blinddoek en twee wasspelden uit je koffer.
“Kom je voor de tafel staan met je rug naar mij. Doe je bloes los…”
Ik weet dat je geen beha meer draagt, die heb je boven gelaten. Je neigt je gewillig tegen mijn borstkas als je me achter je voelt. En glijdt in je vertrouwde duister als de blinddoek voor je ogen schuift. Ik open de panden van je bloesje en streel zacht je borsten, lieflijk naar je tepels toe. Ze even rollen volstaat. Jij wacht op de eerste speld, links, altijd eerst links, dan pas rechts. Als een wekkertje draai ik ze een halve slag op, je drukt je hoofd tegen mijn sleutelbeen. Ik geef ze nog een kwartje extra. Je adem speelt als wind door een nauwe spleet. De spelden schieten terug naar hun beginpositie. Nog even hetzelfde, maar in wijzerzin.

Nu dalen mijn handen naar je liezen, met hun zijkanten langs je schaamlippen, onder je rok, onder de zijkanten van je string. Ik zak door mijn knieën en stroop je string af.
“Zet je op handen op de tafel… En kruip er nu bovenop, op handen en voeten, je billen in de lucht.”
Ik streel de binnenkant van je billen door je rok en ga weer op mijn bankje zitten.
“Doe je je rok langzaam omhoog?”
Je schuift tergend traag je rok over je billen. Daar zit je, als een standbeeld op een sokkel, blanke billen boven je zwarte kousen. Daar hou ik van, van je zo te zien: open en bloot, toegankelijk, tentoongesteld. Dan ben je mooi, erg mooi. Ik wordt er bloedheet van, elke keer opnieuw.
‘Je bent mooi, meisje, erg mooi.”

Rustig kleed ik me uit, geen seconde verlies ik je billen uit het oog. Even streel ik mijn penis.
“Laat je me zien hoe nat je kutje is?”
Je spreidt je lippen met je twee handen. Dieproze en blinkend. Ik vis je plug en het glijmiddel uit je koffertje en kom achter je staan. Met mijn vinger ga ik tussen je handen naar je knopje, bespeel het even. Het bevalt je 100 procent.
‘Ja, hijg maar, word maar bloedheet.”
Mijn vinger gaat langs je kutje, vol door je geil, recht je kontje in. Je kreunt diep. Je zat er op te wachten. Ik druppel glijmiddel tussen je billen. Eén vinger worden er twee, twee worden er drie. Je ontvangt ze gretig. Je geniet als de pest. Terwijl ik mijn vingers terugtrek: “Wil je echt vol zitten, tot je randje gevuld?”
Je hoeft niks te zeggen, ik ken je antwoord. Ik duw de plug in een keer naar binnen, je uit een klank vol van net niet openscheurend genot. Ik haal hem, voor ik hem laat zitten, nog enkele keren in en uit, langzaam. Het subtiele spel met je sluitspier, het beestjes-onder-je-velgevoel van de uitdrijving, honderden genotsrimpeltjes langs de terugtrekkende plug… Je wordt er lekker zwevend geil van..
“Ik heb nog iets voor je, uit je keuken.”
Mijn hand glijdt tussen je benen, speelt met je lippen, je knopje en je grotje. Ze hitst je op en spreidt je lippen. Je grotje ligt open, je wacht op je komkommer, je tweede vulling. En ik? Ik neem het visspaan omgekeerd vast en druk het koude metaal van de steel tussen je oververhitte lippen. Het onverwachte intense contrast snijdt je de adem af en flitst je geilheid drie verdiepingen hoger… Ik wissel en laat het spaan over je billen glijden.
“Weet je wat ik denk? Zo’n visgraatmotiefje op je billen, dat zou erg mooi zijn. Wat vind je, vijftien langs elke kant omdat het zo lang geleden is? Jij mag de stand bijhouden.”
Je billen spannen zich al verwachtingsvol voor de eerste pets.
‘Niet te snel,” terwijl ik je billen even streel en zoen, “je bent er nog niet helemaal klaar voor.”
Mijn twee handen glijden naar je tepelknijpers en knippen ze gelijktijdig open. Je bloedt stuwt weer, honderden naaldjes prikken, je zucht je pijnscheut onder controle. Ik schuif de zak friet onder je bungelende borsten.
“Laat je borsten zakken.”
De vrieskou doet je nog tintelende tepels knallen. In een schrikreflex trek je ze terug, even bekomen. Je laat ze weer zakken… wat langer en weer weg. Een ballet van ijstepels, een spel tussen prikkelpijn en koud, verschrikkelijk koud. Je mag zelf je verdere ritme bepalen, voor mij is het tijd. Tijd voor tikken.

Echt zachtzinnig ben ik niet, je bijt enkele keren stevig op je lippen. Maar je houdt teveel van deze mengeling op het uiterste randje van je kunnen, van vriesborsten en schroeibillen, van alle sensaties die tegelijk door je lijf en je hersens razen, die je meenemen naar een plaats die ik nooit zal kennen. Ik zal je stopwoord niet te horen krijgen. Evenmin als de eindstand, als je hier bent, bestaat stoppen voor jou niet meer. Ik geef je wat meer dan ik je beloofde, een beetje, niet te veel. Het is verleidelijk prachtig, rozerode billen met witte vlekken. Ik blaas er even over, streel ze. “Je hebt kloten, meisje, je verdient een beloning.”

Ik schuif mijn handen in je liezen en hef je knieën van de tafel tot je voeten op de grond staan. Ik trek je plug uit je kont, open je billen en penetreer je. Ik neuk je kontje, zonder omwegen, gestaag, soms even vertragend. Ik wil niet te snel komen, genieten, het genadeschot uitstellen. Diep hijgend, kreunend, al je spieren spannend en tegendruk gevend, neem je al mijn stoten. In mijn finale aanval ram ik je zo hard dat je tafel verschuift. Ik schiet je brullend vol. Met mijn hoofd op je rug hijg ik na, je zoenend en strelend, even je koude borsten liefkozend. Nu jij nog. Op je zo geliefde manier waarin je alle grenzen van je geilheid overschrijdt. Ik trek me terug, plaats je weer op handen en voeten op de tafel.
“Laat me nu zien hoe jij je te pletter vingert. Laat je hete teefje los, het is tijd voor haar, voor het sletje dat smeekt om te mogen komen.”
Lang heb je niet nodig. Hevig hijgend weet je wat er komt.
“Mag ik?”
“Nee, krop het maar eens goed op.” Ik kom met mijn hoofd naast het jouwe. “Hou je het nog?”
“Ik wil komen.”
“Nee, nee, nee.”
Je zit echt tegen je randje, je vecht met je lust. Er is maar één ding wat je wil, de rest van de wereld bestaat niet meer.
“Sta je op ontploffen, hete kut?”
“Ja, ja.” Huilend bijna.
“Hou je het niet meer? Moet je komen?…”
“Nee… ja…”
“Kan je het niet meer tegenhouden?…”
“Neeee…”
“Smeek, teefje, smeek.”
“Asjeblief, laat me komen, laat me verdomme komen…”
“Tegenhouden… tegenhouden… Voel je het komen? Voel je het komen?”
“Jaaaa! Laat me, laat me!!!” Radeloos…
“Nu! Doe het, waar wacht je nog op, doe het!”

Je explodeert, alle opgekropte geilheid in een lange gulp eruit. Je giert en huilt als een wolf in de nacht. Totaal uitgeput lig je op je tafel, mijn arm beschermend om je schouders. Je hangt nog ergens in het grote niets, waar je niet bestaat en toch bent. Ik geef je alle tijd om te dalen, te landen uit je zweefvlucht. Tot je hand je blinddoek zoekt en je ogen knipperen om te wennen aan het licht.
“Welkom thuis, meisje.”
Je dacht aan je verlangen naar overgave en pijn te ontsnappen door mij te verlaten. Maar aan wat in je leeft ontkom je niet. Het is sterker dan jezelf, het is jezelf.

“Overmorgen, acht uur, je weet me wonen.”
Ik kleed me aan en wandel doodgemoederd je living uit. Tijd om te gaan slapen. Overmorgen gaan we verder waar we gebleven waren.

© Daniel L

Post navigation

Gerelateerde verhalen

Geef een reactie