Wijting voor de katten en voor mij een poes

Inleiding

Het was voor de meeste mensen zaak om je eigen weg te vinden in de zeventiger jaren. De een vond zijn of haar weg gemakkelijker dan de ander. Veel jonge mensen raakten de weg kwijt en werden door ouderen met een meewarig hoofdschudden afgeschreven als nuttig lid van de maatschappij. Man-vrouw verhoudingen gingen op de helling en ook ouder-kind verhoudingen kwamen in een nieuw licht te staan. Ouders en kinderen, dezelfde rechten, dezelfde ontplooiingsmogelijkheden. Het waren leuke ideeën maar te veel ging er fout. In dat experimentele stadium was dat ook onvermijdelijk. Leeftijd en verschil in jaren deden er al helemaal niet toe. Alles moest kunnen in die tijd en bijna alles kon ook. Een vriend of een vriendin erbij, was niet ongewoon. Twee of meer moeders voor de kinderen, waarom niet, en meerdere vaders, geen probleem. Om van de uitwassen in die tijd maar niet te spreken. Opportunisten richtten communes op en deden zich tegoed aan onrijpe lijfjes van angstige kinderen. Het was een avontuurlijke tijd die aan jongeren waanzinnige gelegenheden bood om niet alleen de wereld te verkennen maar ook de wereld van binnen. De geest, “The mind” zogezegd moest helemaal herzien worden.

En er werd wat afgeëxperimenteerd. Laboratoriumproeven met ratten en muizen, werden op winderige zolderkamers opnieuw uitgeprobeerd door pioniers die op zoek waren naar de grenzen van hun bewustzijn. Nieuwe namen voor bekende vergiften deden hun intrede, acid, snow, weed, pot en coke, de meeste namen zijn nu huishoudwoorden. Waren die trips werkelijk heerlijk? Soms opwindend, soms regelrecht, onvoorstelbaar beangstigend, soms als een vlucht op gazen vleugels, regelrecht de hemel in, soms als een sprong in een stormachtige oceaan. Velen kwamen verbouwereerd terug, sommigen bleven er in. Het was aan ieder om zelf te ontdekken wat er aan het einde van de trip lag. Aan onze oude vriend Bachus werd veel geofferd en op steeds jeugdiger leeftijd. Toch bleven uit achteraf hoekjes in verschrompelde gewetens, nauwelijks hoorbare protesten komen die soms tot innerlijke conflicten leidden.

Tillie dient zich aan.

Het was dan ook geen verrassing toen dat jonge meisje zich op een avond, nacht, moet ik eigenlijk zeggen, zwaaiend van het bier aan me op drong. Een schuimkraag om haar dunne halsje ontbrak alleen nog aan het beeld. Het was een ondeugend, jong ding die met dikke tong liet weten dat ze zich aan mij wilde geven “Omdat ze toch geen maagd meer was.” Een opmerkelijk argument waarvan de waarheid nog maar bewezen diende te worden. Maar een argument, zo goed als ieder ander. Zo een aanbod, was zelfs in die dagen een buitenkansje dat weinig mannen zouden afwijzen. Het verschil in jaren dat ik te berde bracht, wuifde ze met een nonchalant gebaar weg.
 
“Azjemeniewil, neemeknander,” zei ze, zwaaiend op haar slanke benen. De bierfles die ze losjes bij de nek had, leek goed verankerd in haar greep. Want ondanks haar moeite met het evenwicht bleef de fles als een verlengstuk van haar handje mee doen met elke onbeheerste beweging. Om te voorkomen dat de fles zou vallen en onbedoeld scherven van het geluk op haar pad zou strooien, wilde ik haar die fles uit handen nemen.
“Diesfammij, abblijwe.” Ik kon er alleen maar om lachen en legde een arm om haar schouders. Onmiddellijk tuimelde haar hoofd tegen mijn borst en maakte ze gebruik van de steun die ik haar bood.

“Waar moet je naar toe?” Mijn vraag kwam te laat, ze was al onder zeil en dreigde met mijn arm om haar tenger schoudertjes ineen te zakken. Ik keek om me heen, bijna alle zomergasten waren al naar huis en in het café was de bottelier bezig de stoelen op de  tafels te zetten. Het was donker en stil. De stilte van een zoele zomernacht. Met enige moeite wrong ik de bijna lege fles Amstel uit haar greep en wurmde haar op de achterbank van mijn oude VW’tje. Het was maar een paar kilometer naar het huis van mijn moeder waar ik op dat moment logeerde en eenmaal daar aangekomen droeg ik mijn laveloze bagage de serre in. Toen ze eenmaal op de bank lag zag ze er nogal verwaarloosd uit. Daarom dekte ik haar toe met een deken. Zelf ging ik naar boven naar de logeerkamer en viel op bed om tenminste nog enkele uren van de slaap te genieten. Als juffrouw Amstel wakker zou worden en de benen nemen, zou me dat wel zo lief zijn. Als ze bleef kon ze ontbijten en zich opknappen.

Het werd een lang verhaal maar kort samengevat komt het hier op neer. Ze bleef voor het ontbijt, waste zich en verontschuldigde zich. Maar niet, nadat haar, door mijn moeder, stevig de oren werden gewassen over haar gedrag.
“En nog wel op dat uur!” maakte mijn moeder haar het verwijt, omdat ze niet anders wist dan dat meisjes op die leeftijd, om tien uur in bed behoren te liggen.
Fris gewassen en een beetje opgemaakt zag ze er erg lief uit, een meisje van een jaar of zeventien. Mooi als de jeugd die ze bezat, maar met in haar ogen een beangstigend trieste blik.

Aan het gedrag van mijn moeder kon ik merken dat die ernstig overwoog om het jonge ding onder haar hoede te nemen. Iets waar ik het nut, noch de noodzaak van inzag. En omdat Mademoiselle Amstel mij dringend verzocht om haar naar het station te brengen deed ik dat. Zittend achter het stuur keek ik haar na toen ze uitstapte en in de hal van het station verdween. Ze keek niet één keer om. Ik voelde me oud, in ieder geval ouder dan zij en met recht, want met twee maal haar jaren achter de rug, moest ik in haar ogen Methusalem’s gelijke zijn. Twee dagen later was ze terug, deze keer nuchter en in fraaie schone kleding gestoken. Ze kuste mijn moeder op beide wangen en zag er uit om te stelen. De uitnodiging die ze over bracht was afkomstig van haar ouders. Speciaal haar moeder wilde, “die beschaafde jonge man,” leren kennen.

“Beschaafd,” gold in dit geval het feit dat ik had nagelaten om misbruik van de situatie te maken. Altijd leuk om complimentjes in ontvangst te nemen. Maar aangezien ook ik in die dagen niet op een lijst tot heiligverklaring voor kwam bleef  Tillie slapen. Mijn moeder fronste de wenkbrauwen maar nam na enig aandringen de door haar beraamde belemmeringen weg. Ze droeg bij aan de lijfelijke consummatie van onze vriendschap door naast het logeerbed een extra bed te plaatsen. Ze vond het zeer bedenkelijk zo dicht bij elkaar slapen.

Tilly bleek niet gelogen te hebben toen ze me toevertrouwde geen maagd meer te zijn. Onervaren was ze ook niet. We maakten van slechts één bed, gebruik.
“Dan hoeft je moeder al die lakens niet te wassen,” legde ze uit toen ze bij mij onder de wol kroop. De lakens van mijn bed daarentegen hadden wel degelijk behoefte aan een grote wasbeurt na de onstuimige nacht die ik met Tilly door bracht. De volgende dag, meteen na het ontbijt dirigeerde ze mij met auto naar haar ouders stulpje. Een indrukwekkend grote villa in een kleine plaats in het Gooi.

De eerste indruk die ik van haar had gekregen was niet de beste, wel een die duidelijk maakte dat ze leiding nodig had. We bleven elkaar ontmoeten, vreeën heel wat af en trouwden een jaar of zo later. Daarmee had ik een rijke vrouw getrouwd omdat haar vader een goedlopende machinefabriek bezat. En dus was mijn bedje gespreid. Tenminste dat dacht ik. Het probleem was dat papa niemand, en zeker zijn schoonzoon ook maar een cent van zijn vermogen gunde. Dus bleef ik werken voor de kost en zocht troost bij zijn dochter, de enige die nooit iets anders verlangde dan mijn liefdevolle zorg en geduld zodat ze zich naar believen kon onderdompelen in Amstel, Grolsch of Heineken.

Tijdens een van die slempperiodes, die ik zoals gewoonlijk gebruikte om op mijn gemak een paar boeken te lezen, iets waar ik anders niet aan toe kwam, belde haar moeder. Ik legde uit dat het moeilijk was om Tillie te spreken.
“Ze is in de Amstel,” legde ik uit. Haar mam zweeg even en begreep het.
“Karel is ook weg, waarom kom jij niet hier?” Ik begreep het verband niet helemaal, haar man was wel vaker weg maar wat dat te maken had met Tillie's tijdelijk niet beschikbaar zijn, drong niet onmiddellijk tot me door. Tillie's moeder en ik konden het goed met elkaar vinden en ze wist van de problemen van haar dochter.

Ze voelde zich ook schuldig omdat ze veronderstelde dat het ergens in de opvoeding iets mis was gegaan. Mijn eigen opvatting was dat het ergens in die totaal mislukte opvoeding toevallig ook een keer goed was gegaan, reden waarom Tillie niet helemáál gestoord was. Sommige mensen maken er beslist niets van. En het eindresultaat was, in dit geval, niet alleen, een onhandelbaar meisje maar uiteindelijk een onhandelbare vrouw. Tillie was zo, haar moeder niet, maar die leed aan afschuwelijke hoofdpijnen. Een kwaal waarvan ik dacht dat het met een regelmatige onderhoudsbeurt van haar voortplantingsorganen wel over zou gaan. Karel was druk en vaak weg en ik verdacht hem er van dat hij ook tijdens de dagen die hij thuis was, zijn echtelijke plichten gruwelijk verzaakte. Ik bleek gelijk te hebben en de bedoeling van de uitnodiging was een ingehaalde grote beurt van mijn schoonmamma.

Als je, net als ik ooit een echt verwaarloosde vrouw hebt meegemaakt dan weet je wat een droeve aangelegenheid dat is. Tranen met tuiten, één ononderbroken litanie van klachten en gevoelens van wrok tegen iedereen die jonger was dan zij. Ik nam haar, op haar gebedelde verzoek, in het gigantische dubbele bed. Een eenzame, verloren vrouw, een slap lijfje en een response van niks. Ik denk dat ze niet eens merkte wanneer ik in of uit haar kwam en ik deed werkelijk mijn best. Ik wilde haar voor die ene keer dat we het samen deden een onvergetelijke middag bezorgen. Het duurde wel erg lang maar de gewenste ontspanning waarmee je zoiets moet afsluiten bleef uit. Ze praatte en praatte, en zelfs toen ik haar omrolde en op haar rug kwam liggen bleef ze met het hoofd in het kussen vertellen van al het leed dat ze dagelijks te verduren had.

Omdat ik toch op haar lag nam ik bij wijze van afwisseling een gaatje hoger. Een seconde was ze stil, ze zei zachtjes: “Auuuw.” Maar daarna ging ze gewoon verder met haar vertellingen en legde me geen haarbreed in de weg. Toen ik me er moeizaam uit trok vroeg ze of Tillie en ik dat ook deden.
“Ja, natuurlijk,” loog ik onbezorgd en met een: “Oh, nou vooruit dan maar,” sloot ze dat onderwerp af. Om het goed te maken droeg ik haar naar de badzaal en legde haar in bad.
“Dat doe ik met Tillie ook,” zei ik en liet het grote bad vol lopen.
Toen ik haar benen over mijn dijen legde en mij in haar verwaarloosde lijf boorde keek ze beduusd naar beneden.
“Ik wist niet dat het zo ook kon.”
Met dunne armen om mijn hals klemde ze zich aan me vast.
“Hebben jullie ook een groot bad?” vroeg ze en toen ik uitlegde dat de weinig vrijgevige natuur van haar man ons had gedwongen om door het leven te gaan met niet meer dan een krappe doucheruimte, bood ze aan dat we het bij haar thuis konden doen.
“En dan wil jij best wel kijken,” opperde ik.
Ze keek me even aan en sloeg de armen opnieuw om mijn hals.
“Je bent een schat, ik ben zo blij dat je naar me wilde luisteren, dat heb ik nodig weet je?”
“Hoe is het met je hoofdpijn?” Verdwaasd keek ze me aan: “Hoe bedoel je.”
“Nou, heb je nog hoofdpijn?”
“Nee, het is helemaal weg.”
Een theorie, bevestigd zonder wetenschappelijk bewijs. Het gebeurde niet meer, Saridon nam mijn plaats in.

Ik vroeg haar of ze mij wilde pijpen. “Tillie doet dat ook,” voegde ik er aan toe om druk achter mijn wens te zetten. Ze zat een poosje met mijn stijve in de hand voordat ze aarzelend haar lippen op de punt plaatste. Het ging niet van harte en ik moest een beetje helpen. Een hand op haar grijzende krullen hielp al. Omdat ze weinig ervaring had waarschuwde ik niet toen mijn orgasme in aantocht was. Het overviel haar, ze schrok en keek me verbouwereerd aan terwijl de lading langs haar kin droop.
“Je bent een ster, een natuurtalent, kom hier dan zal ik je tongen.”
Dat maakte haar aan het lachen en ze ging meteen met gespreide benen op haar rug liggen.

Tillie en ik moesten blijven douchen zonder haar mamma als toeschouwer. Maanden verstreken, we werden ouder en wijzer. Maar Tillie en ik, we dreven uit elkaar, ze had af en toe een vriendje en ik vergaf het haar. Het huwelijk is ook niet alles maar wat ik erger vond was, dat haar vader het eeuwige leven leek te hebben. Zelfs na zijn pensioenleeftijd ging hij door met werken zodat het onbezorgde financiële Walhalla, waar ik op gehoopt had, onbereikbaar bleef. Dat rijkdom ooit mijn deel zou worden bleek ijdele hoop zodat ik dat vooruitzicht na verloop van jaren dan ook afschreef.

Tilly en ik gingen elk ons eigen weg, ik was een poos alleen. Een eenzaamheid die leidde tot een nieuw huwelijk met een goedbedoelende fatsoenlijke vrouw voor wie huwelijk hoofdzakelijk drie maaltijden per dag en een keer per week schone lakens betekende. Ze maakte mij vader en ik voelde me nog eenzamer dan voorheen. Samen leidden we ieder ons eigen leven. Het huis regelde zij voortreffelijk, voor alles was een tijd en een plaats ingeruimd. Seks moest altijd op zondag dan konden de lakens op maandag in de was. Voorspel bestond voornamelijk uit het memoreren van de koopjesaanbiedingen in de Zondagskrant. Als mijn liefdevolle strelingen tussen haar gespreide dijen een stroom van vloeibare hartstocht tevoorschijn riepen wilde ze dat onmiddellijk met een doekje weg nemen. Ik moest haar beide handen vast pakken en haar onmiddellijk nemen om te voorkomen dat de zo noodzakelijke smering richting Lavamat zou gaan. Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat haar lichaam op seksueel gebied kwaliteiten bezat. Eenmaal goed gesmeerd, was binnenkomst voor mij een weldaad en altijd hapte ze naar adem voordat ze haar armen met een zucht om me heen sloeg. Ze genoot van seks maar vond het niet belangrijk.
“Ik kan net zo goed zonder,” zei ze toen we er over spraken omdat ik ook wel eens op dinsdag wilde.

Ontrouw ligt altijd op de loer, speciaal wanneer de lekkere trek de overhand krijgt. Sjaan leerde ik kennen op een voorlichtingsavond van de gemeenteraad. Sjaan was een paar jaren jonger dan ik, altijd ongetrouwd en wel zonder spijt. Regelmatig kwam ik bij haar op bezoek en dat beviel ons beiden goed. Maar aan haar verzoek om het ook eens keer bij mij thuis met haar te vrijen voldeed ik niet. De eventuele aanwezigheid van mijn vrouw vond ze geen bezwaar, eerder een stimulans. Maar er zijn grenzen aan de kwelling die je een ander kunt aandoen. Dat soort dingen moet je gescheiden houden. Dus bleef het bij het oude, ze belde als ze geil was en ik belde haar als ik dat was. Een prima regeling die ons beiden veel genoegen verschafte. Maar de relatie met Sjaan ging stuk vanwege een triviaal aspect van haar leven, iets waar ik gewoon niet mee overweg kon. Sommigen zouden het overdreven vinden maar ik vond het stuitend en walgde er van.

De rol van de katten.

De terugreis van Brussel naar Amsterdam was moei¬zaam geweest. Eerst de kilometerslange file om de stad uit te komen, daarna snel invallende dichte mist zoals alleen voor kan komen in dat gebied tussen Antwerpen en Breda.
Halftwaalf was 't toen ik mijn auto parkeerde op het enige lege plekje op de parkeerplaats naast de flat. Sinds kort had ik de beschikking over de sleutel zodat ze niet hoefde op te staan als ik haar bezocht. Ik kwam alleen “pour faire l’amour,” dat wist ze en dat wist ik en we vonden het beiden een goeie deal. Ze vond het lekker met mij en ik met haar en er waren geen banden of verplichtingen. Sjaan deed het ook wel eens met een andere vriend. Een, die ik nooit had ontmoet en ook nooit wilde ontmoeten. Maar dat met hem had niets om ‘t lijf, zei ze wel eens. Hij was wel lief maar zo verlegen dat ze zich alleen liet gebruiken om hem een plezier te doen. Een oude vriend was hij van haar, een eerlijke man die nooit eerder een vrouw had gehad en er na haar waarschijnlijk ook nooit meer een zou hebben.

Mij wilde ze alleen om te neuken, liefst zo lang mogelijk, en liefst totdat ze helemaal suf was en in slaap viel. Soms ging ik weg met spierpijn in mijn knieën en spierpijn in mijn buik. Om van “los ballos,” maar niet te spreken. En dus kwam ik een paar keer per week bij haar terug, soms een nacht, soms in de ochtend een uur of wat voor het ontbijt en een uur of wat er na, als de katten te eten hadden gehad. We beseften beide dat het een bizarre enigszins ongewone relatie was, maar daar maakten we ons daar niet druk om.
“Getrouwde mannen zijn altijd in het voordeel,” had ze eens tegen me gezegd, nadat ik had uitgelegd dat ik niet van plan was om te scheiden en daarna met haar verder te gaan.
“Neuken is neuken, samenwonen, dat is andere koek.” Dat was het laatste wat ik er over had gezegd.
“Nou, neuk me dan nog maar een keer,” had ze gezegd. En dat had ik gedaan want ik bewijs mijn kennissen graag een dienst. Sinds die tijd spraken we nooit meer over samenwonen of soortgelijke onzin.

Zo stil mogelijk was ik het huis binnen gegaan en omdat het stikdonker was en ik geen licht aan wilde doen, had ik me in de hal ontdaan van schoenen en overkleding. Voorzichtig schuifelend sloop ik de slaapkamer in. Ze zou wel slapen, leek me. In de kamer was 't stil en vredig. De zachte ademhaling verried dat ze in diepe slaap was. Ik tilde voorzichtig het dek op en liet mijn lichaam naast haar onder de dekens glijden. Meestal neukten we voor het slapengaan, maar deze keer sliep ze werkelijk en ik hield me muisstil. Klaar wakker lag ik op mijn rug en overdacht de gebeurtenissen van de afgelopen dag. Een spannende dag, twee vervolg gesprekken en één intake gesprek. Als het een beetje mee zat, zou ik aan het laatste gesprek een nieuwe klant over houden. De PR manager die ik daar gesproken had was een vrouw, een Schotse, achter in de dertig. We mochten elkaar, dat was onmiddellijk duidelijk.

“Call me Pamela,” zei ze toen we afscheid namen. Misschien kon ik haar een keer uitnodigen voor een etentje en op die manier het verkoopproces bevorderen. Misschien ook wel iets meer, tenslotte had ze met haar handen onder haar kin en een sigaret tussen de vingers naar mijn verhaal zitten luisteren. De spanning van de afgelopen dag had mijn geest nog niet verlaten en ik overwoog om op te staan en toch maar een warm bad te nemen. De geur van Sjaan die naast me lag prikkelde mijn neusgaten. Ik vroeg me af of ze me gemist had, twee dagen weg geweest twee dagen zonder haar favoriete plug. Zou ze zichzelf bevredigen vroeg ik me af. Dat moest ik toch eens vragen. Ze had mij die vraag wel gesteld maar ik had ontwijkend geantwoord, preuts, beschaamd om toe te geven dat ik dat vaak deed als ze niet bij me was. Ik geloof dat ze de gedachte, dat ik dat zou kunnen doen, opwindend vond. Het idee dat zij dat zou kunnen doen wond mij ten minste behoorlijk op.

Mijn erectie groeide langzaam en aarzelend maar toen ik dacht aan hoe zij met zich zelf zou spelen en hoe ze haar eigen lichaam zou strelen, groeide hij uit tot een ontembare wildebras. Ik snoof voorzichtig aan haar haren en wentelde me op mijn zij. Haar hoofd geurde vaag naar het parfum dat ze overdag gebruikte. Mijn arm rustte op mijn eigen lichaam om haar niet aan te raken maar het was een vermoeiende pose en daardoor gleed mijn hand weg, tussen ons in. Mijn vingertoppen voelden de dunne stof van haar nachtjapon. Deze keer sliep ze dus niet naakt, dat zou zeker zijn omdat ik pas laat bij haar zou komen.

Bijna onmerkbaar betastte ik haar bil. Ze had in geen broekje aan, dat was tenminste iets. Zoekend liet ik mijn vingertoppen langs de dunne stof glijden, een beetje glad was het, net als haar huid, dacht ik. Mijn hand gleed weg in de richting van mijn eigen lichaam en voorzichtig betastte ik mijn harde. Ik duwde de voorhuid terug en raakte lichtjes de eikel aan. Een siddering voer door mijn paal en maakte duidelijk dat er iets moest gebeuren. Behoedzaam zocht ik de zoom van haar nachthemd en bewoog die omhoog. Ze zou wel wakker worden leek me, maar ik had haar nodig en dus leek het me gerechtvaardigd om haar te wekken. Ze bleef stil liggen en ademde nog net zo rustig als voorheen. Het nachthemdje was wijd genoeg om haar kont vrij te maken zonder dat ze hoefde te bewegen. Ik schoof aan, stijve raakte huid en trok een slijmerig spoor over haar bil. Ik stuurde hem met mijn vingers en zocht de diepe kloof het dichts bij me. Korte tijd hield ik mijn eikel tegen haar achterste en bedekte haar huid met het gladde bewijs van mijn begeerte. Voorzichtig leidde ik mijn makker voorwaarts. Dichter en dichter naar het doel dat ik op 't oog had. Toen ik de poort genaderd was leek me een korte pauze op zijn plaats. Aanhoudend kloppen bewees dat de dappere strijder voldoende op krachten was om het lange tijd uit te houden.

Alle voorbereidingen om tot een aanval over te gaan waren getroffen. Mijn arm om haar middel, moest voorkomen dat ze weg rolde tijdens de eerste charge. Ik schoof verder op, in de richting van mijn gastvrouw. Spande mijn spieren en was klaar voor een snelle, diepe stoot. Zou ze gillen, boos worden of juist bloedgeil meespelen? Er was maar een manier om daarachter te komen. Het was duidelijk dat ze allang wakker was en de gebeurtenissen op de voet volgde. Plotseling voelde ik hoe ze met korte spiertrekkingen liet merken dat ze mijn signaal had begrepen. Met haar heupen in de houdgreep klopte ik een paar maal zachtjes tegen de poort.

De dappere strijder had zijn werk goed gedaan, de omgeving was voldoende glad voor een aanloop en een snelle aanval. Ik voerde het tempo op tot een snel ritme van kleine plagerige stootjes. Ze raakte opgewonden, haar adem ging sneller en ik voelde hoe ze haar dikke kont wellustig draaide. Het was duidelijk dat ze die plagerij fijn vond en nu zou ik ontdekken of ze het vervolg ook zou waarderen. Toen ze lag te schudden door de snelle staccato van mijn drilboor, drukte ik in een keer door en trok haar zo hard mogelijk tegen me aan. Een gekreund “Auwau,” was het gevolg. Ze probeerde zich om te draaien maar ik hield haar vast en neukte behoedzaam.

Toen ze rustiger werd verlegde ik mijn handen naar haar boezem. Ze had borsten waarop elke vrouw jaloers was, groot, goed gevormd en hard. Kleine tepels die licht roze waren omdat ze nooit zwanger was geweest. Met mijn hand op haar borst, rees de tepel onmiddellijk en werd als een klein knopje dat in de palm van mijn hand drukte. Meteen nadat ik klaar kwam viel ze in slaap. Ik deed hetzelfde en werd pas wakker toen ze al was opgestaan.

Sjaan was altijd eerder op dan ik en ze stond voor het fornuis toen ik met mijn slaperige kop in de keuken kwam. Ik leunde tegen de verwarming en liet mijn kont eens lekker opwarmen. Vanwaar ik stond kon ik het hele tafereel overzien. De witte badstoffen mantel had ze met een koord om haar middel dicht geknoopt. De katten draaiden kwelend rond haar voeten en streelden met hun pluizige staarten haar blote benen. Het was het gebruikelijke tafereel in de keuken, aan het begin van de dag. Ik haatte het, al haar aandacht was gericht op de katten die met hun eenkennigheid bepaald geen plek in mijn hart veroverd hadden. Na de warme geborgenheid van haar bed en de pittige geur die haar slapende lichaam uitwasemde was de overgang naar dit dagelijks gebeuren voor mij te groot.

Ze was bezig met het eten voor de katten, dat zoals gewoonlijk, bestond uit gekook¬te wijting. Als het gaar was haalde ze er de graten uit. Dat hele proces nam een half uur in beslag. Een half uur waarin de lucht van gekookte vis ruimschoot de tijd had om zich door het hele  huis te verspreiden. De lucht van de gekookte vis en het vooruitzicht van de smakeloze, in water gekookte stukjes vis wond de katten op. Ze miauwden voortdurend en waren niet bij haar weg te slaan. Ik vond de lucht van gekookte wijting op m'n nuchtere maag onverdraaglijk en overwoog om de keuken uit te gaan. Toch bleef ik hangen, schuin, met mijn rug geleund tegen de vensterbank en mijn blote voeten een beetje van me af op de kunststof vloertegels. Ik haatte die lucht van gekookte vis en elke ochtend opnieuw kookte ze voor de katten de stukjes wijting voordat ze het ontbijt voor mij en zichzelf klaar maakte.

Dat ontbijt maakte veel goed, het was altijd leuk verzorgd en smakelijk maar die rotlucht van gekookte vis die er aan vooraf ging irriteerde me mateloos. Ik begreep ook niet waarom ze dat deed want voor de katten maakte het niets uit of de vis rauw was of gekookt en de graten knagen ze wel stuk. Ik had haar al eens gezegd dat rauwe vis waarschijnlijk beter was. Maar ze geloofde in een goede verzorging, ook voor de katten en dat hield in dat hun eten werd gekookt, net als voor mensen. Het ontbrak er nog maar aan dat ze aan tafel met ons mee aten.
“Doe het gas toch uit, die vis allang klaar,” beet ik haar toe. Ze keek verbaasd op en draaide het gas dicht.
“Kom hier,” grauwde ik, geïrriteerd door de irritante vislucht. Met een verbaasde, afwachtende blik in haar ogen liep ze naar me toe. Twee katten volgden haar op de voet en bleven gedurig haar benen met hun staarten strelen.

Misschien was het dàt wel, dat ze het gewoon een lekker gevoel vond om die zachte pluizige kattenstaarten tegen haar blote benen te voelen. Voor me bleef ze staan, ik trok haar naar me toe zodat ze haar benen aan weerszijden van die van mij moest plaatsen om niet voorover te vallen. De katten gleden tussen haar benen door en omdat ik geen pyjamabroek aan had voelde ik ook de sensatie van de strelende staarten. Het miste de uitwerking niet, het gevoel was zo geweldig erotisch dat ik onmiddellijk en stijve kreeg. Van kattenstaarten, bizar, vond ik, maar het was zo. We drukten onze heupen tegen elkaar. Mijn lid groeide en groeide en bereikte de rand van mijn onderbroek. Ik duwde het elastiek naar beneden en sloeg de panden van haar kamerjas op.

Plotseling lachte ze. Haar lach kwam altijd onverwacht, haar gevoel voor wat grappig was en wat niet, was heel anders dan dat van mij en daarom werd er vaak gelachen. De ene keer om grappige situaties die haar aan spraken en een andere keer voor die van mij. Ze boog haar bovenlichaam naar achteren terwijl ik haar heupen stevig vast hield. De dikke borsten puilden uit haar ochtendjas en de tepels waren een beetje gezwollen. Ik boog mijn hoofd en nam een van haar tepels tussen mijn lippen en trok er zacht aan. Haar sensuele lippen trokken zich terug in een brede grijns die haar veel te grote tanden liet zien. Toen ik mijn pik pakte en naar beneden drukte spreidde ze haar benen en zoog hem op zoals een vis, steentjes van de bodem opzuigt. Ik duwde haar van me af en trok haar naar me toe in een strak ritme terwijl ik in hetzelfde ritme  zei: waarom…….kook je……. elke dag……. vis……. voor die rot katten?
Toen hield ik haar stil en op dezelfde manier antwoordde ze met regelmatige stoten van haar heupen: omdat ……..katten ……..moeten ……..eten. Ze bewoog steeds langzamer. Toen stond ze stil en keek me grijnzend aan. Ik voelde haar pulserende greep. Ze had eigenlijk wel een lief gezicht. De zachte bleekblonde haren krulden in haar hals. Opnieuw pakte ik haar heupen en ging verder waar ze opgehouden was. “Waarom .. geef je.. ze.. geen.. blikvoer? Ze dacht even na en zei: waarom.. neem je.. geen plastic .. pòòòòòòòò hòòòòòòòòp?

Dat laatste woord was een lang uitgerekt gegiechel omdat ze graag om haar eigen grappen lachte. Het eindigde in een zucht. Ik vond het geen goed antwoord maar in het kader van het spel kon het er mee door. Ik lachte ook en kuste haar mond. De opwin¬dende smaak van haar schone nuchtere lichaam deed me mijn honger vergeten. Ze geurde nog naar het parfum van de vorige dag. Ik pakte haar borsten maar ze duwde me weg.

Tergend langzaam trok ze haar heupen van me weg en centimeter voor centimeter verscheen een glimmendgladde Jan plezier. Toen hij uit de geoliede greep van haar onvolprezen vrouwelijkheid ontsnapte wipte het ding schuin omhoog. Ik trok haar nog een keer stevig tegen me aan en we knuffelden Jan tussen twee buiken voor ik haar los liet.
“Jij denkt ook maar aan één ding, ik snap niet hoe je ook nog werken kan.”
“Snap ik ook niet.”

Omdat ik geen aanstoot aan de katten wilde geven borg ik mijn genotsknots weg. Ze liep naar het fornuis en pakte het pannetje met vis en  goot het kookwater in de gootsteen. Een grote wolk damp rees uit de gootsteen op en dreef in mijn richting. Het was walgelijk, in een woord. Die vislucht, aangewakkerd door de hoge temperatuur van het koken, ik dacht dat ik stikte maar toch bleef ik staan en keek toe hoe ze met schoonmaken begon.
Met een vork haalde ze behendig alle graten uit de vis en verdeelde de inhoud van het pannetje over twee stenen bakjes die ze op de grond zette. De opportunisten waren ons onmiddellijk vergeten. Vis eten, verkozen ze toch boven benen strelen. De ergernis over die rotlucht was nog niet verdwenen en toen ze haar handen had gewassen kwam ze weer tegen me aan staan. Ze streek met een liefdevol gebaar de lange blonde haren uit mijn gezicht. Het was lief bedoeld maar de stank van haar vingers die nog steeds naar vis roken was ondragelijk. Mijn maag drong zich naar boven en ik kon maar net voorkomen dat ik alles er uit gooide.

Ze keek verbaasd toen ik haar een beetje van me af duwde maar haar: “En wat wil jíj als ontbijt” was welgemeend. Ze keek me gemaakt schalks aan. Dat maakte veel goed, ze was bedreven in het opmonteren van mensen. Ik duwde haar een beetje van me af en hield haar handen beneden mijn gezichtsveld. Met mijn voet duwde eerst haar ene en vervolgens haar andere been op zij zodat ze wijdbeens voor me stond.
“Dat is het enige dat je echt lekker vind hè,” zei ze lachend.
“Nee, ik zal je laten zien wat ik nog meer lekker vind.”
“Wat je nog méér lekker vind of wat je nòg lekkerder vind,” plaagde ze.
Ze was goed in taal en net als ik schepte ze er plezier in om grappen met woorden te maken.
“Draai je om,” zei ik en probeerde haar van me af te duwen. Ze hield me stevig vast.
“Nee,” zei ze, “in ieder geval niet hier.”
“Ben je bang om de katten te choqueren?”
“Je kunt me toch niet van achteren nemen hier in de keuken.”
“En waarom dan wel niet?”

Ik had al verloren, als je met een vrouw in discussie gaat verlies je, ik wist het maar zwom telkens opnieuw in die fuik. Ik probeerde haar om te draaien maar daarvoor moest ik me eerst los maken uit de omhelzing waarin ze me gevangen hield. Het lukte niet,  giechelend hield ze mij stevig vast. Met al mijn kracht maakte ik haar armen los.
“Nee, niet hier,” herhaalde ze maar ik had haar al omgedraaid. Ik trok haar badjas omhoog en voelde de stevige billen.
“Niet hier,” zei ze opnieuw terwijl ik haar spleet vond. Ik duwde tegen haar rug.
“Niet hier,” herhaalde ze vertwijfeld maar toch boog ze zich lenig voorover.
“Ik heb me nog niet gewassen,” probeerde ze terwijl ik haar heupen omvatte.
“Heerlijk, je ruikt opwindend.”
Voorover gebogen liet ze haar hoofd hangen. Het lange haar raakte de grond.
“Je bent een beest,” klaagde ze terwijl ze met haar handen haar knieën pakte.
“Je houdt toch van beesten.”
“Viespeuk.”

We speelden een beetje en ik kneedde haar borsten die in volle glorie heen en weer zwaaiden.
“Vind je het niet lekker zo?”
“Doe nou maar, maak het nou maar af dan kunnen we gaan eten.”
Ik gleed op en neer tussen haar billen en zocht de juiste plek.
“Niet dáár gilde ze.”
Toen trok ik haar stevig naar achteren en boorde me in haar achterwerk. Een kreet van haar bewees dat ik de juiste plek had gevonden. Ze richtte zich op maar boog meteen daarna weer voorover. De katten keken even op en vraten weer gulzig verder. Ze had haar handen op haar knieën gezet en ik liet haar heupen langzaam heen en weer zwaaien. Ik omvatte haar bungelende borsten onder de kamerjas en voelde verstijfde tepels. Er was niet veel tijd voor nodig, ze was nauw maar het was niet de eerste keer dat we het zo deden en na de proforma protesten hoefde ik weinig te doen. Ze nam het over en toen ik knallend klaar kwam, hadden de katten hun wijting op. Ze likten hun snuit en keken afwachtend naar ons. Ik duwde haar van me af en draaide haar weer om.

“Viespeuk,” zei ze pruilend en kuste me. Haar hand gleed tussen mijn benen en ik wist dat ze nu ook wilde komen.
“Ik zal me eerst wassen,” zei ik.
“Niks daarvan, nu ben ik aan de beurt.”
En opnieuw verdween een deel van me in haar warme gulle li¬chaam.
Toen ze klaar kwam hadden de katten de keuken verlaten. Samen gingen we naar de badkamer en wasten elkaar en ons zelf.

Een uur later zat ik op kantoor. Om elf uur ging de telefoon zij was het.
“Draai je om,” zei ze, en hijgde zacht in de telefoon.
“Pas maar op of ik kom bij je,” antwoordde ik.
“Ben je alleen?”
“Ja”, zei ik.
“Vond je het lekker?”
“Ja.”
“Vond je het lek¬kerder of nòg lekkerder?” Hoorde ik haar fluisteren.
“Ik vond het lekkerder dan gekookte wijting.”
Mijn collega's keken verbaasd op. Het was een ogenblik stil toen hoorde ik haar met een lichte beving in haar stem zeggen:
“Ik wou dat je me nu kon nemen.”

Een groeiende stijve kondigde zich aan. Daarom ging ik even verzitten.
Vragende ogen waren nieuwsgierig op mij gericht, ik begon het warm te krijgen.
“Weet je waar ik mijn hand heb?” Haar stem was laag en omfloerst, het klonk of ze een beetje dronken was. Ik kon het wel raden wat ze bedoelde, maar was niet zeker natuurlijk. Ik schoof wat verder onder mijn bureau want een en ander had gevolgen voor het uiterlijk van mijn kleding.
“Ik zie je later wel,” zei ik en wilde ophan¬gen.
“Nee, nee, nee, blijf luisteren. Weet je wat mijn middelvinger doet?”
“Ja, dat begrijp ik,” zei ik.
“Wat dan, zeg het dan,” hoorde ik haar zeggen.
De stem van de telefoniste kwam ertussen.
“Een gesprek voor u mijnheer de Vries,” zei ze.
“Ik zie je vanavond,” zei ik en hing op.
Een beetje bezorgd vroeg ik me af hoeveel de telefoniste van mijn gesprek gehoord had. Niet dat het me veel kon schelen maar sommige mensen kunnen maar moeilijk hun mond houden wanneer ze denken over gegevens te beschikken waar anderen geen weet van hebben.

Ze was nog niet thuis toen ik laat in de middag bij haar kwam. Een van haar katten zat voor het raam naast de voordeur en keek onbewogen naar me. Geen blik van herkenning of het spitsen van de oortjes. Het beest bleef gewoon zitten en keek naar buiten dwars door me heen. Dat is wat ik haat in katten ze doen wel heel lief en poezelig maar het is allemaal uitsluitend voor hun eigen genot. Heb je ooit gehoord van een kat die lusteloos op het graf van een overleden baas zat? Nee, maar van honden hoor je zulke verhalen wel. Die dieren zijn veel trouwer en aanhankelijker, meer mijn soort huisdier.
In de sleutels aan de ring zocht ik die van de voordeur, ze had die sleutel met rode nagellak voor me gemerkt. Toen ik daarbij opmerkte dat die code me juist wel eens kon verraden, en vroeg of ze dat soms op het oog had, antwoordde ze cryptisch: “Misschien, het zou mijn kansen op zijn minst vergroten.”

Het was een betrekkelijk nieuwe sleutel en toen ik hem in het slot stak ging dat wat stroefjes. Door het rommelen aan de deur sprong de kat van de vensterbank. Op een hoek van het halletje stond het beestje met de staart omhoog te wachten en toen ik de deur achter me sloot riep het klagelijk: “Miaaaauuw.” Het klonk duidelijk teleurgesteld. Ze had een ander verwacht. Omdat er de hele dag niemand in en uit was gegaan rook de woning naar het wollen tapijt dat overal, behalve in de keuken op de grond lag.
Nadat ik m'n jas had uitgedaan en mijn schoenen uitgetrokken ging ik de woonkamer binnen. Daar was het stil, die andere kat lag op de bank en keek in mijn richting. Toen ik aanstalten maakte om ook op de bank te gaan zitten nam ze de benen en sprong op de grond. Rekte eerst haar voorpoten en daarna haar achterpoten uit. Ze ging zitten en begon zich omstandig te likken. De schoenen die me de hele dag al knelden trok ik als eerste uit en daarna de stropdas, deel van de kledingcode in het bedrijf.

Met een paar knoopjes van mijn overhemd en de bovenste knoop van mijn broek los, mijn benen gestrekt op de leuning van de bank, voelde ik me meteen een heel stuk gemakkelijker. Heerlijk, even helemaal ontspannen. Langzaam zonk ik weg in mijmeringen over mijn leven. Hier lag ik en wachtte op Sjaan. Het verkeerde huis en de verkeerde vrouw en toch deed het me niets. Was ik al zo ver afgegleden in het ravijn van immoraliteit? Dit was voor mij een begerenswaardige situatie; er werd voor me gekookt en soms ook nog gewassen en ik mocht met haar vrijen, zo vaak ik wilde, nadat de katten waren verzorgd, dat wel. Maar dat was een voorwaarde die ik graag aanvaardde. Tenslotte genoot ik zelf ook van haar drang om te verzorgen.

In de stilte van de flat dommelde ik gemakkelijk weg en ik werd pas wakker toen ik voetstappen op de galerij hoorde. De katten renden allebei naar de voordeur. Even later ging de deur open en kwam ze binnen. Ze praatte met de katten en riep: “Ben jij binnen?”
“Kom maar kijken,” antwoordde ik. Ze kwam binnen en maakte de knoop los van het hoofddoekje dat om haar haren was gebonden. Ze schudde haar haren los en stond naast de bank met het shawltje in haar hand. Haar grijsbruin geruite plooirok hing als een gordijn voor mijn gezicht.
“Je bent vroeg.” Ik hield mijn ogen dicht en deed of ik sliep. Ze liet het shawltje over mijn gezicht glijden. Ik tilde de hand die naast de bank hing op en streek langs de binnenkant van haar dijbenen. Het materiaal van haar panty knisperde langs mijn vingers. Toen ik bovenaan kwam gleed mijn hand rond haar billen. Ze bleef stil staan en bukte zich om een hand op mijn kruis te leggen. Toen ik haar benen aanraakte was ik al begonnen te zwellen en haar hand deed de rest.

Ze kwam naast me op de bank zitten en maakte mijn broek los. Toen ze alles op zij had geschoven en mijn stijve had bevrijd boog ze zich en nam die in haar mond. Pijpen deed ze alleen voor haar eigen plezier, had ze mij eens verteld. Ik vond het prima hoewel ze er nooit veel tijd aan besteedde. Een paar minuten ging ze door en net toen ik het lekker begon te vinden hield ze op. Ze borg haar zuurstok weer op en trok mijn kleding in fatsoen.
 “Ik ga eten maken, blijf je hier of ga je naar huis,” vroeg ze.
“Ik blijf in ieder geval eten.”
Ze verdween in de keuken met de katten. Ik verzonk weer in ge¬dachten en betastte voorzichtig de resultaten van haar mondwerk. Ik streelde mijzelf en bedacht hoe we het straks zouden doen voor ik weer naar huis zou gaan. Ik vond haar wel slim; ze stelde geen eisen aan onze relatie maar zorgde er voor dat ik het voortdurend naar de zin had. Ze had me steeds verder ingepalmd en nooit meer gesproken over samenwonen of iets dergelijks. Wat ze miste in schoonheid maakte haar lichaam goed. Een platte buik, harde ronde tieten en een vagina die doorgaans warm en droog was maar op de juiste momenten in een zuigende natte pomp veranderde.

Toen ik er aan dacht overmande de lust tot vrijen mij en het werd sterker tot ik opstond en als het ware naar de keuken werd getrokken. Ze sneed uien op een klein plankje en vroeg zonder om te kijken, “wil je, je biefstuk medium of rood?” Ik kwam achter haar staan en legde mijn armen om haar heen.
“Rood,” hijgde ik in haar oor net als jouw heerlijke vrouwelijkheid, “Rood en sappig, vooral sappig.”
Ik tilde haar rok op en liet mijn hand er onder glijden. Trok de band van haar broekje naar beneden en liet mijn vingers tussen haar billen dartelen.
“Niet hier”, zei ze onverstoorbaar.
“Waarom niet?”
“Omdat het hier de keuken is.”

Onlogisch argument, maar zo had zij er wel meer en de ervaring had me inmiddels wel geleerd dat het bijna nooit iets opleverde om er tegenin te gaan. Het werd een soort standaard opmerking:  “Niet hier in de keuken.” En toen ik haar daar zachtjes kriebelde.
“Niet daar.”
“Ben je preuts?”
“Nou, behóórlijk, dat weet je toch.”
De blond behaarde to¬gang lonkte, maar ze bleek niet van plan om het snijden van de uien daarvoor te onderbreken. Uiteindelijk moest ze toch gehoor geven aan de wetten van de natuur, of zo je wilt die van haar eigen lijf. Slechts enkele strelingen van die tere delen waren voldoende om haar er toe te brengen haar voeten verder uit elkaar te plaatsen. Het uiterlijk van de dunne schijfjes ui leed er onder maar haar werk was haar heilig en dus sneed ze door.

Het deerde me niet, al wilde ze de was doen, terwijl we vreeën. Plotseling liet ze het mes uit haar handen vallen en boog zich voorover. Ze hield zich aan de rand van het aanrecht vast. Het verbaasde me niet, Ze kon nooit lang spelen dat ze niet geïnteresseerd was. En wanneer het vuurtje werd aangewakkerd sloegen de vlammen door haar lijf, zoals ze dat zelf noemde. Ook deze keer, werd het een uitslaande brand. Dat was waarin we gelijk gestemd waren, altijd gereed pour lámour, kon ze supersnel klaar komen of het uren lang uitstellen. Allemaal afhankelijk van de situatie.
“Zal ik de tafel vast dekken?” zei ik om de stemming te breken.
“Ik wil met je naar bed,” was haar reactie. Dat wilde ik ook wel. Ze draaide alle vlammen van het gas uit en samen stommelden we naar de slaapkamer. Toen ik haar op bed legde en haar kleding uittrok sloeg ze haar benen om me heen, duwde met handen en voeten mijn broek naar beneden terwijl ze meteen met haastige bewegingen mijn overhemd en hemd uit trok.

Als ze ten prooi viel aan haar wel¬lust, zoals op dat moment dan was de binnenkomst in haar hunkerende lichaam een feest. Zoals je bij een echt feest alle problemen en bedenkingen op zij zet en je helemaal over geeft aan de roes, zo gaven wij ons over aan de extase van de paring. Er kwam geen voorspel aan te pas en onze lichamen vonden elkaar zonder zoeken of tasten. Het was in een keer raak, we schoven in elkaar als de  koppeling van treinstellen en het geweld waarmee het gebeurde was overeenkomstig. Het was een solide koppeling functioneel en volkomen, zonder poespas of franje. Het deed me ook wel denken aan de stop die je in een leeglopend bad laat zakken. Even draait hij mee met de wervelingen van het water en dan, “wham”. Muurvast in de precies passende opening.

Achteraf bezien vind ik de vergelijking met de trein toch beter. Ook al omdat de daarop volgende rit net zo rechtlijnig en functioneel was. Als ik haar op die momenten bediende was het niet meer dan een gebeurtenis, bedoeld, om te doen wat de natuur voorschrijft. Dan nam ik haar omdat ik wilde neuken. Meestal was het even snel over als het opgekomen was. Ook deze keer waren we snel klaar zodat ik binnen enkele minuten opstond om me te wassen. Even later kwam ze ook in de badkamer. Ze sprak nooit na zo'n uitspatting. Voor haar was het gelijk, aan het vervullen van een dringende behoefte.
“Wat voor eten ga je maken,” vroeg ik terwijl ze bezig was de resten van mijn bevlekkenis weg te spoelen. Zoals altijd stond ze wijdbeens en trok met een hand de blonde bossage op haar poes een beetje op, intussen die zachte delen met de douchekop masserend. Ik verdacht haar er van op die manier nog even lekker na te genieten. Het bleef stil, ze was nog niet teruggekeerd op alledaags niveau.

“Zullen we buiten de deur gaan eten, ik trakteer,” stelde ik voor. Ze stond rechtop en hield de kop van de douche als haar eigen zon boven haar hoofd. Ze keek schuin omhoog en liet het water over haar gezicht stromen. Ondanks de warmte van het water was haar huid bedekt met kippenvel. De prachtige borsten werden omspoeld door kleine stroompjes water die als transparante, buitenlichamelijke stromen over haar vel dribbelden. De smalle heupen en brede dijen gaven haar lichaam iets karikaturaals. Prachtige heupen, maar te smal voor haar lichaam en de dijen, krachtig en gespierd als van een struisvogel, behoorden toe aan een heel ander type vrouw. Eigenlijk bezat ze een lichaam waar beeldhouwers dol op zijn omdat de typische aandachtspunten door hun omvang geaccentueerd waren.

Al haar lichaamsdelen waren stuk voor stuk perfect van vorm alleen pasten ze niet bij elkaar. Ik overpeinsde het wonderlijke van de gebeurtenissen die zich binnen de muren van dat bouwwerk afspeelden in de korte tijd die nodig was om mijn zaad tot diep in haar vruchtbare polderland te doen doordringen. Ik vroeg haar wel eens hoe het aan voelde om mijn stijve in haar vagina te voelen glijden. Ze dacht lang na en zei toen, het voelt……, het voelt alsof je eikel er een heleboel deurtjes open duwt.
“Is het een lekker gevoel,” wilde ik weten.
“Ja, het is wel fijn, het is net of er iets leeft in mijn buik, speciaal als je hem laat wippen, dat voelt heerlijk.”
En toen wilde ze weten hoe het voor mij voelde en ook ik moest er over nadenken.
“Het is als thuis komen in een vertrouwde omgeving, alsof ik mijn pik in een gloeiende omhelzing druk. Ook wel een beetje als het gevoel van troost dat ik vroeger bij mijn moeder vond.” Dat vond ze een vreemde vergelijking.

“Heb je het dan ook met je moeder gedaan,” wilde ze weten. Die vraag hield me bezig, speciaal de reden waarom ze het vroeg. Ik vond het niet nodig om haar te antwoorden, tenslotte was ze geen psycholoog. Ze was klaar met douchen.
“Heb jij het wel eens met je vader gedaan?”
“Ja, geef me die gele handdoek eens aan.”
Ik legde de handdoek om haar schouders en kuste haar in de hals. Met de handdoek in mijn hand droogde ik haar borsten. Harde tepels, duidelijk voelbaar, zelfs door de dikke rulle badstof heen. Toen ik haar vochtige handen in die van mij nam en de vingertoppen over mijn lip liet glijden rook ik nog steeds de vage geur van uien en knoflook die ze eerder die avond had gesneden.
Ik kuste haar mond en drukte haar warme natte lichaam tegen het mijne.
“Je hebt een fijn lijf.”
“Ja, dat zei hij ook.”

Ze bleef doodstil staan, bewoog enkele minuten niet en de stilte in de badkamer werd alleen verbroken door het zachte naklokkende geluid van het bad waaruit de laatste druppels verdwenen. Ik durfde de stilte niet te verbreken, er was iets sereens over haar gekomen en ondanks de robuuste bouw voelde ze kwetsbaar aan. Bijna onhoorbaar, ergens achter mijn oor hoorde ik haar zeggen: “Ik wil een kindje van jou.”

Dat was een ontroerend moment, kwetsbaar in haar naaktheid, woorden die haar hart open legden. Na het uitspreken van haar diepste wens leunde ze tegen me aan en scheen te wachten op de vervulling van haar wens. Denken deed ik niet meer, ik had haar graag naar het bed gedragen maar haar optillen kon ik niet, daar was ze te zwaar voor. Ik nam haar hand en trok haar mee de kamer in. Ze ging op bed liggen en stak haar armen uit. Als een warme fluwelen mantel vouwde ze haar armen om me heen en trok me opnieuw naar zich toe. Ze was de tweede vrouw die me er om had gevraagd. Dat vertelde ik haar. Ze dacht na en vroeg: “En heb je het toen gedaan?”
“Ja.” Meer wist ik niet te zeggen.
“Was het fijn,” wilde ze weten. Ik dacht terug aan Shireen, die jonge Iraanse, toen tien jaar geleden.
Een korte steek in mijn hart bracht herinneringen boven.
“Ja, het was heel bijzonder.”

Ze vroeg niet verder en ik had ook geen zin om haar het hele verhaal te vertellen.
De hartstocht van voor het baden, had plaats gemaakt voor serene rust, als in een tuin na de regen. Verkoelend, leven brengend. Met gevoel en overgave leidde ze me naar haar akker. Die was geploegd en geëgd, ik zaaide in de vochtige aarde. Die avond aten we niet meer, in bed beminden we elkaar tot de slaap ons meenam. Midden in de nacht werden we wakker met ineen gestrengelde armen en benen. Bang om de stilte te verbreken fluisterde ze: “Ik hoop dat het een jongen wordt.”
“Waarom?” Dat wist ze niet.
“Ik hoop dat hij jouw ogen zal hebben.”

En toen ik zweeg omdat ik niet wist wat ik met haar wensen aan moest, vervolgde ze: “Je mag hem altijd zien en hij zal je oom noemen”. Ze leek het allemaal al uitgestippeld te hebben.
Haar hand gleed naar beneden en greep mijn lid. Ze kneedde het zacht om me wakker te maken.
“Nog één keer om zeker te zijn,” zei ze en trok me over zich heen. We zaaiden opnieuw en beseften allebei dat ze zeker zwanger zou worden.

Toen begon ze te praten; als in een droom rolden woorden van haar lippen, monotoon alsof ze gebeden opzegde.
“Ik ben nooit bang geweest voor mannen, mijn oom was de eerste die aan me zat toen ik zeven was. Mijn moeder wist het maar deed niks en toen ik vijftien was en een eigen kamertje had kwam papa op bezoek. Ik liep van huis weg, toen ik het zat werd en toen was het afgelopen. Ik had best wel veel vriendjes maar met geen van hen had ik iets vasts. Het interesseerde me niet.
Jaren later deed ik het met een jongen, op vakantie. Maar ik heb nooit iets gevoeld en de enige keer dat ik klaar kwam vóór ik jou leerde kennen was toen ik op de camping in Italië werd gepakt, zeg maar rustig verkracht, door een Italiaanse jongen die drie jaar jonger was dan ik en zelf nog maagd was. Hij wist niet eens hoe hij in me moest komen, ik moest hem helpen en toen hij klaar was huilde hij en vroeg me of ik hem wilde vergeven. Ik heb hem toen nog een keer genomen omdat ik hem zo zielig vond maar het deed me niets.”

“Gisteravond ben ik voor het eerst echt klaar gekomen; alles om me heen vervaagde, ik wist niet eens dat je mij in je armen hield. Ik verafschuw een huwelijk maar ik wil een kind hebben en groot brengen. Je hoeft me niet te helpen maar je mag altijd komen en met me slapen.”
“Als je dat nog wilt,”  voegde ze er dromerig aan toe, toen viel ze in slaap.
Ik werd wakker om een uur of zeven, ze was al uit bed en het eerste wat ik rook was de geniepige lucht van gekookte vis. Ik waste me, kleedde me aan en toen ik klaar was keek ik in de keuken. De katten draaiden zwijmelend rond haar benen. De stank was ondraaglijk. Ik wilde daar binnen gaan om haar te omhelzen, zoals we zo vaak deden maar de vislucht hield me tegen. Het was als een onzichtbare barrière waar ik niet doorheen kon.

“Wil jij de tafel dekken,” vroeg ze zonder om te kijken.
“Sjaan,..” Ze keek over haar schouder, onze ogen ontmoetten elkaar.
Aan haar blik zag ik dat ze wist dat mijn besluit genomen was. Ik antwoordde niet, ging het huis uit en trok de deur achter me dicht. Eenzaam en verlaten voelde ik me door mijn pas genomen besluit. Ze belde nooit meer na die ochtend. Ik denk dat we allebei beseften dat een plotselinge beëindiging van onze relatie beter was dan een slepend afscheid.  Het duurde tientallen jaren voordat ik haar weer ontmoette. Ze was nog steeds alleen, zei ze. Ik vond dat ze er verdrietig uitzag. Het brak mijn hart om haar zo te zien maar ik wilde niet nog een keer door zo een periode van spanningen, wroeging, spijt en conflicten. Ik was terug waar ik altijd had moeten blijven en deze keer voorgoed maar met weemoed in mijn hart.

“Je krijgt niet altijd wat je wilt maar als je geluk hebt krijg je wat goed voor je is.”
Met die gedachte troost ik me en de liefde die in mijn hart over bleef schenk ik aan degene die er recht op heeft. Oud worden is geen drama, eenzaamheid wel.

© Miel de Sarrassin

 

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  5 comments for “Wijting voor de katten en voor mij een poes

  1. WB
    16 juni 2008 at 13:41

    Waar haal je het vandaan?? Een sublieme petit histoire! Kan zo in het Eropodiumboek dat er helaas nooit is gekomen.

  2. 16 juni 2008 at 16:07

    Wat prachtig! Je benoemt alles zó griezelig perfect, de karakters zijn magnifiek uitgewerkt. Tussen rake typeringen en humor overvalt je de melancholie. Kippenvel. Eigenlijk vier, maar dat kan niet, dus: Drie sterren!

  3. 18 juni 2008 at 12:14

    Niet de max score en dat is zonde want de laatste helft van het verhaal is magnifiek.
    Je had van mij Tillie en haar moeder mogen inkorten voor dit verhaal of misschien in een apart verhaal kunnen introduceren. De sfeer in het verhaal is weer geweldig goed neergezet. Rauw, hard helder maar ook treurig melancholiek en filosofisch

  4. 22 juni 2008 at 08:09

    Dit is niet echt een verhaal maar meer een verzameling losse schetsen, met de laatste schets veel meer uitgesponnen dan de rest. Dat maakt het een beetje on-evenwichtig. De schetsen op zich zijn prima, met veel aandacht voor details en goede observaties, maar ook in de losse schtsen ontbreekt het soms aan of samenhang. Twee** voor de serie schetsen.

  5. 29 juni 2008 at 22:50

    Heerlijk om weer zoveel van Miel te mogen lezen na een periode van afwezigheid.
    Ik ben het met Silverbird eens dat de genoemde vrouwen eigenlijk ieder hun eigen verhaal verdienen. Het evenwicht is een beetje zoek, maar daarom niet getreurd. 2,5*

Geef een reactie