Zomerregen

Ik loop in de klamme, warme wind. Ze speelt rond m'n enkels, woelt door m'n haar. Dan trommelt de donder langs m'n ruggegraat omhoog het vocht los. In dikke druppels raakt het me, nat maakt natter. Nog nooit eerder waren regendruppels zo'n zoete kwelling. Ze doen me denken aan jouw kussen. Jouw warme kussen. Jouw warme, natte kussen. Ik hef m'n hoofd op, laat de druppels op mijn gezicht vallen als waren het jouw hete zoenen. Het koelt niet af.

De wind voelt zacht, warm. Mijn kleren bewegen in haar, ze kruipt eronder. Zachtjes streelt ze mijn huid, op plekjes waar jij ook zo heerlijk kan kriebelen. Met mijn ogen dicht en mijn armen wijd laat ik de wind me betasten zoals jij dat zou doen. Jouw handen over mijn naakte rug, jouw vingers over de zachte bolling van mijn buik. Opeens weet ik dat je er bent. Ik voel je nabijheid, voel je ogen. Een vleugje van jouw geur fladdert in mijn neusgaten. Aan de rand van mijn gehoor is jouw ademhaling, het diepe geluid van jouw lach. Je kust me. Het hele universum teruggebracht tot onze lippen. Alleen dat bestaat, alleen het gevoel van jouw mond tegen de mijne is werkelijkheid. Onze adem vermengt zich. Onze tongen vermengen zich. Ik word jij en jij wordt mij, er is geen onderscheid in ons kleine universum. Je brengt me terug in de zomerregen als je mijn vingers zachtjes streelt. Ik glimlach. Hoe kan ik van de wind verwachten dat ze jouw zachte warmte evenaart?

Met een vaardigheid en vertrouwdheid die me steeds weer verbaasd volg je de lijnen van mijn armen tot in de holte van mijn oksels. Een rilling schiet door me heen, jouw vingers prikkelen in symmetrie mijn emoties en ratio, tot er alleen een kluwen van genot overblijft. Ik doe geen poging om de kluwen te ontwarren. Vol overgave laat ik me vallen, duizel, zweef, dwarrel ik weg in pure sensaties. Jouw handen zijn groot en sterk. En zacht en warm. Ze omvatten mijn lijf, volgen de lijnen van mijn middel en de contouren van mijn borsten. Iedere aanraking is alsof je mijn zenuwen bloot legt en ze een voor een beroert. Vezel voor vezel verlies ik mezelf in jou, verlies ik mezelf in jouw handen, jouw adem, jouw mond, jouw ogen… Jouw ogen. Diepe blauwe poelen zijn het. Poelen gevuld met onze natheid in de zomerregen. In die ogen verlies ik mij en zie ik mijzelf, zie ik mij weerspiegeld in jouw lust, kan ik niet anders dan reageren.

Mijn handen zoeken. Ze strelen je, voelen alsof ze je diepste wezen willen beroeren. Je borst, je schouders, je rug. Je armen, billen, buik. Aanraken wil ik je, raken wil ik je. Ik breng mijn handen naar je gezicht. Jij sluit je ogen, laat mijn handen als een blinde jouw gezicht bekijken. Mijn handen zwerven verder, willen ieder plekje ontdekken. En elk plekje dat ik al ken, opnieuw verkennen. Als mijn handen als vanzelf hun weg vinden, vlijt mijn lichaam zich tegen het jouwe aan. Ik voel jouw buik tegen de mijne, voel mijn dijen tegen de jouwe. Jouw armen om me heen, mijn borsten gevoelig tussen ons in. Elke beweging voel ik door mijn borsten, voel ik tussen mijn dijen. Ik proef de regen op mijn lippen. Nat zijn mijn lippen. Ook zij zwerven, over jouw gezicht. Ze dralen bij je wangen, strelen over je mond. Ik zoek je tong. Ik wil je proeven, ik wil de smaak van jouw mond in de mijne, ik wil jouw tong loom rondjes voelen draaien om de mijne.

Maar meer nog wil ik je proeven. Jouw pure lust wil ik proeven, vermengd met de zomerregen. Ik dwing je steun te zoeken als mijn gezicht afdaalt in ons genot. Ik weet dat ik jouw kriebels tot bijna onhoudbaar opjaag als mijn mond over je buik gaat, als mijn vingers jouw natte kleren opzij schuiven om je natte huid te kussen. Nat ben je, van mij, van de zomerregen die je kleren laat plakken. De natte zomergeur prikkelt mijn neus. Jouw geur prikkelt mijn neus. En ik proef je, zoeter dan de zomerregen. Warm neem ik je in mijn mond, laat mijn tong nu de lome rondjes draaien. Je beroert mijn gezicht, laat me opkijken. Je kijkt me in mijn ogen, en je glimlach glijdt als de opkomende zon over je gezicht. Je kust de druppels van mijn mond, van mijn gezicht terwijl ik omhoog kom. En terwijl ik omhoog kom, daal jij af.

Natte kussen in mijn hals, op mijn borsten, om mijn tepels. Diep daal je af. Jouw mond, jouw handen, jij daalt af in mij, me tegelijkertijd ver omhoog duwend. Nu jouw handen mijn kleren langzaam omhoog stropen, wordt mijn huid natter. Word ik natter. Het gevoel van jouw adem en de wind op mijn naakte dijen jaagt mijn adem op, jaagt de vlinders op. Nu zoek ik steun, vinden mijn handen jouw hoofd, woelen door je haar, komt er diep uit mijn keel het geluid van puur genot. Zo proef je mij, proef je mijn zomerregen. De bui is nog niet over. Zachtjes worden we natter en natter, druppelt de regen in ons, uit ons, tussen ons. Ik vraag je weer omhoog, want dichterbij wil ik je. Huid aan huid wil ik je. Als ik me omdraai in je armen glijden jouw armen om mijn middel. Ik leun op je, want jouw handen weten waar ze mij raken moeten. Ze omvatten mijn borsten door mijn natte kleren heen, strelen mijn harde tepels.

Je vingers laten me kreunen als je mijn warme buik, mijn natte dijen vindt. Mijn billen draaien tegen je dijen. Ik weet wat ik daar voel, jij weet wat ik wil. Wat jij wilt. Maar we hebben niets te willen, alleen te voelen. Voelen hoe de regen neerkomt op onze naakte huid. Voelen hoe onze lijven versmelten, nat in nat. Voelen hoe de wind ons streelt, als een derde geliefde. De regen spettert op onze huid, druipt langs onze dijen. Ze druipt tussen onze billen, zoals wij druipen en spetteren. Jouw geluidjes, de wind, de regen, ze zwepen me op, maken me gek. En eindelijk barst de donder los, rolt hij over en door mijn lijf, over en door het jouwe. Huiverend en schokkend staan we daar, tot de wind ons weer in het heden kust. Ze streelt ons, zoals wij elkaar strelen. En daar in de zomerregen, daar in jouw armen, wens ik ons glimlachend een mooie, natte zomer.

© Nikita

 

Post navigation

Gerelateerde verhalen

  2 comments for “Zomerregen

  1. 4 januari 2007 at 11:35

    Mooi geschreven symboliek

  2. 27 januari 2007 at 22:16

    mooi …

Geef een reactie